Regeling Geestelijk Verzorgers Defensie
Table of Provisions (9)
Statutory Text (9 Articles)
In deze regeling wordt verstaan onder
geestelijk verzorger: de ambtenaar, bedoeld in artikel 1 van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie, die is aangesteld om bij de krijgsmacht als geestelijk verzorger werkzaam te zijn;
Hoofd van Dienst: de geestelijk verzorger, die ambtsinhoudelijk leiding geeft aan een van de Diensten Geestelijke Verzorging;
zendende instantie: de door de rijksoverheid erkende institutie, of diens gemachtigde, die een of meerdere kerkgenootschappen of genootschappen op grondslag van levensbeschouwing vertegenwoordigt en bevoegd is goedkeuring te verlenen aan het werkzaam zijn van een ambtsdrager als geestelijk verzorger bij Defensie.
1 In de akte van aanstelling tot geestelijk verzorger wordt de militaire rang vermeld waarmee deze in rang wordt gelijkgesteld.
2 Een aanstelling tot geestelijk verzorger vindt niet plaats, voordat de zendende instantie schriftelijk haar goedkeuring daaraan heeft verleend.
3 Aan de in het tweede lid bedoelde goedkeuring kunnen bepalingen en bedingen worden verbonden die als additionele aanstellingsvereisten gelden.
4 Een schriftelijke intrekking door de zendende instantie van de in het tweede lid bedoelde goedkeuring staat gelijk aan het verlies van een aanstellingsvereiste.
5 Op een aanstelling tot geestelijk verzorger is de leeftijdsgrens op grond van artikel 7, zevende lid, van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie niet van toepassing.
In afwijking van de Regeling ambtseed burgerambtenaren Defensie, legt de geestelijk verzorger de eed of belofte af ten overstaan van de Directeur Geestelijke Verzorging of, in het geval van een Hoofd van Dienst, ten overstaan van de Secretaris-Generaal, door voorlezing van de tekst van het formulier, bedoeld in de bijlage bij deze regeling. Het afleggen van de eed of belofte geschiedt in de aanwezigheid van diens Hoofd van Dienst of, in het geval van een Hoofd van Dienst, in de aanwezigheid van één of meerdere vertegenwoordiger(s) van diens zendende instantie.
De aanstelling als geestelijk verzorger laat onverlet de eigen verantwoordelijkheid en bevoegdheid van de zendende instantie en de eigen verantwoordelijkheid en bevoegdheid, welke aan de functie verbonden is.
1 De geestelijk verzorger verricht de aan diens religieus of levensbeschouwelijk ambt verbonden werkzaamheden, waaronder begrepen de in dat verband te onderhouden contacten met medewerkers van het Ministerie van Defensie, zonder inhoudelijke bemoeienis daarmee zijdens functionarissen en overige medewerkers van het Ministerie van Defensie. De geestelijk verzorger is omtrent de inhoud van de aan diens religieus of levensbeschouwelijk ambt verbonden werkzaamheden slechts verantwoording verschuldigd aan het Hoofd van Dienst van de denominatie waartoe de geestelijk verzorger behoort.
2 Het Hoofd van Dienst is omtrent de inhoud van de aan diens religieus of levensbeschouwelijk ambt verbonden werkzaamheden slechts verantwoording verschuldigd aan de zendende instantie en – in voorkomend geval – het kerkgenootschap of genootschap op grond van levensbeschouwing waartoe het Hoofd van Dienst behoort.
3 De geestelijk verzorger is niet gehouden mededeling te doen aan medewerkers van het Ministerie van Defensie, niet zijnde geestelijk verzorgers, omtrent de inhoud van de aan diens religieus of levensbeschouwelijk ambt verbonden contacten en werkzaamheden.
1 Onverminderd het gestelde in artikel 101 van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie wordt, nadat het bevoegd gezag aan de geestelijk verzorger het voornemen tot het opleggen van een disciplinaire straf als bedoeld in hoofdstuk 8 van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie heeft uitgebracht, de zendende instantie, door tussenkomst van het Hoofd van Dienst van de denominatie waartoe de geestelijk verzorger behoort, in de gelegenheid gesteld een schriftelijke zienswijze te geven binnen een door het bevoegd gezag te bepalen redelijke termijn.
2 Het bevoegd gezag betrekt de schriftelijke zienswijze bij het besluit tot het al dan niet opleggen van een disciplinaire straf en informeert de zendende instantie over dit besluit, door tussenkomst van het Hoofd van Dienst van de denominatie waartoe de geestelijk verzorger behoort.
De Regeling aanstelling geestelijk verzorgers wordt ingetrokken.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2024. Indien de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 1 juli 2024, treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt zij terug tot en met 1 juli 2024.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Geestelijk Verzorgers Defensie.