Legislator Case Law & Legislation
BWBR0052368 NL

Subsidieregeling KVJJ 2027–2028/20292026790627-02-202612-02-202671511302026790627-02-202612-02-2026715113001-03-2026

19 Articles / Provisions · Netherlands
Open official source Machine-readable Markdown (.md)

Table of Provisions (19)

Statutory Text (19 Articles)

BWB 2026-03-01

Staatssecretaris: de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid;

DJI: de Dienst Justitiële Inrichtingen;

Lid dienstleiding: Lid dienstleiding verantwoordelijk voor Forensische zorg, Jeugd en Zorg;

Directeur: Directeur van de directie Forensische Zorg en Justitiële Jeugdinrichtingen;

Kleinschalige Voorziening Justitiële Jeugd: een voorziening anders dan een justitiële jeugdinrichting als bedoeld in artikel 3a van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen, waarin een jeugdige wordt geplaatst en die wordt toegelicht in bijlage 1a t/m 1f;

Jeugdige: de jeugdige, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdelen a, b, e en i, van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen;

BWB 2026-03-01

1 De Staatssecretaris verstrekt subsidie ten behoeve van de opvang van jeugdigen in een Kleinschalige Voorziening Justitiële Jeugd in de: – regio Amsterdam; – regio Rotterdam; – regio Den Haag; – regio Zuid, en – regio Noord.

2 In bijlage 2 wordt een overzicht gegeven van de regio-indeling.

BWB 2026-03-01

De grondslag voor de subsidieverstrekking is artikel 2, onder b en f, van de Kaderwet overige JenV subsidies.

BWB 2026-03-01

Afdeling 4.2.8 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de subsidieverstrekking aan Kleinschalige Voorzieningen Justitiële Jeugd op grond van deze regeling met dien verstande dat de artikelen 4:71, eerste lid, 4:77, en 4:79 van de Algemene wet bestuursrecht eveneens van toepassing zijn.

BWB 2026-03-01

1 De subsidie wordt eenmalig verstrekt voor: a. de regio’s Noord en Zuid voor de periode vanaf 1 januari 2027 tot 1 januari 2029, waarbij de boekingsperiode gelijk is aan de subsidieperiode van twee jaar; b. de overige regio’s voor de periode vanaf 1 januari 2027 tot 1 januari 2030 waarbij de boekingsperiode gelijk is aan de subsidieperiode van drie jaar.

2 Bij besluit van de Staatssecretaris dat wordt gepubliceerd in de Staatscourant, kan per regio de subsidieperiode tot tweemaal toe met een periode van maximaal een jaar worden verlengd, indien: a. een wetsvoorstel tot wijziging van de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen waarbij een subsidiegrondslag voor Kleinschalige Voorzieningen Justitiële Jeugd in deze wet is opgenomen, aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, is aangeboden; of b. op basis van een analyse van de kosten en baten de verlenging per regio of regio’s naar het oordeel van de Staatssecretaris verantwoord is.

3 In geval van een verlenging kan er niet van onderhavige regeling worden afgeweken.

BWB 2026-03-01

Subsidie wordt verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 34 van de Algemene wet bestuursrecht.

BWB 2026-03-01

Per regio geldt een subsidieplafond van € 1.931.703,– per jaar (prijspeil 2025) in de zin van artikel 4:25 van de Algemene wet bestuursrecht met dien verstande dat de bedragen jaarlijks voor normatief 85% kunnen worden geïndexeerd op basis van de door het Ministerie van VWS vastgestelde Overheidsbijdrage in de Arbeidskosten Ontwikkeling (OVA) Percentage en voor normatief 15% voor het door het Ministerie van Financiën toegekende percentage (materiële) prijsbijstelling. Bij afzonderlijk besluit zal de indexatie aan de subsidieontvanger bekend worden gemaakt.

BWB 2026-03-01

1 Voor de verstrekking van subsidie komen de volgende kostenposten in aanmerking: – personeelskosten; – organisatiekosten; – verzorgingskosten voor en verblijfskosten van jeugdigen; – kosten in verband met de zorg voor gebouwen en terreinen, en – huisvestingskosten.

2 De berekening van in het eerste lid genoemde posten vindt plaats op basis van integrale kosten.

3 Geen subsidie wordt verstrekt voor kosten die vóór de subsidieverdeling, bedoeld in artikel 2.4, zijn gemaakt.

BWB 2026-03-01

Deze regeling is van toepassing in het Europese gedeelte van Land Nederland van het Koninkrijk der Nederlanden.

BWB 2026-03-01

Alleen rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid kunnen een aanvraag om subsidieverlening indienen.

BWB 2026-03-01

1 De aanvraag voor de subsidieperiode geschiedt digitaal en dient toegezonden te worden aan inkoopforensischezorg@dji.minjus.nl.

2 Er dient gebruik gemaakt te worden van het op de website van DJI gepubliceerde aanvraagformulier (bijlage 3) en bijhorende bijlagen; de link naar de website is: https://www.dji.nl/justitiabelen/jongeren.

3 De aanvraag dient uiterlijk op maandag 1 april 2026 om 24.00 uur te zijn ontvangen op het emailadres inkoopforensischezorg@dji.minjus.nl. Ingevolge artikel 4:3a van de Algemene wet bestuursrecht wordt de ontvangst van de aanvraag digitaal bevestigd. Te laat ontvangen aanvragen worden niet in behandeling genomen.

4 Indien de aanvraag niet volledig is ingevuld dan wel de vereiste bijlagen niet zijn meegezonden, ontvangt de aanvrager zo spoedig mogelijk een mail met een verzoek om gelet op artikel 4.5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht het gebrek voor maandag 9 april 2026 om 24.00 per mail te herstellen. Indien de mail niet voor bovengenoemde dag en tijdstip is ontvangen, wordt de aanvraag niet in behandeling genomen. Indien de ontvangen informatie niet leidt tot het gewenste herstel dan wordt de aanvraag niet in behandeling genomen.

BWB 2026-03-01

De subsidie wordt verleend op basis van een beoordeling en waardering van het ingevulde aanvraagformulier (bijlage 3) en de bij de aanvraag bijgevoegde informatie en/of documenten aan de hand van het Programma van eisen (bijlage 4) en het Beoordelingskader (bijlage 5).

BWB 2026-03-01

1 Namens de Staatssecretaris beslist de Directeur op de aanvraag voor subsidieverlening uiterlijk voor 1 augustus 2026.

2 De beslissing geschiedt op basis van een gezamenlijk tot stand gekomen advies van een adviescommissie van drie leden die tot taak heeft in gezamenlijkheid omtrent de rangorde en de toegekende score van alle per regio ingediende aanvragen te adviseren. Het advies wordt uiterlijk 1 juli 2026 aan de Directeur aangeboden.

3 De voorzitter en de leden alsmede de secretaris en de verslaglegger worden benoemd namens de Staatssecretaris door de Directeur. De secretaris en de verslaglegger zijn geen lid van de adviescommissie. De voorzitter en een lid van de adviescommissie zijn niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van de Minister van Justitie en Veiligheid. Op verzoek van de commissie kan een subsidiejurist van DJI als adviseur aan de adviescommissie worden toegevoegd.

4 Indien twee aanvragen in een regio hetzelfde aantal punten scoren, wordt de subsidie verleend aan de aanvrager die het eerst de volledige aanvraag heeft ingediend. Indien twee volledige aanvragen op dezelfde datum en hetzelfde tijdstip zijn ingediend, beslist het lot. Deze loting zal besloten plaatsvinden in aanwezigheid van de voorzitter en de leden van de adviescommissie. De aanvragers zijn niet aanwezig bij de loting.

5 In het besluit kunnen nadere voorwaarden worden gesteld. In het besluit wordt in ieder geval de datum vermeld waarop de activiteiten uiterlijk zijn verricht.

6 In het besluit wordt de wijze van de bevoorschotting aangegeven.

7 In geval de subsidieperiode is verlengd op grond van artikel 1.5, tweede lid, verleent de Directeur namens de Staatssecretaris subsidie op basis van een aanvraag van de subsidieontvanger aan wie voor de aanvang van verlenging in dezelfde regio subsidie is verleend. Het vijfde en het zesde lid zijn van toepassing.

BWB 2026-03-01

1 Namens de Staatssecretaris beslist het Lid dienstleiding uiterlijk voor 1 januari 2027 op een bezwaarschrift tegen het besluit tot subsidieverlening.

2 De beslissing geschiedt op basis van een in gezamenlijk tot stand gekomen advies van een bezwarenadviescommissie als bedoeld in artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht. Het advies van de bezwarenadviescommissie wordt uiterlijk op 14 november 2026 aan de Directeur aangeboden.

3 De voorzitter, twee leden en de secretaris worden benoemd namens de Staatssecretaris door de Directeur. Eveneens kan een verslaglegger worden benoemd. De secretaris en de verslaglegger zijn geen lid van de bezwarenadviescommissie.

4 Tijdens de hoorzitting wordt de voorzitter van de bezwarenadviescommissie, bedoeld in artikel 2.4, als vertegenwoordiger van de Staatssecretaris uitgenodigd om een toelichting te geven op het bestreden besluit.

BWB 2026-03-01

De bezoldiging van de voorzitter en onafhankelijke leden van de commissies, bedoeld in de artikelen 2.4 en 2.5 geschiedt op basis van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies.

BWB 2026-03-01

De aanvraag voor subsidievaststelling wordt uiterlijk

voor 1 juli 2029 ingediend voor de regio Noord en de regio Zuid;

voor 1 juli 2030 voor de overige regio’s, en

voor 1 juli van het jaar volgend op de verlenging van de subsidie, bedoeld in artikel 1.5, tweede lid.

De aanvraag geschiedt digitaal en dient toegezonden te worden aan HAGEM-EFM-ControlAcc@dji.minjus.nl.

De aanvraag dient inhoudelijk te voldoen aan de voorwaarden die zijn gesteld in de Handleiding Planning & Control Kleinschalige Voorzieningen Justitiële Jeugd die als bijlage 6 is toegevoegd. Deze handleiding wordt jaarlijks herzien. Een gewijzigde Handleiding wordt toegezonden aan de subsidieontvangers.

BWB 2026-03-01

Namens de Staatssecretaris beslist de Directeur binnen 22 weken na ontvangst van de aanvraag daarvan.

De bezwarenadviescommissie, bedoeld in artikel 2.5, adviseert omtrent bezwaarschriften tegen het besluit tot subsidievaststelling.

BWB 2026-03-01

Deze regeling wordt aangehaald als Subsidieregeling KVJJ 2027–2028/2029.

Abusievelijk publiceert de Staatscourant een tweede artikel 4.1.

Need to analyze how this provision applies to your matter?

Cross-reference this statute against case law, commentaries, and related legislative provisions inside Legislator AI.

Open in Legislator →