Beleidsregel beoordeling van niet in de EER behaalde bewijsstukken in het voortgezet onderwijs
Table of Provisions (7)
Statutory Text (7 Articles)
In deze beleidsregel wordt verstaan onder
algemeen gebruikelijke vakken: vakken of programmaonderdelen als bedoeld in artikel 7.11, tweede lid, van de WVO 2020, waaronder inbegrepen de vakken zoals vastgesteld in bijlage 1 bij deze beleidsregel;
bewijsstuk: de in artikel 7.11, eerste lid, genoemde getuigschriften, erkenningen en bewijzen van bekwaamheid;
Caribisch Nederland: Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
DUO: Dienst Uitvoering Onderwijs;
EER: Europese Economische Ruimte en Zwitserland;
getuigschrift: getuigschrift als bedoeld in artikel 7.11, eerste lid, onder a van de WVO 2020;
minister: Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs;
school: school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 1.1 van de WVO 2020 en instelling voor voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 2.86 van de WVO 2020;
voortgezet onderwijs: onderwijs als bedoeld in artikel 1.4 van de WVO 2020, niet zijnde onderwijs dat wordt gegeven aan een school als bedoeld in artikel 1 van de WEC;
WVO 2020: Wet voortgezet onderwijs 2020.
De datum inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Deze beleidsregel heeft betrekking op de wijze waarop de minister gebruikmaakt van de bevoegdheid om een leraar die een bewijs van bekwaamheid buiten de EER heeft behaald, een bevoegdheid te verlenen tot het geven van voortgezet onderwijs.
De datum inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
De minister kan op verzoek een bevoegdheid verlenen tot het geven van onderwijs op een school aan degene die in bezit is van een of meer buiten de EER behaalde bewijstukken indien
Het een verzoek betreft voor de bevoegdheid van een algemeen gebruikelijk vak; en,
Het buiten de EER behaalde bewijsstuk
van een lerarenopleiding voor het voortgezet onderwijs is;
strekt tot het verkrijgen van een onderwijsbevoegdheid voor het voortgezet onderwijs in het land waar het bewijsstuk is verkregen;
kan minstens gelijkwaardig worden geacht aan een getuigschrift afgegeven krachtens de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
voor een vak is behaald dat in voldoende mate inhoudelijk aansluit op het vak waarvoor de bevoegdheid in Nederland wordt aangevraagd en in voldoende mate bestudeerd is.
De datum inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
De minister verleent de bevoegdheid voor onbepaalde tijd.
De datum inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
1 Een persoon in het bezit van een buiten de EER afgegeven bewijsstuk, die in eerste instantie tijdelijk bevoegd was tot het geven van onderwijs op een school in Nederland, is na de inwerkingtreding van deze beleidsregel bevoegd voor onbepaalde tijd.
2 Een persoon in het bezit van een buiten de EER afgegeven bewijsstuk, die voor 10 oktober 2010 in dienst is genomen door een bevoegd gezag van een school in Caribisch Nederland en op het moment van inwerkingtreding van deze beleidsregel nog steeds in dienst is van een dergelijk bevoegd gezag, kan onderwijs blijven geven in dienst van dit bevoegd gezag. Wanneer de leraar bij een andere school in Europees Nederland wil worden aangesteld, geldt het bepaalde in artikel 3.
Deze beleidsregel treedt in werking op 27 februari 2024.
De datum inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel beoordeling van niet in de EER behaalde bewijsstukken in het voortgezet onderwijs.
De datum inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.