Legislator Case Law & Legislation
BWBV0006070 NL

Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Pruisen tot regeling der grensscheiding tussen de Nederlandse gemeente Dinxperlo en de Pruisische gemeente Süderwick

5 Articles / Provisions · Netherlands
Open official source Machine-readable Markdown (.md)

Statutory Text (5 Articles)

BWB 1874-02-10

Van den afweg naar Bocholt tot aan den grenssteen n°. 181 wordt de grens definitief bepaald en aangeduid door de steenen 179, 180 en 181, zooals deze, blijkens de door beide Regeringen goedgekeurde verklaring der betrokken burgemeesters van 19 December 1849, zijn geplaatst en zich thans nog bevinden.

Tusschen de grenssteenen n°. 181 en n°. 186 wordt de grens tusschen beide Rijken bepaald door eene regelmatig gebogen lijn, getrokken op een afstand van twee en een halve (2.5) meter uit de as der begrinding van den Heelweg, en zullen de bestaande grenssteenen tot aan die lijn worden vooruitgebragt.

BWB 1874-02-10

De in art. 1 bepaalde grenslijn zal worden aangeduid door met olieverw wit geverwde steenen palen, te plaatsen aan de Pruissische zijde op een onderlingen afstand van hoogstens 10 meter.

BWB 1874-02-10

Bij grenssteen n°. 186 wordt de grensscheiding zoodanig gewijzigd, dat de Rietstapperbrug, thans op Nederlandsch grondgebied gelegen, in het vervolg tot het Pruissisch gebied zal behooren.

Tot dat einde zal de grens tusschen Nederland en Pruissen voortaan loopen van grenssteen n°. 186 loodregt op de as van den Heelweg tot in het verlengde der noordelijke vleugelmuren van de Rietstapperbrug; van daar langs de noordzijde van die vleugelmuren tot het snijpunt daarvan met eene lijn, getrokken van den tegenwoordigen grenspaal n°. 731 naar den grenspaal n°. 730 aan de Rietstapperbeek. Overigens blijft de grens langs die beek onveranderd.

De aldus vastgestelde grens zal insgelijks nader door palen en steenen worden aangeduid.

BWB 1874-02-10

De Rietstapperbrug wordt door de Nederlandsche Regering in vollen eigendom overgedragen aan de Pruissische, en deze verbindt zich om voor het vervolg die brug ten haren koste te onderhouden.

Daarentegen verpligt zich eerstgenoemde Regering aan laatstvermelde te betalen een kapitaal, waarvan de renten, gerekend ad 5 ten honderd, voldoende zijn om de kosten van onderhoud en vernieuwing der brug te bestrijden.

BWB 1874-02-10

De in artt. 2 en 3 bedoelde palen en steenen zullen door de zorg der Pruissische Regering voor gemeenschappelijke rekening worden geplaatst en onderhouden, overeenkomstig het bepaalde in de artt. 4 en 5 der verklaring van 8 Maart 1852.

Need to analyze how this provision applies to your matter?

Cross-reference this statute against case law, commentaries, and related legislative provisions inside Legislator AI.

Open in Legislator →