Verdrag inzake het voorkomen van staatloosheid met betrekking tot statenopvolging
Table of Provisions (44)
Statutory Text (44 Articles)
Voor de toepassing van dit Verdrag
wordt verstaan onder „statenopvolging” de vervanging van de ene staat door de andere staat in de verantwoordelijkheid voor de internationale betrekkingen van een grondgebied;
wordt verstaan onder „betrokken staat” de voorgangerstaat of de opvolgerstaat, al naar gelang van het geval;
wordt verstaan onder „staatloosheid” de situatie waarin een persoon door geen enkele staat onder toepassing van zijn interne recht wordt aangemerkt als onderdaan;
wordt verstaan onder „gewone verblijfplaats” een duurzaam feitelijk verblijf;
wordt verstaan onder „betrokken persoon” iedere natuurlijke persoon die op het tijdstip van statenopvolging de nationaliteit heeft van de voorgangerstaat en staatloos is of zou worden ten gevolge van deze statenopvolging.
Iedere natuurlijke persoon die op het tijdstip van de statenopvolging de nationaliteit van de voorgangerstaat heeft en ten gevolge van de statenopvolging staatloos is of zou worden, heeft in overeenstemming met de volgende artikelen recht op de nationaliteit van een van de betrokken staten.
Everyone who, at the time of the State succession, had the nationality of the predecessor State and who has or would become stateless as a result of the State succession has the right to the nationality of a State concerned, in accordance with the following articles.
De betrokken staat neemt alle passende maatregelen teneinde te voorkomen dat personen die op het tijdstip van de statenopvolging de nationaliteit van de voorgangerstaat hebben ten gevolge van de statenopvolging staatloos worden.
The State concerned shall take all appropriate measures to prevent persons who, at the time of the State succession, had the nationality of the predecessor State, from becoming stateless as a result of the succession.
Bij de toepassing van dit Verdrag maken de betrokken staten geen onderscheid tussen de betrokken personen op welke grond dan ook, zoals geslacht, ras, kleur, taal, godsdienst, politieke of andere mening, nationale of maatschappelijke afkomst, het behoren tot een nationale minderheid, vermogen, geboorte of andere status.
When applying this Convention, States concerned shall not discriminate against any person concerned on any ground such as sex, race, colour, language, religion, political or other opinion, national or social origin, association with a national minority, property, birth or other status.
1 Een opvolgerstaat verleent zijn nationaliteit aan personen die op het tijdstip van de statenopvolging de nationaliteit hadden van de voorgangerstaat en die ten gevolge van de statenopvolging staatloos zijn geworden of zouden worden, indien zij op dat tijdstip: a. hun gewone verblijf hadden op het grondgebied dat grondgebied is geworden van de opvolgerstaat, of b. niet hun gewone verblijf hadden in een van de betrokken staten, maar wel voldoende band met de opvolgerstaat.
2 Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel b, wordt onder voldoende band onder meer verstaan: a. een juridische band met een territoriale eenheid van een voorgangerstaat die grondgebied van de opvolgerstaat is geworden; b. geboren zijn op het grondgebied dat grondgebied van de opvolgerstaat is geworden; c. laatste gewone verblijfplaats op het grondgebied van de voorgangerstaat dat grondgebied van de opvolgerstaat is geworden.
1 A successor State shall grant its nationality to persons who, at the time of the State succession, had the nationality of the predecessor State, and who have or would become stateless as a result of the State succession if at that time: a) they were habitually resident in the territory which has become territory of the successor State, or b) they were not habitually resident in any State concerned but had an appropriate connection with the successor State.
2 For the purpose of paragraph 1, sub-paragraph b, an appropriate connection includes inter alia: a) a legal bond to a territorial unit of a predecessor State which has become territory of the successor State; b) birth on the territory which has become territory of the successor State; c) last habitual residence on the territory of the predecessor State which has become territory of the successor State.
Een voorgangerstaat kan onderdanen die niet de nationaliteit van een opvolgerstaat hebben verkregen en ten gevolge van de statenopvolging staatloos zouden worden niet hun nationaliteit ontnemen.
A predecessor State shall not withdraw its nationality from its nationals who have not acquired the nationality of a successor State and who would otherwise become stateless as a result of the State succession.
Een opvolgerstaat weigert niet zijn nationaliteit te verlenen ingevolge artikel 5, eerste lid, onderdeel b, wanneer deze nationaliteit overeenkomt met de wil zoals kenbaar gemaakt door de betrokken persoon op grond van het feit dat deze persoon de nationaliteit van een andere betrokken staat kan verwerven vanwege voldoende band met die staat.
A successor State shall not refuse to grant its nationality under Article 5 paragraph 1, sub-paragraph b, where such nationality reflects the expressed will of the person concerned, on the grounds that such a person can acquire the nationality of another State concerned on the basis of an appropriate connection with that State.
1 In het geval van personen die ten gevolge van statenopvolging staatloos worden of zouden worden past de opvolgerstaat zijn standaardregels betreffende bewijzen voor het verlenen van zijn nationaliteit niet toe, indien van deze personen redelijkerwijs niet verlangd kan worden dat zij voldoen aan de standaardregels.
2 Een opvolgerstaat verlangt geen bewijs omtrent het niet-verkrijgen van een andere nationaliteit alvorens personen zijn nationaliteit te verlenen die op het tijdstip van de statenopvolging op zijn grondgebied hun gewone verblijf hadden en ten gevolge van deze statenopvolging staatloos worden of zouden worden.
1 A successor State shall not insist on its standard requirements of proof necessary for the granting of its nationality in the case of persons who have or would become stateless as a result of State succession and where it is not reasonable for such persons to meet the standard requirements.
2 A successor State shall not require proof of non-acquisition of another nationality before granting its nationality to persons who were habitually resident on its territory at the time of the State succession and who have or would become stateless as a result of the State succession.
Een betrokken staat vergemakkelijkt het verkrijgen van zijn nationaliteit door personen die hun wettige en gewone verblijf hebben op zijn grondgebied en in weerwil van de artikelen 5 en 6 ten gevolge van de statenopvolging staatloos zijn geworden.
A State concerned shall facilitate the acquisition of its nationality by persons lawfully and habitually residing on its territory who, despite Articles 5 and 6, are stateless as a result of the State succession.
Een betrokken staat verleent zijn nationaliteit bij de geboorte aan een kind dat na de statenopvolging op zijn grondgebied wordt geboren uit een ouder, die op het tijdstip van de statenopvolging de nationaliteit van de voorgangerstaat had, indien dit kind anders staatloos zou worden.
A State concerned shall grant its nationality at birth to a child born following State succession on its territory to a parent who, at the time of State succession, had the nationality of the predecessor State if that child would otherwise be stateless.
De betrokken staten nemen alle noodzakelijke maatregelen teneinde te waarborgen dat de betrokken personen beschikken over voldoende informatie over de regels en procedures omtrent de verkrijging van hun nationaliteit.
States concerned shall take all necessary steps to ensure that persons concerned have sufficient information about rules and procedures with regard to the acquisition of their nationality.
Bij de toepassing van dit Verdrag waarborgt de betrokken staat dat in het kader van de procedures met betrekking tot nationaliteit
de desbetreffende aanvragen binnen een redelijke termijn worden behandeld;
de desbetreffende besluiten schriftelijk met redenen worden omkleed en in overeenstemming met zijn interne recht openstaan voor bestuursrechtelijke of gerechtelijke toetsing;
de tarieven redelijk zijn en geen beletsel vormen voor de aanvragers.
When applying this Convention, the State concerned shall ensure that in the framework of the procedures relating to nationality
the relevant applications be processed within a reasonable time;
the relevant decisions contain reasons in writing and be open to an administrative or judicial review in conformity with its internal law;
the fees be reasonable and not an obstacle for applicants.
De betrokken staten streven ernaar kwesties op het gebied van nationaliteit, in het bijzonder teneinde staatloosheid te vermijden, waar nodig via internationale verdragen te regelen.
States concerned shall endeavour to regulate matters relating to nationality, especially with a view to avoiding statelessness, where appropriate by international agreement.
1 Voor het aannemen van passende maatregelen om staatloosheid ten gevolge van statenopvolging te voorkomen, werken de betrokken staten met elkaar samen, onder andere door informatie te verschaffen met betrekking tot het functioneren van hun desbetreffende interne recht.
2 Met hetzelfde doel als omschreven in het eerste lid, werken de betrokken staten voorts samen: a. met de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa en de Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen (UNHCR) en, b. in voorkomend geval met andere staten en internationale organisaties.
1 In order to adopt appropriate measures to avoid statelessness arising from State succession, States concerned shall co-operate among themselves, including by providing information with regard to the operation of their relevant internal law.
2 For the same purpose as that mentioned in paragraph 1, States concerned shall also co-operate: a) with the Secretary General of the Council of Europe and the United Nations High Commissioner for Refugees (UNHCR) and, b) where appropriate, with other States and international organisations.
1 Dit Verdrag is van toepassing op een statenopvolging die plaatsvindt na de inwerkingtreding ervan.
2 Een betrokken staat kan evenwel bij kennisgeving aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa ten tijde van zijn instemming door dit Verdrag te worden gebonden of op enig tijdstip daarna, verklaren de bepalingen van dit Verdrag eveneens toe te passen op een statenopvolging die plaatsvindt voor de inwerkingtreding van dit Verdrag.
3 Indien meerdere betrokken staten een verklaring als bedoeld in het tweede lid afleggen ter zake van dezelfde statenopvolging, is dit Verdrag van toepassing tussen de staten die deze verklaring afleggen.
1 This Convention applies in respect of a State succession which has occurred after its entry into force.
2 A State concerned may, however, declare by notification addressed to the Secretary General of the Council of Europe at the time of expressing its consent to be bound by this Convention, or, at any time thereafter, that it will also apply the provisions of this Convention to a State succession occurring before the entry into force of this Convention.
3 If several States concerned make a declaration, as set out in paragraph 2, in respect of the same State succession, this Convention will apply between the States making such declaration.
1 De bepalingen van dit Verdrag doen geen afbreuk aan de bepalingen van intern recht en bindende internationale instrumenten die reeds van kracht zijn of van kracht kunnen worden en krachtens welke aan natuurlijke personen gunstiger rechten ter voorkoming van staatloosheid zijn of zouden worden toegekend.
2 Dit Verdrag doet geen afbreuk aan de toepassing van: a. het Europees Verdrag inzake nationaliteit, waarvan hoofdstuk VI inzake statenopvolging en nationaliteit in het bijzonder; b. andere bindende internationale instrumenten voor zover deze verenigbaar zijn met dit Verdrag, in de betrekkingen tussen de staten die partij zijn en door deze instrumenten zijn gebonden.
1 The provisions of this Convention shall not prejudice the provisions of internal law and binding international instruments which are already in force or may come into force, under which more favourable rights are or would be accorded to individuals on the avoidance of statelessness.
2 This Convention does not prejudice the application of: a) the European Convention on Nationality, in particular its Chapter VI relating to State succession and nationality; b) other binding international instruments in so far as such instruments are compatible with this Convention, in the relationship between the States Parties bound by these instruments.
Elk geschil met betrekking tot de uitlegging of toepassing van dit Verdrag wordt primair door onderhandeling geregeld.
Any dispute concerning the interpretation or application of this Convention shall primarily be settled through negotiation.
1 Dit Verdrag staat open voor ondertekening door de lidstaten van de Raad van Europa en de niet-lidstaten die hebben deelgenomen aan de opstelling ervan. Deze staten kunnen hun instemming te worden gebonden tot uitdrukking brengen door: a. ondertekening zonder voorbehoud ten aanzien van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring; of b. ondertekening onder voorbehoud van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring, gevolgd door bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring. De akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.
2 Dit Verdrag treedt in werking, voor alle staten die hun instemming door het Verdrag te worden gebonden tot uitdrukking hebben gebracht, op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een periode van drie maanden na de datum waarop drie lidstaten van de Raad van Europa hun instemming door het Verdrag te worden gebonden tot uitdrukking hebben gebracht overeenkomstig de bepalingen van het vorige lid.
3 Met betrekking tot iedere staat die later zijn instemming door dit Verdrag te worden gebonden tot uitdrukking brengt, treedt het Verdrag in werking op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een periode van drie maanden na de datum van ondertekening of van de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring.
1 This Convention shall be open for signature by the member States of the Council of Europe and the non-member States which have participated in its elaboration. Such States may express their consent to be bound by: a) signature without reservation as to ratification, acceptance or approval; or b) signature subject to ratification, acceptance or approval, followed by ratification, acceptance or approval. Instruments of ratification, acceptance or approval shall be deposited with the Secretary General of the Council of Europe.
2 This Convention shall enter into force, for all States having expressed their consent to be bound by the Convention, on the first day of the month following the expiration of a period of three months after the date on which three member States of the Council of Europe have expressed their consent to be bound by this Convention in accordance with the provisions of the preceding paragraph.
3 In respect of any State which subsequently expresses its consent to be bound by it, the Convention shall enter into force on the first day of the month following the expiration of a period of three months after the date of signature or of the deposit of its instrument of ratification, acceptance or approval.
1 Na de inwerkingtreding van dit Verdrag, kan het Comité van Ministers van de Raad van Europa iedere staat die geen lid is van de Raad van Europa en die niet heeft deelgenomen aan de opstelling van dit Verdrag, uitnodigen tot dit Verdrag toe te treden.
2 Met betrekking tot iedere toetredende staat treedt dit Verdrag in werking op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een periode van drie maanden na de datum van nederlegging van de akte van toetreding bij de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.
1 After the entry into force of this Convention, the Committee of Ministers of the Council of Europe may invite any non-member State of the Council of Europe which has not participated in its elaboration to accede to this Convention.
2 In respect of any acceding State, this Convention shall enter into force on the first day of the month following the expiration of a period of three months after the date of deposit of the instrument of accession with the Secretary General of the Council of Europe.
1 Voorbehouden op dit Verdrag zijn niet toegestaan, behalve ter zake van de bepalingen van artikel 7, artikel 8, tweede lid, artikel 12 en artikel 14, tweede lid, onderdeel b.
2 Voorbehouden gemaakt door een staat op grond van het eerste lid worden geformuleerd op het tijdstip van ondertekening of bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding.
3 Elke staat kan een krachtens het eerste lid gemaakt voorbehoud geheel of gedeeltelijk intrekken door middel van een aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa gerichte verklaring, die van kracht wordt op de datum van ontvangst ervan.
1 No reservations may be made to this Convention except in respect of the provisions of Article 7, Article 8, paragraph 2, Article 12 and Article 14, paragraph 2, sub-paragraph b.
2 Any reservation made by a State in pursuance of paragraph 1 shall be formulated at the time of signature or upon the deposit of its instrument of ratification, acceptance, approval or accession.
3 Any State may wholly or partly withdraw a reservation it has made in accordance with paragraph 1 by means of a declaration addressed to the Secretary General of the Council of Europe which shall become effective as from the date of its receipt.
1 Iedere staat die partij is kan dit Verdrag te allen tijde opzeggen door middel van een kennisgeving gericht aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa.
2 Deze opzegging wordt van kracht op de eerste dag van de maand die volgt op het verstrijken van een periode van drie maanden na de datum van ontvangst van de kennisgeving door de Secretaris-Generaal.
1 Any State Party may at any time denounce this Convention by means of a notification addressed to the Secretary General of the Council of Europe.
2 Such denunciation shall become effective on the first day of the month following the expiration of a period of three months after the date of receipt of notification by the Secretary General.
De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa stelt de lidstaten van de Raad van Europa, elke ondertekenaar, elke partij en elke andere staat die is toegetreden tot dit Verdrag in kennis van
iedere ondertekening;
de nederlegging van iedere akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding;
iedere datum van inwerkingtreding van dit Verdrag overeenkomstig de artikelen 18 en 19 van dit Verdrag;
ieder voorbehoud en iedere intrekking van voorbehouden gemaakt ingevolge de bepalingen van artikel 20 van dit Verdrag;
iedere kennisgeving of verklaring ingevolge de bepalingen van de artikelen 15 en 21 van dit Verdrag;
iedere andere handeling, kennisgeving of mededeling met betrekking tot dit Verdrag.
The Secretary General of the Council of Europe shall notify the member States of the Council of Europe, any Signatory, any Party and any other State which has acceded to this Convention of
any signature;
the deposit of any instrument of ratification, acceptance, approval or accession;
any date of entry into force of this Convention in accordance with Articles 18 and 19 of this Convention;
any reservation and withdrawal of reservations made in pursuance of the provisions of Article 20 of this Convention;
any notification or declaration made under the provisions of Articles 15 and 21 of this Convention;
any other act, notification or communication relating to this Convention.
For the purposes of this Convention
„State succession” means the replacement of one State by another in the responsibility for the international relations of territory;
„State concerned” means the predecessor State or the successor State, as the case may be;
„Statelessness” means the situation where a person is not considered as a national by any State under the operation of its internal law;
„Habitual residence” means a stable factual residence;
„Person concerned” means every individual who, at the time of the State succession, had the nationality of the predecessor State and who has or would become stateless as a result of the State succession.