Beleidsregel artikelen 3.1 en 3.2 Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik 202520261912329-05-202625-05-2026IENW/BSK-2026/8778120261912329-05-202625-05-2026IENW/BSK-2026/8778130-05-2026
Table of Provisions (9)
Statutory Text (9 Articles)
In deze beleidsregel wordt verstaan onder
grote gemeenten: gemeenten met 300.000 inwoners of meer;
middelgrote gemeenten: gemeenten met 100.000 tot 300.000 inwoners;
middelkleine gemeenten: gemeenten met 30.000 tot 100.000 inwoners;
kleine gemeenten: gemeenten tot 30.000 inwoners;
kunststofhoudende tabaksfilters: tabaksproducten met kunststofhoudende filters en kunststofhoudende filters die worden verkocht voor gebruik in combinatie met tabaksproducten als bedoeld in artikel 5 van het Besluit kunststofproducten voor eenmalig gebruik.
Het kostenaandeel zwerfafval per kunststofproductsoort als bedoeld in artikel 3.1, derde lid, van de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik over 2025 bedraagt voor
a. voedselverpakkingen
€ 3.352.815,15
b. zakjes en wikkels
€ 12.493.839,95
c. drankverpakkingen
€ 8.502.820,02
d. drinkbekers
€ 4.749.724,55
e. lichte plastic draagtassen
€ 1.993.127,28
f. vochtige doekjes
€ 2.078.044,41
g. ballonnen
€ 146.174,69
h. kunststofhoudende tabaksfilters
€ 28.722.259,21
i. bewustmakingsmaatregelen
€ 1.113.441,40
De afgeronde bijdrage per eenheid kunststofproduct als bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, van de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik bedraagt voor 2025
a. vochtige doekjes
€ 124,32/1.000kg
b. ballonnen
€ 0,39/kg
c. kunststofhoudende tabaksfilters
€ 4,82/1.000 stuks
1 De bijdrage per producent bedraagt de niet afgeronde waarde van de in artikel 3 vermelde bijdrage per eenheid kunststofproduct vermenigvuldigd met het aantal of de hoeveelheid in 2025 door de betreffende producent in de handel gebrachte producten.
2 Het aandeel gerapporteerde op de markt gebrachte vochtige doekjes bedraagt 16.715.932,19 kg. Het aandeel gerapporteerde op de markt gebrachte ballonnen bedraagt 376.992,47 kg. Het aantal gerapporteerde op de markt gebrachte kunststofhoudende tabaksfilters bedraagt 6.185.884.072.
De wegingsfactor per type overheidsorganisatie bedraagt voor de vergoeding van de kosten voor het opruimen, het vervoer en de verwerking van zwerfafval in 2025 het percentage genoemd in de eerste kolom en voor de vergoeding van de kosten van bewustmakingsmaatregelen het percentage genoemd in de tweede kolom
Opruimen, vervoer, verwerking
Bewustmakingsmaatregelen
a. grote gemeenten
38,19%
11,06%
b. middelgrote gemeenten
17,11%
17,90%
c. middelkleine gemeenten
26,58%
42,35%
d. kleine gemeenten
10,69%
25,24%
e. provincies
0,75%
0,01%
f. waterschappen
2,11%
2,64%
g. Rijkswaterstaat
2,47%
0,72%
h. ProRail
2,10%
0,08%
i. Staatsbosbeheer
0,00%
0,00%
De afgeronde gemiddelde kosten per gebiedskenmerk als bedoeld in artikel 3.2, derde lid, aanhef en onder a, van de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik bedragen voor 2025
a. grote gemeenten
€ 9,33 / inwoner
b. middelgrote gemeenten
€ 2,50 / inwoner
c. middelkleine gemeenten
€ 2,07 / inwoner
d. kleine gemeenten
€ 2,33 / inwoner
e. provincies
€ 11,03 / km2 oppervlakte
f. waterschappen
€ 5,61 / km waterweg
1 De hoogte van de vergoeding als bedoeld in artikel 3.2, tweede lid, van de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik wordt als volgt bepaald: a. voor gemeenten: het aantal inwoners vermenigvuldigd met de niet afgeronde waarde van de kosten per inwoner voor gemeenten in de betreffende grootteklasse als bedoeld in artikel 7, onderdelen a tot en met d; b. voor provincies: de oppervlakte van de provincie in km2 vermenigvuldigd met de niet afgeronde waarde van de kosten per km2als bedoeld in artikel 7, onderdeel e; c. voor waterschappen: de totale lengte van de waterwegen in km vermenigvuldigd met de niet afgeronde waarde van de kosten per km waterweg als bedoeld in artikel 7, onderdeel f; d. voor Rijkswaterstaat, ProRail onderscheidenlijk Staatsbosbeheer: de wegingsfactor van de betreffende overheidsorganisatie als vermeld in artikel 6, eerste kolom, vermenigvuldigd met het totaal van de kosten voor het opruimen van zwerfafval als bedoeld in artikel 2, onderdelen a tot en met h, zijnde € 62.038.805,27, en de kosten voor bewustmakingsmaatregelen van artikel 2, onderdeel i.
2 Per overheidsorganisatie zijn het gebiedskenmerk, de maximale vergoeding, gebaseerd op de niet afgeronde waarde van de gemiddelde kosten per gebiedskenmerk als bedoeld in artikel 6, en de afgeronde wegingsfactor binnen de betreffende categorie overheidsorganisaties als bedoeld in artikel 6 vermeld in de tabel van de bijlage.
3 De uit te keren vergoedingen worden overeenkomstig artikel 3.2, tweede lid, eerste volzin, van de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik gecorrigeerd voor het geïnde bedrag op 1 oktober 2026.
4 Nadien binnengekomen bijdragen worden overeenkomstig artikel 3.2, vijfde lid, tweede volzin, van de Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik aangehouden en naar rato uitbetaald op een later moment.
Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin hij wordt geplaatst.
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel artikelen 3.1 en 3.2 Regeling kunststofproducten voor eenmalig gebruik 2025.