Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBDHA:2019:12917 ECLI:NL:RBDHA:2019:12917 AI generated

ECLI:NL:RBDHA:2019:12917 · Rechtbank Den Haag

Case Number ECLI:NL:RBDHA:2019:12917
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

Rechtbank DEN HAAG Zittingsplaats Rotterdam Bestuursrecht zaaknummer: AWB 19/3172 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 december 2019 in de zaak tussen [naam eiser] , eiser, V-nummer: [nummer] gemachtigde: mr. S.C. van Paridon, en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, daaronder mede begrepen diens rechtsvoorganger(s), verweerder, gemachtigde: mr. M. Demoud-van Dongen. Procesverloop Bij besluit van 1 februari 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) afgewezen.

Legislator headnote

AI generated

artikel 64 van de Vw 2000; ECLI:NL:RBDHA:2019:12917 · Rechtbank Den Haag: De door eiser aangehaalde rechtspraak over terugkeerbesluiten kunnen hem ook niet baten. Terugkeerbesluiten kunnen immers ook na de uitzetting van belang zijn voor de rechtspositie van een vreemdeling, bijvoorbeeld voor de oplegging van een inreisverbod of in het kader van een schadevergoeding. Dat is bij aanvragen om toepassing van artikel 64 van de Vw 2000 niet het geval, althans niet in dit concrete geval. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat eiser zijn geleden schade niet heeft geconcretiseerd.

Keywords

AI generated
deportation despite health issues departure deadline ground for expulsion removal removal under immigration law illegal departure

Cited Legislation

AI generated
artikel 64 van de Vw 2000
Eiser heeft op 3 januari 2019 een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vw 2000 ingediend, waarna het primaire besluit is genomen.

Cited Case Law

AI generated
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

Rechtbank DEN HAAG Zittingsplaats Rotterdam Bestuursrecht zaaknummer: AWB 19/3172 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 5 december 2019 in de zaak tussen [naam eiser] , eiser, V-nummer: [nummer] gemachtigde: mr. S.C. van Paridon, en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, daaronder mede begrepen diens rechtsvoorganger(s), verweerder, gemachtigde: mr. M. Demoud-van Dongen. Procesverloop Bij besluit van 1 februari 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) afgewezen.

Bij besluit van 28 maart 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 november 2019. Eiser en zijn gemachtigde zijn met voorafgaande kennisgeving niet ter zitting verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Overwegingen 1. Eiser heeft op 3 januari 2019 een aanvraag om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vw 2000 ingediend, waarna het primaire besluit is genomen.

Op 20 februari 2019 is eiser uitgezet naar Duitsland. Daarom doet zich de vraag voor of eiser nog procesbelang heeft bij onderhavig beroep.

2. In het kader van artikel 64 van de Vw 2000 staat uitsluitend ter beoordeling of uitzetting achterwege moet blijven wegens de gezondheidstoestand van de vreemdeling. Daarbij gaat het om uitzetting uit Nederland. Uit bovenstaande volgt echter dat eiser is uitgezet en niet meer in Nederland verblijft. Met het beroep kan hij dus niet bereiken dat hij niet wordt uitgezet. Daarom heeft hij geen belang bij de beoordeling ervan. Dat eiser anders dan in de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 31 oktober 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3577 ten tijde van aanvraag en van het primaire besluit nog in Nederland verbleef, kan aan het voorgaande niet afdoen, omdat voor de vaststelling of eiser procesbelang heeft slechts van belang is of eiser ten tijde van de behandeling van zijn beroep nog in Nederland verbleef.

De door eiser aangehaalde rechtspraak over terugkeerbesluiten kunnen hem ook niet baten. Terugkeerbesluiten kunnen immers ook na de uitzetting van belang zijn voor de rechtspositie van een vreemdeling, bijvoorbeeld voor de oplegging van een inreisverbod of in het kader van een schadevergoeding. Dat is bij aanvragen om toepassing van artikel 64 van de Vw 2000 niet het geval, althans niet in dit concrete geval. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat eiser zijn geleden schade niet heeft geconcretiseerd.

2. Het beroep is niet-ontvankelijk.

3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.P. Hameete, rechter, in aanwezigheid van mr. C.L. Rademakers-Heins, griffier. De uitspraak is in het openbaar gedaan op 5 december 2019. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen vier weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.