Legislator Case Law & Legislation
BWBV0001261 NL

Overeenkomst inzake Partnerschap en Samenwerking waarbij een partnerschap tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en de Russische Federatie, anderzijds

152 Articles / Provisions · Netherlands
Open official source Machine-readable Markdown (.md)

Table of Provisions (152)

Artikel 1 Art. 1 Art. 1 Art. 1 Artikel 1 Art. 1 Art. 1 Artikel 2 Art. 2 Art. 2 Art. 2 Artikel 2 Art. 2 Art. 2 Artikel 3 Art. 3 Art. 3 Art. 3 Artikel 3 Art. 3 Art. 3 Artikel 4 Art. 4 Art. 4 Art. 4 Artikel 4 Art. 4 Artikel 5 Art. 5 Art. 5 Art. 5 Artikel 5 Artikel 6 Art. 6 Artikel 6 Artikel 7 Art. 7 Artikel 7 Artikel 8 Art. 8 Artikel 8 Artikel 9 Art. 9 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17 Artikel 18 Artikel 19 Artikel 20 Artikel 21 Artikel 22 Artikel 23 Artikel 24 Artikel 25 Artikel 26 Artikel 27 Artikel 28 Artikel 29 Artikel 30 Artikel 31 Artikel 32 Artikel 33 Artikel 34 Artikel 35 Artikel 36 Artikel 37 Artikel 38 Artikel 39 Artikel 40 Artikel 41 Artikel 42 Artikel 43 Artikel 44 Artikel 45 Artikel 46 Artikel 47 Artikel 48 Artikel 49 Artikel 50 Artikel 51 Artikel 52 Artikel 53 Artikel 54 Artikel 55 Artikel 56 Artikel 57 Artikel 58 Artikel 59 Artikel 60 Artikel 61 Artikel 62 Artikel 63 Artikel 64 Artikel 65 Artikel 66 Artikel 67 Artikel 68 Artikel 69 Artikel 70 Artikel 71 Artikel 72 Artikel 73 Artikel 74 Artikel 75 Artikel 76 Artikel 77 Artikel 78 Artikel 79 Artikel 80 Artikel 81 Artikel 82 Artikel 83 Artikel 84 Artikel 85 Artikel 86 Artikel 87 Artikel 88 Artikel 89 Artikel 90 Artikel 91 Artikel 92 Artikel 93 Artikel 94 Artikel 95 Artikel 96 Artikel 97 Artikel 98 Artikel 99 Artikel 100 Artikel 101 Artikel 102 Artikel 103 Artikel 104 Artikel 105 Artikel 106 Artikel 107 Artikel 108 Artikel 109 Artikel 110 Artikel 111 Artikel 112

Statutory Text (152 Articles)

BWB 1997-12-01

Er wordt een partnerschap tot stand gebracht tussen de Gemeenschap en haar Lid-Staten, enerzijds, en Rusland, anderzijds. Dit partnerschap heeft ten doel

een passend kader voor de politieke dialoog tussen de Partijen tot stand te brengen met het oog op de bevordering van nauwe politieke betrekkingen;

handel en investeringen en harmonische economische betrekkingen tussen de Partijen te bevorderen op grond van de beginselen van de markteconomie en aldus hun duurzame ontwikkeling te stimuleren;

de politieke en economische vrijheden te versterken;

de inspanningen van Rusland om zijn democratie te consolideren, zijn economie te ontwikkelen en de overgang naar een markteconomie te voltooien, te ondersteunen;

de grondslag te leggen voor economische, sociale, financiële en culturele samenwerking die berust op de beginselen van wederzijds voordeel, wederzijdse verantwoordelijkheid en wederzijdse steun;

activiteiten van gemeenschappelijk belang te bevorderen;

een passend kader voor de geleidelijke integratie tussen Rusland en een uitgestrekter samenwerkingsgebied in Europa tot stand te brengen;

de nodige voorwaarden te scheppen om in de toekomst een vrijhandelszone tussen de Gemeenschap en Rusland tot stand te brengen die wezenlijk alle goederenverkeer tussen beide zal omvatten, en de voorwaarden te scheppen om de vrijheid van vestiging van vennootschappen en vrij grensoverschrijdend diensten- en kapitaalverkeer tot stand te brengen.

BWB 1997-12-01

Rusland is gemachtigd, in afwijking van artikel 15, uitzonderingsmaatregelen te nemen in de vorm van niet-discriminerende kwantitatieve beperkingen als bedoeld in artikel XIII van de GATT. Dergelijke maatregelen mogen uitsluitend worden genomen aan het einde van het eerste kalenderjaar volgende op de ondertekening van de Overeenkomst.

BWB 1997-12-01

Rusland legt zich verder toe op het verbeteren van de bescherming van de intellectuele, industriële en commerciële eigendomsrechten, ten einde tegen het einde van het vijfde jaar na de vankrachtwording van de Overeenkomst te kunnen voorzien in een mate van bescherming welke overeenstemt met de in de Gemeenschap verleende bescherming, met inbegrip van doeltreffende middelen om de eerbiediging van die rechten af te dwingen.

BWB 1997-12-01

Voor de toepassing van dit protocol wordt verstaan onder

douanewetgeving: de op het grondgebied van de Partijen geldende voorschriften betreffende de invoer, de uitvoer en de doorvoer van goederen en de plaatsing van goederen onder een douaneregeling, met inbegrip van de door Partijen ingestelde verboden, beperkingen en controlemaatregelen;

douanerechten: alle rechten, belastingen, vergoedingen en andere heffingen die ter uitvoering van de douanewetgeving op het grondgebied van de Partijen worden toegepast en ingevorderd, met uitzondering van de vergoedingen en heffingen waarvan het bedrag bij benadering gelijk is aan de kosten van de verleende diensten;

verzoekende autoriteit: een bevoegde administratieve autoriteit die hiertoe door een Partij is aangewezen en die een verzoek om administratieve bijstand in douanezaken indient;

aangezochte autoriteit: een bevoegde administratieve autoriteit die hiertoe door een Partij is aangewezen en die een verzoek om administratieve bijstand in douanezaken ontvangt;

overtreding: elke inbreuk op de douanewetgeving en elke poging daartoe.

BWB 1997-12-01

De Partijen bevestigen dat zij het onderling eens zijn dat „zeggenschap” afhangt van de feitelijke omstandigheden van elk geval.

BWB 1997-12-01

De Partijen stemmen ermee in voor het volgende goederenverkeer onverwijld de nodige maatregelen te nemen om elkaar bij te staan zoals bepaald in dit Protocol

verkeer van wapens, ammunitie, explosieven en explosieve middelen;

verkeer van kunst- en antieke voorwerpen, die voor één van de Partijen van aanzienlijke historische, culturele of archeologische waarde zijn;

verkeer van giftige produkten alsmede van stoffen die gevaarlijk zijn voor het milieu en de volksgezondheid;

verkeer van gevoelige en strategische goederen die onderworpen zijn aan niet-tarifaire beperkingen in overeenstemming met de door de Partijen overeengekomen lijsten.

BWB 1997-12-01

De eerbiediging van de democratische beginselen en de mensenrechten, als onder meer vastgelegd in de Slotakte van Helsinki en het Handvest van Parijs voor een Nieuw Europa, vormen de grondslag van het binnenlands en buitenlands beleid van de Partijen en zijn een essentieel onderdeel van het partnerschap en van deze Overeenkomst.

BWB 1997-12-01

Tegen het einde van het vijfde jaar na de vankrachtwording van de Overeenkomst treedt Rusland toe tot de multilaterale overeenkomsten inzake intellectuele, industriële en commerciële eigendomsrechten waarbij de Lid-Staten partij zijn of welke de facto door de Lid-Staten in overeenstemming met de desbetreffende bepalingen van die overeenkomsten worden toegepast; het gaat daarbij om

de Berner-conventie voor de bescherming van werken van letterkunde en kunst (Akte van Parijs, 1971);

het Internationaal Verdrag inzake de bescherming van uitvoerende kunstenaars, producenten van fonogrammen en omroeporganisaties (Rome, 1961);

het Internationaal Verdrag tot bescherming van kweekprodukten (UPOV) (Akte van Genève, 1978).

BWB 1997-12-01

De Contactgroep wisselt informatie uit over de situatie van de kolen- en staalindustrie op hun grondgebied en over de handel in kolen en staal, in het bijzonder met het doel de problemen te onderkennen die zich mochten voordoen.

BWB 1997-12-01

1 De Partijen verlenen elkaar, binnen hun bevoegdheden, bijstand, op de wijze en onder de voorwaarden vastgesteld in dit protocol, met het oog op de correcte toepassing van de douanewetgeving, in het bijzonder wat de preventie, de opsporing en het onderzoek van overtredingen van deze wetgeving betreft.

2 De bijstand in douanezaken waarin dit protocol voorziet, geldt voor elke administratieve autoriteit van de Partijen die bevoegd is voor de toepassing van dit protocol. De bijstand in douanezaken doet geen afbreuk aan de regels betreffende de wederzijdse bijstand in strafzaken en geldt niet voor informatie, met inbegrip van documenten, die is verkregen krachtens bevoegdheden die op verzoek van de rechterlijke autoriteiten worden uitgeoefend, tenzij deze autoriteiten hiermee instemmen.

BWB 1997-12-01

Een vennootschap wordt bijvoorbeeld geacht onder „zeggenschap” van een andere vennootschap te staan, en dus een dochteronderneming van de betrokken vennootschap te zijn, indien

de andere vennootschap rechtstreeks of middellijk beschikt over een meerderheid van de stemrechten, of

de andere vennootschap het recht heeft een meerderheid van de leden van het bestuurs, leidinggevend of toezichthoudend orgaan aan te stellen of af te zetten, en terzelfder tijd aandeelhouder of lid van de dochteronderneming is.

BWB 1997-12-01

De Partijen stemmen ermee in, indien zulks volgens de beginselen van hun respectieve rechtsstelsels is toegestaan, de nodige maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat een correct gebruik kan worden gemaakt van het systeem van gecontrolleerde levering op basis van door hen in overeenstemming met de procedures van dit Protocol onderling overeengekomen toepassingsbepalingen.

BWB 1997-12-01

De Partijen verbinden zich ertoe, voor zover de omstandigheden het toelaten, ontwikkelingen in het kader van de desbetreffende titels van deze Overeenkomst, in het bijzonder titel III en artikel 53, te bekijken met het oog op het tot stand brengen van een onderlinge vrijhandelszone. De Samenwerkingsraad kan de Partijen aanbevelingen met betrekking tot deze ontwikkelingen doen. Aan deze ontwikkelingen wordt slechts uitvoering gegeven in een overeenkomst tussen de Partijen in overeenstemming met hun onderscheiden procedures. De Partijen plegen in 1998 overleg om na te gaan of de omstandigheden van dien aard zijn dat kan worden begonnen met onderhandelingen over de totstandbrenging van een vrijhandelszone.

BWB 1997-12-01

De totale waarde van de invoer waarop deze maatregelen van toepassing zijn, mag niet meer bedragen dan de hiernavolgende percentages van de totale invoer uit de Gemeenschap

10% in het tweede en het derde kalenderjaar volgende op de ondertekening van de Overeenkomst;

5% in het vierde en vijfde kalenderjaar volgende op de ondertekening van de Overeenkomst;

3% in de daaropvolgende jaren, in afwachting van de toetreding van Rusland tot de GATT/WTO.

De vorengenoemde percentages worden vastgesteld met inachtneming van de waarde van de invoer in Rusland uit de Gemeenschap gedurende het laatste jaar voorafgaande aan de invoering van kwantitatieve beperkingen waarvoor statistische gegevens beschikbaar zijn.

Deze bepalingen mogen niet worden ontdoken door een verhoging van de tariefbescherming op de betrokken invoer.

BWB 1997-12-01

De Contactgroep onderzoekt tevens de situatie van de kolen- en staalindustrie op wereldniveau, met inbegrip van de ontwikkelingen in de internationale handel.

BWB 1997-12-01

1 Op aanvraag van de verzoekende autoriteit verschaft de aangezochte autoriteit eerstgenoemde alle ter zake dienende informatie die deze nodig heeft voor de correcte toepassing van de douanewetgeving, met inbegrip van informatie betreffende vastgestelde of voorgenomen transacties die op deze wetgeving inbreuk maken, lijken te maken of zouden maken.

2 Op aanvraag van de verzoekende autoriteit deelt de aangezochte autoriteit haar mede of goederen die uit het grondgebied van een der Partijen zijn uitgevoerd, op regelmatige wijze in de andere Partij zijn ingevoerd, onder vermelding, in voorkomend geval, van de douaneregeling waaronder deze goederen zijn geplaatst.

3 Op aanvraag van de verzoekende autoriteit zorgt de aangezochte autoriteit ervoor dat toezicht wordt gehouden op: a. natuurlijke personen of rechtspersonen ten aanzien waarvan een gegrond vermoeden bestaat dat zij de douanewetgeving overtreden of overtreden hebben; b. plaatsen waar voorraden goederen zo zijn samengebracht dat er redenen zijn om aan te nemen dat zij bedoeld zijn voor leveranties ten behoeve van transacties die in strijd zijn met de douanewetgeving van de andere partij; c. goederenbewegingen waarover wordt medegedeeld dat zij aanleiding kunnen geven tot overtredingen van de douanewetgeving; d. vervoermiddelen ten aanzien waarvan een gegrond vermoeden bestaat dat zij voor het plegen van inbreuken op de douanewetgeving werden gebruikt, worden gebruikt of kunnen worden gebruikt.

BWB 1997-12-01

De partijen stemmen ermee in om, in overeenstemming met hun respectieve wetgevingen, alle nodige maatregelen te nemen, om alle onder dit Protocol ressorterende

documenten af te leveren,

besluiten mede te delen,

aan geadresseerden die hun woonplaats hebben of gevestigd zijn in hun respectieve grondgebieden, op basis van door hen onderling overeengekomen toepassingsbepalingen die zij hebben vastgesteld in overeenstemming met de procedures van dit Protocol. In dat geval is artikel 5, lid 3, van toepassing.

BWB 1997-12-01

De Partijen verbinden zich ertoe samen, in onderlinge overeenstemming, na te gaan welke wijzigingen eventueel in een onderdeel van de Overeenkomst dienen te worden aangebracht in verband met gewijzigde omstandigheden, inzonderheid de situatie als gevolg van de toetreding van Rusland tot de GATT/WTO. Het eerste onderzoek vindt plaats drie jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst, of wanneer Rusland tot de GATT/WTO toetreedt, indien dat eerder plaatsvindt.

BWB 1997-12-01

Deze maatregelen mogen na de toetreding van Rusland tot de GATT/WTO niet meer worden toegepast, tenzij anders bepaald in het Protocol betreffende de toetreding van Rusland tot de GATT/WTO.

BWB 1997-12-01

Met ingang van de datum van de vankrachtwording van deze Overeenkomst kent Rusland aan ondernemingen en onderdanen van de Gemeenschap wat de erkenning en de bescherming van intellectuele, industriële en commerciële eigendom betreft, een behandeling toe die niet minder gunstig is dan die welke dit land uit hoofde van bilaterale overeenkomsten aan om het even welk derde land toekent.

BWB 1997-12-01

De Contactgroep wisselt alle nuttige informatie uit over de structuur van de betrokken bedrijfstakken, de ontwikkeling van hun produktiecapaciteit, de vooruitgang van wetenschap en onderzoek op de betrokken gebieden en de ontwikkelingen van de werkgelegenheid. De Groep onderzoekt tevens vervuiling en de milieuproblematiek.

BWB 1997-12-01

De Partijen verlenen elkaar bijstand zonder voorafgaande aanvraag en binnen hun bevoegdheid, indien zij dit noodzakelijk achten voor de correcte toepassing van de douanewetgeving, in het bijzonder bij het verkrijgen van informatie omtrent

vastgestelde of voorgenomen transacties die op deze wetgeving een inbreuk vormen, zouden vormen of lijken te vormen;

nieuwe middelen of methoden die bij dergelijke transacties worden gebruikt;

goederen waarvan bekend is dat zij het voorwerp vormen van een ernstige overtreding van de douanewetgeving inzake invoer, uitvoer, doorvoer of andere douaneprocedures.

BWB 1997-12-01

De Partijen komen overeen dat een autoriteit bij wie een verzoek is ingediend waaraan deze zelf geen gevolg kan geven, dit verzoek richt aan een administratieve afdeling die onder dezelfde voorwaarden te werk gaat als die welke van toepassing zijn op de autoriteit tot wie het verzoek gericht is.

BWB 1997-12-01

1 De krachtens deze Overeenkomst door Rusland toegekende meestbegunstigingsbehandeling gedurende een overgangsperiode die vijf jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst afloopt, is niet van toepassing op de in bijlage 1 vermelde voordelen die Rusland heeft toegekend aan andere landen van de voormalige USSR. Deze periode kan, zo nodig, in onderlinge overeenstemming tussen de Partijen worden verlengd voor bepaalde sectoren.

2 Bij meestbegunstiging krachtens titel III eindigt de in lid 1 bedoelde overgangsperiode drie jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst of, indien dat eerder plaatsvindt, wanneer Rusland tot de GATT/WTO toetreedt.

BWB 1997-12-01

Rusland stelt het Samenwerkingscomité in kennis van alle maatregelen die het voornemens is te treffen in het kader van de onderhavige bijlage. Vóór deze maatregelen worden genomen vindt op verzoek van de Gemeenschap overleg plaats in het Samenwerkingscomité, onder meer over de sectoren waarop zij van toepassing zijn.

BWB 1997-12-01

Punt 4 is niet van toepassing op de voordelen die Rusland op een daadwerkelijke grondslag van reciprociteit aan om het even welk derde land toekent of op de voordelen welke Rusland aan een ander land van de voormalige USSR toekent.

BWB 1997-12-01

De Contactgroep onderzoekt tevens de vooruitgang op het gebied van de technische bijstand tussen partijen, waaronder hulp bij de financiële, commerciële en technische bedrijfsvoering.

BWB 1997-12-01

1 Verzoeken in het kader van dit protocol worden schriftelijk gedaan en gaan vergezeld van de bescheiden die voor de behandeling ervan noodzakelijk zijn. In spoedeisende gevallen kunnen verzoeken mondeling worden gedaan, mits zij onmiddellijk schriftelijk worden bevestigd.

2 De overeenkomstig het bepaalde in lid 1 ingediende verzoeken bevatten de hierna volgende gegevens: a. de naam van de verzoekende autoriteit; b. de gevraagde maatregel; c. het onderwerp en de reden van het verzoek; d. de relevante wetten, regels en andere rechtsvoorschriften; e. zo nauwkeurig en volledig mogelijke informatie betreffende de natuurlijke personen of rechtspersonen waarop het onderzoek betrekking heeft; f. een overzicht van de relevante feiten.

3 De verzoeken worden ingediend in een officiële taal van de aangezochte autoriteit of in een voor deze aanvaardbare taal.

4 Indien een verzoek niet in de juiste vorm wordt gedaan, kan om correctie of aanvulling worden verzocht. Er kunnen echter reeds conservatoire maatregelen worden genomen.

BWB 1997-12-01

Er wordt een regelmatige politieke dialoog tot stand gebracht tussen de Partijen, die zal worden ontwikkeld en geïntensiveerd. Deze dialoog begeleidt en consolideert het proces waarbij de Europese Unie en Rusland nader tot elkaar komen, ondersteunt de politieke en economische veranderingen die in Rusland aan de gang zijn en draagt bij tot de totstandkoming van nieuwe vormen van samenwerking. De politieke dialoog strekt ertoe

de banden van Rusland met de Europese Unie te versterken; de economische convergentie die door middel van deze Overeenkomst wordt bewerkstelligd, zal leiden tot hechtere politieke betrekkingen;

de standpunten over internationale vraagstukken van wederzijds belang nader tot elkaar te brengen en aldus meer veiligheid en stabiliteit te bewerkstelligen;

ervoor te zorgen dat de Partijen streven naar samenwerking voor aangelegenheden op het gebied van de eerbiediging van de democratische beginselen en van de mensenrechten, waarbij zo nodig overleg wordt gepleegd over aangelegenheden die verband houden met de juiste toepassing ervan.

BWB 1997-12-01

De Contactgroep wisselt alle relevante informatie uit over de standpunten die in internationale organisaties en fora zijn of moeten worden ingenomen.

BWB 1997-12-01

1 Verzoeken om bijstand worden behandeld overeenkomstig de wetten, regels en andere rechtsvoorschriften van de aangezochte Partij.

2 De aangezochte autoriteit behandelt verzoeken om bijstand, binnen de grenzen van haar bevoegdheden en de haar beschikbare middelen, alsof zij voor eigen rekening of in opdracht van een andere autoriteit van dezelfde Partij handelde, met name door reeds beschikbare informatie te verstrekken en het nodige onderzoek te verrichten of te doen verrichten.

3 Gemachtigde ambtenaren van een Partij kunnen met instemming van de andere betrokken Partij en onder de voorwaarden die laatstgenoemde stelt, van de diensten van de aangezochte autoriteit of van een andere autoriteit die onder de aangezochte autoriteit ressorteert, informatie over inbreuken op de douanewetgeving verkrijgen die de verzoekende autoriteit nodig heeft ter uitvoering van het bepaalde in dit protocol.

4 Ambtenaren van een Partij kunnen, in bijzondere gevallen, met instemming van de andere betrokken Partij en onder de voorwaarden die laatstgenoemde stelt, aanwezig zijn bij onderzoek dat op het grondgebied van laatstgenoemde wordt verricht.

5 Ambtenaren van een partij die onder de in dit Protocol voorziene omstandigheden aanwezig zijn bij onderzoek dat op het grondgebied van de andere partij wordt verricht, moeten zich steeds kunnen legitimeren. Zij mogen geen uniform dragen of wapens bij zich hebben.

BWB 1997-12-01

1 In beginsel tweemaal per jaar heeft een bijeenkomst plaats tussen de Voorzitter van de Raad van de Europese Unie en de Voorzitter van de Europese Commissie, enerzijds, en de President van Rusland, anderzijds.

2 Op ministerieel niveau vindt de politieke dialoog plaats in het kader van de bij artikel 90 opgerichte Samenwerkingsraad en bij andere gelegenheden, in onderlinge overeenstemming ook met de Trojka van de Europese Unie.

BWB 1997-12-01

Indien partijen overeenkomen dat de aanwezigheid en/of deelname van vertegenwoordigers van de bedrijfstakken wenselijk is, wordt de Contactgroep met deze vertegenwoordigers uitgebreid.

BWB 1997-12-01

1 Partijen delen elkaar informatie mede in de vorm van bescheiden, voor echt gewaarmerkte afschriften van bescheiden, rapporten en dergelijke onder de voorwaarden en binnen de grenzen als in dit Protocol omschreven.

2 Originele dossiers en documenten kunnen op verzoek slechts worden toegezonden wanneer voor echt gewaarmerkt kopieën niet toereikend zouden zijn. Deze dossiers en documenten worden zo spoedig mogelijk teruggezonden.

3 De in lid 1 bedoelde bescheiden kunnen worden vervangen door informatie die, in ongeacht welke vorm, met behulp van systemen voor automatische gegevensverwerking voor hetzelfde doel wordt verstrekt. Alle relevante informatie voor het gebruik van het materiaal wordt op verzoek verstrekt.

BWB 1997-12-01

De Partijen voorzien in andere procedures en regelingen voor politieke dialoog, met name in de volgende vormen

halfjaarlijkse vergaderingen op het niveau van hogere ambtenaren tussen de Trojka van de Europese Unie, enerzijds, en ambtenaren van Rusland, anderzijds;

het optimaal gebruik maken van diplomatieke kanalen;

alle andere middelen, waaronder vergaderingen van deskundigen, die bijdragen tot het consolideren en ontwikkelen van deze dialoog.

BWB 1997-12-01

1 De Partijen kunnen de in dit protocol bedoelde bijstand weigeren, slechts gedeeltelijk verlenen of deze van bepaalde voorwaarden of eisen afhankelijk stellen, wanneer het verlenen van bijstand: a. hun soevereiniteit, openbare orde, veiligheid of andere wezenlijke belangen zou kunnen aantasten; of b. de schending zou inhouden van een industrieel geheim, een handelsgeheim of een beroepsgeheim.

2 Wanneer de verzoekende autoriteit om een vorm van bijstand verzoekt die zij desgevraagd zelf niet zou kunnen verlenen, vermeldt zij dit in haar verzoek. De aangezochte autoriteit bepaalt zelf hoe zij op een dergelijk verzoek reageert.

3 Indien bijstand wordt geweigerd, dienen het daartoe strekkende besluit en de redenen ervan onverwijld aan de verzoekende autoriteit te worden medegedeeld.

BWB 1997-12-01

Op parlementair niveau vindt de politieke dialoog plaats in het kader van het bij artikel 95 opgerichte Parlementair Samenwerkingscomité.

BWB 1997-12-01

Het voorzitterschap van de Contactgroep wordt beurtelings waargenomen door een vertegenwoordiger van de Commissie van de Europese Gemeenschappen en een vertegenwoordiger van de Regering van de Russische Federatie.

BWB 1997-12-01

1 Alle informatie, in welke vorm dan ook, die ter uitvoering van dit protocol is verstrekt, heeft een vertrouwelijk karakter en valt onder de geheimhoudingsplicht. Op deze informatie is de wetgeving van toepassing die op soortgelijke informatie van de ontvangende Partij van toepassing is. Tevens zijn de ter zake geldende bepalingen van toepassing waaraan de communautaire autoriteiten zijn onderworpen.

2 Nominatieve gegevens worden niet verstrekt wanneer er redenen zijn om aan te nemen dat de mededeling of het gebruik ervan strijdig zou zijn met de fundamentele rechtsbeginselen van een der partijen en, in het bijzonder, indien de fundamentele mensenrechten van de betrokkene hierdoor zouden worden geschonden. De Partij die de gegevens ontvangt, deelt de Partij die de gegevens verstrekt desgevraagd mede voor welk doel deze is gebruikt en welke resultaten ermee zijn bereikt.

3 Nominatieve gegevens mogen uitsluitend worden medegedeeld aan douane-autoriteiten en, indien vereist ten behoeve van rechtsvervolging, aan het openbaar ministerie en de gerechtelijke autoriteiten. Andere personen of autoriteiten kunnen dergelijke informatie uitsluitend verkrijgen na voorafgaande toestemming van de autoriteit die ze verstrekt.

4 De Partij die de gegevens verstrekt, controleert de juistheid daarvan. Wanneer blijkt dat verstrekte gegevens onjuist zijn of dienen te worden geannuleerd, wordt de ontvangende partij daarvan onverwijld in kennis gesteld. Laatstgenoemde is gehouden de correctie of annulatie uit te voeren.

5 Tenzij dit strijdig is met het algemeen belang, kan de betrokkene, op zijn verzoek, informatie verkrijgen omtrent opgeslagen gegevens en de redenen voor deze opslag.

BWB 1997-12-01

1 De Partijen passen ten aanzien van elkaar de algemene meestbegunstigingsregeling toe van artikel I, lid 1, van de GATT.

2 De bepalingen van lid 1 zijn niet van toepassing op: a. voordelen die aan buurlanden worden toegekend ten einde het grensverkeer te vereenvoudigen; b. voordelen die met het oog op de oprichting van een douane-unie of een vrijhandelszone of ingevolge de oprichting van een dergelijke unie of zone worden toegekend. Onder „douane-unie” en „vrijhandelszone” worden verstaan de unies of zones die zijn omschreven in artikel XXIV van de GATT of die volgens lid 10 van dit artikel van de GATT worden ingesteld; c. voordelen die aan bepaalde landen worden toegekend overeenkomstig de GATT en andere internationale regelingen ten gunste van ontwikkelingslanden.

BWB 1997-12-01

1 De verkregen informatie mag uitsluitend worden gebruikt voor de in dit protocol omschreven doeleinden. Een Partij mag deze informatie slechts voor andere doeleinden gebruiken na schriftelijke toestemming van de administratieve autoriteit die ze heeft verstrekt, op de door deze autoriteit vastgestelde voorwaarden.

2 Het bepaalde in lid 1 vormt geen beletsel voor het gebruik van informatie in gerechtelijke of administratieve procedures die achteraf worden ingesteld wegens niet-naleving van de douanewetgeving.

3 De Partijen kunnen de overeenkomstig het bepaalde in dit protocol verkregen informatie en geraadpleegde bescheiden als bewijsmateriaal gebruiken in hun rapporten, getuigenverklaringen en in gerechtelijke procedures.

BWB 1997-12-01

1 De uit het grondgebied van een Partij herkomstige produkten die op het grondgebied van de andere Partij worden ingevoerd, worden direct noch indirect onderworpen aan enige interne belastingen of andere interne heffingen die hoger zijn dan die welke direct of indirect op soortgelijke binnenlandse produkten van toepassing zijn.

2 Voorts worden deze produkten niet minder gunstig behandeld dan soortgelijke nationale produkten ten aanzien van alle wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen en vereisten met betrekking tot hun verkoop op de binnenlandse markt, aanbieding ten verkoop, aankoop, vervoer, distributie of gebruik. De bepalingen van dit lid vormen geen beletsel voor de toepassing van gedifferentieerde binnenlandse vervoertarieven die uitsluitend gebaseerd zijn op de economisch verantwoorde exploitatie van het vervoermiddel en niet op de nationaliteit van het produkt.

3 Artikel III, leden 8, 9 en 10, van de GATT is van overeenkomstige toepassing tussen de Partijen.

BWB 1997-12-01

Een onder een aangezochte autoriteit ressorterende ambtenaar kan worden gemachtigd, binnen de perken van de hem verleende machtiging, in het rechtsgebied van een andere Partij als getuige of deskundige op te treden in gerechtelijke of administratieve procedures die betrekking hebben op aangelegenheden waarop dit protocol van toepassing is en daarbij de voor deze procedures noodzakelijke voorwerpen, bescheiden of voor echt gewaarmerkte afschriften van bescheiden voor te leggen. In de convocatie dient uitdrukkelijk te worden vermeld over welk onderwerp en in welke functie of hoedanigheid de betrokken ambtenaar zal worden ondervraagd.

BWB 1997-12-01

1 De Partijen zijn het erover eens dat het beginsel van de vrije doorvoer een essentiële voorwaarde is voor het bereiken van de doelstellingen van deze Overeenkomst. Met het oog hierop waarborgt elke Partij de vrije doorgang over zijn grondgebied van goederen die van oorsprong zijn uit of bestemd zijn voor het douanegebied van de andere Partij.

2 De in artikel V, leden 2,3, 4 en 5, van de GATT vastgestelde regels zijn tussen de Partijen van toepassing.

BWB 1997-12-01

De Partijen brengen elkaar geen kosten in rekening voor uitgaven die ter uitvoering van dit protocol zijn gemaakt, met uitzondering, in voor komend geval, van de uitgaven voor deskundigen, getuigen, tolken en vertalers die niet in overheidsdienst zijn.

BWB 1997-12-01

De hierna volgende artikelen van de GATT zijn van overeenkomstige toepassing tussen de Partijen

artikel VII, leden 1, 2, 3, 4 a, b en d, en 5;

artikel VIII;

artikel IX;

artikel X.

BWB 1997-12-01

1 De centrale douane-autoriteiten van Rusland, enerzijds, en de bevoegde diensten van de Commissie van de Europese Gemeenschappen en, in voorkomend geval, de douaneautoriteiten van de Lid-Staten, anderzijds, zijn belast met de uitvoering van dit Protocol. Deze instanties stellen alle praktische maatregelen en regelingen voor de toepassing van dit protocol vast, met inachtneming van de voorschriften op het gebied van de gegevensbescherming. Zij kunnen de Samenwerkingsraad aanbevelingen doen voor wijzigingen die huns inziens in dit protocol dienen te worden aangebracht.

2 De Partijen raadplegen elkaar en stellen elkaar vervolgens in kennis van alle uitvoeringsbepalingen die overeenkomstig dit artikel worden genomen.

BWB 1997-12-01

Onverminderd de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de beide Partijen bindende internationale overeenkomsten betreffende de tijdelijke invoer van goederen, verleent elke Partij de andere Partij, in de gevallen en volgens de procedures die zijn vastgesteld in enige andere voor haar bindende internationale overeenkomst op dit gebied en overeenkomstig haar nationale wettelijke regeling ter zake, vrijstelling van invoerrechten en -heffingen op goederen die tijdelijk worden ingevoerd. Deze wettelijke bepalingen worden toegepast met inachtneming van de meestbegunstigingsregeling en, derhalve, onder voorbehoud van de in artikel 10, lid 2, van deze Overeenkomst vermelde uitzonderingen. Hierbij wordt rekening gehouden met de voorwaarden waaronder de uit een dergelijke Overeenkomst voortvloeiende verplichtingen door de betrokken Partij zijn aanvaard.

BWB 1997-12-01

1 Dit protocol vormt een aanvulling op en geen beletsel voor de toepassing van alle overeenkomsten inzake wederzijdse bijstand die tussen een of meer Lid-Staten en Rusland gesloten zijn of kunnen worden. Het staat een ruimere wederzijdse bijstand waarin dergelijke gesloten of te sluiten overeenkomsten voorzien, niet in de weg.

2 Onverminderd het bepaalde in artikel 10 doen deze overeenkomsten geen afbreuk aan de communautaire bepalingen betreffende de uitwisseling, tussen de bevoegde diensten van de Commissie en de douaneautoriteiten van de Lid-Staten, van informatie over douanezaken die voor de Gemeenschap van belang kan zijn.

BWB 1997-12-01

1 Onverminderd het bepaalde in de artikelen 17, 20 en 21 van deze Overeenkomst en in de artikelen 77, 81, 244, 249 en 280 van de Toetredingsakte van Spanje en Portugal tot de Gemeenschap worden bij de invoer in de Gemeenschap van goederen van oorsprong uit Rusland geen kwantitatieve beperkingen toegepast.

2 Onverminderd het bepaalde in de artikelen 17, 20 en 21 en in bijlage 2 van deze Overeenkomst worden bij de invoer in Rusland van goederen van oorsprong uit de Gemeenschap geen kwantitatieve beperkingen toegepast.

BWB 1997-12-01

In afwachting dat Rusland tot de GATT/WTO toetreedt, plegen de partijen in het Samenwerkingscomité overleg over hun beleid op het gebied van invoerrechten, onder meer over wijzigingen in de tariefbescherming. Meer bepaald wordt dergelijk overleg aangeboden voor een voorgenomen verhoging van de tariefbescherming.

BWB 1997-12-01

1 Wanneer een bepaald produkt op het grondgebied van een Partij wordt ingevoerd in dermate toegenomen hoeveelheden en onder voorwaarden die ernstige schade toebrengen of dreigen toe te brengen aan de eigen producenten van soortgelijke of rechtstreeks concurrerende produkten, dan kan de benadeelde Partij - de Gemeenschap dan wel Rusland - passende maatregelen nemen overeenkomstig de hierna volgende procedures en voorwaarden.

2 Vóór zij maatregelen nemen, of, in de gevallen waarin lid 4 van toepassing is, zo spoedig mogelijk nadat zij maatregelen hebben genomen, verstrekken de Gemeenschap of Rusland, al naargelang van het geval, het Samenwerkingscomité alle relevante informatie ten einde dit in staat te stellen een voor beide Partijen aanvaardbare oplossing te zoeken. De Partijen plegen onverwijld overleg in het Samenwerkingscomité.

3 Indien, na dit overleg, de Partijen niet binnen 30 dagen nadat de kwestie naar het Samenwerkingscomité is verwezen een akkoord bereiken over maatregelen om het probleem op te lossen, dan kan de Partij die om het overleg heeft verzocht de invoer van de betrokken produkten beperken of andere passende maatregelen nemen, in de mate en voor de tijd die nodig zijn om de schade te voorkomen of te verhelpen.

4 In hoogdringende omstandigheden, waarin uitstel moeilijk herstelbare schade zou veroorzaken, kunnen de Partijen maatregelen nemen vóór het overleg heeft plaatsgevonden, op voorwaarde dat onmiddellijk daarna een voorstel tot overleg wordt gedaan.

5 Bij de keuze van de in het kader van dit artikel toe te passen maatregelen geven de Partijen de voorkeur aan maatregelen die het bereiken van de doelstellingen van deze Overeenkomst het minst in de weg staan.

6 Wanneer een Partij overeenkomstig dit artikel een vrijwaringsmaatregel neemt, is de andere Partij ten aanzien van de eerste Partij ontheven van haar verplichtingen uit hoofde van titel III van deze Overeenkomst met betrekking tot een grosso modo gelijkwaardig handelsverkeer. Een dergelijke maatregel wordt niet genomen voor deze andere Partij overleg heeft aangeboden, noch indien binnen 45 dagen na de datum waarop dit overleg werd aangeboden overeenstemming wordt bereikt.

7 Het recht tot het niet nakomen van in lid 6 bedoelde verplichtingen wordt niet uitgeoefend gedurende de eerste drie jaar dat een vrijwaringsmaatregel van toepassing is, mits de vrijwaringsmaatregel werd genomen naar aanleiding van een toename van de invoer in absolute cijfers, voor een periode van ten hoogste vier jaar en overeenkomstig de bepalingen van deze Overeenkomst.

BWB 1997-12-01

Niets in deze titel, inzonderheid in artikel 17 daarvan, staat in de weg aan of heeft gevolgen voor het nemen door een Partij van antidumpingmaatregelen of compenserende maatregelen overeenkomstig artikel VI van de GATT, de Overeenkomst inzake de uitlegging en de toepassing van de artikelen VI, XVI en XXIII van de GATT of aanverwante nationale wetgeving.

Elke Partij verklaart zich bereid de door de andere Partij naar voren gebrachte argumenten in verband met antidumping- of antisubsidieprocedures te onderzoeken en de betrokken belanghebbenden in kennis te stellen van de belangrijkste feiten en overwegingen die aan de definitieve beslissing ten grondslag zullen liggen. Voor definitieve antidumpingrechten en compenserende rechten worden ingesteld, doen de Partijen al het mogelijke om het probleem tot een constructieve oplossing te brengen.

BWB 1997-12-01

De Overeenkomst vormt geen beletsel voor verboden of beperkingen op de invoer, de uitvoer of de doorvoer van goederen die gerechtvaardigd zijn uit hoofde van de bescherming van de openbare zedelijkheid, de openbare orde en veiligheid, de gezondheid en het leven van personen en dieren of het behoud van planten, de bescherming van natuurlijke hulpbronnen, de bescherming van het nationaal artistiek, historisch of archeologisch erfgoed of uit hoofde van de bescherming van de intellectuele, industriële of commerciële eigendom, noch voor voorschriften betreffende goud en zilver. Deze verboden of beperkingen mogen echter geen middel tot willekeurige discriminatie, noch een verkapte beperking van de handel tussen de Partijen vormen.

BWB 1997-12-01

Deze titel laat de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Russische Federatie betreffende de handel in textielprodukten, die op 12 juni 1993 werd geparafeerd en die met terugwerkende kracht van toepassing is sedert 1 januari 1993, onverlet. Voorts is artikel 15 van de onderhavige Overeenkomst niet van toepassing op de handel in textielprodukten van de hoofdstukken 50 tot en met 63 van de Gecombineerde Nomenclatuur.

BWB 1997-12-01

1 De handel in produkten die onder het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal vallen, wordt geregeld bij de bepalingen - van deze Titel, met uitzondering van artikel 15 daarvan; en - van een overeenkomst betreffende kwantitatieve regelingen voor de handel in EGKS-staalprodukten, vanaf het tijdstip van inwerkingtreding daarvan.

2 Een Contactgroep Kolen en Staal wordt opgericht overeenkomstig Protocol 1 bij deze Overeenkomst.

BWB 1997-12-01

1 De handel in kernmaterialen is geregeld bij: - de bepalingen van deze Overeenkomst, met uitzondering van de artikelen 15 en 17, leden 1 tot en met 5, en lid 7; - de bepalingen van de artikelen 6, 7, 14 en 15, leden 1, 2, 3, eerste zin, en leden 4 en 5, van de Overeenkomst van 1989; - de aan deze Overeenkomst gehechte briefwisseling.

2 In afwijking van het bepaalde in lid 1 van dit artikel komen de Partijen overeen het nodige te doen om tegen 1 januari 1997 een regeling voor de handel in kernmaterialen tot stand te brengen.

3 Totdat een dergelijke regeling tot stand is gebracht, zijn de bepalingen van dit artikel van toepassing.

4 Het nodige zal worden gedaan om een overeenkomst inzake veiligheidsmaatregelen, fysieke bescherming en administratieve samenwerking bij het vervoer van kernmaterialen te sluiten. Tot een dergelijke overeenkomst van kracht wordt zijn de respectieve wettelijke regelingen en internationale non-proliferatieverplichtingen van de partijen ten aanzien van het vervoer van kernmaterialen van toepassing.

5 Voor de toepassing van de in lid 1 bepaalde regeling: - wordt de uitdrukking „deze Overeenkomst” in artikel 6 en artikel 15, lid 5, van de Overeenkomst van 1989 geacht te verwijzen naar de bij lid 1 van dit artikel ingestelde regeling; - wordt de uitdrukking „dit artikel” in artikel 17, lid 6, van deze Overeenkomst geacht te verwijzen naar artikel 15 van de Overeenkomst van 1989; - wordt de uitdrukking „de Overeenkomstsluitende Partijen” in de artikelen 6, 7, 14 en 15 van de Overeenkomst van 1989 geacht te verwijzen naar de Partijen bij de onderhavige Overeenkomst; - wordt de term „Gemengd Comité” in artikel 15 van de Overeenkomst van 1989 geacht te verwijzen naar het Samenwerkingscomité als bedoeld in artikel 92 van de onderhavige Overeenkomst.

BWB 1997-12-01

1 Met inachtneming van de in elke Lid-Staat geldende wettelijke regelingen, voorwaarden en procedures zorgen de Gemeenschap en haar Lid-Staten ervoor dat onderdanen van Rusland die wettig tewerkgesteld zijn op het grondgebied van een Lid-Staat, niet op grond van nationaliteit worden gediscrimineerd ten opzichte van de onderdanen van deze Lid-Staat wat werkomstandigheden, beloning en ontslag betreft.

2 Met inachtneming van de in Rusland geldende voorwaarden en bepalingen kent Rusland aan onderdanen van een lid-Staat die wettig tewerkgesteld zijn op zijn grondgebied, de in lid 1 bepaalde behandeling toe.

BWB 1997-12-01

De Partijen verbinden zich ertoe overeenkomsten te sluiten met het doel

onverminderd de in elke Lid-Staat geldende voorwaarden en bepalingen, regelingen te treffen voor de coördinatie van de stelsels van sociale zekerheid voor werknemers van Russische nationaliteit die wettig tewerkgesteld zijn op het grondgebied van een Lid-Staat en, in voorkomend geval, voor hun gezinsleden die er wettig verblijven. Deze bepalingen zullen er met name in voorzien dat

alle door deze werknemers in de onderscheidene Lid-Staten vervulde tijdvakken van verzekering, arbeid of wonen worden samengesteld ten behoeve van de ouderdoms-, invaliditeits- en overlevingspensioenen en de ziektekostenverzekering van deze werknemers en, in voorkomend geval, van hun gezinsleden;

alle ouderdoms-, overlevings- en invaliditeitspensioenen en verzekeringen tegen arbeidsongevallen of beroepsziekten of daaruit voortvloeiende invaliditeit, met uitzondering van de premievrije prestaties, vrij overdraagbaar zijn tegen de koers waarin de wetgeving van de betrokken Lid-Staat of Lid-Staten voorziet;

de betrokken werknemers ontvangen in voorkomend geval gezinstoelagen voor hun bovengenoemde gezinsleden.

onverminderd de voorwaarden en bepalingen welke in Rusland van toepassing zijn, de nodige bepalingen vast te stellen opdat werknemers die onderdaan zijn van een Lid-Staat en die wettig tewerkgesteld zijn in Rusland, alsmede hun gezinsleden die er wettig verblijven, een soortgelijke behandeling krijgen als deze bepaald onder het tweede en derde streepje van lid 1.

BWB 1997-12-01

De overeenkomstig artikel 24 van deze Overeenkomst te nemen maatregelen laten de uit bilaterale overeenkomsten tussen de Lid-Staten en Rusland voortvloeiende rechten en verplichtingen onverlet wanneer deze overeenkomsten in een gunstiger behandeling van onderdanen van de Lid-Staten of Rusland voorzien.

BWB 1997-12-01

De Samenwerkingsraad gaat na welke verbeteringen kunnen worden aangebracht in de werkomstandigheden van zakenlieden, rekening houdende met de internationale verbintenissen van de Partijen, met inbegrip van die welke in het document van de Conferentie van Bonn van de CVSE zijn neergelegd.

BWB 1997-12-01

1 De Gemeenschap en haar Lid-Staten, enerzijds, en Rusland, anderzijds, kennen elkaar, wat de voorwaarden voor de vestiging van vennootschappen op hun grondgebied betreft, geen minder gunstige behandeling toe dan die welke zij aan enig derde land toekennen, overeenkomstig hun respectieve wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen.

2 Onverminderd de in bijlage 3 genoemde voorbehouden kennen de Gemeenschap en haar Lid-Staten de op hun grondgebied gevestigde dochterondernemingen van Russische vennootschappen, wat de werking daarvan betreft, geen minder gunstige behandeling toe dan de meest voordelige behandeling die zij toekennen aan andere vennootschappen uit de Gemeenschap of aan vennootschappen uit de Gemeenschap die dochterondernemingen zijn van een vennootschap uit enig derde land, overeenkomstig hun wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen.

3 Onverminderd de in bijlage 4 genoemde voorbehouden kent Rusland aan de in Rusland gevestigde dochterondernemingen van vennootschappen uit de Gemeenschap, wat de werking daarvan betreft, geen minder gunstige behandeling toe dan de meest voordelige behandeling die het toekent aan andere Russische vennootschappen of aan Russische vennootschappen die dochterondernemingen zijn van een vennootschap uit enig derde land, overeenkomstig zijn wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen.

4 De Gemeenschap en haar Lid-Staten, enerzijds, en Rusland, anderzijds, kennen aan filialen van Russische vennootschappen respectievelijk vennootschappen uit de Gemeenschap, wat de werking daarvan betreft, geen minder gunstige behandeling toe dan die welke zij aan filialen van vennootschappen uit enig derde land toekennen, overeenkomstig hun wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen.

5 De bepalingen van de leden 2 en 3 mogen door de op het grondgebied van een Partij gevestigde dochterondernemingen van vennootschappen uit de andere Partij niet worden gebruikt om de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de eerste Partij in verband met de toegang tot specifieke sectoren of activiteiten te omzeilen. De in de leden 2 en 3 bedoelde behandeling wordt aan vennootschappen die op de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst in de Gemeenschap of Rusland gevestigd zijn, toegekend met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst, en aan vennootschappen die zich na deze datum in de Gemeenschap of Rusland vestigen met ingang van de datum van vestiging.

BWB 1997-12-01

1 Wat de in bijlage 6, deel B, bedoelde bancaire diensten betreft, is de aard van de door Rusland overeenkomstig artikel 28, lid 1, toegekende behandeling in geval van vestiging uitsluitend via dochterondernemingen en de overeenkomstig artikel 28, lid 3, toegekende behandeling omschreven in bijlage 7, deel A. Wat de in bijlage 6, deel A, punten 1 en 2, bedoelde verzekeringsdiensten betreft, is de aard van de door Rusland overeenkomstig artikel 28, lid 1, toegekende behandeling omschreven in bijlage 7, deel B.

2 Geen enkele bepaling van deze Overeenkomst verzet zich ertegen dat een Partij prudentiële regels vaststelt, met name ter bescherming van investeerders, depositogevers, polishouders of personen die een fiduciaire rechtsverhouding hebben met een financiële dienstverlener of ter bescherming van de integriteit en de stabiliteit van het financiële systeem. Deze maatregelen mogen door een Partij niet worden aangewend om zich aan de uit de Overeenkomst voortvloeiende verplichtingen te onttrekken. Geen enkele bepaling van deze Overeenkomst wordt derwijze uitgelegd dat zij een Partij ertoe verplicht informatie betreffende de zakelijke transacties en de financiële situatie van individuele klanten of vertrouwelijke of geoctrooieerde informatie die in het bezit is van overheidsinstanties vrij te geven.

3 Onverminderd het bepaalde in deel A, lid 1, onder d en e, van bijlage 7 verbinden de Gemeenschap en de Lid-Staten, enerzijds, en Rusland, anderzijds, zich ertoe geen nieuwe voorschriften vast te stellen of maatregelen te nemen waardoor, in vergelijking met de situatie op de datum van ondertekening van de Overeenkomst, discriminatie ten aanzien van nationale vennootschappen ontstaat of bestaande discriminatie wordt versterkt, wat de voorwaarden voor de vestiging van vennootschappen van de andere Partij op hun respectieve grondgebieden betreft. De Partijen komen overeen dat het zinsdeel „bestaande discriminatie wordt versterkt” onder meer de verslechtering van discriminerende voorwaarden of de uitbreiding of de wederinvoering daarvan na de huidige toepassingsperiode omvat.

4 Voor de toepassing van deze Overeenkomst met betrekking tot de bankactiviteiten wordt een vennootschap geacht een Russische dochteronderneming van een vennootschap uit de Gemeenschap te zijn, wanneer meer dan vijftig procent (50 %) van het aandelenkapitaal in het bezit is van de vennootschap uit de Gemeenschap.

BWB 1997-12-01

Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt verstaan onder

„Vestiging”: het recht van vennootschappen uit de Gemeenschap respectievelijk Russische vennootschappen als bedoeld onder h van dit artikel om economische activiteiten uit te oefenen door de oprichting van dochterondernemingen en filialen in Rusland respectievelijk de Gemeenschap.

Wat de in artikel 29 bedoelde financiële diensten betreft, wordt onder „vestiging” verstaan het recht van vennootschappen uit de Gemeenschap respectievelijk Russische vennootschappen als bedoeld onder h van dit artikel om economische activiteiten uit te oefenen door de oprichting van dochterondernemingen en filialen in Rusland respectievelijk de Gemeenschap, nadat zij daartoe van de bevoegde autoriteiten overeenkomstig de wetgeving en voorschriften van elke Partij vergunning hebben verkregen.

„Dochteronderneming”: een vennootschap waarover een andere vennootschap zeggenschap heeft.

„Economische activiteiten”: activiteiten met een industrieel of commercieel karakter of activiteiten van personen die een vrij beroep uitoefenen, met inbegrip van financiële diensten.

„Filiaal” van een vennootschap: een handelsvestiging zonder rechtspersoonlijkheid die kennelijk een permanent karakter bezit - zoals een agentschap van een moedervennootschap - een eigen management heeft en over de nodige materiële voorzieningen beschikt om zaken te doen met derden, in dier voege dat laatstgenoemden, hoewel zij ervan op de hoogte zijn dat indien nodig er een rechtsverhouding zal bestaan met de moedervennootschap waarvan het hoofdkantoor zich in het buitenland bevindt, geen rechtstreeks contact dienen te hebben met deze moedervennootschap doch hun transacties kunnen afhandelen met de genoemde handelsvestiging die het vorengenoemde agentschap vormt.

„Dochteronderneming uit de Gemeenschap” of „Russische dochteronderneming”: een „vennootschap uit de Gemeenschap” respectievelijk een „Russische vennootschap” zoals hierna omschreven, die tevens een dochteronderneming is van een Russische vennootschap respectievelijk een vennootschap uit de Gemeenschap.

Onderdaan van een Lid-Staat of van Rusland: een natuurlijke persoon die een onderdaan is van een van de Lid-Staten respectievelijk Rusland, overeenkomstig de wetgeving van de Gemeenschap respectievelijk Rusland.

„Transacties”: het verrichten van economische activiteiten.

Voor de in artikel 29 bedoelde financiële diensten wordt onder „transacties” verstaan het verrichten van alle economische activiteiten waarvoor de vennootschap van de bevoegde autoriteiten een vergunning heeft ontvangen overeenkomstig de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van elke Partij.

„Vennootschap uit de Gemeenschap” of „Russische vennootschap”: een overeenkomstig het recht van een Lid-Staat respectievelijk Rusland opgerichte vennootschap die haar statutaire zetel, hoofdbestuur of hoofdvestiging op het grondgebied van de Gemeenschap respectievelijk Rusland heeft. Indien een overeenkomstig het recht van een Lid-Staat respectievelijk Rusland opgerichte vennootschap enkel haar statutaire zetel op het grondgebied van de Gemeenschap respectievelijk Rusland heeft, wordt deze vennootschap als een vennootschap uit de Gemeenschap respectievelijk een Russische vennootschap beschouwd, indien uit haar transacties een werkelijke en permanente band met de economie van een Lid-Staat respectievelijk Rusland naar voren treedt.

Wat het internationale vervoer over zee betreft zijn de bepalingen van dit hoofdstuk en van hoofdstuk III eveneens van toepassing op buiten de Gemeenschap of Rusland gevestigde scheepvaartmaatschappijen waarover onderdanen van de Gemeenschap respectievelijk Rusland zeggenschap hebben, indien de vaartuigen van deze scheepvaartmaatschappijen in die Lid-Staat respectievelijk in Rusland geregistreerd zijn overeenkomstig de respectieve wettelijke regelingen van de Gemeenschap en Rusland.

Voor de toepassing van deze bepaling wordt onder internationaal vervoer over zee onder meer verstaan het intermodale vervoer dat ten dele over zee plaatsvindt, onverminderd de nationale bepalingen betreffende het vervoer van goederen en passagiers met andere wijzen van vervoer.

Wat de in bijlage 6, deel B, bedoelde bancaire diensten betreft, wordt voor de toepassing van artikel 29 en bijlage 7 onder „dochteronderneming uit de Gemeenschap” of „Russische dochteronderneming”, als omschreven onder e, verstaan een dochteronderneming die een bank is in de zin van de ter zake geldende wetgeving van een Lid-Staat respectievelijk Rusland.

Wat de in bijlage 6, deel B, bedoelde bancaire diensten betreft, wordt voor de toepassing van artikel 29 en bijlage 7 onder „vennootschap uit de Gemeenschap” of „Russische vennootschap”, als omschreven onder h, verstaan een vennootschap die een bank is in de zin van de ter zake geldende wetgeving van een Lid-Staat respectievelijk Rusland.

BWB 1997-12-01

In afwijking van artikel 100 beletten de bepalingen van deze titel een Partij niet de maatregelen te nemen die zij noodzakelijk acht om te voorkomen dat de door haar genomen maatregelen in verband met de toegang van derde landen tot haar markten door middel van deze Overeenkomst worden omzeild.

BWB 1997-12-01

1 In afwijking van het bepaalde in hoofdstuk I heeft een op het grondgebied van Rusland respectievelijk de Gemeenschap gevestigde vennootschap uit de Gemeenschap respectievelijk Rusland het recht, met inachtneming van de wetgeving van het gastland van vestiging, op het grondgebied van de Gemeenschap respectievelijk Rusland werknemers die onderdaan zijn van een Lid-Staat respectievelijk Rusland in dienst te nemen of deze door een van haar dochterondernemingen, filialen of joint ventures in dienst te laten nemen, mits deze werknemers een sleutelpositie in de zin van lid 2 van dit artikel bekleden en zij uitsluitend door vennootschappen, dochterondernemingen, filialen of joint ventures tewerkgesteld worden. De verblijfs- en werkvergunningen van deze werknemers dekken slechts de tijd van die tewerkstelling.

2 Werknemers met een sleutelpositie die in dienst zijn van de bovengenoemde vennootschappen, hierna „organisaties” genoemd, zijn „binnen de onderneming overgeplaatste personen” als omschreven onder c van de hierna volgende categorieën, met dien verstande dat de organisatie een rechtspersoon is en de betrokkenen gedurende tenminste het onmiddellijk aan de overplaatsing voorafgaande jaar in dienst waren van deze organisatie of daarin partners (doch geen aandeelhouders met een meerderheidsparticipatie) waren: a. leden van het hogere kader van een organisatie die in de eerste plaats verantwoordelijk zijn voor het management van de vestiging (filiaal, dochteronderneming of joint venture) onder het algemene toezicht en de leiding van de raad van bestuur of de aandeelhouders of daarmee gelijkgestelde personen. Hun taken omvatten: - de leiding van de vestiging of een afdeling of onderafdeling daarvan; - toezicht en controle op de werkzaamheden van andere toezichthoudende, hooggespecialiseerde of leidinggevende werknemers; - de persoonlijke bevoegdheid werknemers in dienst te nemen en te ontslaan of de indienstneming of het ontslag van werknemers of andere maatregelen in het kader van het personeelsbeleid aan te bevelen; b. binnen een organisatie werkzame personen die beschikken over bijzondere kennis die van wezenlijk belang is voor de dienstverlening van de vestiging, de onderzoeksuitrusting, de technische werkzaamheden of het management. Afgezien van de voor het functioneren van de betrokken vestiging vereiste specifieke kennis, kan deze kennis bestaan in een hoog bekwaamheidsniveau voor de uitvoering van bepaalde werkzaamheden of het uitoefenen van een bepaald beroep waarvoor specifieke technische vaardigheden vereist zijn, met inbegrip van, in voorkomend geval, het lidmaatschap van een erkende beroepsgroep; c. een „binnen de onderneming overgeplaatste persoon” is een natuurlijke persoon die voor een organisatie op het grondgebied van een Partij werkzaam is en die tijdelijk wordt overgeplaatst in het kader van economische activiteiten op het grondgebied van de andere Partij. De hoofdvestiging van de betrokken organisatie dient op het grondgebied van een Partij te zijn gevestigd en de overplaatsing dient te geschieden naar een vestiging van deze organisatie die op het grondgebied van de andere Partij daadwerkelijk soortgelijke economische activiteiten verricht.

BWB 1997-12-01

Wat de vestiging en, voor zover deze overeenkomst hierin niet voorziet, de werking van elkaars vennootschappen op hun grondgebied betreft, erkennen de Partijen dat het belangrijk is elkaar de nationale behandeling toe te kennen en komen zij overeen de mogelijkheid te onderzoeken om op een voor beide Partijen aanvaardbare grondslag en met inachtneming van de aanbevelingen van de Samenwerkingsraad daartoe strekkende maatregelen te nemen.

BWB 1997-12-01

1 De Partijen vermijden in zoverre mogelijk het nemen van maatregelen of het ontplooien van activiteiten die de voorwaarden voor de vestiging en de werking van vennootschappen uit de andere Partij restrictiever maken dan op de dag voorafgaande aan de datum van ondertekening van deze Overeenkomst het geval was.

2 Uiterlijk aan het einde van het derde jaar na de ondertekening van deze Overeenkomst en vervolgens eenmaal per jaar onderzoeken de partijen in het kader van de Samenwerkingsraad: - de door elke Partij sedert de datum van ondertekening van deze Overeenkomst genomen maatregelen die gevolgen hebben voor de vestiging of de werking van vennootschappen van een Partij op het grondgebied van de andere Partij en waarop de in artikel 28 bedoelde verbintenissen betrekking hebben; en - of het voor de Partijen mogelijk is: = de verbintenis op te nemen geen maatregelen te nemen of acties te ondernemen die de voorwaarden voor de vestiging en de werking van elkaars vennootschappen restrictiever kunnen maken dan ten tijde van dit onderzoek het geval was, voor zover deze Overeenkomst daarin niet reeds voorziet, of = andere verbintenissen aan te gaan die hun vrijheid van handelen beperken op gebieden die tussen de Partijen zijn overeengekomen op grond van de in artikel 28 genoemde verbintenissen. Indien een Partij na een dergelijk onderzoek van mening is dat de andere Partij sedert de ondertekening van deze Overeenkomst maatregelen heeft genomen die tot een situatie hebben geleid die, wat de vestiging of de werking van vennootschappen van de eerste Partij op het grondgebied van de andere Partij betreft aanmerkelijk restrictiever is dan de situatie op de datum van ondertekening van deze Overeenkomst, kan deze Partij de andere Partij verzoeken met haar in overleg te treden. In dat geval zijn de bepalingen van deel A van bijlage 8 van toepassing.

3 Ter bevordering van de doelstellingen van dit artikel worden maatregelen genomen als bedoeld in deel B van bijlage 8.

4 De bepalingen van dit artikel laten die van artikel 51 onverlet. De omstandigheden waarop artikel 51 van toepassing is, worden uitsluitend beheerst door de bepalingen van dat artikel, met uitsluiting van elk ander artikel.

BWB 1997-12-01

1 Artikel 28 is niet van toepassing op het vervoer door de lucht, over binnenwateren en over zee.

2 Wat evenwel de hierna opgesomde activiteiten van scheepvaartondernemingen op het gebied van diensten aan het internationale vervoer over zee betreft, met inbegrip van het intermodale vervoer dat ten dele over zee plaatsvindt, biedt elke Partij aan vennootschappen van de andere Partij de mogelijkheid op haar grondgebied een handelsvertegenwoordiging in de vorm van dochterondernemingen of filialen te hebben, onder voorwaarden, wat de vestiging en de werking betreft, die niet minder gunstig zijn dan de meest voordelige voorwaarden die zij aan haar eigen vennootschappen of aan dochterondernemingen of filialen van vennootschappen uit enig derde land toekent, een en ander in overeenstemming met de desbetreffende wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van elke Partij.

3 Deze activiteiten omvatten onder meer: a. het op de markt brengen en de verkoop van maritieme vervoerdiensten en aanverwante diensten door rechtstreekse contacten met klanten, van prijsopgave tot facturering; b. aankoop en wederverkoop van alle vervoerdiensten en aanverwante diensten, met inbegrip van diensten met betrekking tot het vervoer over binnenwateren, die voor een intermodale dienstverlening vereist zijn; c. voorbereiding van documentatie betreffende vervoersdocumenten, douanedocumenten of andere documenten in verband met de oorsprong en de aard van de vervoerde goederen; d. het verschaffen van handelsinformatie, op enigerlei wijze, onder meer door middel van geautomatiseerde informatiesystemen en systemen voor elektronische gegevensuitwisseling (onverminderd alle niet-discriminerende beperkingen op het telecommunicatieverkeer); e. het sluiten van enigerlei handelsovereenkomst met andere scheepvaartmaatschappijen; f. optreden namens ondernemingen, onder meer voor het organiseren van de afroep van aanvragen om scheepsruimte of, indien nodig, het overnemen van vracht.

BWB 1997-12-01

Voor de in bijlage 5 bij deze Overeenkomst vermelde sectoren verlenen de Partijen elkaar een behandeling welke niet minder gunstig is dan die welke zij aan om het even welk derde land toekennen ten aanzien van de voorwaarden voor de grensoverschrijdende dienstverlening door vennootschappen uit de Gemeenschap respectievelijk Russische vennootschappen op het grondgebied van Rusland respectievelijk de Gemeenschap, in overeenstemming met de op het grondgebied van de respectieve Partijen toepasselijke wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen.

BWB 1997-12-01

Behoudens het bepaalde in artikel 48 van deze Overeenkomst staan de Partijen voor de in bijlage 5 bij deze Overeenkomst vermelde sectoren het tijdelijke verkeer toe van natuurlijke personen die een vennootschap uit de Gemeenschap of een Russische vennootschap vertegenwoordigen en om tijdelijke toegang verzoeken voor onderhandelingen over de verkoop van grensoverschrijdende diensten of voor het sluiten van overeenkomsten betreffende de verkoop van grensoverschrijdende diensten voor die vennootschap, onder de voorwaarde dat die vertegenwoordigers niet zelf betrokken zijn bij de rechtstreekse verkoop aan de gewone afnemer of bij het verstrekken van diensten.

BWB 1997-12-01

1 Voor de in bijlage 5 vermelde sectoren kan elke Partij de voorwaarden vaststellen voor het grensoverschrijdend dienstenverkeer naar haar grondgebied. Voor zover de desbetreffende voorschriften algemeen toepasselijk zijn, worden zij op billijke, objectieve en onpartijdige wijze toegepast.

2 Lid 1 laat het bepaalde in artikel 36 en artikel 50 onverlet.

3 Uiterlijk tegen het einde van het derde jaar na de ondertekening van deze Overeenkomst onderzoeken de Partijen in het kader van de Samenwerkingsraad: - de door de Partijen sedert de ondertekening van de Overeenkomst genomen maatregelen die gevolgen hebben voor het grensoverschrijdend dienstenverkeer waarop artikel 36 betrekking heeft; en - of het voor de Partijen mogelijk is: = de verplichting op zich te nemen geen maatregelen te treffen of acties op te zetten die de voorwaarden voor het grensoverschrijdend dienstenverkeer waarop artikel 36 betrekking heeft restrictiever kunnen maken dan zij zijn in de op het ogenblik van het onderzoek bestaande situatie; = andere verplichtingen op zich te nemen die hun vrijheid van handelen kunnen beperken op de met betrekking tot de in het kader van artikel 36 aangegane verbintenissen door de Partijen overeengekomen gebieden. Indien een Partij naar aanleiding van een dergelijk onderzoek van mening is dat door de andere Partij sedert de ondertekening van de Overeenkomst genomen maatregelen een situatie tot gevolg hebben die met betrekking tot het grensoverschrijdend dienstenverkeer waarop artikel 36 betrekking heeft, veel restrictiever is dan die welke op de datum van ondertekening van deze Overeenkomst bestond, kan de eerste Partij de andere Partij verzoeken overleg te plegen. In dat geval zijn de bepalingen van deel A van bijlage 8 van toepassing.

4 Ter verwezenlijking van de doelstellingen van dit artikel worden maatregelen zoals omschreven in deel B van bijlage 8 genomen.

5 De bepalingen van dit artikel laten het bepaalde in artikel 51 onverlet. Met betrekking tot de in artikel 51 bedoelde situaties zijn alleen de bepalingen van dat artikel, met uitsluiting van alle andere, van toepassing.

BWB 1997-12-01

1 De Partijen verbinden zich ertoe het beginsel van onbeperkte toegang tot de internationale markt en het internationaal vervoer op commerciële basis daadwerkelijk toe te passen ten aanzien van het zeevervoer. a. Deze bepaling laat onverlet de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de Gedragscode van de Verenigde Naties voor Lijnvaartconferences die voor de Partijen bij deze Overeenkomst van toepassing zijn. De niet bij conferences aangesloten lijnvaartmaatschappijen kunnen vrij met een conference concurreren zolang zij zich aan het beginsel van eerlijke concurrentie op commerciële basis houden. b. De Partijen bevestigen dat zij de vrije concurrentie fundamenteel achten voor het handelsverkeer in droge en vloeibare bulkgoederen.

2 De Partijen verbinden zich ertoe bij de toepassing van de beginselen van lid 1: a. vanaf de inwerkingtreding van deze Overeenkomst in hun wederzijdse handelsrelaties geen bepalingen inzake vrachtverdeling van bilaterale overeenkomsten tussen een Lid-Staat en de voormalige USSR toe te passen; b. geen bepalingen inzake vrachtverdeling op te nemen in toekomstige bilaterale overeenkomsten met derde landen betreffende het handelsverkeer in droge en vloeibare bulkgoederen en betreffende het lijnverkeer. Dit sluit evenwel niet uit dat dergelijke bepalingen worden vastgesteld met betrekking tot het lijnvrachtverkeer in die uitzonderlijke gevallen waarin de lijnvaartmaatschappijen van een Partij bij deze Overeenkomst anders geen reële kans zouden krijgen om aan het handelsverkeer van en naar het betrokken derde land deel te nemen; c. bij het in werking treden van deze Overeenkomst alle unilaterale maatregelen en administratieve, technische en andere belemmeringen op te heffen die een verkapte beperking zouden kunnen vormen op of discriminerende gevolgen zouden kunnen hebben voor de vrije dienstverrichting in het internationaal maritiem vervoer. Elke Partij verleent aan de schepen die worden gebruikt voor het vervoer van goederen, passagiers of beide, en die de vlag van de andere Partij voeren, inter alia geen minder gunstige behandeling dan die welke zij aan haar eigen schepen verleent ten aanzien van de toegang tot de voor buitenlandse vaartuigen toegankelijke havens, het gebruik van de infrastructuur en van de maritieme hulpdiensten van die havens, evenals de daarmee verband houdende vergoedingen en kosten, de douanefaciliteiten en de toewijzing van aanlegplaatsen en installaties voor het laden en lossen.

3 De partijen komen overeen dat zij, na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst en niet later dan 31 december 1996, onderhandelingen zullen voeren over het in opeenvolgende fasen openstellen van hun binnenwateren voor de onderdanen en scheepvaartmaatschappijen van de andere Partij, met het oog op de vrijmaking van de op het internationale zeevervoer aansluitende diensten op de binnenwateren.

BWB 1997-12-01

Ten einde gunstige voorwaarden voor het spoorwegvervoer tussen de Partijen tot stand te brengen is tussen de Partijen overeengekomen dat zij in het kader van deze Overeenkomst en via geschikte bilaterale en multilaterale regelingen het volgende zullen bevorderen

de vereenvoudiging van de douane- en andere grensformaliteiten voor vracht en voor rollend materieel;

de samenwerking voor het ontwerpen van geschikt rollend materieel dat aan de eisen van het internationaal verkeer beantwoordt;

de onderlinge aanpassing van de voorschriften en procedures voor het internationale vervoer;

de beveiliging en uitbreiding van het internationaal personenvervoer tussen de Lid-Staten en Rusland.

BWB 1997-12-01

In het kader van de samenwerking worden er met betrekking tot lanceringen en transport in de ruimte eerlijke, evenwichtige, op de concurrentie gerichte en op gezonde economische beginselen steunende voorwaarden gehanteerd en worden er met name stappen ondernomen om te komen tot onderhandelingen over en de tenuitvoerlegging van multilaterale regels betreffende de internationale handel in op lanceringen en transport in de ruimte betrekking hebbende diensten.

Tijdens de tot het jaar 2000 lopende overgangsperiode worden voorwaarden overeengekomen voor de op ruimtelanceringen betrekking hebbende dienstverlening.

BWB 1997-12-01

De Partijen streven ernaar elkaar alle mogelijke bijstand te verlenen met betrekking tot maatregelen die de grensoverschrijdende handel in mobiele satellietcommunicatiemiddelen op hun respectieve grondgebieden bevorderen, in overeenstemming met de respectieve wetgevingen, procedures en voorwaarden van elke Partij. De Partijen komen in 1996 bijeen ter overweging van de mogelijkheid om elkaar met betrekking tot mobiele satellietdiensten een meestbegunstigingsbehandeling te verlenen.

BWB 1997-12-01

Met het oog op een gecoördineerde en aan hun commerciële behoeften aangepaste ontwikkeling van het vervoer tussen de Partijen kunnen deze na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst bijzondere overeenkomsten sluiten met betrekking tot de voorwaarden voor de wederzijdse toegang tot elkaars markten en het verlenen van diensten in de vervoerssector, voor zover bedoelde voorwaarden nog niet in deze Overeenkomst zijn vastgelegd. Deze overeenkomsten kunnen op meer dan één of op slechts één enkele vervoertak betrekking hebben.

BWB 1997-12-01

Voor de toepassing van de hoofdstukken II en III en van Titel V wordt geen rekening gehouden met de behandeling die door de Gemeenschap, haar Lid-Staten of Rusland wordt toegekend op grond van de verbintenissen welke in het kader van overeenkomsten inzake economische integratie zijn aangegaan.

BWB 1997-12-01

Vennootschappen waarover de zeggenschap berust bij en die de exclusieve eigendom zijn van vennootschappen uit de Gemeenschap en Russische vennootschappen gezamenlijk, komen eveneens in aanmerking voor de bepalingen van de hoofdstukken II en III van deze titel en van titel V.

BWB 1997-12-01

1 De bepalingen van deze titel worden toegepast behoudens beperkingen die gerechtvaardigd zijn uit hoofde van de openbare orde, de openbare veiligheid en de volksgezondheid.

2 Zij zijn niet van toepassing op de werkzaamheden die op het grondgebied van elke partij, zij het slechts occasioneel, verband houden met de uitoefening van het openbare gezag.

BWB 1997-12-01

De Samenwerkingsraad doet aanbevelingen met betrekking tot de verdere liberalisering van het dienstenverkeer, rekening houdende met de ontwikkeling van de dienstensectoren van de Partijen en met de andere door de Partijen aangegane internationale verbintenissen, vooral in het licht van de eindresultaten van de onderhandelingen betreffende de Algemene Overeenkomst inzake de Handel in Diensten, hierna de „GATS” te noemen.

BWB 1997-12-01

Voor de toepassing van deze titel belet geen enkele bepaling van deze Overeenkomst de Partijen hun wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende toelating en verblijf, het verrichten van werk, arbeidsvoorwaarden, de vestiging van natuurlijke personen en het verrichten van diensten toe te passen, mits zij dat niet op zodanige wijze doen dat de voor een Partij uit een specifieke bepaling van deze Overeenkomst voortvloeiende voordelen teniet worden gedaan of beperkt. Deze bepaling laat de toepassing van artikel 46 onverlet.

BWB 1997-12-01

1 De overeenkomstig de bepalingen van deze titel of titel V toegekende meestbegunstigingsbehandeling is niet van toepassing op de belastingvoordelen waarin de Partijen voorzien of in de toekomst zullen voorzien in het kader van overeenkomsten ter voorkoming van dubbele belasting of andere fiscale regelingen.

2 Niets in deze titel of in titel V kan worden uitgelegd als een beletsel voor het vaststellen of doen naleven door de Partijen van maatregelen ter voorkoming van belastingvermijding of -ontduiking overeenkomstig de bepalingen van overeenkomsten ter voorkoming van dubbele belasting en andere fiscale regelingen, of de nationale fiscale wetgeving.

3 Niets in deze titel of in titel V kan worden uitgelegd als een beletsel voor de Lid-Staten of Rusland om bij de toepassing van de desbetreffende bepalingen van hun fiscaal recht een onderscheid te maken tussen belastingplichtigen die zich niet in identieke situaties bevinden, inzonderheid met betrekking tot hun woonplaats.

BWB 1997-12-01

Onverminderd de artikelen 32 en 37 kan geen enkele bepaling van de hoofdstukken II, III en IV worden uitgelegd als zou zij het recht verlenen

aan onderdanen van de Lid-Staten respectievelijk Rusland zich op het grondgebied van Rusland respectievelijk de Gemeenschap te begeven of aldaar te verblijven in ongeacht welke hoedanigheid en met name als aandeelhouder of partner, beheerder of werknemer van een vennootschap dan wel als verstrekker of ontvanger van diensten;

aan dochterondernemingen of filialen van Russische vennootschappen in de Gemeenschap tot het op het grondgebied van de Gemeenschap in dienst nemen of hebben van onderdanen van Rusland;

aan dochterondernemingen of filialen van vennootschappen uit de Gemeenschap in Rusland tot het op het grondgebied van Rusland in dienst nemen of hebben van onderdanen van de Lid-Staten;

aan Russische vennootschappen dan wel dochterondernemingen of filialen van Russische vennootschappen in de Gemeenschap tot het voorzien in arbeidskrachten die onderdaan zijn van Rusland en die namens of onder het toezicht van andere personen optreden in het kader van tijdelijke arbeidsovereenkomsten;

aan vennootschappen uit de Gemeenschap dan wel dochterondernemingen of filialen van vennootschappen uit de Gemeenschap in Rusland tot het voorzien in arbeidskrachten die onderdanen van Lid-Staten zijn en die namens of onder het toezicht van andere personen optreden in het kader van tijdelijke arbeidsovereenkomsten.

BWB 1997-12-01

1 De in het kader van deze Overeenkomst door een Partij aan de andere toegekende behandeling is met ingang van de termijn van een maand vóór het in werking treden van de daarop betrekking hebbende voorschriften van de GATS, met betrekking tot de sectoren of maatregelen waarop de GATS betrekking heeft, in geen enkel geval gunstiger dan die welke door de eerste Partij in het kader van de GATS en met betrekking tot om het even welke dienstensector, dienstensubsector en wijze van dienstverlening wordt toegekend.

2 Onverminderd het automatisch karakter van het bepaalde in lid 1, stelt de Partij die in het kader van de GATS verplichtingen op zich heeft genomen, de andere Partij in kennis van de desbetreffende bepalingen en de daaruit voor deze Overeenkomst voortvloeiende aanpassingen.

3 Binnen een maand nadat zij van de Partij die in het kader van de GATS verplichtingen op zich heeft genomen, de in lid 2 bedoelde informatie heeft ontvangen, kan de andere Partij aan de eerste Partij kennisgeving doen van haar voornemen haar verplichtingen in het kader van deze titel aan te passen en die aanpassingen op de volgende wijze tot stand brengen: - indien een dienstensector, dienstensubsector of wijze van dienstverlening op grond van lid 1 van deze Overeenkomst wordt uitgesloten dan wel aan beperkingen of aan de vervulling van voorwaarden wordt onderworpen, kan dezelfde sector, subsector of wijze van dienstverlening worden uitgesloten dan wel aan dezelfde beperkingen of de vervulling van identieke of gelijkaardige voorwaarden worden onderworpen.

4 Deze aanpassingen door de andere Partij moeten tot gevolg hebben dat het evenwicht tussen de verplichtingen van de Partijen wordt hersteld.

5 Indien een Partij van oordeel is dat de op grond van lid 3 gemaakte aanpassingen niet hebben geleid tot een herstel van het evenwicht tussen de verplichtingen van de Partijen, kan die Partij de andere Partij verzoeken binnen 30 dagen overleg te plegen ten einde tot een bevredigende oplossing te komen door middel van om het even welke geschikte aanpassing van haar verplichtingen in het kader van deze titel.

6 Indien binnen 30 dagen na het aanvatten van dat overleg geen bevredigende oplossing is gevonden, zijn, indien een Partij daarom verzoekt, de procedures van artikel 101 van toepassing.

BWB 1997-12-01

1 De Partijen verbinden zich ertoe machtiging te verlenen tot alle betaalverrichtingen op de lopende rekening van de betalingsbalans in vrij convertibele valuta tussen inwoners van de Gemeenschap en van Rusland voor zover deze verrichtingen betrekking hebben op het verkeer van goederen, diensten of personen in overeenstemming met de bepalingen van deze Overeenkomst.

2 Het vrije kapitaalverkeer tussen inwoners van de Gemeenschap en van Rusland in de vorm van directe investeringen in vennootschappen die in overeenstemming met de wetten van het gastland zijn opgericht, en directe investeringen in overeenstemming met hoofdstuk II van titel IV, alsook de overmaking naar het buitenland van deze investeringen met inbegrip van alle compensatie-uitkeringen naar aanleiding van maatregelen zoals bijvoorbeeld onteigeningsbesluiten, nationalisatie of maatregelen van gelijke strekking, en van alle opbrengsten daarvan, worden gegarandeerd.

3 Het bepaalde in lid 2 belet Rusland niet beperkingen op te leggen op directe investeringen in het buitenland door inwoners van Rusland. Vijf jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst plegen de Partijen, met inachtneming van alle relevante monetaire, fiscale en financiële overwegingen, overleg over het in stand houden van deze beperkingen.

4 De kapitaalovermakingen waarop lid 2 betrekking heeft, hebben plaats tegen dezelfde wisselkoersvoorwaarden als die voor de lopende transacties.

5 Onverminderd de leden 6 en 7 stellen de Partijen, na het verstrijken van een overgangsperiode van 5 jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst, geen nieuwe beperkingen in op het kapitaalverkeer en de daarmee verband houdende lopende betalingen tussen inwoners van de Gemeenschap en van Rusland, en stellen zij geen meer restrictieve regelingen dan de bestaande vast. De invoering van beperkingen in de loop van de overgangsperiode bedoeld in de eerste zin van dit lid, laat evenwel de rechten en verplichtingen van de Partijen op grond van de leden 2, 3, 4 en 9 van dit artikel onverlet.

6 Nadat het in lid 5 bedoelde verbod van kracht is geworden en onverminderd de leden 1 en 2 kunnen de Gemeenschap en Rusland in uitzonderlijke omstandigheden, wanneer kapitaalverkeer tussen inwoners van de Gemeenschap en van Rusland oorzaak is of dreigt te zijn van ernstige moeilijkheden voor de toepassing van het wisselkoersbeleid of het monetaire beleid in de Gemeenschap of in Rusland, elk voor zich vrijwaringsmaatregelen nemen met betrekking tot het kapitaalverkeer tussen de Gemeenschap en Rusland voor een periode van niet meer dan zes maanden, indien het volstrekt nodig is dergelijke maatregelen te nemen.

7 In het kader van dit artikel kan Rusland, in afwachting van een volledige convertibiliteit van de munteenheid van Rusland in de zin van artikel VIII van de Overeenkomst betreffende het Internationaal Monetair Fonds (IMF), deviezenbeperkingen in verband met het verlenen of opnemen van financieel krediet op korte en middellange termijn toepassen, voor zover deze beperkingen aan Rusland voor het verlenen van dergelijke kredieten worden opgelegd en op grond van de IMF-status van Rusland zijn toegestaan. Rusland past deze beperkingen op niet-discriminerende wijze toe. Zij dienen zodanig te worden toegepast dat zij de uitvoering van deze Overeenkomst zo weinig mogelijk verstoren. Rusland doet aan de Samenwerkingsraad onverwijld mededeling van de invoering en van alle wijzigingen van dergelijke maatregelen.

8 De Partijen plegen overleg met het oog op de vergemakkelijking van het kapitaalverkeer tussen de Gemeenschap en Rusland ten einde de verwezenlijking van de doelstellingen van deze Overeenkomst te bevorderen. De Partijen streven in het bijzonder de verdere liberalisering na van kapitaalverkeer dat betrekking heeft op portefeuillebeleggingen en handelskrediet, en kapitaalverkeer dat betrekking heeft op financiële leningen en krediet van inwoners van de Gemeenschap aan inwoners van Rusland. De Samenwerkingsraad doet binnen de eerste vijf jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst de daarmee verband houdende aanbevelingen.

9 De Partijen verlenen elkaar met betrekking tot de vrijheid van de lopende betalingen en kapitaalverrichtingen en met betrekking tot de betaalmethoden een meestbegunstigingsbehandeling.

BWB 1997-12-01

1 De Partijen komen overeen, door de toepassing van hun mededingingsvoorschriften of anderszins, te bewerkstelligen dat beperkingen van de mededinging door ondernemingen of ten gevolge van overheidsmaatregelen, voor zover zij de handel tussen de Gemeenschap en Rusland ongunstig kunnen beïnvloeden, ongedaan worden gemaakt of worden opgeheven.

2 Met het oog op de verwezenlijking van de in lid 1 genoemde doelstellingen: 2.1. zorgen de Partijen ervoor dat zij over wetgeving beschikken ter bestrijding van mededingingsbeperkingen door de onder hun rechtsbevoegdheid vallende ondernemingen en op de naleving ervan toezien; 2.2. zien de partijen af van het verlenen van steun voor de uitvoer ter begunstiging van bepaalde ondernemingen of van de vervaardiging van produkten welke geen basisprodukten zijn. De Partijen verklaren zich bovendien bereid met ingang van het derde jaar na de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst met betrekking tot andere steunmaatregelen die de mededinging vervalsen of dreigen te vervalsen en voor zover zij de handel tussen de Gemeenschap en Rusland ongunstig beïnvloeden, strenge voorschriften in te voeren, met inbegrip van een volledig verbod op bepaalde steunmaatregelen. Zij definiëren gezamenlijk deze verschillende categorieën steunmaatregelen en de op ieder daarvan toepasselijke voorschriften binnen een termijn van drie jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst. De ene Partij verstrekt de andere op haar verzoek informatie over haar steunprogramma's of over bepaalde afzonderlijke gevallen van staatssteun; 2.3. kan Rusland gedurende een overgangsperiode die vijf jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst afloopt, maatregelen nemen die in strijd zijn met de tweede zin van lid 2, punt 2, op voorwaarde dat deze maatregelen worden ingevoerd en toegepast in de in bijlage 9 bedoelde omstandigheden; 2.4. verklaren de Partijen zich met betrekking tot de staatsmonopolies van commerciële aard bereid vanaf het derde jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst erop toe te zien dat niet wordt gediscrimineerd tussen onderdanen en vennootschappen van de Partijen met betrekking tot de voorwaarden waaronder goederen worden aangeschaft of verkocht; verklaren de Partijen zich met betrekking tot de overheidsondernemingen of ondernemingen waaraan de Lid-Staten of Rusland exclusieve rechten toekennen, bereid vanaf het derde jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst erop toe te zien dat geen maatregelen worden vastgesteld of gehandhaafd die voor de respectieve belangen van de Partijen nadelige distorsies van de handel tussen de Gemeenschap en Rusland tot gevolg hebben ; deze bepaling vormt geen juridische of feitelijke belemmering voor de vervulling van de aan bedoelde ondernemingen opgedragen bijzondere taken; 2.5. kan de in lid 2, punten 2 en 4, genoemde termijn in onderlinge overeenstemming tussen de Partijen worden verlengd.

3 Op verzoek van de Gemeenschap of Rusland kan binnen het Samenwerkingscomité overleg plaatshebben over de in leden 1 en 2 bedoelde beperkingen of vervalsing van de mededinging en over het doen naleven van de mededingingsvoorschriften, met inachtneming van de wettelijke beperkingen betreffende de bekendmaking van gegevens, de vertrouwelijkheid van informatie en het bedrijfsgeheim. Het overleg kan eveneens betrekking hebben op problemen in verband met de uitlegging van de leden 1 en 2.

4 De Partij met ervaring op het gebied van de toepassing van mededingingsvoorschriften stelt alles in het werk om de andere Partij, op haar verzoek en binnen de grenzen van de beschikbare middelen, technische bijstand te verlenen met betrekking tot de uitwerking en tenuitvoerlegging van mededingingsvoorschriften.

5 Bovenstaande bepalingen doen op geen enkele wijze afbreuk aan de rechten van een Partij om afdoende maatregelen, en met name die bedoeld in artikel 18, te nemen met betrekking tot distorsies van de handel.

BWB 1997-12-01

1 In overeenstemming met de bepalingen van dit artikel en van bijlage 10 bevestigen de Partijen het belang dat zij hechten aan een toereikende en doeltreffende bescherming en eerbiediging van de intellectuele, industriële en commerciële eigendomsrechten.

2 De Partijen bevestigen het belang dat zij hechten aan de verplichtingen welke voortvloeien uit de volgende multilaterale overeenkomsten: - het Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom (Akte van Stockholm, 1967, gewijzigd in 1979); - de Schikking van Madrid betreffende de internationale inschrijving van merken (Akte van Stockholm, 1967, gewijzigd in 1979); - de Overeenkomst van Nice betreffende de internationale classificatie van de waren en diensten ten behoeve van de inschrijving van merken (Genève 1977, gewijzigd in 1979); - het Verdrag van Boedapest inzake de internationale erkenning van het depot van micro-organismen ten dienste van de octrooiverlening (1977, gewijzigd in 1980); - het Verdrag tot samenwerking inzake octrooien (Washington 1970, aangepast en gewijzigd in 1979 en 1984); - het Protocol bij de Schikking van Madrid inzake de internationale inschrijving van merken (Madrid, 1989).

3 De Partijen bespreken in overeenstemming met artikel 90 geregeld de tenuitvoerlegging van dit artikel en van bijlage 10. Indien op het gebied van de intellectuele, industriële en commerciële eigendom er zich problemen voordoen welke de handelsvoorwaarden beïnvloeden, wordt op verzoek van om het even welke van de Partijen dringend overleg gepleegd ten einde tot wederzijds bevredigende oplossingen te komen.

BWB 1997-12-01

1 De Partijen erkennen dat een voorname voorwaarde voor het versterken van de economische banden tussen Rusland en de Gemeenschap de aanpassing van de wetgeving van Rusland aan die van de Gemeenschap is. Rusland doet het nodige om ervoor te zorgen dat zijn wetgeving geleidelijk in overeenstemming met die van de Gemeenschap wordt gebracht.

2 De aanpassing van de wetgeving omvat in het bijzonder de volgende terreinen: vennootschapsrecht, bankrecht, boekhoudkundige regels voor vennootschappen, vennootschapsbelastingen, bescherming van werknemers op de arbeidsplaats, financiële diensten, mededingingsregels, overheidsopdrachten, bescherming van de gezondheid en het leven van personen, dieren en planten, milieu, consumentenbescherming, indirecte belastingen, douanewetgeving, technische voorschriften en normen, wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften inzake kernenergie, vervoer.

BWB 1997-12-01

1 De Gemeenschap en Rusland bestrijken in hun bevordering van de samenwerking op economisch gebied een breed spectrum, ten einde aldus bij te dragen tot de ontwikkeling van hun respectieve economieën, de totstandbrenging van een gunstig internationaal economisch klimaat en de integratie van Rusland en een ruimer Europees samenwerkingsgebied. Deze samenwerking versterkt en ontwikkelt de economische banden ten voordele van beide Partijen.

2 Het beleid en de andere maatregelen van de Partijen met betrekking tot deze titel dienen met name gericht te zijn op de totstandbrenging van economische en sociale hervormingen en herstructurering in Rusland, en gaan uit van de eisen van duurzame en harmonische sociale ontwikkeling; ook de milieu-aspecten dienen volledig in die maatregelen te worden geïntegreerd.

3 De samenwerking heeft, inter alia, betrekking op: - de ontwikkeling van hun respectieve industriële sectoren en vervoerssectoren; - het opsporen van nieuwe voorzieningsbronnen en nieuwe markten; - het stimuleren van technologische en wetenschappelijke vooruitgang; - het bevorderen van een gestadige sociale ontwikkeling en ontwikkeling van het menselijk potentieel en van de lokale werkgelegenheid; - het bevorderen van de regionale samenwerking met het oog op een harmonische en duurzame ontwikkeling ervan.

4 De Partijen beschouwen het als noodzakelijk dat zij, tegelijk met de totstandbrenging van partnerschapsbetrekkingen en onderlinge samenwerking, de samenwerking met andere Europese Staten en met andere landen van de voormalige USSR in stand houden en ontwikkelen met het oog op een harmonische ontwikkeling van de regio, en stellen alles in het werk om dit proces aan te moedigen.

5 In voorkomend geval kunnen de economische samenwerking en de andere vormen van samenwerking waarin deze Overeenkomst voorziet, worden ondersteund door de Gemeenschap op basis van de verordeningen van de Raad van de Europese Unie met betrekking tot technische bijstand aan de landen van de voormalige USSR, met inachtneming van de door de Partijen overeengekomen prioriteiten. Er kan eveneens steun worden verleend via de andere eventueel beschikbare communautaire instrumenten. Speciale aandacht wordt door de Partijen verleend aan maatregelen welke de samenwerking met de andere landen van de voormalige USSR kunnen bevorderen.

6 De bepalingen van deze titel laten de handhaving van de mededingingsregels van de Partijen en van de bijzondere mededingingsvoorschriften voor ondernemingen van deze Overeenkomst onverlet.

BWB 1997-12-01

1 Bij de samenwerking wordt in het bijzonder de bevordering nagestreefd van: - de ontwikkeling van commerciële banden tussen bedrijven met inbegrip van kleine en middelgrote ondernemingen; - de verbetering van de bedrijfsvoering op ondernemingsniveau; - het privatiseringsproces in de context van een economische herstructurering en versterking van de particuliere sector; - maatregelen in zowel de overheidssector als in de particuliere sector om de industrie te herstructureren en te moderniseren gedurende een overgangsperiode die moet leiden naar een markteconomie en onder voorwaarden die gericht zijn op de bescherming van het milieu en op een duurzame ontwikkeling; - de omschakeling van de defensie-industrie; - de uitwerking van de nodige op de marktmechanismen afgestemde commerciële regels en handelwijzen evenals de overdracht van know-how.

2 Initiatieven op het gebied van de industriële samenwerking worden genomen met inachtneming van de door de Gemeenschap en Rusland vastgestelde prioriteiten. De initiatieven dienen in het bijzonder gericht te zijn op het opzetten van geschikte structuren voor ondernemingen, de verbetering van de know-how op het gebied van de bedrijfsvoering en de bevordering van doorzichtigheid met betrekking zowel tot de markten als tot de voorwaarden voor ondernemingen.

BWB 1997-12-01

1 Met inachtneming van de respectieve bevoegdheden van de Gemeenschap en de Lid-Staten is de samenwerking gericht op het creëren van een gunstig klimaat voor binnen- en buitenlandse investeringen, met name door betere voorwaarden voor de bescherming van investeringen, en door de mogelijkheid van kapitaalovermakingen en de uitwisseling van informatie over investeringsmogelijkheden.

2 De samenwerking is in het bijzonder gericht op de volgende doelstellingen: - de sluiting, waar nodig, van overeenkomsten tussen de Lid-Staten en Rusland voor de bevordering en bescherming van investeringen; - de sluiting, waar nodig, van overeenkomsten ter voorkoming van dubbele belasting tussen de Lid-Staten en Rusland; - de uitwisseling van informatie over investeringsmogelijkheden in de vorm van onder andere handelsbeurzen, tentoonstellingen, handelsweken en andere manifestaties; - de uitwisseling van informatie over de wettelijke en bestuursrechtelijke regelingen en de administratieve praktijk op het gebied van investeringen.

BWB 1997-12-01

De Partijen werken samen met het oog op de vaststelling van voorwaarden voor de gunning via openbare en op mededinging gebaseerde procedures van contracten, met name door middel van aanbestedingen.

BWB 1997-12-01

1 De Partijen treffen binnen de grenzen van hun bevoegdheid en in overeenstemming met hun wetgeving maatregelen om de verschillen die tussen de Partijen bestaan op het gebied van de metrologie, de normalisatie en de certificatie te reduceren door aanmoediging van het gebruik van internationaal erkende instrumenten op die gebieden. De Partijen werken op bovengenoemde gebieden nauw samen met de bevoegde Europese en andere internationale organisaties. De Partijen stimuleren in het bijzonder de nuttige interactieve contacten tussen hun respectieve organisaties met de bedoeling te komen tot onderhandelingen over overeenkomsten inzake wederzijdse erkenning op het gebied van werkzaamheden in verband met de overeenstemmingsbeoordeling.

2 De Partijen werken nauw samen om compatibiliteit van hun consumentenbeschermingssystemen te bereiken. Deze samenwerking is in het bijzonder gericht op de opzet van permanente systemen voor wederzijdse voorlichting betreffende gevaarlijke produkten, de verbetering van de aan de consument verstrekte informatie inzonderheid betreffende de prijzen, de kenmerken van aangeboden produkten en diensten, de ontwikkeling van contacten tussen vertegenwoordigers van de consumentenbelangen, en een toenemende overeenstemming van het beleid inzake consumentenbescherming.

BWB 1997-12-01

1 De partijen werken samen met het oog op de ontwikkeling van de sectoren mijnbouw en grondstoffen. Daarbij wordt speciale aandacht besteed aan de samenwerking in de sector non-ferrometalen.

2 De samenwerking heeft vooral betrekking op: - de uitwisseling van informatie over alle aangelegenheden welke voor de Partijen met betrekking tot de sectoren mijnbouw en grondstoffen van belang zijn, met inbegrip van commerciële aangelegenheden; - de vaststelling en tenuitvoerlegging van milieuwetgeving; - de opleiding.

3 Deze samenwerking wordt door de partijen geregeld besproken in het kader van een speciaal comité of orgaan dat in overeenstemming met artikel 93 wordt opgericht.

4 Dit artikel laat de in het bijzonder op grondstoffen betrekking hebbende artikelen, met name de artikelen 21, 65 en 66, onverlet.

BWB 1997-12-01

1 De Partijen bevorderen de bilaterale samenwerking op het gebied van civiel wetenschappelijk onderzoek en technologische ontwikkeling (O & TO) op basis van het wederzijdse voordeel daarvan, en met inachtneming van de omvang van de beschikbare middelen, van de nodige toegankelijkheid van hun respectieve programma's en van een passend beschermingsniveau van de intellectuele, industriële en commerciële eigendomsrechten (IER).

2 De samenwerking op het gebied van wetenschappen en technologie heeft betrekking op: - de uitwisseling van wetenschappelijke en technische informatie; - gezamenlijke O & TO-activiteiten; - opleidingsactiviteiten en programma's ter bevordering van de mobiliteit ten behoeve van aan beide zijden bij O & TO betrokken wetenschappers, onderzoekers en technici. Voor activiteiten in het kader van deze samenwerking die betrekking hebben op onderwijs en/of opleiding, dienen de bepalingen van artikel 63 te worden inachtgenomen. Bij de uitvoering van deze samenwerkingsactiviteiten wordt bijzondere aandacht besteed aan de tewerkstelling elders van wetenschappers, ingenieurs, onderzoekers en technici die zich bezig hebben gehouden met onderzoek naar en/of de produktie van massavernietigingswapens.

3 Deze samenwerking wordt ten uitvoer gelegd via afzonderlijke akkoorden waarvoor de onderhandelingen en de sluiting verlopen overeenkomstig de door elke Partij vastgestelde procedures en waarin onder andere de passende lER-bepalingen worden opgenomen.

BWB 1997-12-01

1 De Partijen werken samen voor het optrekken van het peil van het algemene onderwijs en de beroepskwalificaties, zowel in de openbare als in de particuliere sector.

2 De samenwerking wordt in het bijzonder gericht op de volgende terreinen: - de modernisering van het hoger onderwijs en de opleidingsstelsels in Rusland; - de opleiding van leidinggevend personeel in de openbare en de particuliere sector alsook van hogere ambtenaren op vast te stellen prioritaire terreinen; - de samenwerking tussen universiteiten onderling en tussen universiteiten en ondernemingen; - de mobiliteit van het onderwijzend personeel, afgestudeerden, jonge wetenschappers en onderzoekers, administratief personeel en jongeren in het algemeen; - de bevordering van het onderwijs op het gebied van Europese studies in de relevante instellingen; - het aanleren van talen van de Gemeenschap en van Rusland; - de postuniversitaire opleiding van conferentietolken; - de opleiding van journalisten; - de uitwisseling van opleidingsmethoden en de bevordering van het gebruik van moderne opleidingsprogramma's en technische faciliteiten; - de ontwikkeling van het afstandsonderwijs en van nieuwe opleidingstechnieken; - de opleiding van opleiders.

3 De deelneming van een Partij aan de respectieve programma's op onderwijs- en opleidingsgebied van de andere Partij zou kunnen worden overwogen in overeenstemming met hun respectieve procedures, en eventueel kunnen institutionele kaders en samenwerkingsprojecten worden opgezet in aansluiting op de deelneming van Rusland aan het TEMPUS-programma van de Gemeenschap.

BWB 1997-12-01

De samenwerking op dit terrein is gericht op de modernisering, herstructurering en privatisering van de landbouw en van de agro-industriële sector in Rusland onder voorwaarden welke de bescherming van het milieu waarborgen. Zij heeft met name betrekking op de ontwikkeling van het particuliere landbouwbedrijf en de distributiekanalen, de opslagmethoden, de afzet en de bedrijfsvoering, de modernisering van de plattelandsinfrastructuur en de verbetering van de landinrichting in de landbouw, de verbetering van de produktiviteit, van de kwaliteit en van de doeltreffendheid, en de overdracht van technologie en know-how. De partijen streven ernaar hun respectieve sanitaire en fytosanitaire normen verenigbaar te maken.

BWB 1997-12-01

1 De samenwerking vindt plaats met inachtneming van de beginselen van de markteconomie en het Europese Energiehandvest tegen de achtergrond van de geleidelijke integratie van de energiemarkten in Europa.

2 De samenwerking strekt zich onder meer over de volgende terreinen uit: - verbetering van de kwaliteit en de continuïteit van de energievoorziening, op een wijze die uit economisch en milieuoogpunt verantwoord is; - de uitstippeling van het energiebeleid; - verbetering van het beheer en de regulering van de energiesector in overeenstemming met de eisen van een markteconomie; - de totstandbrenging van de institutionele, wettelijke, fiscale en andere voorwaarden die nodig zijn om verhoogde handel en investeringen in energie te stimuleren; - de bevordering van energiebesparing en een efficiënt energiegebruik; - de modernisering van de energie-infrastructuur, met inbegrip van het op elkaar aansluiten van de gasvoorziening en de elektriciteitsnetten; - het milieu-effect van energieproduktie, -voorziening en -verbruik ten einde milieuschade als gevolg van deze activiteiten te voorkomen of tot een minimum te beperken; - verbetering van de technologieën bij de levering en het eindverbruik van de verschillende vormen van energie; - het beheer en de technische opleiding in de energiesector.

BWB 1997-12-01

Met inachtneming van de respectieve bevoegdheden van de Gemeenschap en haar Lid-Staten vindt civiele samenwerking in de kernenergiesector onder meer plaats via de tenuitvoerlegging van twee tussen de Partijen te sluiten overeenkomsten betreffende kernversmelting en nucleaire veiligheid.

BWB 1997-12-01

Onverminderd artikel 41 bevorderen de Partijen in voorkomend geval de samenwerking op lange termijn wat betreft onderzoek, ontwikkeling en commerciële toepassingen op het gebied van de civiele ruimte. Zij besteden bijzondere aandacht aan initiatieven die in hun beider voordeel de complementariteit van hun respectieve activiteiten ten volle benutten.

BWB 1997-12-01

Partijen werken samen op het gebied van de bouwnijverheid, met name op de onder de artikelen 55, 57, 60, 62, 63 en 77 van deze Overeenkomst vallende terreinen.

Deze samenwerking beoogt onder meer de modernisering en herstructurering van de bouwsector in Rusland overeenkomstig de beginselen van een markteconomie en met inachtneming van de met de bouw verband houdende gezondheids-, veiligheids- en milieu-aspecten.

BWB 1997-12-01

1 Met inachtneming van het Europese Energiehandvest en de Verklaring van de Conferentie van Luzern van 1993 ontwikkelen en versterken Partijen hun samenwerking op het gebied van het milieu en de volksgezondheid.

2 De samenwerking beoogt bestrijding van het milieubederf en met name: - daadwerkelijke controle van de verontreinigingsniveaus en beoordeling van het milieu; informatiesysteem met betrekking tot de toestand van het milieu; - bestrijding van lokale, regionale en grensoverschrijdende lucht- en waterverontreiniging; - ecologisch herstel; - duurzame, doeltreffende en uit milieuoogpunt doelmatige energieproduktie en -gebruik; de veiligheid van industriële installaties; - de classificatie en veilige behandeling van chemische produkten; - verbetering van de kwaliteit van het water; - beperking, recycling en veilige verwijdering van afval; tenuitvoerlegging van het Verdrag van Bazel; - onderzoek van de milieu-effecten van de landbouw, bodemerosie en chemische verontreiniging; - de bescherming van bossen; - de instandhouding van de biodiversiteit, beschermde gebieden en duurzaam gebruik en beheer van biologische rijkdommen; - planning van het landgebruik, met inbegrip van nieuwbouwplanning en stadsplanning; - aanwending van economische en fiscale instrumenten; - onderzoek van klimaatsveranderingen op wereldniveau; - milieu-opvoeding en -bewustmaking; - tenuitvoerlegging van het Verdrag van Espoo inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband.

3 De samenwerking vindt met name plaats via: - de opstelling van plannen voor rampen en andere noodsituaties; - uitwisseling van informatie en deskundigen, onder meer op het gebied van de overdracht van schone technologieën en het veilige en uit milieuoogpunt verantwoorde gebruik van biotechnologieën; - gezamenlijke onderzoeksactiviteiten; - verbeteringen van wetgeving om deze meer in overeenstemming te brengen met de communautaire normen; - samenwerking in regionaal verband, met inbegrip van samenwerking in het kader van het door de Gemeenschap opgerichte Europees Milieubureau en op internationaal niveau; - uitstippeling van strategieën, vooral in verband met wereldomvattende en klimatologische kwesties en tevens met het oog op de totstandbrenging van duurzame ontwikkeling; - milieu-effectstudies.

BWB 1997-12-01

De Partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking op vervoergebied.

De samenwerking beoogt onder meer de herstructurering en modernisering van de vervoersystemen en -netwerken in Rusland en de ontwikkeling en verzekering, in voorkomend geval, van de compatibiliteit van de vervoersystemen in het kader van de verwezenlijking van een meer geïntegreerd vervoerstelsel.

De samenwerking omvat onder meer

de modernisering van het beheer en de exploitatie van het wegvervoer, de spoorwegen, havens en luchthavens;

de modernisering en ontwikkeling van de spoorweg-, waterweg-, weg-, haven-, luchthaven- en luchtvaartinfrastructuur, inclusief de modernisering van de belangrijkste verbindingen van gemeenschappelijk belang en de transeuropese verbindingen voor voornoemde vervoertakken;

de bevordering en ontwikkeling van het multimodale vervoer;

de bevordering van gezamenlijke onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma's;

de totstandbrenging van het wettelijk en institutioneel kader voor beleidsontwikkeling en -uitvoering, inclusief privatisering van de vervoersector.

BWB 1997-12-01

1 De Partijen verruimen en versterken hun samenwerking op dit terrein met het oog op de geleidelijke integratie op technisch niveau van hun respectieve telecommunicatie- en postnetwerken. Daartoe zetten zij met name de volgende acties op: - de uitwisseling van informatie inzake telecommunicatie- en postdiensten en het TV- en omroepbeleid; - de uitwisseling van technische en andere informatie, het uitvoeren van opleidings- en adviesverleningsacties; - de overdracht van technologie en know-how; - de uitwerking en uitvoering van gezamenlijke projecten door de ter zake bevoegde organen van beide Partijen; - de bevordering van nieuwe communicatievoorzieningen, in de eerste plaats ten behoeve van commerciële en openbare instellingen; - de bevordering van Europese technische normen, certificatiesystemen en regelgevingsmethoden; - samenwerking bij het veiligstellen van de communicatie in kritieke omstandigheden, onderlinge raadpleging over de uitwerking van richtsnoeren voor samenwerking tussen het bedienend personeel in geval van rampen, enz.

2 Deze activiteiten worden onder meer op de volgende prioritaire terreinen toegespitst: - de ontwikkeling en modernisering in het kader van de markthervormingen van een geïntegreerde telecommunicatiesector in Rusland en de totstandbrenging van een passende regelgevingsbasis; - de modernisering van het Russische telecommunicatienetwerk en de technische integratie daarvan in het Europees en het wereldomspannende netwerk; - samenwerking bij de ontwikkeling van systemen van informatieuitwisseling en datatransmissie tussen organisaties van de Gemeenschap en Rusland; - de integratie op technisch niveau van transeuropese telecommunicatienetwerken; - de modernisering van de Russische post- en omroepdiensten, met inbegrip van de juridische en regelgevingsaspecten daarvan; - het beheer van de telecommunicatie-, post-, TV- en omroepdiensten in de veranderende economieën van beide Partijen, omvattend onder meer de organisatiestructuren, de strategie en planning, het tariefbeleid en de aankoopbeginselen.

BWB 1997-12-01

De Partijen werken samen met het oog op de totstandbrenging en ontwikkeling van een passend kader voor het bank- en verzekeringswezen en de verdere financiële dienstensector in Rusland dat is aangepast aan de behoeften van een markteconomie.

De samenwerking heeft voornamelijk betrekking op

de ontwikkeling van boekhoudkundige normen die bij een markteconomie passen en verenigbaar zijn met de door de Lid-Staten gehanteerde normen;

de herstructurering van het bank-, het verzekerings- en het financiële stelsel;

de verbetering van het toezicht op en de reglementering van de bank-, de verzekerings- en de financiële dienstensector;

de ontwikkeling van compatibele financiële controlesystemen;

de uitwisseling van informatie over de respectieve geldende of in voorbereiding zijnde wetten;

de modernisering van de infrastructuur van handels- en particuliere banken.

BWB 1997-12-01

De Partijen versterken hun onderlinge samenwerking op het gebied van regionale ontwikkeling en ruimtelijke ordening.

Zij stimuleren tevens de uitwisseling door de nationale, regionale en plaatselijke overheden van informatie over beleid inzake regionale planning en ruimtelijke ordening en over methoden voor het uitstippelen van regionaal beleid met speciale aandacht voor de ontwikkeling van probleemgebieden.

Zij moedigen tevens directe contacten aan tussen de respectieve regio's en openbare organisaties die verantwoordelijk zijn voor de planning van de regionale ontwikkeling ten einde onder meer methoden en wijzen van stimulering van regionale ontwikkeling uit te wisselen.

BWB 1997-12-01

1 De Partijen ontwikkelen hun samenwerking op het gebied van de gezondheid en veiligheid met het oog op de verbetering van het beschermings- en veiligheidsniveau van de werknemers. De samenwerking omvat met name: - vorming en opleiding op het gebied van gezondheids- en veiligheidszaken waarbij specifieke aandacht wordt besteed aan de bedrijfssectoren met grote risico's; - de ontwikkeling en bevordering van preventieve maatregelen ter bestrijding van beroepsziekten en andere met het beroep samenhangende aandoeningen; - de voorkoming van risico's voor ernstige ongevallen en het beheer van giftige chemische stoffen; - onderzoek ter ontwikkeling van fundamentele kennis omtrent de werkomgeving en de gezondheid en veiligheid van werknemers.

2 Op het gebied van de werkgelegenheid omvat de samenwerking met name technische bijstand met het oog op: - optimalisering van de arbeidsmarkt; - modernisering van de arbeidsbemiddelings- en adviseringsdiensten; - planning en beheer van de herstructureringsprogramma's; - stimulering van de ontwikkeling van lokale werkgelegenheid; - uitwisseling van informatie over programma's inzake soepele tewerkstelling, inclusief programma's die het oprichten van eigen ondernemingen bevorderen.

3 De Partijen besteden bijzondere aandacht aan samenwerking op het gebied van de sociale bescherming, die onder meer samenwerking bij het plannen en ten uitvoer leggen van hervormingen op het gebied van de sociale bescherming in Rusland omvat. Deze hervormingen beogen de ontwikkeling in Rusland van aan markteconomieën inherente beschermingsmethoden en omvatten alle terreinen van de sociale zekerheidsactiviteiten. De samenwerking omvat eveneens technische bijstand voor de ontwikkeling van sociale verzekeringsinstellingen met het oog op de bevordering van een geleidelijke overgang naar een stelsel dat een combinatie is van niet-premievrije vormen van bescherming en sociale bijstand alsmede respectieve niet-gouvernementele organisaties die sociale diensten verlenen.

BWB 1997-12-01

De Partijen versterken en ontwikkelen hun samenwerking met name door de volgende maatregelen

vergemakkelijking van het toerisme;

samenwerking tussen officiële vreemdelingenverkeersorganen;

verhoging van de informatiestroom;

overdracht van know-how;

bestudering van de mogelijkheden voor gezamenlijke acties.

BWB 1997-12-01

1 De Partijen streven ernaar het midden- en kleinbedrijf (KMO's) te ontwikkelen en te versterken en de samenwerking tussen KMO's in de Gemeenschap en Rusland te bevorderen.

2 De Partijen moedigen de uitwisseling van informatie en know-how aan onder meer op de volgende terreinen: - het creëren van de vereiste juridische, administratieve, technische, fiscale, financiële en andere voorwaarden voor de ontwikkeling en uitbreiding van KMO's en voor grensoverschrijdende samenwerking; - het verstrekken van de speciale diensten waaraan de KMO's behoefte hebben, zoals management- en marketingopleiding, boekhouding, kwaliteitscontrole en de oprichting en versterking van de organen die dergelijke diensten verlenen; - het aanknopen van duurzame banden tussen de Gemeenschap en Russische ondernemers ten einde de informatiestroom naar KMO's te verbeteren en grensoverschrijdende samenwerking te bevorderen, onder meer via het verlenen van toegang tot en het doen functioneren van het BC-net, de EG-adviescentra voor ondernemingen, mits aan de voor deze netwerken noodzakelijke voorwaarden wordt voldaan. De Partijen werken nauw samen om te verzekeren dat aan de noodzakelijke voorwaarden voor toegang tot de netwerken wordt voldaan.

BWB 1997-12-01

1 De Partijen steunen de ontwikkeling van moderne methoden van informatiebeheersing, met inbegrip van de media, en doen het nodige om de daadwerkelijke onderlinge uitwisseling van informatie te stimuleren. Er wordt prioriteit verleend aan programma's die het grote publiek basisinformatie over de Gemeenschap verstrekken en beroeps-, met name handelskringen, van gespecialiseerde informatie voorzien.

2 De Partijen doen het nodige om de samenwerking uit te breiden en te versterken met het oog op de totstandbrenging van een passende informatie-infrastructuur. Daartoe voeren zij met name de volgende acties uit: - de uitwisseling van informatie over beleid voor de totstandbrenging van informatie-infrastructuur, inclusief regelgevingsbeleid; - onderzoek van de mogelijkheid voor gezamenlijke projecten inzake onderzoek en ontwikkeling op het gebied van informatie- en communicatietechnologieën en inzake de totstandbrenging van een informatie-infrastructuur die is afgestemd op de behoeften van een markteconomie met inachtneming van het omschakelingspotentieel van Russische bedrijven en de Russische belangstelling voor informatisering en de interoperabiliteit met communautaire informatiestructuren; - de ontwikkeling van gezamenlijke programma's betreffende de opleiding van specialisten op het gebied van de informatietechnologieën en informatiediensten; - bevordering van Europese technische normen, certificatiesystemen en regelgevingsaanpak.

BWB 1997-12-01

1 Het doel van de samenwerking is compatibiliteit tussen de douanesystemen van de Partijen.

2 De samenwerking omvat in het bijzonder de volgende elementen: - uitwisseling van informatie; - verbetering van de werkmethoden; - harmonisatie en vereenvoudiging van de douaneprocedures voor de door Partijen verhandelde goederen; - onderlinge aansluiting van de doorvoersystemen van de Gemeenschap en Rusland; - steun bij de invoering en het beheer van moderne douaneinformatiesystemen, inclusief computergestuurde systemen op de douanecontroleposten; - onderlinge bijstand en gezamenlijke acties met betrekking tot voor twee doelen inzetbare goederen en goederen waarvoor niet-tarifaire beperkingen gelden; - de organisatie van studiebijeenkomsten en opleidingsperioden. Waar nodig wordt technische bijstand verleend.

3 Onverminderd de overige in deze Overeenkomst en met name in de artikelen 82 en 84 overeengekomen samenwerking vindt de wederzijdse bijstand tussen de administratieve autoriteiten in douanezaken van Partijen plaats overeenkomstig het bepaalde in Protocol 2.

BWB 1997-12-01

1 De samenwerking beoogt de verdere ontwikkeling van efficiënte statistische systemen, en informatie- en programma-technologische compatibiliteit van de statistische gegevens om mettertijd betrouwbare statistieken te leveren die nodig zijn om de economische samenwerking tussen de Partijen en het proces van economische hervormingen in Rusland te ondersteunen en te controleren en bij te dragen aan de ontwikkeling van het particulier ondernemerschap in Rusland.

2 De samenwerking tussen Partijen is in het bijzonder gericht op: - versterking van de ontwikkeling van een efficiënt statistisch systeem in Rusland, met name om een passend institutioneel kader op te zetten; - verbetering van de opleidingsnormen en het beroepsniveau van het statistisch personeel; - harmonisatie met internationale, en met name communautaire methoden, normen en classificaties; - het ter beschikking stellen van de nodige macro- en microeconomische gegevens aan ondernemingen in de particuliere en de openbare sector; - het waarborgen van de vertrouwelijkheid van gegevens; - de uitwisseling van statistische informatie en met het oog daarop het samenstellen en/of een beroep doen op databanken.

BWB 1997-12-01

1 De Partijen vergemakkelijken het proces van economische hervorming en de coördinatie van hun economisch beleid door hun samenwerking die gericht is op het verkrijgen van een beter inzicht in de grondslagen van hun respectieve economieën en de uitstippeling en tenuitvoerlegging van economisch beleid in markteconomieën. Partijen zullen met oog daarop: - informatie uitwisselen over macro-economische prestaties en vooruitzichten en over ontwikkelingsstrategieën; - economische kwesties van wederzijds belang analyseren, met inbegrip van het plannen van een economisch beleid en de instrumenten voor de tenuitvoerlegging daarvan; - uitgebreide samenwerking tussen economen en hoge ambtenaren aanmoedigen ten einde de overdracht van informatie en know-how voor de uitstippeling van economisch beleid te bespoedigen en te zorgen voor ruime verspreiding van de resultaten van onderzoek dat voor het beleid van belang kan zijn.

BWB 1997-12-01

1 De Partijen zijn het eens over de noodzaak al het nodige te doen en samen te werken ten einde te voorkomen dat hun financiële systemen worden gebruikt voor het witwassen van inkomsten uit criminele activiteiten in het algemeen en drugsmisdrijven in het bijzonder.

2 De samenwerking op dit gebied omvat administratieve en technische bijstand met het oog op de vaststelling van passende normen ter voorkoming van het witwassen van geld die gelijkwaardig zijn aan de in deze door de Gemeenschap en internationale fora, in het bijzonder de Financial Action Task Force (FATF), gehanteerde.

BWB 1997-12-01

De Partijen werken samen voor grotere efficiëntie van het beleid en de maatregelen om de illegale produktie en levering van en de in handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen, inclusief voorkoming van het oneigenlijk gebruik van precursoren, tegen te gaan, alsmede voor de bevordering van de preventie en terugdringing van de vraag naar verdovende middelen. De Samenwerking op dit gebied is gebaseerd op onderling overleg en nauwe coördinatie tussen Partijen over de doelstellingen en maatregelen op de verschillende met verdovende middelen verband houdende terreinen en voorziet onder meer in de uitwisseling van opleidingsprogramma's en omvat technische bijstand van de Gemeenschap wanneer deze voorhanden is.

BWB 1997-12-01

Onverminderd artikel 52 werken de Partijen, die de noodzaak van een stabiele werking en ontwikkeling van de Russische binnenlandse valutamarkt erkennen, samen aan de totstandbrenging van een doeltreffend systeem van reglementering van het kapitaalverkeer en betalingen in Rusland.

Gezien de ervaring, deskundigheid en respectieve mogelijkheden van de Lid-Staten en de Gemeenschap omvat samenwerking op dit gebied, ondersteund door technische bijstand van de Gemeenschap, onder meer

het aanknopen van banden tussen de bevoegde instanties van de Gemeenschap en haar Lid-Staten en van Rusland;

de regelmatige uitwisseling van informatie;

het helpen ontwikkelen van passende voorschriften.

Ten einde optimale benutting van de beschikbare middelen te verzekeren, zorgen de Partijen voor nauwe coördinatie met de door andere landen en internationale organisaties getroffen maatregelen.

BWB 1997-12-01

De Partijen brengen samenwerking tot stand ter voorkoming van illegale activiteiten, zoals

illegale immigratie en illegale aanwezigheid van natuurlijke personen van hun nationaliteit op hun respectieve grondgebieden, met inachtneming van het beginsel en de praktijk van wedertoelating;

illegale economische activiteiten, met inbegrip van corruptie;

illegale transacties in verschillende goederen, inclusief, industriële afvalprodukten;

vervalsingen;

de illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen.

De samenwerking op bovengenoemde terreinen zal zijn gebaseerd op wederzijds overleg en nauwe coördinatie en zal voorzien in technische en administratieve bijstand, omvattende

het ontwerpen van nationale wetgeving op het terrein van voorkoming van illegale activiteiten;

de oprichting van voorlichtingscentra;

de verhoging van de doeltreffendheid van de instellingen die zich met het voorkomen van illegale activiteiten bezighouden;

de opleiding van personeel en de ontwikkeling van onderzoeksinfrastructuur;

de uitwerking van over en weer aanvaardbare maatregelen die illegale activiteiten verhinderen.

BWB 1997-12-01

1 De Partijen verbinden zich ertoe de culturele samenwerking te bevorderen ten einde de bestaande banden tussen hun volkeren te versterken en de wederzijdse kennis van hun respectieve talen en culturen aan te moedigen onder eerbiediging van creatieve vrijheid en de toegang over en weer tot culturele waarden.

2 De samenwerking omvat met name: - de uitwisseling van informatie en ervaringen op het gebied van het conserveren en beschermen van monumenten en plaatsen (architectoraal erfgoed); - culturele uitwisselingen tussen instituten, kunstenaars en andere in de culturele sector werkzame personen; - de vertaling van literaire werken.

3 De Samenwerkingsraad kan aanbevelingen voor de tenuitvoerlegging van dit artikel doen.

BWB 1997-12-01

Met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze Overeenkomst, met name de titels VI en VII, en in overeenstemming met de artikelen 87, 88 en 89 komt Rusland in aanmerking voor tijdelijke financiële steun van de Gemeenschap die de vorm aanneemt van technische bijstand in de vorm van subsidies ten einde de economische hervorming van Rusland te bespoedigen.

BWB 1997-12-01

Deze financiële steun wordt geleverd in het kader van het Tacis-programma, zoals in de desbetreffende verordening van de Raad van de Europese Unie bepaald.

BWB 1997-12-01

De doelstellingen en terreinen van de financiële steun van de Gemeenschap worden vastgesteld in een indicatief programma dat een afspiegeling vormt van de door de Partijen vast te stellen prioriteiten, waarbij rekening wordt gehouden met de behoeften van Rusland, zijn sectoriële opnemingscapaciteiten en de met de hervorming geboekte voortgang. De Partijen stellen de Samenwerkingsraad van een en ander in kennis.

BWB 1997-12-01

Om optimaal profijt te kunnen trekken uit de beschikbare middelen zorgen de Partijen ervoor dat de technische bijstandsbijdragen van de Gemeenschap worden toegekend in nauwe coördinatie met die uit andere financieringsbronnen, zoals de Lid-Staten, andere landen en internationale organisaties, zoals de Internationale Bank voor Herstel en Ontwikkeling en de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling.

BWB 1997-12-01

Hierbij wordt een Samenwerkingsraad opgericht, die toeziet op de tenuitvoerlegging van deze Overeenkomst. Deze Samenwerkingsraad komt eens per jaar of telkens wanneer de omstandigheden zulks vereisen op Ministersniveau bijeen. Hij behandelt alle belangrijke vraagstukken die zich in het kader van deze Overeenkomst voordoen, en alle andere, bilaterale of internationale vraagstukken van gemeenschappelijk belang om de doelstellingen van deze Overeenkomst te bereiken. De Samenwerkingsraad kan tevens passende aanbevelingen doen in onderlinge overeenstemming tussen de vertegenwoordigers van de Partijen in de Samenwerkingsraad.

BWB 1997-12-01

1 De Samenwerkingsraad bestaat uit de leden van de Raad van de Europese Unie en leden van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, enerzijds, en uit leden van de Regering van de Russische Federatie, anderzijds.

2 De Samenwerkingsraad stelt zijn reglement van orde vast.

3 De Samenwerkingsraad wordt beurtelings voorgezeten door een vertegenwoordiger van de Gemeenschap en door een lid van de Regering van de Russische Federatie.

BWB 1997-12-01

1 De Samenwerkingsraad wordt bij de vervulling van zijn taken bijgestaan door een Samenwerkingscomité, bestaande uit vertegenwoordigers van de leden van de Raad van de Europese Unie en vertegenwoordigers van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, enerzijds, en uit vertegenwoordigers van de Regering van de Russische Federatie, anderzijds. In beginsel zullen dit hogere ambtenaren zijn. Het Samenwerkingscomité wordt beurtelings voorgezeten door een vertegenwoordiger van de Gemeenschap en een vertegenwoordiger van de Regering van de Russische Federatie. De Samenwerkingsraad bepaalt in zijn reglement van orde de taken van het Samenwerkingscomité. Deze omvatten onder meer de voorbereiding van de vergaderingen van de Samenwerkingsraad, de taken als bepaald in de artikelen 16, 17 en 53 en in bijlage 2 en de vaststelling van de werkwijze van het Comité.

2 De Samenwerkingsraad mag ongeacht welke van zijn bevoegdheden aan het Samenwerkingscomité delegeren, dat voor de continuïteit zal zorgen tussen de vergaderingen van de Samenwerkingsraad.

BWB 1997-12-01

De Samenwerkingsraad kan tot de oprichting besluiten van ieder ander speciaal comité of lichaam dat hem bij de uitvoering van zijn taken kan bijstaan en bepaalt de samenstelling en taken van deze comités of lichamen alsmede hun werkwijze.

BWB 1997-12-01

Bij het onderzoek van ongeacht welke kwestie die zich voordoet in het kader van deze Overeenkomst met betrekking tot een bepaling betreffende een artikel van de GATT houdt de Samenwerkingsraad zoveel mogelijk rekening met de algemeen gebruikelijke interpretatie van het artikel van de GATT in kwestie door de overeenkomstsluitende Partijen bij de GATT.

BWB 1997-12-01

1 Het Parlementair Samenwerkingscomité bestaat uit leden van het Europees Parlement, enerzijds, en uit leden van het Federale Parlement van de Russische Federatie, anderzijds.

2 Het Parlementair Samenwerkingscomité stelt zijn reglement van orde vast.

3 Het Parlementair Samenwerkingscomité wordt bij toerbeurt door een lid van het Europees Parlement en door een lid van het Federale Parlement van de Russische Federatie voorgezeten, volgens de in zijn reglement van orde op te nemen bepalingen.

BWB 1997-12-01

Het Parlementair Samenwerkingscomité kan de Samenwerkingsraad om ter zake doende inlichtingen over de tenuitvoerlegging van deze Overeenkomst verzoeken. De Samenwerkingsraad verstrekt het Samenwerkingscomité de verlangde informatie.

Het Parlementair Samenwerkingscomité wordt ingelicht over de aanbevelingen van de Samenwerkingsraad.

Het Parlementair Samenwerkingscomité kan aanbevelingen doen aan de Samenwerkingsraad.

BWB 1997-12-01

1 Binnen het toepassingsgebied van deze Overeenkomst verbindt elk van de Partijen zich ertoe erop toe te zien dat natuurlijke personen en rechtspersonen van de andere Partij, zonder discriminatie ten opzichte van de eigen onderdanen, toegang hebben tot de ter zake bevoegde rechterlijke en administratieve instanties van de Partijen ter bescherming van hun persoonlijkheids- en eigendomsrechten, waaronder ook die betreffende intellectuele, industriële en commerciële eigendom.

2 Binnen de grenzen van hun respectieve bevoegdheden zetten beide Partijen zich in om: - arbitrage aan te moedigen bij geschillen die voortkomen uit handels- en samenwerkingsovereenkomsten tussen ondernemers van de Gemeenschap en van Rusland; - overeen te komen dat wanneer een geschil ter arbitrage wordt voorgelegd, elke Partij bij het geschil, behalve wanneer de regels van de arbitrage-instantie die door de Partijen is gekozen anders bepalen, haar eigen scheidsrechter kiest ongeacht diens nationaliteit en dat de voorzittende derde scheidsrechter of de enige scheidsrechter een ingezetene van een derde Staat mag zijn; - hun ondernemers aan te bevelen in onderling overleg het recht te kiezen dat op hun contracten van toepassing is; - aan te moedigen dat een beroep wordt gedaan op de arbitragevoorschriften die zijn uitgewerkt door de Commissie van de Verenigde Naties inzake Internationaal Handelsrecht (Uncitral) en arbitrage door een instantie van een Staat die het Verdrag over de erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse arbitrale uitspraken dat op 10 juni 1958 in New York werd gesloten, heeft ondertekend.

BWB 1997-12-01

Niets in deze Overeenkomst belet een Partij maatregelen te nemen

die zij nodig acht voor de bescherming van haar vitale veiligheidsbelangen

om de bekendmaking te beletten van informatie die haar vitale veiligheidsbelangen in gevaar brengt;

die verband houden met splijtstoffen of het materiaal waaruit deze geproduceerd worden;

die verband houden met de produktie van of de handel in wapens, munitie of oorlogsmateriaal of met onderzoek, ontwikkeling of produktie die absoluut vereist zijn voor defensiedoeleinden, mits deze maatregelen niet de mededingingsvoorwaarden wijzigen voor produkten die niet voor specifiek militaire doeleinden bestemd zijn;

in geval van ernstige binnenlandse beroeringen die de openbare orde in gevaar brengen, in tijden van oorlog of ernstige internationale spanningen die een oorlogsdreiging inhouden of om verplichtingen na te komen die zij voor de instandhouding van de vrede en de internationale veiligheid is aangegaan ; of

die zij nodig acht om haar internationale verplichtingen en verbintenissen of autonome maatregelen in overeenstemming met dergelijke algemeen aanvaarde internationale verplichtingen en verbintenissen na te komen met betrekking tot de controle op het tweeledig gebruik van industriële goederen en technologieën.

BWB 1997-12-01

1 Op de door deze Overeenkomst bestreken terreinen en onverminderd eventuele bijzondere bepalingen daarvan, zullen - de regelingen die Rusland ten opzichte van de Gemeenschap toepast geen aanleiding geven tot discriminatie tussen de Lid-Staten, hun onderdanen dan wel hun vennootschappen; - de regelingen die de Gemeenschap ten opzichte van Rusland toepast geen aanleiding geven tot discriminatie tussen onderdanen of vennootschappen van Rusland.

2 Het bepaalde in lid 1 doet geen afbreuk aan het recht van de Partijen om de ter zake doende bepalingen van hun belastingwetgeving toe te passen op belastingplichtigen die niet in dezelfde situatie verkeren met name ten aanzien van hun woonplaats.

BWB 1997-12-01

1 Elk van de Partijen mag ieder geschil dat verband houdt met de toepassing of de uitlegging van deze Overeenkomst aan de Samenwerkingsraad voorleggen.

2 De Samenwerkingsraad kan het geschil bij aanbeveling beslechten.

3 Indien het geschil niet overeenkomstig lid 2 kan worden beslecht, mag de meest gerede Partij de andere van de benoeming van een bemiddelaar in kennis stellen ; de andere Partij moet dan binnen twee maanden een tweede bemiddelaar benoemen. Voor de toepassing van deze procedure worden de Gemeenschap en haar Lid-Staten geacht één Partij bij het geschil te zijn. De Samenwerkingsraad benoemt een derde bemiddelaar. De aanbevelingen van de bemiddelaars worden met meerderheid van stemmen genomen. Deze aanbevelingen zijn niet bindend voor de Partijen.

4 De Samenwerkingsraad kan procedureregels voor de regeling van geschillen vaststellen.

BWB 1997-12-01

De Partijen komen overeen op verzoek van elk van de Partijen onmiddellijk overleg te plegen via passende kanalen om kwesties met betrekking tot de uitlegging of tenuitvoerlegging van deze Overeenkomst en andere relevante aspecten van de betrekkingen tussen de Partijen te bespreken.

De bepalingen van dit artikel doen geen afbreuk aan en gelden onder voorbehoud van de artikelen 17, 18, 101 en 107.

BWB 1997-12-01

In de Overeenkomst wordt onder de term „Partijen” verstaan de Gemeenschap, of de Lid-Staten, of de Gemeenschap en haar Lid-Staten, overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden, enerzijds, en Rusland, anderzijds.

BWB 1997-12-01

Het Verdrag inzake het Energiehandvest en de protocollen daarvan zijn vanaf de inwerkingtreding van deze Overeenkomst van toepassing op zaken die ook onder deze Overeenkomst ressorteren in de mate waarin het Verdrag in die toepassing voorziet.

BWB 1997-12-01

Deze Overeenkomst wordt gesloten voor een aanvankelijke periode van tien jaar. Zij wordt automatisch telkens met een jaar verlengd tenzij één van beide Partijen de andere Partij ten minste zes maanden voor het verstrijken ervan schriftelijk ervan in kennis stelt dat zij deze Overeenkomst opzegt.

BWB 1997-12-01

1 De Partijen treffen alle algemene en bijzondere maatregelen die vereist zijn om aan hun verplichtingen krachtens deze Overeenkomst te voldoen. Zij zullen erop toezien dat de in deze Overeenkomst aangegeven doelstellingen worden bereikt.

2 Indien een van beide Partijen van mening is dat de andere Partij een verplichting krachtens deze Overeenkomst niet is nagekomen, kan zij passende maatregelen treffen. Alvorens dit te doen, verstrekt zij, behalve in bijzonder dringende gevallen, de Samenwerkingsraad alle ter zake doende informatie die nodig is voor een grondig onderzoek van de situatie, ten einde een voor de Partijen aanvaardbare oplossing te vinden. Bij voorrang moeten die maatregelen worden gekozen die de goede werking van deze Overeenkomst het minst verstoren. Deze maatregelen worden onmiddellijk ter kennis van de Samenwerkingsraad gebracht; op verzoek van de andere Partij wordt daaromtrent in de Samenwerkingsraad overleg gepleegd.

BWB 1997-12-01

Zolang onder deze Overeenkomst geen gelijkwaardige rechten voor personen en ondernemers zijn verwezenlijkt, zal deze Overeenkomst geen afbreuk doen aan de rechten die hun worden verzekerd door bestaande overeenkomsten, welke bindend zijn voor één of meer Lid-Staten, enerzijds, en voor Rusland, anderzijds, met uitzondering van gebieden die tot de bevoegdheid van de Gemeenschap behoren en zonder afbreuk te doen aan de verplichtingen van de Lid-Staten die voortvloeien uit deze Overeenkomst op gebieden die tot hun bevoegdheid behoren.

BWB 1997-12-01

Deze Overeenkomst is van toepassing, enerzijds, op de gebieden waar de Verdragen tot oprichting van de Europese Gemeenschap, de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie van toepassing zijn en onder de in die Verdragen neergelegde voorwaarden en, anderzijds, op het grondgebied van Rusland.

BWB 1997-12-01

Deze Overeenkomst is opgesteld in twee exemplaren in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Franse, de Griekse, de Italiaanse, de Nederlandse, de Portugese, de Spaanse en de Russische taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

BWB 1997-12-01

Deze Overeenkomst wordt door de Partijen volgens hun eigen procedures goedgekeurd.

Deze Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgende op de dag waarop de Partijen elkaar kennisgeving doen van het feit dat de in de eerste alinea bedoelde procedures zijn voltooid.

Bij haar inwerkingtreding vervangt deze Overeenkomst wat de betrekkingen tussen Rusland en de Gemeenschap betreft, onder voorbehoud van artikel 22, leden 1, 3 en 5, de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken inzake handel en commerciële en economische samenwerking, die op 18 december 1989 in Brussel werd ondertekend.

Need to analyze how this provision applies to your matter?

Cross-reference this statute against case law, commentaries, and related legislative provisions inside Legislator AI.

Open in Legislator →