Verdrag betreffende de minimumleeftijd voor toelating tot het arbeidsproces
Table of Provisions (36)
Statutory Text (36 Articles)
Elk Lid voor wie dit Verdrag van kracht is, verbindt zich tot het voeren van een nationaal beleid dat gericht is op het waarborgen van de daadwerkelijke afschaffing van de kinderarbeid en op de geleidelijke verhoging van de minimumleeftijd voor toelating tot arbeid in en buiten dienstverband tot een niveau dat jeugdige personen in staat stelt de meest volledige lichamelijke en geestelijke ontwikkeling te bereiken.
1 Elk Lid dat dit Verdrag bekrachtigt moet, in een als bijlage aan zijn akte van bekrachtiging toegevoegde verklaring, een minimumleeftijd vermelden voor toelating tot arbeid in en buiten dienstverband op zijn grondgebied en in de op zijn grondgebied geregistreerde middelen van vervoer; onder voorbehoud van het bepaalde in de artikelen 4 en 8 van dit Verdrag mag geen enkele persoon, wiens leeftijd beneden dit minimum ligt, toegelaten worden tot arbeid in en buiten dienstverband in welk beroep dan ook.
2 Elk Lid dat dit Verdrag heeft bekrachtigd kan later aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau, door middel van nieuwe verklaringen, mededelen dat het de eerder vermelde minimumleeftijd verhoogt.
3 De overeenkomstig het eerste lid van dit artikel genoemde minimumleeftijd mag niet lager zijn dan de leeftijd waarop de leerplicht eindigt en in ieder geval niet lager dan vijftien jaar.
4 Niettegenstaande het bepaalde in het derde lid van dit artikel kan elk Lid waarvan de economie en de onderwijsinstellingen niet voldoende tot ontwikkeling zijn gekomen, na overleg met de betrokken werkgevers en werknemersorganisaties, indien deze bestaan, in een eerste fase een minimumleeftijd van veertien jaar vaststellen.
5 Elk Lid dat krachtens het bepaalde in het voorgaande lid een minimumleeftijd van veertien jaar heeft vastgesteld dient, in de verslagen het krachtens artikel 22 van het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie verplicht is over te leggen, te verklaren: a) dat het motief voor zijn beslissing nog steeds bestaat; b) dat het zich met ingang van een bepaalde datum niet langer beroept op het vierde lid van dit artikel.
1 Each Member which ratifies this Convention shall specify, in a declaration appended to its ratification, a minimum age for admission to employment or work within its territory and on means of transport registered in its territory; subject to Articles 4 to 8 of this Convention, no one under that age shall be admitted to employment or work in any occupation.
2 Each Member which has ratified this Convention may subsequently notify the Director-General of the International Labour Office, by further declarations, that it specifies a minimum age higher than that previously specified.
3 The minimum age specified in pursuance of paragraph 1 of this Article shall not be less than the age of completion of compulsory schooling and, in any case, shall not be less than 15 years.
4 Notwithstanding the provisions of paragraph 3 of this Article, a Member whose economy and educational facilities are insufficiently developed may, after consultation with the organisations of employers and workers concerned, where such exist, initially specify a minimum age of 14 years.
5 Each Member which has specified a minimum age of 14 years in pursuance of the provisions of the preceding paragraph shall include in ts reports on the application of this Convention submitted under article 22 of the Constitution of the International Labour Organisation a statement- (a) that its reason for doing so subsists; or (b) that it renounces its right to avail itself of the provisions in question as from a stated date.
1 De minimumleeftijd voor toelating tot iedere vorm van arbeid in en buiten dienstverband die krachtens de aard van de arbeid of de omstandigheden waaronder deze wordt uitgevoerd de gezondheid, de veiligheid of de zedelijkheid van jeugdige personen in gevaar kan brengen, mag niet lager zijn dan achttien jaar.
2 De vormen van arbeid in en buiten dienstverband bedoeld in het eerste lid van dit artikel worden bepaald door de nationale wetgeving of de bevoegde autoriteit, na overleg met de betrokken werkgevers- en werknemersorganisaties, indien deze bestaan.
3 Niettegenstaande het bepaalde in het eerste lid van dit artikel kan de nationale wetgeving of de bevoegde autoriteit, na overleg met de betrokken werkgevers- en werknemersorganisaties, indien deze bestaan, toestemming verlenen tot arbeid van jeugdige personen vanaf de zestienjarige leeftijd, mits hun gezondheid, veiligheid en zedelijkheid ten volle zijn gewaarborgd en zij in de overeenkomstige bedrijfstak een specifieke en doeltreffende scholing of beroepsopleiding hebben ontvangen.
1 The minimum age for admission to any type of employment or work which by its nature or the circumstances in which it is carried out is likely to jeopardise the health, safety or morals of young persons shall not be less than 18 years.
2 The types of employment or work to which paragraph 1 of this Article applies shall be determined by national laws or regulations or by the competent authority, after consultation with the organisations of employers and workers concerned, where such exist.
3 Notwithstanding the provisions of paragraph 1 of this Article, national laws or regulations or the competent authority may, after consultation with the organisations of employers and workers concerned, where such exist, authorise employment or work as from the age of 16 years on condition that the health, safety and morals of the young persons concerned are fully protected and that the young persons have received adequate specific instruction or vocational training in the relevant branch of activity.
1 Voor zover noodzakelijk en na overleg met de betrokken werkgevers- en werknemersorganisaties, indien deze bestaan, heeft de bevoegde autoriteit de mogelijkheid dit Verdrag niet toe te passen op een bepaald aantal categorieën van arbeid, wanneer de toepassing van dit Verdrag op deze categorieën bijzondere en belangrijke problemen ten aanzien van de uitvoering zou doen ontstaan.
2 Elk Lid dat dit Verdrag bekrachtigt dient, in het eerste verslag omtrent de toepassing van dit Verdrag dat het krachtens artikel 22 van het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie verplicht is over te leggen, een met redenen omklede opgave te doen van de categorieën van arbeid die krachtens het eerste lid van dit artikel van de toepasselijkheid zouden zijn uitgesloten en in zijn latere verslagen een uiteenzetting te geven van de stand van zijn wetgeving en de door hem gevolgde praktijk ten aanzien van deze categorieën, waarbij het nauwkeurig dient te vermelden in welke mate het gevolg heeft gegeven of zich voorstelt te geven aan de bepalingen van dit Verdrag ten aanzien van genoemde categorieën.
3 Op grond van dit artikel is het niet mogelijk arbeid zoals bedoeld in artikel 3 van de toepassingssfeer van dit Verdrag uit te sluiten.
1 In so far as necessary, the competent authority, after consultation with the organisations of employers and workers concerned, where such exist, may exclude from the application of this Convention limited categories of employment or work in respect of which special and substantial problems of application arise.
2 Each Member which ratifies this Convention shall list in its first report on the application of the Convention submitted under article 22 of the Constitution of the International Labour Organisation any categories which may have been excluded in pursuance of paragraph 1 of this Article, giving the reasons for such exclusion, and shall state in subsequent reports the position of its law and practice in respect of the categories excluded and the extent to which effect has been given or is proposed to be given to the Convention in respect of such categories.
3 Employment or work covered by Article 3 of this Convention shall not be excluded from the application of the Convention in pursuance of this Article.
1 Elk Lid waarvan de economie en de overheidsdiensten nog niet voldoende tot ontwikkeling zijn gekomen kan, na overleg met de betrokken werkgevers- en werknemersorganisaties, indien deze bestaan, in een eerste fase de toepassingssfeer van dit Verdrag beperken.
2 Elk Lid dat zich beroept op het eerste lid van dit artikel dient, in een als bijlage aan zijn akte van bekrachtiging toegevoegde verklaring, de economische bedrijfstakken of de soort ondernemingen te vermelden waarop de bepalingen van dit Verdrag van toepassing zijn.
3 De toepassingssfeer van dit Verdrag dient ten minste te omvatten: de winning van bodemschatten; industrie; bouwbedrijf; en openbare werken: elektriciteits-, gas- en watervoorziening; sanitaire dienst; vervoer; goederenopslag en communicatie; plantages en andere landbouwondernemingen die hoofdzakelijk voor handelsdoeleinden worden geëxploiteerd, met uitzondering van familiebedrijven of bedrijven van geringe omvang, welke voor plaatselijk gebruik produceren en niet regelmatig arbeiders in loondienst hebben.
4 Elk Lid dat krachtens dit artikel de toepassingssfeer van het Verdrag heeft beperkt: a) dient, in de verslagen die het krachtens artikel 22 van het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie verplicht is over te leggen, de algemene situatie weer te geven van de arbeid van jeugdige personen en kinderen in de bedrijfstakken die van de toepassingssfeer van dit Verdrag zijn uitgesloten, alsmede van iedere vooruitgang die bereikt is ten aanzien van een ruimere toepassing van de bepalingen van het Verdrag; b) kan te allen tijde de toepassingssfeer van het Verdrag uitbreiden door middel van een verklaring, gericht aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau.
1 A Member whose economy and administrative facilities are insufficiently developed may, after consultation with the organisations of employers and workers concerned, where such exist, initially limit the scope of application of this Convention.
2 Each Member which avails itself of the provisions of paragraph 1 of this Article shall specify, in a declaration appended to its ratification, the branches of economic activity or types of undertakings to which it will apply the provisions of the Convention.
3 The provisions of the Convention shall be applicable as a minimum to the following: mining and quarrying; manufacturing; construction; electricity, gas and water; sanitary services; transport, storage and communication; and plantations and other agricultural undertakings mainly producing for commercial purposes, but excluding family and small-scale holdings producing for local consumption and not regularly employing hired workers.
4 Any Member which has limited the scope of application of this Convention in pursuance of this Article- (a) shall indicate in its reports under article 22 of the Constitution of the International Labour Organisation the general position as regards the employment or work of young persons and children in the branches of activity which are excluded from the scope of application of this Convention and any progress which may have been made towards wider application of the provisions of the Convention; (b) may at any time formally extend the scope of application by a declaration addressed to the Director-General of the International Labour Office.
Dit Verdrag is niet van toepassing op arbeid die wordt verricht door kinderen of jeugdige personen in instellingen voor algemeen onderwijs, in scholen voor beroepsonderwijs of technisch onderwijs of in andere instellingen voor beroepsvorming, noch op arbeid die wordt verricht door personen van ten minste veertien jaar in bedrijven, wanneer deze arbeid verricht wordt overeenkomstig de voorwaarden die door de bevoegde autoriteit zijn voorgeschreven, na overleg met de betrokken werkgevers- en werknemersorganisaties, indien deze bestaan, en deze arbeid deel uitmaakt van
onderwijs of beroepsopleiding, waarvoor een school of instelling voor beroepsopleiding in eerste instantie verantwoordelijk is;
een programma voor beroepsopleiding, dat is goedgekeurd door de bevoegde autoriteit en hoofdzakelijk of geheel en al in een onderneming plaatsvindt;
een voorlichtingsprogramma voor beroepskeuze, dat ten doel heeft de keuze van een beroep of een bepaalde soort beroepsopleiding te vergemakkelijken.
This Convention does not apply to work done by children and young persons in schools for general, vocational or technical education or in other training institutions, or to work done by persons at least 14 years of age in undertakings, where such work is carried out in accordance with conditions prescribed by the competent authority, after consultation with the organisations of employers and workers concerned, where such exist, and is an integral part of-
a course of education or training for which a school or training institution is primarily responsible;
a programme of training mainly or entirely in an undertaking, which programme has been approved by the competent authority; or
a programme of guidance or orientation designed to facilitate the choice of an occupation or of a line of training.
1 De nationale wetgeving kan toestemming verlenen om voor lichte werkzaamheden personen van dertien tot vijftien jaar in dienst te nemen of hen dergelijke werkzaamheden te laten uitvoeren, op voorwaarde dat deze: a) niet schadelijk zijn voor hun gezondheid of ontwikkeling; b) niet van zodanige aard zijn dat zij hen verhinderen de school regelmatig te bezoeken, deel te nemen aan door de bevoegde autoriteit goedgekeurde programma's voor beroepskeuze voorlichting of programma's voor beroepsopleiding, of profijt te trekken van het ontvangen onderricht.
2 De nationale wetgeving kan eveneens, onverminderd de voorwaarden bedoeld in het eerste lid, letter a) en b), van dit artikel, toestemming verlenen om personen van ten minste vijftien jaar wier leerplicht nog niet is beëindigd, in dienst te nemen of arbeid te doen verrichten.
3 De bevoegde autoriteit bepaalt op welke terreinen de toestemming tot het doen verrichten van arbeid in of buiten dienstverband kan worden verleend, overeenkomstig het eerste en tweede lid van dit artikel en schrijft de duur van de desbetreffende arbeid in uren, alsmede de arbeidsvoorwaarden voor.
4 Onverminderd het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit artikel kan een Lid dat van het bepaalde in het vierde lid van artikel 2 gebruik heeft gemaakt, gedurende de tijd dat het er zich op beroept, de leeftijden van dertien en vijftien jaar genoemd in het eerste lid, vervangen door de leeftijden van twaalf en veertien jaar en de leeftijd van vijftien jaar genoemd in het tweede lid van dit artikel, door de leeftijd van veertien jaar.
1 National laws or regulations may permit the employment or work of persons 13 to 15 years of age on light work which is- (a) not likely to be harmful to their health or development; and (b) not such as to prejudice their attendance at school, their participation in vocational orientation or training programmes approved by the competent authority or their capacity to benefit from the instruction received.
2 National laws or regulations may also permit the employment or work of persons who are at least 15 years of age but have not yet completed their compulsory schooling on work which meets the requirements set forth in sub-paragraphs (a) and (b) of paragraph 1 of this Article.
3 The competent authority shall determine the activities in which employment or work may be permitted under paragraphs 1 and 2 of this Article and shall prescribe the number of hours during which and the conditions in which such employment or work may be undertaken.
4 Notwithstanding the provisions of paragraphs 1 and 2 of this Article, a Member which has availed itself of the provisions of paragraph 4 of Article 2 may, for as long as it continues to do so, substitute the ages 12 and 14 for the ages 13 and 15 in paragraph 1 and the age 14 for the age 15 in paragraph 2 of this Article.
1 Na overleg met de betrokken werkgevers- en werknemersorganisaties, indien deze bestaan, kan de bevoegde autoriteit, in afwijking van het verbod op arbeid in of buiten dienstverband als bedoeld in artikel 2 van dit Verdrag, in individuele gevallen toestemming verlenen tot deelname aan activiteiten, zoals uitvoeringen op kunstzinnig gebied.
2 De aldus verleende vergunningen dienen de duur van de toegestane arbeid in of buiten dienstverband in uren te beperken en de arbeidsvoorwaarden voor te schrijven.
1 After consultation with the organisations of employers and workers concerned, where such exist, the competent authority may, by permits granted in individual cases, allow exceptions to the prohibition of employment or work provided for in Article 2 of this Convention, for such purposes as participation in artistic performances.
2 Permits so granted shall limit the number of hours during which and prescribe the conditions in which employment or work is allowed.
1 De bevoegde autoriteit dient alle noodzakelijke maatregelen te nemen, met inbegrip van passende strafmaatregelen, ten einde de daadwerkelijke toepassing van de bepalingen van dit Verdrag te waarborgen.
2 De nationale wetgeving of de bevoegde autoriteit dient de personen aan te wijzen die verantwoordelijk zijn voor het naleven van de bepalingen welke uitvoering geven aan het Verdrag.
3 De nationale wetgeving of de bevoegde autoriteit dient de registers of andere documenten vast te stellen, welke de werkgever moet aanhouden en voor controle beschikbaar moet stellen; deze registers of documenten moeten aangeven de naam alsmede de leeftijd dan wel de geboortedatum, een en ander voorzover mogelijk deugdelijk gewaarmerkt, van alle beneden achttienjarigen, die hij in dienst heeft of die voor hem werken.
1 All necessary measures, including the provision of appropriate penalties, shall be taken by the comptent authority to ensure the effective enforcement of the provisions of this Convention.
2 National laws or regulations or the competent authority shall define the persons responsible for compliance with the provisons giving effect to the Convention.
3 National laws or regulations or the competent authority shall prescribe the registers or other documents which shall be kept and made available by the employer; such registers or documents shall contain the names and ages or dates of birth, duly certified wherever possible, of persons whom he employs or who work for him and who are less than 18 years of age.
1 Dit Verdrag herziet het Verdrag betreffende de minimumleeftijd (nijverheidsondernemingen), 1919, het Verdrag betreffende de minimumleeftijd (arbeid op zee), 1920, het Verdrag betreffende de minimumleeftijd (landbouw), 1921, het Verdrag betreffende de minimumleeftijd (tremmers en stokers), 1921, het Verdrag betreffende de minimumleeftijd (niet-industriële werkzaamheden), 1932, het (herziene) Verdrag betreffende de minimumleeftijd (arbeid op zee), 1936, het (herziene) Verdrag betreffende de minimumleeftijd (nijverheidsondernemingen), 1937, het (herziene) Verdrag betreffende de minimumleeftijd (niet-industriële werkzaamheden), 1937, het Verdrag betreffende de minimumleeftijd (visserij), 1959, en het Verdrag betreffende de minimumleeftijd (ondergrondse arbeid), 1965, onder de hierna genoemde voorwaarden.
2 De inwerkingtreding van dit Verdrag sluit het (herziene) Verdrag betreffende de minimumleeftijd (arbeid op zee), 1936, het (herziene) Verdrag betreffende de minimumleeftijd (nijverheidsondernemingen), 1937, het (herziene) Verdrag betreffende de minimumleeftijd (niet-industriële werkzaamheden), 1937, het Verdrag betreffende de minimumleeftijd (visserij), 1959, en het Verdrag betreffende de minimumleeftijd (ondergrondse arbeid), 1965, niet uit van verdere bekrachtiging.
3 Het Verdrag betreffende de minimumleeftijd (nijverheidsondernemingen), 1919, het Verdrag betreffende de minimumleeftijd (arbeid op zee), 1920, het Verdrag betreffende de minimumleeftijd (landbouw), 1921, en het Verdrag betreffende de minimumleeftijd (tremmers en stokers), 1921, worden van iedere verdere bekrachtiging uitgesloten, wanneer alle Lid-Staten die Partij zijn bij deze Verdragen hierin zullen toestemmen, hetzij door bekrachtiging van dit Verdrag, hetzij door een verklaring die wordt overgelegd aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau.
4 Wanneer de verplichtingen van dit Verdrag zijn aanvaard: a) door een Lid dat Partij is bij het (herziene) Verdrag betreffende de minimumleeftijd (nijverheidsondernemingen), 1937, en overeenkomstig artikel 2 van dit Verdrag een minimumleeftijd is vastgesteld van ten minste vijftien jaar, houdt dit ipso jure de onmiddellijke opzegging in van het Verdrag inzake de minimumleeftijd (nijverheidsondernemingen), 1937; b) ten aanzien van niet-industriële werkzaamheden, in de zin van het Verdrag inzake de minimumleeftijd (niet-industriële werkzaamheden), 1932, door een Lid dat Partij is bij laatstbedoeld Verdrag, houdt dit ipso jure de onmiddellijke opzegging in van het Verdrag betreffende de minimumleeftijd (niet-industriële werkzaamheden), 1932; c) ten aanzien van niet-industriële arbeid, in de zin van het (herziene) Verdrag betreffende de minimumleeftijd (niet-industriële werkzaamheden), 1937, door een Lid dat Partij is bij laatstbedoeld Verdrag, en overeenkomstig artikel 2 van dit Verdrag een minimumleeftijd is vastgesteld van ten minste vijftien jaar, houdt dit ipso jure de onmiddellijke opzegging in van het (herziene) Verdrag betreffende de minimumleeftijd (niet-industriële werkzaamheden), 1937; d) ten aanzien van arbeid op zee, door een Lid dat Partij is bij het (herziene) Verdrag betreffende de minimumleeftijd (arbeid op zee), 1936, en overeenkomstig artikel 2 van dit Verdrag een minimumleeftijd is vastgesteld van ten minste vijftien jaar, ofwel door het Lid is bepaald dat artikel 3 van dit Verdrag van toepassing is op arbeid op zee, houdt dit ipso jure de onmiddellijke opzegging in van het (herziene) Verdrag betreffende de minimumleeftijd (arbeid op zee), 1936; e) ten aanzien van de visserij, door een Lid dat Partij is bij het Verdrag betreffende de minimumleeftijd (visserij), 1959, en overeenkomstig artikel 2 van dit Verdrag een minimumleeftijd is vastgesteld van ten minste vijftien jaar ofwel door het Lid is bepaald dat artikel 3 Van dit Verdrag van toepassing is op de visserij, houdt dit ipso jure de onmiddellijke opzegging in van het Verdrag betreffende de minimumleeftijd (visserij), 1959; f) door een Lid dat Partij is bij het Verdrag betreffende de minimumleeftijd (ondergrondse arbeid), 1965, en overeenkomstig artikel 2 van dit Verdrag een minimumleeftijd is vastgesteld die niet lager is dan de leeftijd vastgesteld overeenkomstig het Verdrag van 1965, ofwel door het Lid is bepaald dat een dergelijke leeftijd, overeenkomstig artikel 3 van dit Verdrag, van toepassing is op de ondergrondse arbeid, houdt dit ipso jure de onmiddellijke opzegging in van het Verdrag betreffende de minimumleeftijd (ondergrondse arbeid), 1965.
5 Wanneer dit Verdrag in werking is getreden: a) houdt aanvaarding van de verplichtingen van dit Verdrag de opzegging in van het Verdrag betreffende de minimumleeftijd (nijverheidsondernemingen), 1919, krachtens artikel 12 van voornoemd Verdrag; b) houdt aanvaarding van de verplichtingen van dit Verdrag ten aanzien van de landbouw de opzegging in van het Verdrag betreffende de minimumleeftijd (landbouw), 1921, krachtens artikel 9 van voornoemd Verdrag; c) houdt aanvaarding van de verplichtingen van dit Verdrag ten aanzien van de arbeid op zee de opzegging in van het Verdrag betreffende de minimumleeftijd (arbeid op zee), 1920, krachtens artikel 10 van voornoemd Verdrag, en van het Verdrag betreffende de minimumleeftijd (tremmers en stokers), 1921, krachtens artikel 12 van voornoemd Verdrag.
1 This Convention revises, on the terms set forth in this Article, the Minimum Age (Industry) Convention, 1919, the Minimum Age (Sea) Convention, 1920, the Minimum Age (Agriculture) Convention, 1921, the Minimum Age (Trimmers and Stokers) Convention, 1921, the Minimum Age (Non-Industrial Employment) Convention, 1932, the Minimum Age (Sea) Convention (Revised), 1936, the Minimum Age (Industry) Convention (Revised), 1937, the Minimum Age (Non-Industrial Employment) Convention (Revised), 1937, the Minimum Age (Fishermen) Convention, 1959, and the Minimum Age (Underground Work) Convention, 1965.
2 The coming into force of this Convention shall not close the Minimum Age (Sea) Convention (Revised), 1936, the Minimum Age (Industry) Convention (Revised), 1937, the Minimum Age (Non-Industrial Employment) Convention (Revised), 1937, the Minimum Age (Fishermen) Convention, 1959, or the Minimum Age (Underground Work) Convention, 1965, to further ratification.
3 The Minimum Age (Industry) Convention, 1919, the Minimum Age (Sea) Convention, 1920, the Minimum Age (Agriculture) Convention 1921, and the Minimum Age (Trimmers and Stokers) Convention, 1921, shall be closed to further ratification when all the parties thereto have consented to such closing by ratification of this Convention or by a declaration communicated to the Director-General of the International Labour Office.
4 When the obligations of this Convention are accepted - (a) by a Member which is a party to the Minimum Age (Industry) Convention (Revised), 1937, and a minimum age of not less than 15 years is specified in pursuance of Article 2 of this Convention, this shall ipso jure involve the immediate denunciation of that Convention, (b) in respect of non-industrial employment as defined in the Minimum Age (Non-Industrial Employment) Convention, 1932, by a Member which is a party to that Convention, this shall ipso jure involve the immediate denunciation of that Convention, (c) in respect of non-industrial employment as defined in the Minimum Age (Non-Industrial Employment) Convention (Revised), 1937, by a Member which is a party to that Convention, and a minimum age of not less than 15 years is specified in pursuance of Article 2 of this Convention, this shall ipso jure involve the immediate denunciation of that Convention, (d) in respect of maritime employment, by a Member which is a party to the Minimum Age (Sea) Convention (Revised), 1936, and a minimum age of not less than 15 years is specified in pursuance of Article 2 of this Convention or the Member specifies that Article 3 of this Convention applies to maritime employment, this shall ipso jure involve the immediate denunciation of that Convention, (e) in respect of employment in maritime fishing, by a Member which is a party to the Minimum Age (Fishermen) Convention, 1959, and a minimum age of not less than 15 years is specified in pursuance of Article 2 of this Convention or the Member specifies that Article 3 of this Convention applies to employment in maritime fishing, this shall ipso jure involve the immediate denunciation of that Convention, (f) by a Member which is a party to the Minimum Age (Underground Work) Convention, 1965, and a minimum age of not less than the age specified in pursuance of that Convention is specified in pursuance of Article 2 of this Convention or the Member specifies that such an age applies to employment underground in mines in virtue of Article 3 of this Convention, this shall ipso jure involve the immediate denunciation of that Convention, if and when this Convention shall have come into force.
5 Acceptance of the obligations of this Convention - (a) shall involve the denunciation of the Minimum Age (Industr)y Convention, 1919, in accordance with Article 12 thereof, (b) in respect of agriculture shall involve the denunciation of the Minimum Age (Agriculture) Convention, 1921, in accordance with Article 9 thereof, (c) in respect of maritime employment shall involve the denunciation of the Minimum Age (Sea) Convention, 1920, in accordance with Article 10 thereof, and of the Minimum Age (Trimmers and Stokers) Convention, 1921, in accordance with Article 12 thereof, if and when this Convention shall have come into force.
De officiële bekrachtigingen van dit Verdrag worden medegedeeld aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau en door hem geregistreerd.
The formal ratifications of this Convention shall be communicated to the Director-General of the International Labour Office for registration.
1 Dit Verdrag is slechts verbindend voor de Leden van de Internationale Arbeidsorganisatie, die hun bekrachtigingen door de Directeur-Generaal hebben doen registreren.
2 Het treedt in werking twaalf maanden nadat de bekrachtigingen van twee Leden door de Directeur-Generaal zijn geregistreerd.
3 Vervolgens treedt dit Verdrag voor ieder Lid in werking twaalf maanden na de datum waarop zijn bekrachtiging is geregistreerd.
1 This Convention shall be binding only upon those Members of the International Labour Organisation whose ratifications have been registered with the Director-General.
2 It shall come into force twelve months after the date on which the ratifications of two Members have been registered with the Director-General.
3 Thereafter, this Convention shall come into force for any Member twelve months after the date on which its ratification has been registered.
1 Ieder Lid dat dit Verdrag heeft bekrachtigd, kan het opzeggen na een termijn van tien jaren na de datum van zijn inwerkingtreding door middel van een aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau gerichte en door deze geregistreerde verklaring. De opzegging wordt eerst van kracht een jaar nadat zij is geregistreerd.
2 Ieder Lid dat dit Verdrag heeft bekrachtigd en binnen een halfjaar na het verloop van een termijn van tien jaren, bedoeld in het vorige lid, geen gebruik maakt van de bevoegdheid tot opzegging voorzien in dit artikel, is voor een nieuwe termijn van tien jaren gebonden en kan daarna dit Verdrag opzeggen na afloop van elke termijn van tien jaren onder de voorwaarden voorzien in dit artikel.
1 A Member which has ratified this Convention may denounce it after the expiration of ten years from the date on which the Convention first comes into force, by an act communicated to the Director-General of the International Labour Office for registration. Such denunciation shall not take effect until one year after the date on which it is registered.
2 Each Member which has ratified this Convention and which does not, within the year following the expiration of the period of ten years mentioned in the preceding paragraph, exercise the right of denunciation provided for in this Article, will be bound for another period of ten years and, thereafter, may denounce this Convention at he expiration of each period of ten years under the terms provided for in this Article.
1 De Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau stelt alle Leden van de Internationale Arbeidsorganisatie in kennis van de registratie van alle bekrachtigingen en opzeggingen, die hem door de Leden van de Organisatie zijn medegedeeld.
2 Bij kennisgeving aan de Leden van de Organisatie van de tweede hem medegedeelde bekrachtiging vestigt de Directeur-Generaal de aandacht van de Leden van de Organisatie op de datum waarop dit Verdrag in werking treedt.
1 The Director-General of the International Labour Office shall notify all Members of the International Labour Organisation of the registration of all ratifications and denunciations communicated to him by the Members of the Organisation.
2 When notifying the Members of the Organisation of the registration of the second ratification communicated to him, the Director-General shall draw the attention of the Members of the Organisation to the date upon which the Convention will come into force.
De Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau doet aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties mededeling ter registratie, overeenkomstig het bepaalde in artikel 102 van het Handvest der Verenigde Naties, van de volledige bijzonderheden omtrent alle bekrachtigingen en opzeggingen welke hij overeenkomstig het bepaalde in de voorgaande artikelen heeft geregistreerd.
The Director-General of the International Labour Office shall communicate to the Secretary-General of the United Nations for registration in accordance with Article 102 of the Charter of the United Nations full particulars of all ratifications and acts of denunciation registered by him in accordance with the provisions of the preceding Articles.
Telkens wanneer de Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau zulks nodig oordeelt brengt deze Raad aan de Algemene Conferentie verslag uit over de toepassing van dit Verdrag en onderzoekt of het wenselijk is de gehele of gedeeltelijke herziening ervan op de agenda van de Conferentie te plaatsen.
At such times as it may consider necessary the Governing Body of the International Labour Office shall present to the General Conference a report on the working of this Convention and shall examine the desirability of placing on the agneda of the Conferentie the question of its revision in whole or in part.
1 Indien de Conferentie een nieuw Verdrag aanneemt, houdende gehele of gedeeltelijke herziening van dit Verdrag, zal, tenzij het nieuwe Verdrag anders bepaalt: a) de bekrachtiging door een Lid van het nieuwe Verdrag, houdende herziening, ipso jure onmiddellijke opzegging van dit Verdrag ten gevolge hebben, niettegenstaande het bepaalde in artikel 13, zodra het nieuwe Verdrag, houdende herziening, in werking is getreden; b) met ingang van de datum, waarop het nieuwe Verdrag, houdende herziening, in werking is getreden, dit Verdrag niet langer door de Leden bekrachtigd kunnen worden.
2 Dit Verdrag blijft echter in elk geval naar vorm en inhoud van kracht voor de Leden, die het bekrachtigd hebben en die het nieuwe Verdrag, houdende herziening, niet bekrachtigen.
1 Should the Conference adopt a new Convention revising this Convention in whole or in part, then, unless the new Convention otherwise provides- (a) the ratification by a Member of the new revising Convention shall ipso jure involve the immediate denunciation of this Convention, notwithstanding the provisions of Article 13 above, if and when the new revising Convention shall have come into force; (b) as from the date when the new revising Convention comes into force this Convention shall cease to be open to ratification by the Members.
2 This Convention shall in any case remain in force in its actual form and content for those Members which have ratified it but have not ratified the revising Convention.
De Engelse en de Franse tekst van dit Verdrag zijn gelijkelijk authentiek.
The English and French versions of the text of this Convention are equally authoritative.
Each Member for which this Convention is in force undertakes to pursue a national policy designed to ensure the effective abolition of child labour and to raise progressively the minimum age for admission to employment or work to a level consistent with the fullest physical and mental development of young persons.