Legislator Case Law & Legislation
BWBR0051869 NL

Instellingsbesluit visitatiecommissie Erfgoedwetmusea 2025–202820254048127-11-202519-11-2025EenK/5497853120254048127-11-202519-11-2025EenK/5497853128-11-2025

10 Articles / Provisions · Netherlands
Open official source Machine-readable Markdown (.md)

Table of Provisions (10)

Statutory Text (10 Articles)

BWB 2025-11-28

In dit besluit wordt verstaan onder

visitatiecommissie: commissie als bedoeld in artikel 2;

instelling met een wettelijke taak: instelling die op grond van artikel 2.8 van de Erfgoedwet belast is met het beheer van museale cultuurgoederen van de Staat of andere cultuurgoederen;

minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

BWB 2025-11-28

1 Er is een visitatiecommissie Erfgoedwetmusea 2025–2028.

2 De visitatiecommissie heeft tot taak eenmaal per vier jaar een visitatie uit te voeren bij een instelling met een wettelijke taak, resulterend in een visitatierapport per instelling met wettelijke taak, uiterlijk aan de minister uit te brengen op 31 december 2028.

3 De visitatiecommissie hanteert bij de uitvoering van de visitatie van een instelling met een wettelijke taak het ‘Visitatiekader Rijksgesubsidieerde musea’ vastgesteld op 19 november 2025.

BWB 2025-11-28

1 De visitatiecommissie bestaat uit zeven leden die ieder als voorzitter de opdracht krijgen om vier visitaties uit te voeren.

2 Tot leden en tevens voorzitters van de visitatiecommissie worden benoemd: – Naima Azough – Inge Brakman – Iljan van Hardevelt – Andrée van Es – Ila Kasem – Chequite Nahar – Angelique Penners-Wouters

3 De benoeming geschiedt voor de duur van de commissie.

4 Bij tussentijds vertrek van een lid kan de minister een ander lid benoemen.

5 De leden kunnen worden geschorst en ontslagen door de minister.

6 Na het uitbrengen van alle benodigde rapporten als bedoeld in artikel 2, tweede lid, is de commissie opgeheven.

BWB 2025-11-28

1 De visitatiecommissie stelt haar eigen werkwijze vast, met in achtneming van door de minister vastgestelde ‘Visitatiekader Rijksgesubsidieerde musea’ op 19 november 2025.

2 De visitatiecommissie wordt in haar inhoudelijke werkzaamheden bijgestaan door een onafhankelijk en deskundig secretaris. Waar nodig wordt secretariële ondersteuning geboden.

3 In overleg met de visitatiecommissie draagt de instelling met een wettelijke taak zorg voor de deskundige en de onafhankelijke ondersteuning. Indien nodig wordt de secretariële ondersteuning eveneens verzorgd door de instelling met een wettelijke taak.

4 De visitatiecommissie kan zich, na toestemming van de minister, door andere personen doen bijstaan voor zover dat voor de vervulling van haar taak nodig is.

BWB 2025-11-28

1 De voorzitters van de visitatiecommissie, voor zover niet vallend onder de uitzondering van artikel 2, derde lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies, ontvangen per vergadering een vergoeding.

2 De vergoeding per vergadering van de voorzitters van visitatiecommissie bedraagt 130% van 3% van het maximum van salarisschaal 18 conform de laatst overeengekomen CAO Rijk.

3 De voorzitters van de visitatiecommissie ontvangen een vergoeding van reis- en verblijfkosten op de voet van het Reisbesluit binnenland en het Reisbesluit buitenland.

4 Aan het bestuur van de instelling met een wettelijke taak wordt machtiging verleend om de vergoedingen, bedoeld in dit artikel, namens de minister betaalbaar te stellen.

BWB 2025-11-28

De benodigde rapporten, bedoeld in artikel 2, tweede lid, notities, verslagen en andere producten welke door of namens de visitatiecommissie worden vervaardigd, worden niet door haar openbaar gemaakt, maar uitsluitend aan de minister uitgebracht.

BWB 2025-11-28

De visitatiecommissie draagt zo spoedig mogelijk na beëindiging van haar werkzaamheden of, zo de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, de bescheiden betreffende die werkzaamheden over aan de directie Organisatie & Bedrijfsvoering, afdeling CEI, van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

BWB 2025-11-28

1 Dit besluit treedt in werking met ingang van de eerste dag na de datum van dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

2 Dit besluit vervalt met ingang van 31 december 2028.

Need to analyze how this provision applies to your matter?

Cross-reference this statute against case law, commentaries, and related legislative provisions inside Legislator AI.

Open in Legislator →