Subsidieregeling Biotech Booster
Table of Provisions (23)
Statutory Text (23 Articles)
In deze regeling wordt verstaan onder
aanvrager: kennisinstelling, innovatief startersbedrijf of Biotech Booster B.V. die, al dan niet namens een samenwerkingsverband, optreedt als aanvrager van de subsidie;
AGVV: Verordening (EU) 651/2014 van de Europese Commissie van 17 juni 2014, waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187/1);
Biotech Booster programma: het programma waar de fondsbeheerders van het Nationaal Groeifonds middelen voor hebben toegekend op basis van de beoordeling van de adviescommissie NGF van 5 april 2022 van het voorstel Biotech Booster van 29 oktober 2021 en de beoordeling van de adviescommissie NGF van juni 2025;
consortiumovereenkomst: schriftelijke ondertekende overeenkomst waarin de afspraken van een samenwerkingsverband met betrekking tot een project zijn vastgelegd;
experimentele ontwikkeling: experimentele ontwikkeling als bedoeld in artikel 2, onderdeel 86, van de AGVV;
fundamenteel onderzoek: fundamenteel onderzoek als bedoeld in artikel 2, onderdeel 84, van de AGVV;
haalbaarheidsstudie: haalbaarheidsstudie als bedoeld in artikel 2, onderdeel 87, van de AGVV;
hogeschool: hogeschool als genoemd in onderdeel g van de bijlage bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
industrieel onderzoek: industrieel onderzoek als bedoeld in artikel 2, onderdeel 85, van de AGVV;
innovatief startersbedrijf: startersbedrijf als bedoeld in artikel 2, onderdeel 80, van de AGVV;
Kaderregeling: Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;
kennisinstelling: universiteit, UMC, hogeschool, Nederlands Kanker Instituut, Stichting Nederlandse Wetenschappenlijk Onderzoek Instituten, Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen;
minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
Ondernemerspanel Biotech Booster: panel van drie tot vijf ondernemers dat advies uitbrengt over de in te dienen subsidieaanvragen voor proof of concept-projecten, en wiens leden door Biotech Booster B.V. worden gekozen uit een pool van onafhankelijke ondernemers met expertise in de biotechnologie;
onderneming: onderneming als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU 2013, L 352/9);
onderzoeksorganisatie: entiteit die voldoet aan de definitie, opgenomen in artikel 2, onderdeel 83, van de AGVV, alsmede de definitie, opgenomen in onderdeel 16, onder ff, van het OO&I steunkader;
OO&I-steunkader: mededeling van de Commissie inzake een Kaderregeling betreffende staatssteun voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie (PbEU 2014, C 198);
project: een samenhangend geheel van activiteiten dat aansluit bij het doel van de subsidieregeling en de activiteiten bedoeld in artikelen 7 en 13;
proof of principle: idee dat op wetenschappelijke gronden zou kunnen werken, maar waarvan de praktische werking nog moet worden aangetoond;
proof of concept: idee waarvan de proof of principle is aangetoond en dat ontwikkeld kan worden tot een praktisch uitvoerbaar proces of product;
samenwerkingsverband: samenwerking van ten minste twee partijen die zijn aangesloten bij een thematisch cluster;
startersbedrijf: kleine onderneming die voldoet aan de voorwaarden, opgenomen in artikel 22, tweede lid, van de AGVV;
TC: een landelijk samenwerkingsverband van publieke en private partijen, een zogenoemd thematisch cluster, op een vooraf bepaald thema in de biotechnologie, geïnitieerd in het kader van het Biotech Booster programma;
TC-coördinator: coördinerende en adviserende entiteit die samenwerking binnen de eigen TC en tussen TC’s faciliteert en stimuleert en mensen met elkaar verbindt om behoeften, kansen en ideeën samen te laten komen en projecten verder te ontwikkelen;
TC-overeenkomst: consortiumovereenkomst tussen partners van één of meer TC’s;
UMC: academisch ziekenhuis als genoemd in onderdeel j van de bijlage bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
universiteit: universiteit als genoemd in de onderdelen a of b van de bijlage bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.
Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling.
Deze regeling heeft als doel om door het verstrekken van subsidies aan proof of principle-projecten en proof of concept-projecten binnen het Biotech Booster programma, de maatschappelijke impact en het rendement van valorisatie van wetenschappelijk onderzoek te verhogen en hiermee het Nederlandse OO&I-ecosysteem van de biotechnologie te versterken.
1 De minister kan op grond van deze regeling subsidie verstrekken voor een proof of principle-project of een proof of concept-project.
2 Voor een proof of principle-project bedraagt de subsidie ten hoogste € 200.000,–.
3 Voor een proof of concept-project bedraagt de subsidie ten hoogste € 1.900.000,–.
1 Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is voor de eerste aanvraagronde, bedoeld in artikel 6, vierde lid, onderdeel a, een totaalbedrag beschikbaar van € 19.500.000,–.
2 Het subsidieplafond voor de eerste aanvraagronde, bedoeld in artikel 6, vierde lid, onderdeel a, bedraagt: a. € 10.000.000,– voor proof of principle-projecten; en b. € 9.500.000,– voor proof of concept-projecten.
3 Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is voor de tweede aanvraagronde, bedoeld in artikel 6, vierde lid, onderdeel b, een totaalbedrag beschikbaar van € 4.900.000,–.
4 Het subsidieplafond voor de tweede aanvraagronde, bedoeld in artikel 6, vierde lid, onderdeel b, bedraagt: a. € 3.000.000,– voor proof op principle-projecten; en b. € 1.900.000,– voor proof of concept-projecten.
5 Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is voor de derde aanvraagronde, bedoeld in artikel 6, vierde lid, onderdeel c, een totaalbedrag beschikbaar van € 23.300.000,–.
6 Het subsidieplafond voor de derde aanvraagronde, bedoeld in artikel 6, vierde lid, onderdeel c, bedraagt: a. € 10.000.000,– voor proof of principle-projecten; en b. € 13.300.000,– voor proof of concept-projecten.
7 Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is voor de vierde aanvraagronde, bedoeld in artikel 6, vierde lid, onderdeel d, een totaalbedrag beschikbaar van € 23.300.000,–.
8 Het subsidieplafond voor de vierde aanvraagronde, bedoeld in artikel 6, vierde lid, onderdeel d, bedraagt: a. € 10.000.000,– voor proof of principle-projecten; en b. € 13.300.000,– voor proof of concept-projecten.
9 Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is voor de vijfde aanvraagronde, bedoeld in artikel 6, vierde lid, onderdeel e, een totaalbedrag beschikbaar van € 23.300.000,–.
10 Het subsidieplafond voor de vijfde aanvraagronde, bedoeld in artikel 6, vierde lid, onderdeel e, bedraagt: a. € 10.000.000,– voor proof of principle-projecten; en b. € 13.300.000,– voor proof of concept-projecten.
11 Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is voor de zesde aanvraagronde, bedoeld in artikel 6, vierde lid, onderdeel f, een totaalbedrag beschikbaar van € 21.400.000,–.
12 Het subsidieplafond voor de zesde aanvraagronde, bedoeld in artikel 6, vierde lid, onderdeel f, bedraagt: a. € 10.000.000,– voor proof of principle-projecten; en b. € 11.400.000,– voor proof of concept-projecten.
13 Voor subsidieverstrekking op grond van deze regeling is voor de zevende aanvraagronde, bedoeld in artikel 6, vierde lid, onderdeel g, een totaalbedrag beschikbaar van € 21.400.000,–.
14 Het subsidieplafond voor de zevende aanvraagronde, bedoeld in artikel 6, vierde lid, onderdeel g, bedraagt: a. € 10.000.000,– voor proof of principle-projecten; en b. € 11.400.000,– voor proof of concept-projecten.
15 Het subsidieplafond voor de aanvraagronde, bedoeld in artikel 6, vierde lid, onderdeel h, zal door wijziging van deze regeling aan deze regeling worden toegevoegd. Daarbij wordt eveneens een onderverdeling gemaakt tussen het bedrag dat beschikbaar is voor proof of principle-projecten, en het bedrag dat beschikbaar is voor proof of concept-projecten.
1 De subsidie voor een proof of principle-project wordt, al dan niet namens een samenwerkingsverband, aangevraagd door: a. een kennisinstelling; of b. een innovatief startersbedrijf van wie de economische activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd rechtstreeks en onmiddellijk voortkomen uit kennis uit onderzoek van een kennisinstelling, hetgeen blijkt uit een overeenkomst gesloten tussen het innovatieve startersbedrijf en de kennisinstelling.
2 De subsidie voor een proof of concept-project wordt aangevraagd door Biotech Booster B.V, namens een samenwerkingsverband.
3 De subsidie wordt aangevraagd door, verstrekt aan en verantwoord door de aanvrager, ongeacht welke samenwerkingspartner feitelijk is belast met de uitvoering van de subsidiabele activiteiten.
4 Op grond van deze regeling kan subsidie worden aangevraagd: a. in de eerste aanvraagronde van 13 mei 2024 tot en met 30 september 2024; b. in de tweede aanvraagronde van 1 maart 2025 tot en met 30 mei 2025; c. in de derde aanvraagronde van 2 maart 2026 tot en met 15 september 2026; d. in de vierde aanvraagronde van 1 maart 2027 tot en met 15 september 2027; e. in de vijfde aanvraagronde van 1 maart 2028 tot en met 15 september 2028; f. in de zesde aanvraagronde van 1 maart 2029 tot en met 14 september 2029; g. in de zevende aanvraagronde van 1 maart 2030 tot en met 13 september 2030; h. in de achtste aanvraagronde, gedurende een periode die op een later moment door wijziging van deze regeling aan deze regeling wordt toegevoegd.
5 Aanvragen die buiten een in het vierde lid bedoelde aanvraagperiode worden ingediend, worden afgewezen.
1 De minister kan subsidie verstrekken voor de volgende activiteiten binnen een proof of principle-project: a. fundamenteel onderzoek, industrieel onderzoek, experimentele ontwikkeling of een haalbaarheidsstudie als bedoeld in artikel 25 van de AGVV; b. innovatie-activiteiten voor kleine- en middelgrote ondernemingen als bedoeld in artikel 28 van de AGVV; c. activiteiten van startersbedrijven als bedoeld in artikel 22 van de AGVV.
2 Subsidie wordt uitsluitend verstrekt als wordt voldaan aan de voorwaarden van de artikelen 22, 25 of 28 van de AGVV.
3 Het tweede lid is niet van toepassing indien de subsidieontvanger aan te merken is als een onderzoeksorganisatie die niet-economische activiteiten verricht.
4 Subsidie wordt enkel verstrekt voor activiteiten die op de doelstellingen van de subsidieregeling gericht zijn.
1 De voor subsidie in aanmerking komende kosten hebben betrekking op de activiteiten, bedoeld in artikel 7, eerste lid.
2 Subsidie voor loonkosten van eigen personeel niet in vaste dienst van de aanvrager en eventuele samenwerkingspartners bedraagt maximaal een derde van de totale projectkosten.
3 De subsidiabele kosten, genoemd in het tweede lid worden vastgesteld op niveau van de subsidieontvanger of, indien sprake is van een samenwerkingsverband, voor het samenwerkingsverband als geheel.
4 Bovengenoemde kosten zijn uitsluitend subsidiabel als deze aantoonbaar en direct gerelateerd zijn aan de subsidiabele activiteiten en de doelstelling van deze subsidieregeling.
5 De volgende kosten van de aanvrager en eventuele samenwerkingspartners zijn niet subsidiabel: a. kosten voor het verwerven en behouden van intellectuele eigendomsrechten; b. loonkosten van eigen personeel in vaste dienst.
1 Indien de subsidieontvanger een onderzoeksorganisatie is die niet-economische activiteiten verricht, bedraagt de subsidie voor een proof of principle-project 100% van de subsidiabele kosten.
2 In andere gevallen dan bedoeld in het eerste lid, bedraagt de subsidie voor een proof of principle-project ten hoogste: a. 100% van de subsidiabele kosten, voor zover deze betrekking hebben op fundamenteel onderzoek; b. 50% van de subsidiabele kosten, voor zover deze betrekking hebben op industrieel onderzoek; c. 25% van de subsidiabele kosten, voor zover deze betrekking hebben op experimentele ontwikkeling; d. 50% van de subsidiabele kosten, voor zover deze betrekking hebben op een haalbaarheidsstudie; e. 50% van de subsidiabele kosten, voor zover deze betrekking hebben op innovatie-activiteiten voor kleine- en middelgrote ondernemingen; f. € 200.000,– van de subsidiabele kosten, voor zover deze betrekking hebben op activiteiten van startersbedrijven.
3 De percentages, genoemd in het tweede lid, onderdelen b, c en d, kunnen worden verhoogd met maximaal: a. 10%, indien een samenwerkingspartner in een project een middelgrote onderneming is en de subsidiabele kosten worden gemaakt door deze middelgrote onderneming; of b. 20%, indien de aanvrager of een samenwerkingspartner in een project een kleine onderneming is en de subsidiabele kosten worden gemaakt door deze kleine onderneming.
4 De percentages, genoemd in het tweede lid, onderdelen b en c, kunnen worden verhoogd met maximaal: a. 15%, indien voldaan wordt aan ten minste één van de voorwaarden, bedoeld in artikel 25, zesde lid, onderdeel b van de AGVV; of b. 5%, indien voldaan wordt aan de voorwaarde bedoeld in artikel 25, zesde lid, onderdeel c van de AGVV.
5 Indien sprake is van een samenwerkingsverband, wordt het subsidiebedrag vastgesteld met inachtneming van het tweede tot en met het vierde lid, aan de hand van de subsidiabele kosten die per samenwerkingspartner binnen het samenwerkingsverband worden gemaakt.
1 De subsidie wordt aangevraagd met gebruikmaking van het aanvraagformulier dat daartoe op de website van DUS-I beschikbaar wordt gesteld.
2 Een aanvraag voor subsidie gaat in ieder geval vergezeld van: a. een activiteitenplan, inclusief mijlpalen en de locatie(s) van de activiteiten; b. een begroting, indien van toepassing uitgesplitst per samenwerkingspartner, uitgesplitst per subsidiabele activiteit, per jaar en kostensoort met onderbouwing van de gehanteerde tarieven; c. een positief advies van de desbetreffende TC-coördinator dat het proof of principle-project binnen de betreffende TC van het Biotech Booster-programma zal worden uitgevoerd; d. het advies bedoeld in onderdeel c, bevat een verklaring van één of meerdere andere TC-coördinatoren, waaruit blijkt dat deze akkoord zijn met de toelating van het proof of principle-project tot het Biotech Booster-programma; e. een verklaring van Biotech Booster B.V. dat de samenwerkingspartners de TC-overeenkomst hebben ondertekend en dat het proof of principle-project tot het Biotech Booster-programma wordt toegelaten.
3 Indien een aanvraag wordt ingediend namens een samenwerkingsverband, wordt bij de aanvraag tevens een consortiumovereenkomst ingediend, die ten minste voldoet aan de volgende criteria: a. de samenwerkingspartners leggen vast een bijdrage te willen leveren aan de doelstelling van deze subsidieregeling, door middel van een in de overeenkomst opgenomen gezamenlijk plan; b. in de consortiumovereenkomst is de beoogde start- en einddatum van het project opgenomen; c. de samenwerkingspartners leggen de gemaakte inhoudelijke en financiële afspraken voor de samenwerking, alsmede afspraken over intellectuele eigendomsrechten en resultaten in het project, schriftelijk vast; d. de samenwerkingspartners machtigen de aanvrager om de subsidie namens hen aan te vragen; e. de samenwerkingspartners verbinden zich te voldoen aan het gevraagde subsidiebesluit en de bijbehorende rapportage- en verantwoordingsverplichtingen en andere door de subsidieverlener aan de aanvrager te stellen subsidieverplichtingen en verantwoordelijkheden.
4 Indien een aanvraag wordt ingediend door een innovatief startersbedrijf, wordt bij de aanvraag tevens een overeenkomst bijgevoegd gesloten tussen het innovatieve startersbedrijf en een kennisinstelling waaruit blijkt dat de economische activiteiten van het innovatieve startersbedrijf waarvoor subsidie wordt aangevraagd rechtstreeks en onmiddellijk voortkomen uit kennis uit onderzoek van die kennisinstelling, en die ten minste het volgende beschrijft: a. de kennis of intellectueel eigendom die wordt overgedragen of waarvan het gebruiksrecht wordt verleend aan het innovatieve startersbedrijf; b. de manier waarop de kennis of intellectueel eigendom wordt overgedragen of het gebruiksrecht wordt verleend; c. de voorwaarden waaronder de overdracht gebeurt of het gebruiksrecht wordt verleend en waaruit volgt dat het innovatieve startersbedrijf in voldoende mate in staat wordt gesteld de kennis of intellectueel eigendom te benutten en deze commercieel te exploiteren; d. de namen, titels, functies en contactgegevens van de tekenbevoegden van de kennisinstelling die partij is bij de overeenkomst.
5 De overeenkomst, bedoeld in het vierde lid, gaat vergezeld van een onderbouwd advies van een door de Biotech Booster B.V. gekozen onafhankelijk jurist op het gebied van het contractenrecht, waaruit blijkt of de overeenkomst aan de in het vierde lid genoemde criteria voldoet. In het advies bedoeld in onderdeel c. van het tweede lid, is een onderbouwd advies van de onafhankelijk jurist meegewogen.
6 Het onderbouwd advies, bedoeld in het vijfde lid, gaat vergezeld van een geheimhoudingsverklaring en integriteitsverklaring ondertekend door de onafhankelijk jurist die het onderbouwd advies heeft uitgebracht.
1 De minister beslist op de aanvragen aan de hand van de volgende beoordelingscriteria: a. past binnen de doelstelling van de regeling; b. maatschappelijke relevantie; c. mate van innovativiteit; d. commerciële haalbaarheid; e. realistische planning; f. kwaliteit van het projectteam.
2 De beoordelingscriteria zijn uitgewerkt in het beoordelingskader dat als bijlage 1 bij deze regeling is gevoegd.
3 Subsidie wordt slechts verleend indien alle criteria ten minste als voldoende worden beoordeeld.
Het bedrag dat beschikbaar is voor de te verstrekken subsidies, wordt over de aanvragen verdeeld op volgorde van binnenkomst van de volledige aanvragen.
1 De minister kan subsidie verstrekken voor de volgende activiteiten binnen een proof of concept-project: a. fundamenteel onderzoek, industrieel onderzoek, experimentele ontwikkeling of een haalbaarheidsstudie als bedoeld in artikel 25 van de AGVV; b. innovatie-activiteiten voor kleine- en middelgrote ondernemingen als bedoeld in artikel 28 van de AGVV; c. activiteiten van startersbedrijven als bedoeld in artikel 22 van de AGVV.
2 Subsidie wordt uitsluitend verstrekt als wordt voldaan aan de voorwaarden van de artikelen 22, 25 of 28 van de AGVV.
3 Het tweede lid is niet van toepassing indien de subsidieontvanger aan te merken is als een onderzoeksorganisatie die niet-economische activiteiten verricht.
4 Subsidie wordt enkel verstrekt voor activiteiten die op de doelstellingen van de subsidieregeling gericht zijn.
1 De voor subsidie in aanmerking komende kosten hebben betrekking op de activiteiten als bedoeld in artikel 13, eerste lid.
2 Ten hoogste € 600.000,– van de loonkosten van de samenwerkingspartners in een proof of concept-project zijn subsidiabel. De loonkosten van Biotech Booster B.V. zijn niet subsidiabel.
3 De kosten bedoeld in het eerste en tweede lid zijn uitsluitend subsidiabel als deze aantoonbaar en direct gerelateerd zijn aan de subsidiabele activiteiten en de doelstelling van deze subsidieregeling.
1 Indien de subsidieontvanger een onderzoeksorganisatie is die niet-economische activiteiten verricht, bedraagt de subsidie voor een proof of concept-project 100% van de subsidiabele kosten.
2 In andere gevallen dan die benoemd in het eerste lid, bedraagt de subsidie voor een proof of concept-project ten hoogste: a. 100% van de subsidiabele kosten, voor zover deze betrekking hebben op fundamenteel onderzoek; b. 50% van de subsidiabele kosten, voor zover deze betrekking hebben op industrieel onderzoek; c. 25% van de subsidiabele kosten, voor zover deze betrekking hebben op experimentele ontwikkeling; d. 50% van de subsidiabele kosten, voor zover deze betrekking hebben op een haalbaarheidsstudie; e. 50% van de subsidiabele kosten, voor zover deze betrekking hebben op innovatie-activiteiten voor kleine- en middelgrote ondernemingen; f. € 500.000,– van de subsidiabele kosten voor startersbedrijven en € 1.000.000,– van de subsidiabele kosten voor innovatieve startersbedrijven, voor zover deze betrekking hebben op activiteiten van startersbedrijven.
3 De percentages, genoemd in het tweede lid, onderdelen b, c en d kunnen worden verhoogd met maximaal: a. 10%, indien een samenwerkingspartner in een project een middelgrote onderneming is en de subsidiabele kosten worden gemaakt door deze middelgrote onderneming; of b. 20%, indien een samenwerkingspartner in een project een kleine onderneming is en de subsidiabele kosten worden gemaakt door deze kleine onderneming.
4 De percentages, genoemd in het tweede lid, onderdelen b en c, kunnen worden verhoogd met maximaal: a. 15%, indien voldaan wordt aan ten minste één van de voorwaarden, bedoeld in artikel 25, zesde lid, onderdeel b van de AGVV; of b. 5%, indien voldaan wordt aan de voorwaarde bedoeld in artikel 25, zesde lid, onderdeel c van de AGVV.
5 Het subsidiebedrag wordt vastgesteld met inachtneming van het tweede tot en met het vierde lid, aan de hand van de subsidiabele kosten die per samenwerkingspartner binnen het samenwerkingsverband worden gemaakt.
1 De subsidie wordt aangevraagd met gebruikmaking van het aanvraagformulier dat daartoe op de website van DUS-I beschikbaar wordt gesteld.
2 Een aanvraag voor subsidie gaat in ieder geval vergezeld van: a. een activiteitenplan, inclusief mijlpalen en de locatie(s) van de activiteiten; b. een begroting, uitgesplitst per samenwerkingspartner, per subsidiabele activiteit, per jaar en kostensoort met onderbouwing van de gehanteerde tarieven; c. een verklaring van Biotech Booster B.V. dat de samenwerkingspartners de TC-overeenkomst hebben ondertekend; d. een positief advies van het Ondernemerspanel Biotech Booster en de geheimhoudingsverklaringen en integriteitsverklaringen ondertekend door de leden van het Ondernemerspanel die het positief advies hebben uitgebracht; e. een consortiumovereenkomst, die ten minste voldoet aan de volgende criteria: 1°. de samenwerkingspartners leggen vast een bijdrage te willen leveren aan de doelstelling van deze subsidieregeling, door middel van een in de overeenkomst opgenomen gezamenlijk plan; 2°. in de consortiumovereenkomst wordt de beoogde start- en einddatum van het project opgenomen; 3°. de samenwerkingspartners leggen de gemaakte inhoudelijke en financiële afspraken voor de samenwerking, alsmede afspraken over intellectuele eigendomsrechten en resultaten in het project, schriftelijk vast, onder andere door middel van een volmacht; 4°. de samenwerkingspartners machtigen de aanvrager om de subsidie namens hen aan te vragen; 5°. de samenwerkingspartners verbinden zich te voldoen aan het gevraagde subsidiebesluit en de bijbehorende de rapportage- en verantwoordingsverplichtingen en andere door de subsidieverlener aan de aanvrager te stellen subsidieverplichtingen en verantwoordelijkheden.
1 De minister beslist op de aanvragen aan de hand van de volgende beoordelingscriteria: a. past binnen de doelstelling van de regeling; b. maatschappelijke relevantie; c. mate van innovativiteit; d. commerciële haalbaarheid; e. realistische planning; f. kwaliteit van het projectteam.
2 De beoordelingscriteria zijn uitgewerkt in het beoordelingskader dat als bijlage 2 bij deze regeling is gevoegd.
3 Subsidie wordt slechts verleend indien alle criteria ten minste als voldoende worden beoordeeld.
Het bedrag dat beschikbaar is voor de te verstrekken subsidies, wordt over de aanvragen verdeeld op volgorde van binnenkomst van de volledige aanvragen.
De subsidieaanvraag wordt afgewezen, indien
ten aanzien van de aanvrager of één of meer van de samenwerkingspartners een bevel tot terugvordering uitstaat als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder a, van de AGVV;
de aanvrager of één of meer van de samenwerkingspartners een onderneming in moeilijkheden is als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder c, van de AGVV;
de aanvrager doelen nastreeft of activiteiten ontplooit die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde;
de activiteiten niet voldoende zijn gericht op de doelstellingen van de subsidieregeling.
Aan de aanvrager worden de volgende verplichtingen opgelegd
de aanvrager start uiterlijk binnen zes maanden na aanvraag van de subsidie met de projectactiviteiten;
de aanvrager moet aan de toepasselijke inkoop- en aanbestedingsregelgeving voldoen;
de aanvrager voert de activiteiten waarvoor subsidie wordt verstrekt uit binnen twee jaar, gerekend vanaf de start van het project, tenzij uitzonderlijke omstandigheden anders vereisen;
de aanvrager is verantwoordelijk voor de voortgang van het project en het bijhouden van een administratie;
de aanvrager van een subsidie voor een proof of concept-project doet twaalf maanden na verlening tussentijds verslag van de bestedingen van de gesubsidieerde activiteiten;
de aanvrager verplicht zich desgevraagd mee te werken aan publicaties en publiciteitsactiviteiten in het kader van deze regeling;
de aanvrager is ervoor verantwoordelijk dat samenwerkingspartners uiterlijk tot 7 jaar na het moment van subsidievaststelling desgevraagd meewerken aan rapportages en onderzoeksdoeleinden, monitoring en evaluaties;
de aanvrager is verplicht om in het geval van een publicatie over het project de tekst ‘Deze publicatie is mede ondersteund door subsidie uit het Nationaal Groeifonds-programma Biotech Booster’ te vermelden.
1 Een aanvraag om subsidievaststelling wordt ingediend met gebruikmaking van een modelformulier dat door de minister beschikbaar wordt gesteld.
2 De aanvrager legt, overeenkomstig artikel 1.5, onderdeel d van de Kaderregeling, rekening en verantwoording af aan de hand van een activiteitenverslag en een financieel verslag, inclusief een controleverklaring opgesteld door een accountant.
3 De aanvrager toont via een activiteitenverslag aan dat de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de subsidie verbonden zijn.
4 Indien subsidie is verleend aan een universiteit of hogeschool, al dan niet namens een samenwerkingsverband, wordt de financiële verantwoording over de verleende subsidie, in afwijking van het tweede lid, gedaan in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs met model G, onderdeel 2.
5 De subsidie wordt uitsluitend besteed aan de activiteiten waarvoor deze wordt verleend.
6 Niet bestede middelen worden teruggevorderd.
1 Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 maart 2034, met dien verstande dat de regeling van toepassing blijft op subsidies die zijn verleend op grond van deze regeling.
Deze regeling wordt aangehaald als Subsidieregeling Biotech Booster.