Legislator Case Law & Legislation
BWBR0049611 NL

Besluit huis- en hobbydierenlijst

6 Articles / Provisions · Netherlands
Open official source Machine-readable Markdown (.md)

Table of Provisions (6)

Statutory Text (6 Articles)

BWB 2025-06-21

Als diersoorten als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, van de Wet dieren worden aangewezen

Soort (Nederlands)

Soort (Latijn)

Afrikaanse dwergrelmuis

Graphiurus murinus

Algerijnse gerbil

Gerbillus nanus

Alpaca

Vicugna pacos

Bleke gerbil

Gerbillus perpallidus

Bruine rat

Rattus norvegicus (forma domestica)

Bunzing

Mustela putorius

Cavia

Cavia porcellus

Chinese dwerghamster

Cricetulus barabensis / griseus / pseudogriseus

Chinese waterree

Hydropotes inermis

Dwergrenmuis

Gerbillus amoenus

Ezel

Equus asinus

Fret

Mustela putorius furo

Geit

Capra aegagrus hircus

Goudhamster

Mesocricetus auratus (forma domestica)

Grote Egyptische renmuis

Gerbillus pyramidum

Harrington’s gerbil

Taterillus harringtoni

Hond

Canis lupus familiaris

Huiskat

Felis silvestris catus

Huismuis

Mus musculus (forma domestica)

Kameel

Camelus bactrianus

Konijn

Oryctolagus cuniculus domesticus

Lama

Lama glama

Mongoolse gerbil

Meriones unguiculatus (forma domestica)

Noordafrikaanse renmuis

Gerbillus garamantis

Paard

Equus caballus

Rund

Bos taurus

Schaap

Ovis aries

Varken

Sus scrofa domesticus

Waterbuffel

Bubalus arnee bubalis

Woestijnslaapmuis

Eliomys melanurus

BWB 2025-06-21

Aan de volgende houders wordt vrijstelling verleend van het verbod, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, van de Wet dieren

degene die damherten (Dama dama) en Middeneuropese edelherten (Cervus elaphus) houdt;

dierenartsen in de uitoefening van hun praktijk ten behoeve van het verrichten van een diergeneeskundige handeling;

exploitanten van een dierentuin waaraan een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 4.2, eerste lid, van het Besluit houders van dieren;

opvangcentra waaraan het op grond van een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit als bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onderdeel g, van de Omgevingswet, in samenhang met de artikelen 11.46, 11.47 en 11.54 van het Besluit activiteiten leefomgeving, of een maatwerkvoorschrift als bedoeld in artikel 11.31 in samenhang met de artikelen 11.93, 11.96, 11.101 en 11.108 van Besluit activiteiten leefomgeving, is toegestaan om dieren van soorten, genoemd in die artikelen, onder zich te hebben en die voldoen aan de bijlage bij de Beleidsregel kwaliteit en opvang diersoorten;

opslaghouders die dieren houden in opdracht van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en die voldoen aan de bijlage bij de Beleidsregel kwaliteit en opvang diersoorten;

instellingen met een vergunning als bedoeld in de artikelen 2 en 11 van de Wet op de dierproeven;

degene die dieren onder zich houdt vanwege vervoer van die dieren van en naar een Nederlandse zee- of luchthaven, voor de duur van hoogstens vier werkdagen, of zoveel langer indien dat met het oog op de uitreiking van een officieel certificaat onder toepassing van artikel 87 van de verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 betreffende officiële controles en andere officiële activiteiten die worden uitgevoerd om de toepassing van de levensmiddelen- en diervoederwetgeving en van de voorschriften inzake diergezondheid, dierenwelzijn, plantgezondheid en gewasbeschermingsmiddelen te waarborgen, tot wijziging van de Verordeningen (EG) nr. 999/2001, (EG) nr. 396/2005, (EG) nr. 1069/2009, (EG) nr. 1107/2009, (EU) nr. 1151/2012, (EU) nr. 652/2014, (EU) 2016/429 en (EU) 2016/2031 van het Europees Parlement en de Raad, de Verordeningen (EG) nr. 1/2005 en (EG) nr. 1099/2009 van de Raad en de Richtlijnen 98/58/EG, 1999/74/EG, 2007/43/EG, 2008/119/EG en 2008/120/EG van de Raad, en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 854/2004 en (EG) nr. 882/2004 van het Europees Parlement en de Raad, de Richtlijnen 89/608/EEG, 89/662/EEG, 90/425/EEG, 91/496/EEG, 96/23/EG, 96/93/EG en 97/78/EG van de Raad en Besluit 92/438/EEG van de Raad (verordening officiële controles) (PbEU L 95), noodzakelijk is;

degene die opzettelijk dieren die zich in een noodsituatie bevinden vangt en onder zich houdt met het oog op het vervoeren van die dieren.

BWB 2025-06-21

1 Aan degene die op het moment van inwerkingtreding van dit besluit dieren houdt van een soort die niet is aangewezen in artikel 1, wordt vrijstelling verleend van het verbod, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, van de Wet dieren voor het houden van de op dat moment gehouden dieren, en wanneer een dier op dat moment drachtig is, voor het houden van de desbetreffende nakomelingen van dat dier.

2 De vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, is uitsluitend van toepassing op dieren ten aanzien waarvan de houder een maatregel heeft getroffen om te voorkomen dat het zich voortplant.

3 Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op degene die het houderschap van een dier als bedoeld in het eerste lid heeft overgenomen.

4 De vrijstelling, bedoeld in het eerste of derde lid, is niet van toepassing op dieren ten aanzien waarvan de houder niet aannemelijk kan maken dat is voldaan aan het eerste en tweede lid.

BWB 2025-06-21

1 Houders als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, zijn tevens vrijgesteld van artikel 2.3, eerste lid, van de Wet dieren en artikel 4.2, eerste lid, van het Besluit houders van dieren.

2 Aan degenen die op het moment van inwerkingtreding van dit besluit dromedarissen (Camelus dromedarius) houden met het oog op de productie van die dieren afkomstige producten wordt vrijstelling verleend van het verbod, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, en het verbod, bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van de Wet dieren.

BWB 2025-06-21

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 2024.

BWB 2025-06-21

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit huis- en hobbydierenlijst.

Need to analyze how this provision applies to your matter?

Cross-reference this statute against case law, commentaries, and related legislative provisions inside Legislator AI.

Open in Legislator →