Regeling modelluchtvaartuigclubs of -verenigingen
Table of Provisions (14)
Statutory Text (14 Articles)
In deze regeling wordt verstaan onder
modelluchtvaartuigclub of -vereniging: club of vereniging als bedoeld in artikel 2 van uitvoeringsverordening (EU) nr. 2019/947 van de Commissie van 24 mei 2019 inzake de regels en procedures voor de exploitatie van onbemande luchtvaartuigen (PbEU 2019, L 152);
uitvoeringsverordening (EU) nr. 2019/947: uitvoeringsverordening (EU) nr. 2019/947 van de Commissie van 24 mei 2019 inzake de regels en procedures voor de exploitatie van onbemande luchtvaartuigen (PbEU 2019, L 152);
vergunning: de vergunning bedoeld in artikel 16 van uitvoeringsverordening (EU) nr. 2019/947 van de Commissie van 24 mei 2019 inzake de regels en procedures voor de exploitatie van onbemande luchtvaartuigen (PbEU 2019, L 152).
Deze regeling is van toepassing op modelluchtvaartuigclubs of -verenigingen.
1 Een aanvraag tot verlening of wijziging van een vergunning wordt ingediend op een door de minister aangegeven wijze.
2 Een vergunning wordt alleen afgegeven indien de modelluchtvaartuigclub of -vereniging verklaart te voldoen en te blijven voldoen aan de eisen en voorwaarden zoals opgenomen in bijlage I bij deze regeling.
3 De vergunning wordt afgegeven voor onbepaalde tijd.
In de vergunning worden tenminste bepalingen opgenomen met betrekking tot
de voorwaarden, bedoeld in artikel 16, derde lid, van uitvoeringsverordening (EU) nr. 2019/947, waaronder vluchtuitvoeringen mogen worden uitgevoerd, waaronder ten minste inbegrepen
de afstand tot woon-, handels-, industrie- of recreatiezones;
de afstand tot in gebruik zijnde wegen waar een maximale snelheid van 80 kilometer per uur of meer geldt;
de afstand tot spoorlijnen.
de minimumvaardigheid van piloten op afstand;
de minimumleeftijd van piloten op afstand;
de eisen aan het modelluchtvaartuig;
de regels en procedures omtrent het uitvoeren van vluchten door niet-leden en het uitvoeren van vluchten buiten het modelluchtvaartterrein.
Indien een modelluchtvaartuigclub of -vereniging niet langer voldoet aan de eisen die worden gesteld aan de afgifte van een vergunning of in strijd handelt met de bepalingen zoals bedoeld in artikel 4, kan de vergunning worden gewijzigd, beperkt, geschorst of ingetrokken.
Dit hoofdstuk is enkel van toepassing op modelluchtvaartuigclubs of -verenigingen aan wie op grond van artikel 3 een vergunning is verleend.
1 Vluchten zijn toegestaan tot een hoogte van maximaal 300 meter boven de grond of het water in luchtruim met klasse G.
2 Vluchten binnen een gebied waarin laag mag worden gevlogen door civiele luchtvaartuigen zijn toegestaan tot een hoogte van maximaal 120 meter boven de grond of het water mits: a. iemand met de bestuurder van het modelluchtvaartuig meekijkt om deze te kunnen waarschuwen voor luchtvaartuigen, en; b. het andere verkeer op de hoogte wordt gesteld van de voorgenomen vlucht;
3 Vluchten binnen een gebied waarin laag mag worden gevlogen door militaire luchtvaartuigen zijn toegestaan tot een hoogte van maximaal 120 meter boven de grond of het water mits: a. iemand met de bestuurder van het modelluchtvaartuig meekijkt om deze te kunnen waarschuwen voor luchtvaartuigen; en b. de modelluchtvaartuigclub of -vereniging regels en procedures heeft opgesteld om de vlucht veilig te kunnen uitvoeren;
4 Vluchten binnen een afstand van 3 km van een ongecontroleerde luchthaven zijn toegestaan mits er afstemming van activiteiten heeft plaatsgevonden met de exploitant van de luchthaven, zodanig dat vluchten met modelluchtvaartuigen geen vermijdbaar gevaar vormen voor de activiteiten van de ongecontroleerde luchthaven.
5 In afwijking van het eerste lid zijn vluchten toegestaan in luchtruim met klasse C of D, mits op schriftelijk verzoek van de modelluchtvaartclub- of vereniging een convenant is gesloten met de organisatie die de plaatselijke luchtverkeersleiding verzorgt en de bestuurder zich houdt aan de afspraken in dat convenant.
Tenzij in de vergunning anders is bepaald, is het verboden een vlucht uit te voeren boven
een woon-, handels-, industrie- of recreatiezone;
een in gebruik zijnde autosnelweg, in gebruik zijnde autoweg of in gebruik zijnde weg waar een maximale snelheid van 80 kilometer per uur of meer geldt;
een spoorlijn, en;
een mensenmenigte.
1 Vluchten wordt slechts uitgevoerd onder omstandigheden en op locaties waarbij er vanaf de grond tijdens de gehele vlucht goed zicht is op het modelluchtvaartuig en het luchtruim daaromheen op een wijze dat tijdens alle vluchtfasen voor passende separatie kan worden gezorgd van derde partijen op de grond en van andere luchtruimgebruikers.
2 De piloot op afstand houdt het modelluchtvaartuig te allen tijde in het zicht, behalve wanneer de piloot wordt bijgestaan door een waarnemer die zich naast hem bevindt en zonder hulp visueel contact houdt met het modelluchtvaartuig en zo de piloot helpt om de vlucht veilig uit te voeren.
3 De vlucht wordt niet uitgevoerd buiten de daglichtperiode, zoals gepubliceerd in de luchtvaartgids.
4 De minister kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het derde lid. Aan de ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden.
Modelluchtvaartuigen verlenen voorrang aan andere luchtruimgebruikers. In geval twee modelluchtvaartuigen kruisen op of omstreeks hetzelfde niveau, verleent het luchtvaartuig dat het andere aan zijn rechterzijde heeft, voorrang.
Het is verboden met een modelluchtvaartuig een vlucht uit te voeren binnen een horizontale afstand van 150 meter van objecten of gebieden die onderdeel uitmaken van een vitaal proces als bedoeld in bijlage II bij deze regeling, tenzij er overeenstemming is met de beheerder van het object of gebied en afspraken daarover schriftelijk zijn vastgelegd.
Wijzigt de Tijdelijke subsidieregeling Luchtvaart in Transitie.
Deze regeling treedt in werking met ingang de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling modelluchtvaartuigclubs of -verenigingen.