Legislator Case Law & Legislation
BWBV0007130 NL

Verdrag inzake exportcontrole in het defensiedomein

18 Articles / Provisions · Netherlands
Open official source Machine-readable Markdown (.md)

Table of Provisions (18)

Statutory Text (18 Articles)

BWB 2021-09-17

1 Sind zwei oder mehr Vertragsparteien an denselben regierungsseitigen Gemeinschaftsprojekten beteiligt, so sind die in diesem Artikel festgelegten Grundsätze für die betroffenen Vertragsparteien auf diese regierungsseitigen Gemeinschaftsprojekte und deren Untersysteme anwendbar.

2 Die Vertragsparteien unterrichten die anderen betroffenen Vertragsparteien – frühzeitig vor Aufnahme formeller Verhandlungen – über die Möglichkeit von Verkäufen an Dritte und übermitteln die zur Bewertung durch die andere Vertragspartei oder die anderen Vertragsparteien erforderlichen Informationen. Diese Übermittlung von Informationen schließt Gespräche über die Bedingungen, unter denen das Vorhaben aus Sicht der verbringenden oder ausführenden Vertragspartei im Einklang mit den europäischen und internationalen Verpflichtungen aller betroffenen Vertragsparteien durchgeführt werden kann, ein.

3 Eine betroffene Vertragspartei widerspricht einer von einer anderen Vertragspartei beabsichtigten Verbringung oder Ausfuhr an Dritte nicht, außer in dem Ausnahmefall, in dem ihre unmittelbaren Interessen oder ihre nationale Sicherheit dadurch beeinträchtigt würden.

4 Sollte eine betroffene Vertragspartei beabsichtigen, einer Verbringung oder einer Ausfuhr zu widersprechen, so unterrichtet sie die anderen betroffenen Vertragsparteien so früh wie möglich, spätestens zwei Monate nach Kenntniserlangung der beabsichtigten Verbringung oder Ausfuhr. Diese Vertragsparteien leiten umgehend hochrangige Konsultationen ein, um ihre Bewertungen auszutauschen und angemessene Lösungen zu finden. Die Vertragspartei, die einer Verbringung oder einer Ausfuhr widerspricht, unternimmt alle Anstrengungen, um alternative Lösungen vorzuschlagen.

BWB 2021-09-17

1 Indien twee of meer verdragsluitende partijen aan dezelfde intergouvernementele programma’s deelnemen, dan zijn de in dit artikel beschreven beginselen voor de betreffende verdragsluitende partijen van toepassing op die intergouvernementele programma’s en hun subsystemen.

2 De verdragsluitende partijen stellen de andere betrokken verdragsluitende partijen ruim voor het begin van de formele onderhandelingen in kennis van de mogelijkheid van verkoop aan derden en verstrekken de voor hun beoordeling benodigde informatie. Deze overdracht van informatie omvat besprekingen over de voorwaarden waaronder, vanuit het oogpunt van de verdragsluitende partij die overgaat tot de overdracht of uitvoer, overgegaan kan worden tot deze transactie in overeenstemming met de Europese en internationale verbintenissen van alle betrokken verdragsluitende partijen.

3 Een betrokken verdragsluitende partij verzet zich niet tegen een door een andere verdragsluitende partij voorgenomen overdracht of uitvoer naar een derde partij, behalve in uitzonderlijke omstandigheden, wanneer deze overdracht of uitvoer haar rechtstreekse belangen of de nationale veiligheid schaadt.

4 Indien een betrokken verdragsluitende partij voornemens is bezwaar te maken tegen een overdracht of uitvoer, stelt zij de andere betrokken verdragsluitende partijen daarvan zo spoedig mogelijk in kennis, uiterlijk binnen een termijn van twee maanden nadat zij van de voorgenomen overdracht of uitvoer in kennis is gesteld. Deze verdragsluitende partijen organiseren onmiddellijk overleg op hoog niveau om hun beoordeling te delen en passende oplossingen te vinden. De verdragsluitende partij die bezwaar maakt tegen een overdracht of uitvoer stelt alles in het werk om alternatieven voor te stellen.

BWB 2021-09-17

1 Eine Vertragspartei widerspricht der Verbringung oder der Ausfuhr eines Rüstungssystems eines Herstellers einer anderen Vertragspartei, das Rüstungsgüter enthält, die in ihrem Hoheitsgebiet im Rahmen der Vertiefung der Integration ihrer Rüstungsindustrien entwickelt wurden, an Dritte durch die andere Vertragspartei nicht, außer in dem Ausnahmefall, in dem ihre unmittelbaren Interessen oder ihre nationale Sicherheit dadurch beeinträchtigt würden.

2 Sollte eine Vertragspartei beabsichtigen, einer Verbringung oder einer Ausfuhr zu widersprechen, so unterrichtet sie die andere betroffene Vertragspartei so früh wie möglich, spätestens zwei Monate nach Kenntniserlangung der beabsichtigten Verbringung oder Ausfuhr. Diese Vertragsparteien leiten umgehend hochrangige Konsultationen ein, um ihre Bewertungen auszutauschen und angemessene Lösungen zu finden.

3 Die Einzelheiten der Durchführung dieses Artikels regelt Anlage 1 zu diesem Übereinkommen, die einen Bestandteil desselben darstellt.

BWB 2021-09-17

1 Een verdragsluitende partij verzet zich niet tegen de uitvoer of overdracht door een andere verdragsluitende partij aan een derde partij van een wapensysteem van een producent uit het land van een andere verdragsluitende partij waarin defensiegerelateerde producten zijn verwerkt die op zijn grondgebied zijn ontwikkeld in het kader van de verdere integratie van hun defensie-industrie, behalve in uitzonderlijke omstandigheden, wanneer die overdracht of uitvoer haar directe belangen of de nationale veiligheid schaadt.

2 Indien een verdragsluitende partij voornemens is bezwaar te maken tegen een overdracht of uitvoer, stelt zij de andere betrokken verdragsluitende partij daarvan zo spoedig mogelijk in kennis, uiterlijk binnen een termijn van twee maanden nadat zij van de voorgenomen uitvoer of overdracht in kennis is gesteld. Deze verdragsluitende partijen organiseren onmiddellijk overleg op hoog niveau om hun beoordeling te delen en passende oplossingen te vinden.

3 De nadere bepalingen voor de toepassing van dit artikel zijn vastgesteld in bijlage 1 bij dit Verdrag, die daarvan een integraal deel uitmaakt.

BWB 2021-09-17

1 Une Partie contractante ne s’oppose pas à l’exportation ou au transfert par une autre Partie contractante vers une tierce partie d’un système d’armement d’un industriel de l’autre Partie contractante intégrant des produits liés à la défense mis au point sur son territoire dans le cadre du renforcement de l’intégration de leurs industries de défense, sauf de façon exceptionnelle, lorsque ce transfert ou cette exportation porte atteinte à ses intérêts directs ou à sa sécurité nationale.

2 Si une Partie contractante a l’intention de s’opposer à un transfert ou à une exportation, elle en informe l’autre Partie contractante concernée dès que possible et dans un délai maximal de deux mois à compter du moment où elle est informée du projet d’exportation ou de transfert. Ces Parties contractantes organisent immédiatement des consultations de haut niveau pour partager leurs analyses et trouver des solutions appropriées.

3 Les modalités d’application du présent article sont fixées dans l’Annexe 1 au présent Accord, qui en fait partie intégrante.

BWB 2021-09-17

1 Nicht in den Anwendungsbereich von Artikel 1 oder 2 fallende von einem Hersteller einer Vertragspartei entwickelte Rüstungsgüter, die in ein Rüstungssystem eines Herstellers einer anderen Vertragspartei integriert werden sollen (im Folgenden als »Zulieferungen« bezeichnet), unterliegen dem »De-minimis«-Grundsatz.

2 Nach dem in Absatz 1 genannten »De-minimis«-Grundsatz erteilt eine Vertragspartei, sofern ihr Zulieferanteil zu einem durch eine andere Vertragspartei aus dem Hoheitsgebiet der Vertragsparteien zu verbringenden oder auszuführenden Gesamtsystem unterhalb eines zwischen allen Vertragsparteien zuvor einvernehmlich festgelegten Prozentsatzes liegt, unverzüglich die entsprechenden Ausfuhr-, Verbringungsoder Reexportgenehmigungen, außer in dem Ausnahmefall, in dem ihre unmittelbaren Interessen oder ihre nationale Sicherheit dadurch beeinträchtigt würden.

3 Die Einzelheiten der Durchführung dieses Artikels regeln die Anlagen 2 und 3 zu diesem Übereinkommen, die einen Bestandteil desselben darstellen.

BWB 2021-09-17

1 Voor defensiegerelateerde producten die door een producent uit een van de verdragsluitende partijen zijn ontwikkeld en die buiten het toepassingsgebied van de artikelen 1 en 2 van dit Verdrag vallen en die bestemd zijn om te worden geïntegreerd in een wapensysteem van een producent van een andere verdragsluitende partij (hierna „componenten” genoemd), geldt het de-minimis-beginsel.

2 Op grond van het in het vorige lid bedoelde de-minimis-beginsel geeft een verdragsluitende partij, wanneer zijn aandeel van componenten die bestemd zijn voor de integratie in een eindproduct dat door een andere verdragsluitende partij buiten het grondgebied van de verdragsluitende partijen wordt overgedragen of uitgevoerd, lager blijft dan een percentage dat vooraf in onderlinge overeenstemming tussen alle verdragsluitende partijen is vastgesteld, onverwijld de overeenkomstige uitvoer-, overdrachts- of wederuitvoervergunningen af, behalve in uitzonderlijke gevallen, wanneer deze overdracht, uitvoer of wederuitvoer haar directe belangen of de nationale veiligheid zou schaden.

3 De nadere bepalingen voor de toepassing van dit artikel zijn vastgesteld in bijlagen 2 en 3 bij dit Verdrag, die daarvan een integraal deel uitmaken.

BWB 2021-09-17

1 Les produits liés à la défense mis au point par un industriel de l’une des Parties contractantes qui échappent au champ d’application des articles 1er et 2 du présent Accord, et qui sont destinés à être intégrés à un système d’armement d’un industriel d’une autre Partie contractante (ci-après dénommés « produits destinés à l’intégration »), sont régis par le principe « de minimis ».

2 Au titre du principe « de minimis » mentionné au paragraphe précédent, dès lors que la part des produits destinés à l’intégration des industriels d’une Partie contractante dans un système final transféré ou exporté par une autre Partie contractante hors du territoire des Parties contractantes demeure inférieure à un pourcentage arrêté au préalable par accord mutuel entre toutes les Parties contractantes, la Partie contractante sollicitée délivre les autorisations d’exportation, de transfert ou de réexportation correspondantes sans délai, sauf de façon exceptionnelle, lorsque ce transfert, cette exportation ou cette réexportation porte atteinte à ses intérêts directs ou à sa sécurité nationale.

3 Les modalités d’application du présent article sont fixées dans les Annexes 2 et 3 au présent Accord, qui en font partie intégrante.

BWB 2021-09-17

1 Die Vertragsparteien richten zur Beilegung von Differenzen bezüglich der operativen Durchführung ein ständiges Gremium zur Beratung über die durch dieses Übereinkommen geregelten allgemeinen Angelegenheiten ein.

2 Die Vertragsparteien benennen nationale Anlaufstellen und machen diese Information untereinander zugänglich.

3 Die betroffenen Vertragsparteien richten Ad-hoc-Gremien zur Beratung über die in Artikel 1 Absatz 4, Artikel 2 Absatz 2 und in den Anlagen 1 und 2 zu diesem Übereinkommen genannten Konsultationen oder über sonstige konkrete, durch dieses Übereinkommen geregelte und nicht alle Vertragsparteien betreffende Fragen ein.

BWB 2021-09-17

1 De verdragsluitende partijen stellen een permanent comité in om elkaar te raadplegen over alle algemene aangelegenheden die onder dit Verdrag vallen, teneinde geschillen over de operationele uitvoering op te lossen.

2 De verdragsluitende partijen wijzen nationale contactpunten aan en stellen deze informatie onderling beschikbaar.

3 De betrokken verdragsluitende partijen richten ad-hoc-organen op voor het overleg bedoeld in artikel 1, vierde lid, artikel 2, tweede lid, en bijlagen 1 en 2 van dit Verdrag, of voor alle andere specifieke, onder dit Verdrag vallende aangelegenheden die niet alle verdragsluitende partijen betreffen.

BWB 2021-09-17

1 Les Parties contractantes créent un comité permanent afin de se consulter sur toutes les questions d’ordre général régies par le présent Accord pour régler les divergences en matière de mise en œuvre opérationnelle.

2 Les Parties contractantes désignent des points de contact nationaux et partagent ces informations entre elles.

3 Les Parties contractantes concernées mettent en place des organes ad hoc pour les consultations visées au paragraphe 4 de l’article 1er, au paragraphe 2 de l’article 2 , et dans les Annexes 1 et 2 du présent Accord, ou pour toute autre question spécifique régie par le présent Accord qui ne concerne pas toutes les Parties contractantes.

BWB 2021-09-17

Alle aufgrund dieses Übereinkommens zur Verfügung gestellten oder erstellten Verschlusssachen oder geschützten Informationen werden im Einklang mit dem einschlägigen zweiseitigen Sicherheitsabkommen zwischen den betroffenen Vertragsparteien aufbewahrt, behandelt, übermittelt und geschützt. Ist zwischen den betroffenen Vertragsparteien kein zweiseitiges Sicherheitsabkommen anwendbar, so werden Verschlusssachen weder ausgetauscht noch erstellt.

BWB 2021-09-17

Gerubriceerde of beschermde gegevens die op grond van dit Verdrag worden verstrekt of gegenereerd, worden bewaard, behandeld, doorgegeven en beveiligd overeenkomstig het toepasselijke bilaterale beveiligingsverdrag tussen de betrokken verdragsluitende partijen. Indien een bilateraal beveiligingsverdrag tussen de betrokken verdragsluitende partijen ontbreekt worden geen gerubriceerde gegevens uitgewisseld noch gegenereerd.

BWB 2021-09-17

Toute information classifiée ou protégée communiquée ou générée en application du présent Accord est conservée, manipulée, transmise et sauvegardée conformément à l’accord bilatéral de sécurité applicable entre les Parties contractantes concernées. En l’absence d’accord bilatéral de sécurité applicable entre les Parties contractantes concernées, les informations classifiées ne sont ni échangées, ni générées.

BWB 2021-09-17

1 Dieses Übereinkommen wird ab dem Tag seiner Unterzeichnung vorläufig angewandt. Es tritt am Tag der Hinterlegung der letzten Notifikation eines Unterzeichnerstaats über den Abschluss seiner für das Inkrafttreten erforderlichen innerstaatlichen Verfahren bei der Regierung der Französischen Republik, die als Verwahrer bestimmt wird, in Kraft.

2 Sollte dieses Übereinkommen nicht innerhalb von zwei Jahren nach seiner Unterzeichnung gemäß Absatz 1 in Kraft getreten sein, so können die Vertragsparteien, die dem Verwahrer den Abschluss ihrer für das Inkrafttreten erforderlichen innerstaatlichen Verfahren notifiziert haben, einvernehmlich anderen Mitgliedstaaten der Europäischen Union (EU) oder der Europäischen Freihandelsassoziation (EFTA) oder den Vertragsstaaten des Rahmenübereinkommens über Maßnahmen zur Erleichterung der Umstrukturierung und der Tätigkeit der Europäischen Rüstungsindustrie erlauben, dem Übereinkommen beizutreten. In diesem Fall tritt dieses Übereinkommen an dem Tag in Kraft, an dem der erste Staat, dem nach Satz 1 erlaubt wurde, diesem Übereinkommen beizutreten, beim Verwahrer die Notifikation über den Abschluss seiner für das Inkrafttreten erforderlichen innerstaatlichen Verfahren hinterlegt. Nach seinem Inkrafttreten wird das Übereinkommen weiterhin vorläufig auf den Unterzeichnerstaat angewandt, der den Abschluss seiner innerstaatlichen Verfahren nicht notifiziert hat, solange dieser den anderen Vertragsparteien nicht seine Absicht notifiziert hat, keine Vertragspartei des Übereinkommens zu werden.

3 Nach Inkrafttreten dieses Übereinkommens können die Vertragsparteien, die dem Verwahrer den Abschluss ihrer für das Inkrafttreten erforderlichen innerstaatlichen Verfahren notifiziert haben, durch einen einstimmigen Beschluss anderen Mitgliedstaaten der Europäischen Union (EU) oder der Europäischen Freihandelsassoziation (EFTA) oder den Vertragsstaaten des Rahmenübereinkommens über Maßnahmen zur Erleichterung der Umstrukturierung und der Tätigkeit der Europäischen Rüstungsindustrie erlauben, diesem Übereinkommen beizutreten ten.

4 Für jede neue Vertragspartei tritt das Übereinkommen am Tag der Hinterlegung ihrer Beitrittsurkunde beim Verwahrer in Kraft.

5 Jede Vertragspartei kann dieses Übereinkommen unter Einhaltung einer Frist von sechs Monaten jederzeit durch schriftliche Mitteilung an die anderen Vertragsparteien kündigen.

6 Die Vertragspartei, die dieses Übereinkommen gekündigt hat, erfüllt weiterhin alle Verbindlichkeiten und Pflichten aus diesem Übereinkommen im Hinblick auf Verbringungen oder Ausfuhren von Rüstungsgütern, deren jeweilige Verbringungs- oder Ausfuhrgenehmigung vor dem Wirksamwerden der Kündigung beantragt wurde. Die Vertragspartei, die dieses Übereinkommen gekündigt hat, und die verbleibenden Vertragsparteien beraten sich untereinander in dem nach Artikel 4 Absatz 1 eingerichteten ständigen Gremium, solange sie dies zur Klärung der durch die Kündigung aufgeworfenen Fragen für notwendig erachten.

7 Die Urschrift dieses Übereinkommens wird beim Verwahrer hinterlegt.

8 Die Registrierung dieses Übereinkommens beim Sekretariat der Vereinten Nationen nach Artikel 102 der Charta der Vereinten Nationen wird durch den Verwahrer unverzüglich nach dem Inkrafttreten eingeleitet. Die übrigen Vertragsparteien werden unter Angabe der VN-Registrierungsnummer von der erfolgten Registrierung unterrichtet, sobald diese vom Sekretariat der Vereinten Nationen bestätigt worden ist.

BWB 2021-09-17

1 Dit Verdrag is voorlopig van toepassing met ingang van de datum van ondertekening ervan. Het treedt in werking op de datum waarop de laatste ondertekenende staat bij de regering van de Franse Republiek, die is aangewezen als depositaris, kennisgeving doet van de voltooiing van zijn daartoe vereiste interne procedures.

2 Indien dit Verdrag niet binnen twee jaar na de datum van ondertekening overeenkomstig het eerste lid van dit artikel in werking is getreden, kunnen de verdragsluitende partijen die de depositaris in kennis hebben gesteld van de voltooiing van hun daartoe vereiste interne procedures, met gezamenlijke en unanieme overeenstemming andere lidstaten van de Europese Unie (EU) of de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA) of partijen bij het kaderverdrag inzake maatregelen ter vergemakkelijking van de herstructurering en de werking van de Europese defensie-industrie toestaan tot het Verdrag toe te treden. In dergelijke gevallen treedt dit Verdrag in werking op de datum waarop de eerste staat die overeenkomstig de eerste zin van dit lid daartoe gemachtigd is, de depositaris in kennis stelt van de voltooiing van zijn daartoe vereiste interne procedures. Na de inwerkingtreding blijft het Verdrag voorlopig van toepassing op de ondertekenende staat die geen kennisgeving heeft gedaan van de voltooiing van zijn interne procedures, indien hij de andere verdragsluitende partijen niet in kennis heeft gesteld van zijn voornemen geen partij bij de Verdrag te worden.

3 Na de inwerkingtreding van dit Verdrag kunnen de verdragsluitende partijen die de depositaris ervan in kennis hebben gesteld dat hun daartoe vereiste interne procedures zijn voltooid, met eenparigheid van stemmen andere lidstaten van de Europese Unie (EU) of de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA) of partijen bij de kaderverdrag inzake maatregelen ter vergemakkelijking van de herstructurering en de werking van de Europese defensie-industrie machtigen tot dit Verdrag toe te treden.

4 Voor elke nieuwe verdragsluitende partij treedt het Verdrag in werking op de datum van nederlegging van haar akte van toetreding bij de depositaris.

5 Elke verdragsluitende partij kan dit Verdrag te allen tijde opzeggen door de andere verdragsluitende partijen daarvan schriftelijk in kennis te stellen met een opzegtermijn van zes maanden.

6 De verdragsluitende partij die dit Verdrag heeft opgezegd, blijft de verbintenissen en verplichtingen van dit Verdrag nakomen met betrekking tot overdrachten of uitvoer van defensiegerelateerde producten waarvoor de overeenkomstige overdrachts- of uitvoervergunning is aangevraagd voordat die opzegging van kracht wordt. De verdragsluitende partij die dit Verdrag heeft opgezegd, en de andere verdragsluitende partijen plegen overleg in het overeenkomstig artikel 4, eerste lid, ingestelde Permanent Comité zolang zij dit nodig achten om kwesties in verband met de opzegging te regelen.

7 Het origineel van dit Verdrag wordt nedergelegd bij de depositaris.

8 De registratie van dit Verdrag bij het secretariaat van de Verenigde Naties overeenkomstig artikel 102 van het Handvest van de Verenigde Naties geschiedt onmiddellijk na de inwerkingtreding ervan door de depositaris. De andere verdragsluitende partijen worden na bevestiging door het secretariaat in kennis gesteld van de registratie en het registratienummer van de Verenigde Naties.

BWB 2021-09-17

1 Le présent Accord s’applique provisoirement à compter de la date de sa signature. Il entre en vigueur à la date à laquelle le dernier État signataire dépose auprès du Gouvernement de la République française, désigné comme le Dépositaire, la notification de l’accomplissement de ses procédures internes requises à cet effet.

2 Si le présent Accord n’est pas entré en vigueur dans un délai de deux ans à compter de la date de sa signature conformément au paragraphe 1 du présent article, les Parties contractantes qui ont notifié au Dépositaire l’accomplissement de leurs procédures internes requises à cet effet peuvent, par accord conjoint et unanime, permettre à d’autres États membres de l’Union européenne (UE) ou de l’Association européenne de libre-échange (AELE) ou parties à l’Accord-cadre relatif aux mesures visant à faciliter les restructurations et le fonctionnement de l’industrie européenne de défense d’adhérer à l’Accord. Dans ce cas, le présent Accord entre en vigueur à la date à laquelle le premier État autorisé à y adhérer conformément à la première phrase de ce paragraphe dépose auprès du Dépositaire la notification de l’accomplissement de ses procédures internes requises à cet effet. Après son entrée en vigueur, l’Accord continue de s’appliquer provisoirement à l’État signataire qui n’a pas notifié l’accomplissement de ses procédures internes dès lors que celui-ci n’a pas informé les autres Parties contractantes de son intention de ne pas devenir Partie à l’Accord.

3 Après l’entrée en vigueur du présent Accord, les Parties contractantes qui ont notifié au Dépositaire l’accomplissement de leurs procédures internes requises à cet effet peuvent, par décision unanime, autoriser d’autres États membres de l’Union européenne (UE) ou de l’Association européenne de libre-échange (AELE) ou parties à l’Accord-cadre relatif aux mesures visant à faciliter les restructurations et le fonctionnement de l’industrie européenne de défense à adhérer au présent Accord.

4 Pour toute nouvelle Partie contractante, l’Accord entre en vigueur à la date de dépôt de son instrument d’adhésion auprès du Dépositaire.

5 Toute Partie contractante peut à tout moment dénoncer le présent Accord, moyennant un préavis écrit de six mois adressé aux autres Parties contractantes.

6 La Partie contractante qui a dénoncé le présent Accord continue de respecter les engagements et obligations énoncés dans le présent Accord concernant les transferts ou les exportations de produits liés à la défense pour lesquels l’autorisation de transfert ou d’exportation correspondante a été sollicitée avant la prise d’effet de ladite dénonciation. La Partie contractante qui a dénoncé le présent Accord ainsi que les autres Parties contractantes se consultent au sein du comité permanent créé conformément au paragraphe 1 de l’article 4 aussi longtemps qu’elles le jugent nécessaire afin de régler les questions liées à la dénonciation.

7 L’original du présent Accord est déposé auprès du Dépositaire.

8 L’enregistrement du présent Accord auprès du Secrétariat des Nations unies conformément à l’article 102 de la Charte des Nations unies est effectué par le Dépositaire aussitôt après son entrée en vigueur. Les autres Parties contractantes sont informées de l’enregistrement ainsi que du numéro d’enregistrement auprès des Nations unies dès confirmation par le Secrétariat.

BWB 2021-09-17

1 Si deux Parties contractantes ou plus participent aux mêmes programmes intergouvernementaux, les principes énoncés dans le présent article s’appliquent auxdits programmes intergouvernementaux et à leurs sous-systèmes, entre les Parties contractantes concernées.

2 Les Parties contractantes informent les autres Parties contractantes concernées, bien avant le début des négociations officielles, de la possibilité de ventes à des tierces parties, et transfèrent les informations nécessaires à leur analyse. Ce transfert d’informations inclut les discussions concernant les conditions permettant, du point de vue de la Partie contractante qui procède au transfert ou à l’exportation, de procéder à cette opération dans le respect des engagements européens et internationaux de chacune des Parties contractantes concernées.

3 Une Partie contractante concernée ne s’oppose pas à un transfert ou à une exportation vers une tierce partie voulu par une autre Partie contractante, sauf de façon exceptionnelle, lorsque ce transfert ou cette exportation porte atteinte à ses intérêts directs ou à sa sécurité nationale.

4 Si une Partie contractante concernée a l’intention de s’opposer à un transfert ou à une exportation, elle en informe les autres Parties contractantes concernées dès que possible et dans un délai maximal de deux mois à compter du moment où elle est informée du projet de transfert ou d’exportation. Ces Parties contractantes organisent immédiatement des consultations de haut niveau pour partager leurs analyses et trouver des solutions appropriées. La Partie contractante opposée à un transfert ou à une exportation met tout en œuvre pour proposer des solutions de remplacement.

Need to analyze how this provision applies to your matter?

Cross-reference this statute against case law, commentaries, and related legislative provisions inside Legislator AI.

Open in Legislator →