Legislator Case Law & Legislation
BWBR0052429 NL

Beleidsregel boeteoplegging Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit vervoer (wegvervoer) 202620261021817-03-202617-02-2026ILT-2025/5470520261021817-03-202617-02-2026ILT-2025/5470518-03-2026

12 Articles / Provisions · Netherlands
Open official source Machine-readable Markdown (.md)

Table of Provisions (12)

Statutory Text (12 Articles)

BWB 2026-03-18

In deze beleidsregel wordt verstaan onder

eerste bedrijfsinspectie: bedrijfsinspectie die geen tweede bedrijfsinspectie of volgende bedrijfsinspectie is;

eerste transportinspectie: transportinspectie die geen tweede of volgende transportinspectie is;

tweede bedrijfsinspectie: bedrijfsinspectie die plaatsvindt binnen vijf jaar na een eerste bedrijfsinspectie, waarbij de eerste bedrijfsinspectie heeft geresulteerd in de oplegging van een bestuurlijke boete die onherroepelijk is op de datum waarop de huidige bedrijfsinspectie aanvangt;

tweede transportinspectie: transportinspectie die plaatsvindt binnen vijf jaar na een eerste transportinspectie waarbij de eerste transportinspectie heeft geresulteerd in de oplegging van een bestuurlijke boete die onherroepelijk is op de datum waarop de transportinspectie aanvangt;

volgende bedrijfsinspectie: bedrijfsinspectie die plaatsvindt binnen vijf jaar na twee of meer bedrijfsinspecties, waarbij ten minste twee van deze bedrijfsinspecties hebben geresulteerd in de oplegging van een bestuurlijke boete en deze bestuurlijke boetes onherroepelijk zijn op de datum waarop de bedrijfsinspectie aanvangt;

volgende transportinspectie: transportinspectie die plaatsvindt binnen vijf jaar na twee of meer transportinspecties, waarbij ten minste twee van deze transportinspecties hebben geresulteerd in de oplegging van een bestuurlijke boete en deze bestuurlijke boetes onherroepelijk zijn op de datum waarop de transportinspectie aanvangt;

zelfstandige: persoon als bedoeld in artikel 2:7 van de Arbeidstijdenwet.

BWB 2026-03-18

Deze beleidsregel is van toepassing op elke als zodanig aangemerkte overtreding van het bij of krachtens de Arbeidstijdenwet bepaalde, voor zover

het arbeid betreft verricht in of op motorrijtuigen, genoemd in artikel 5: 12, tweede lid, onder a, van de Arbeidstijdenwet, niet zijnde een taxi;

het arbeid betreft van personen werkzaam in of op die motorrijtuigen of in bedrijven of inrichtingen die rechtstreeks betrekking hebben op die arbeid; en

voor zover daarvoor op grond van de wet een bestuurlijke boete kan worden opgelegd.

BWB 2026-03-18

1 In bijlage 1 bij deze beleidsregel staan de normbedragen die, met inachtneming van artikel 10:7, eerste lid, van de Arbeidstijdenwet en met toepassing van het tweede en vierde lid, van dat artikel als uitgangspunt worden gehanteerd bij het opleggen van een bestuurlijke boete.

2 Bij het opleggen van een bestuurlijke boete wordt in beginsel uitgegaan van een normale verwijtbaarheid als bedoeld in het derde lid, onder b.

3 Het normbedrag, bedoeld in het eerste lid, wordt vermenigvuldigd met de factor: a. 0,50, indien sprake is van verminderde verwijtbaarheid; b. 1,00, indien sprake is van normale verwijtbaarheid; c. 1,50, indien sprake is van grove schuld; en d. 2,00, indien sprake is van opzet.

4 Bij het bepalen van de mate van verwijtbaarheid, bedoeld in het derde lid, worden in ieder geval de volgende omstandigheden meegewogen: a. eerdere interventies of overtredingen; b. andere overtredingen in de controleperiode; c. het met de overtreding behaalde voordeel; d. de impact of duur van de overtreding; e. of de overtreding op eigen initiatief is beëindigd.

5 In bijlage 2 bij deze beleidsregel staan de overtredingen waarvoor bij de toepassing van het eerste lid direct bij constatering een bestuurlijke boete wordt opgelegd en de overtredingen waarvoor eerst een waarschuwing wordt gegeven en pas nadat eenzelfde overtreding nogmaals is geconstateerd, wordt overgegaan tot oplegging van een bestuurlijke boete.

BWB 2026-03-18

Onverminderd de artikelen 5, 6, 7 en 8 bestaat de bij een boetebeschikking op te leggen bestuurlijke boete, in geval er sprake is van meerdere overtredingen, uit de som van de per overtreding berekende boetebedragen overeenkomstig artikel 3.

BWB 2026-03-18

Bij een bedrijfsinspectie bedraagt het maximaal in het boeterapport of proces-verbaal op te nemen aantal personen ter zake waarvan een of meer overtredingen zijn vastgesteld, voor een werkgever met

minder dan 25 werknemers: 3;

25 of meer, maar minder dan 50 werknemers: 6;

50 of meer, maar minder dan 100 werknemers: 9;

100 of meer werknemers: 12.

BWB 2026-03-18

1 De boete die per boetebeschikking kan worden opgelegd bij een eerste bedrijfsinspectie bedraagt ten hoogste het in de tabel opgenomen percentage van het in artikel 10,7, eerste lid, van de Arbeidstijdenwet, bedoelde bedrag van de vijfde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht. Zelfstandige/ aantal werknemers verminderde verwijtbaarheid normale verwijtbaarheid grove schuld opzet Zelfstandige 6,25% 12,5% 18,75% 25% 1 t/m 24 12,5% 25% 37,5% 50% 25 t/m 49 25% 50% 75% 100% 50 t/m 99 37,5% 75% 112,5% 150% 100 of meer 50% 100% 150% 200%

2 Indien meerdere overtredingen zijn vastgesteld met verschillende maten van verwijtbaarheid, wordt bij toepassing van het eerste lid uitgegaan van de ernstigste mate van verwijtbaarheid die is vastgesteld bij de begane overtredingen, overeenkomstig artikel 3, derde lid, van deze beleidsregel.

3 De boete die maximaal per boetebeschikking kan worden opgelegd bij een tweede bedrijfsinspectie bedraagt ten hoogste 200% van het bedrag dat overeenkomstig het eerste en tweede lid kan worden opgelegd.

BWB 2026-03-18

1 De boete die per boetebeschikking aan de werkgever of aan de zelfstandige kan worden opgelegd bij een eerste transportinspectie bedraagt ten hoogste 50% van het bedrag dat op grond van artikel 7, eerste en tweede lid, aan een bedrijf met 1 t/m 24 werknemers respectievelijk een zelfstandige kan worden opgelegd.

2 De boete die per boetebeschikking aan de werkgever of aan de zelfstandige kan worden opgelegd bij een tweede transportinspectie bedraagt ten hoogste 200% van het bedrag dat op grond van artikel 7, eerste en tweede lid, aan een bedrijf met 1 t/m 24 werknemers respectievelijk een zelfstandige kan worden opgelegd.

3 Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op boetes voor overtredingen die vallen onder de in bijlage 1 opgenomen boetefeitcodes B 2.4:4 (11), B 2.4:5 (40) of B 2.4:5 (40a).

BWB 2026-03-18

Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze beleidsregel een overtreding is begaan, blijft met betrekking tot de berekening van de boete voor die overtreding het recht gelden zoals dat luidde onmiddellijk voor dat tijdstip, indien de toepassing daarvan voor de overtreder gunstiger is.

BWB 2026-03-18

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin hij wordt geplaatst.

BWB 2026-03-18

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel boeteoplegging Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit vervoer (wegvervoer) 2026.

Need to analyze how this provision applies to your matter?

Cross-reference this statute against case law, commentaries, and related legislative provisions inside Legislator AI.

Open in Legislator →