Subsidieregeling Maatschappelijke Diensttijd (MDT) (mdt)
Table of Provisions (36)
Statutory Text (36 Articles)
In deze regeling wordt verstaan onder
afgerond MDT-traject: een MDT-traject geldt als afgerond indien de vereiste uren zijn gemaakt, én de voorgenomen activiteiten van het MDT-traject zijn uitgevoerd;
AVG: verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PbEU 2016, L 119);
cofinanciering: financiering voor het MDT-project, die wordt ingebracht door de penvoerder, projectpartners of derden;
DUS-I: Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen;
gelieerde organisatie: economische eenheid waarin rechtspersonen en vennootschappen organisatorisch zijn verbonden als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
jongeren: deelnemers van 12 tot 30 jaar bij aanvang van een MDT-traject;
Kaderregeling: Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;
Impact: het effect van het MDT-traject op jongeren en de maatschappij;
MDT-basis-traject: MDT-traject van ten minste 80 uur gedurende een periode van ten hoogste 6 maanden;
MDT-certificaat: document waarin wordt vermeld dat het MDT-traject volledig is afgerond;
MDT-extra-traject: MDT-traject van ten minste 80 uur gedurende een periode van ten hoogste 6 maanden, waarbij het MDT-traject de intensieve begeleiding van een jongere vergt;
MDT-intensief-traject: MDT-traject van ten minste 320 uur gedurende een periode van ten hoogste zes maanden;
MDT-plus-traject: MDT-traject van ten minste 200 uur gedurende een periode van ten minste 3 en ten hoogste 6 maanden;
MDT-netwerk: landelijk netwerk van organisaties betrokken bij de uitvoering van de MDT-projecten;
MDT-programma: geheel van maatregelen en instrumenten waarmee de ambitie van het kabinet om jongeren zich op vrijwillige basis maatschappelijk in te laten zetten om daarmee de sociale cohesie binnen Nederland te verstevigen, wordt vormgegeven;
MDT-project: MDT-basis-trajecten, MDT-plus-trajecten, MDT-extra-trajecten, en MDT-intensief-trajecten waarvoor een penvoerder een subsidieaanvraag indient op grond van deze regeling;
MDT-traject: traject waarbij een jongere zich vrijwillig inzet voor een ander, werkt aan talentontwikkeling en anderen kan ontmoeten;
minister: Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs;
niet-afgerond MDT-traject: een MDT-traject geldt als niet afgerond indien het minimaal aantal uren per traject niet is behaald, gerekend van het moment van intake;
onderwijsinstelling: onderwijsinstelling zoals bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs, met uitzondering van bekostigde scholen zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs.
partnerschap: partnerschap dat is gevormd ten behoeve van de uitvoering van een MDT-project en dat bestaat uit ten minste een penvoerder en één of meer andere partijen;
penvoerder: instelling zoals bedoeld in de Kaderregeling, die optreedt als aanvrager en na verlening als ontvanger van de subsidie als bedoeld in artikel 5;
prestatiebewijs: bewijs waaruit blijkt dat een jongere een MDT-traject wel of niet heeft afgerond;
regionaal samenwerkingsverband MDT: samenwerkingsverband van penvoerders in een regio.
solvabiliteit: De verhouding tussen het eigen vermogen en het totale vermogen waarmee de onderneming kan aantonen dat deze in staat is om op lange termijn aan haar schulden te voldoen, bestaande uit het eigen vermogen gedeeld door het totaal vermogen vermenigvuldigd met honderd procent;
werkkapitaal: financiële middelen die een onderneming beschikbaar heeft op basis van de jaarrekening om op korte termijn aan haar verplichtingen te kunnen voldoen, bestaande uit de vlottende activa minus de vlottende passiva.
Deze regeling geldt in aanvulling op de Kaderregeling. Ten aanzien van deze regeling is artikel 4.1, eerste lid, van de Kaderregeling niet van toepassing. Er is sprake van subsidie als bedoeld in artikel 1.5, onderdeel d, van de Kaderregeling.
Het doel van de regeling is het beschikbaar stellen van middelen ten behoeve van
het realiseren van MDT-trajecten voor jongeren, die maatschappelijke impact maken volgens de drie pijlers van MDT, te weten: ‘iets doen voor ander’, ‘talentontwikkeling’ en ‘ontmoeting’;
het bijdragen aan de doorontwikkeling van het MDT-programma, zodat het voor elke jongere mogelijk is om een passend MDT-traject te volgen.
1 De minister verstrekt subsidie voor de volgende activiteiten: a. het werven van jongeren voor een MDT-traject; b. intake en matching van jongeren aan een MDT-traject; c. begeleiding van jongeren gedurende het MDT-traject; d. overige activiteiten van jongeren gedurende het MDT-traject; e. coördinerende, uitvoerende en ondersteunende werkzaamheden, waaronder activiteiten in het kader van onderzoeksdeelname en de kosten ten behoeve van de verantwoording; f. activiteiten ten behoeve van samenwerking in de regio, deelname aan regionale samenwerkingsverbanden MDT, en verduurzaming en kennisdeling binnen het MDT-netwerk.
2 Een MDT-traject voor een jongere die reeds twee keer eerder een MDT-traject heeft afgerond, is niet subsidiabel.
3 Activiteiten die reeds op andere wijze worden gefinancierd komen niet voor subsidie in aanmerking.
1 De subsidie wordt verleend aan en verantwoord door de penvoerder.
2 Op de penvoerder rusten alle aan de subsidie verbonden verplichtingen, ongeacht welke partij feitelijk is belast met de uitvoering van de daarop betrekking hebbende werkzaamheden.
3 Een penvoerder dient een aanvraag in namens een partnerschap.
Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op de verstrekking van subsidie voor de uitvoering van activiteiten als bedoeld in artikel 4, naar aanleiding van aanvragen die zijn ingediend in de in artikel 8, tweede lid, bedoelde aanvraagperiode.
1 De subsidie voor het uitvoeren van MDT-projecten bedraagt: a. ten minste € 240.000 en ten hoogste € 3.000.000 voor een subsidieperiode van twee jaar; b. ten minste € 360.000 en ten hoogste € 4.500.000 voor een subsidieperiode van drie jaar.
2 De subsidie voor het uitvoeren van een MDT-project bedraagt ten hoogste 75% van de totale kosten van het desbetreffende MDT-project;
3 De penvoerder realiseert minimaal 25% cofinanciering van de totale kosten van het desbetreffende MDT-project waarbij de cofinanciering in geld is, of wordt gewaardeerd in geld.
4 Het aangevraagde subsidiebedrag per MDT-traject, zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid, kan niet hoger zijn dan: a. maximaal € 1.385 per MDT-basis-traject; b. maximaal € 1.980 per MDT-extra-traject; c. maximaal € 2.217 per MDT-plus-traject; d. maximaal € 3.722 per MDT-intensief-traject.
5 De penvoerder kan bij de aanvraag tot verlening van subsidie voor maximaal 5% van de totale kosten van het desbetreffende MDT-project, garant staan voor de cofinanciering, bedoeld in het derde lid.
1 Het subsidieplafond bedraagt € 150.000.000.
2 Indien het subsidieplafond bij subsidieverstrekking aan alle daarvoor in aanmerking komende aanvragen zou worden overschreden, verdeelt de minister het beschikbare bedrag middels een evenredige korting over de daarvoor in aanmerking komende aanvragen.
1 Een penvoerder kan in 2024 en 2025 op grond van deze regeling subsidie aanvragen.
2 De subsidieaanvraag kan worden ingediend van 1 februari 2024 10.00 uur tot en met 1 mei 2024, 15.00 uur.
3 Aanvragen die niet zijn ingediend binnen de periode, bedoeld in het tweede lid, worden afgewezen.
4 Voor de volledige aanvraag tot verlening worden de volgende door de minister vastgestelde modelformulieren gebruikt: a. het aanvraagformulier, waaronder begroting en activiteitenplan; b. een samenwerkingsovereenkomst die door alle partners die onderdeel zijn van het partnerschap is ondertekend; en c. een cofinancieringsverklaring die is ondertekend door een tekenbevoegde van een organisatie, die een bijdrage levert aan het faciliteren van een MDT-project.
5 Aanvragen dienen te voldoen aan de beoordelingscriteria die zijn uitgewerkt in bijlage 1 behorende bij deze subsidieregeling.
6 De subsidie wordt voor een periode van twee of drie jaar verstrekt. De penvoerder geeft in de aanvraag tot verlening de gewenste periode aan.
7 Een penvoerder draagt er zorg voor dat een MDT-traject niet leidt tot stage- of werkverdringing.
8 De penvoerder draagt er zorg voor dat deelname aan MDT-trajecten vrijwillig is. Een meer verplichtend karakter is toegestaan wanneer MDT wordt ingezet om vanuit Leerplichtwet en kwalificatieplicht toeleiding naar school te bevorderen of vanuit de Participatiewet verlangd wordt dat er tegenprestatie geleverd wordt.
9 Deze subsidieregeling is niet van toepassing op het Caribisch deel van het Koninkrijk.
1 De penvoerder: a. heeft de verplichting om uiterlijk binnen 6 maanden na verlening van de subsidie te starten met de projectactiviteiten; b. realiseert cofinanciering zoals bedoeld in artikel 6, derde lid, van ten minste 25% van de totale kosten; c. levert eenmaal per 12 maanden na start van het MDT-project een tussentijdse rapportage over de algemene voortgang van het project en de realisatie van de MDT-trajecten, inclusief verwerving cofinanciering, conform het door de minister vastgestelde modelformulier; d. voert per variant tenminste 85% van het aantal bij de aanvraag voorgenomen MDT-trajecten volledig uit; e. gebruikt in de benaming van het project de afkorting ‘MDT’, en heeft een inspanningsverplichting om bij te dragen aan de naamsbekendheid van MDT en om het MDT logo te gebruiken in alle communicatieactiviteiten en uitingen van het partnerschap; f. heeft de verplichting om het MDT-proof label aan te vragen binnen 12 maanden na startdatum van het project; g. accepteert alleen aanmeldingen van deelnemers, bij aanvang van het MDT-traject in de leeftijd van 12 tot 30 jaar oud, die op basis van de Basisregistratie Personen (BRP) als ingezetene kunnen worden aangemerkt; h. verstrekt alle deelnemende jongeren het MDT-certificaat na afronding van het MDT-traject; i. dient met elke samenwerkingspartner een data sharing agreement (DSA) af te sluiten om gegevensuitwisseling met de penvoerder mogelijk te maken, en overlegt deze bij de tussentijdse rapportage van het project aan de minister; j. houdt een deelnemersregistratie bij ten behoeve van de verantwoording; k. is verplicht deel te nemen aan meerdere onderdelen van onderzoek ten behoeve van de doorontwikkeling van het MDT-programma, te weten: i. een gegevensuitvraag: penvoerder overlegt per kwartaal een overzicht aan het onafhankelijke onderzoeksbureau, met daarin kenmerken van jongeren en hun MDT-traject; ii. jongeren vragenlijsten: de penvoerder draagt zorg voor een minimum respons van 70% van de deelnemende jongeren op de jongeren vragenlijsten; iii. projectleiders vragenlijsten: het invullen van aanvullende vragenlijsten door de penvoerder éénmaal per kwartaal. De penvoerder is hiervoor onder andere verplicht een geanonimiseerde registratie bij te houden met betrekking tot eigenschappen van de deelnemende jongeren ten behoeve van onderzoek naar MDT; iv. impactonderzoek: deelname aan het centrale onderzoek naar de maatschappelijke impact van MDT; v. beleidsevaluaties: deelname aan door de minister nader te bepalen overige beleidsevaluaties; vi. een vragenlijst na verlening: de penvoerder overlegt binnen twee maanden na verlening een ingevulde vragenlijst ten behoeve van de registratie van het MDT-project en startmeting van onderzoek.
Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op de verstrekking van subsidie voor de uitvoering van activiteiten als bedoeld in artikel 4, naar aanleiding van aanvragen die zijn ingediend in de in artikel 9b, eerste lid, bedoelde aanvraagperiode.
1 In 2025 kan een aanvraag voor subsidie worden ingediend van 5 juni 2025, 09.00 uur tot en met 3 juli 2025, 13.00 uur. Aanvragen die buiten de aanvraagperiode worden ingediend, worden afgewezen.
2 Het vierde tot en met negende lid van artikel 8 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat: a. in aanvulling op artikel 8, vierde lid, de penvoerder bij zijn aanvraag de laatst opgemaakte jaarrekening voorzien van een controleverklaring als bedoeld in artikel 393, vijfde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek verstrekt; b. indien de penvoerder niet controleplichtig is, bij zijn aanvraag de laatst opgemaakte jaarrekening verstrekt, voorzover de penvoerder daarover redelijkerwijs kan beschikken wordt daarbij een beoordelingsverklaring verstrekt; c. indien op een rechtspersoon het jaarrekeningenrecht niet van toepassing is, de penvoerder bij zijn aanvraag de balans en de staat van baten en lasten met toelichting verstrekt, voorzover de penvoerder daarover redelijkerwijs kan beschikken wordt daarbij een schriftelijke verklaring door een accountant dat van onjuistheden niet is gebleken verstrekt; d. in afwijking van artikel 8, zesde lid, de subsidie wordt verstrekt voor een periode van drie jaar.
3 De begroting en de cofinancieringsverklaring worden ingediend met gebruikmaking van het standaardformulier dat is bekendgemaakt op de website van DUS-I.
Artikel 5 is van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de penvoerder op 1 juli 2025 minimaal een jaar ingeschreven staat bij de Kamer van Koophandel.
1 Het subsidieplafond voor subsidieverstrekking in 2025 bedraagt ten hoogste € 125 miljoen.
2 Artikel 6 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat: a. in afwijking van artikel 6, eerste lid, de subsidie alleen wordt verstrekt voor een subsidieperiode van drie jaar. b. in afwijking van artikel 6, vierde lid, het aangevraagde subsidiebedrag niet hoger kan zijn dan: i. maximaal € 1.476,– per MDT-basis-traject; ii. maximaal € 2.110,– per MDT-extra-traject; iii. maximaal € 2.363,– per MDT-plus-traject; iv. maximaal € 3.967,– per MDT-intensief-traject.
Indien het subsidieplafond, bedoeld in artikel 9d, eerste lid, ontoereikend is om alle voor verlening in aanmerking komende aanvragen die op grond van het beoordelingskader, bedoeld in bijlage 1, als voldoende zijn beoordeeld toe te wijzen, wordt door middel van loting bepaald welke subsidieaanvragen gehonoreerd worden.
1 Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht kan subsidieverlening in ieder geval geweigerd worden, indien het werkkapitaal van de penvoerder minder dan 10% bedraagt van het totaal aangevraagde subsidiebedrag, op basis van de jaarrekening of balans, bedoeld in artikel 9b, tweede lid.
2 Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht wordt subsidieverlening geweigerd indien de penvoerder bij aanvraag een solvabiliteit van 25% of minder heeft, op basis van de jaarrekening of balans, bedoeld in artikel 9b, tweede lid.
3 Indien de penvoerder een onderwijsinstelling is als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Regeling jaarverslaggeving, is dit artikel niet van toepassing.
De subsidieverplichtingen, bedoeld in artikel 9, zijn van overeenkomstige toepassing voor de subsidieverstrekking op grond van dit hoofdstuk, met dien verstande dat
in afwijking van artikel 9, eerste lid, onderdeel a, de penvoerder met de uitvoering van de projectactiviteiten start vanaf het moment van subsidieverlening tot uiterlijk 6 maanden na verlening van de subsidie;
artikel 9, eerste lid, onderdeel f, niet van toepassing is;
in afwijking van artikel 9, eerste lid, onderdeel k, subonderdeel i, voor 'een gegevensuitvraag: penvoerder overlegt per kwartaal een overzicht aan het onafhankelijke onderzoeksbureau, met daarin kenmerken van jongeren en hun MDT-traject;' wordt gelezen 'gegevensregistratie: het invullen van een geanonimiseerde en doorlopende registratie van deelnemers bij het onafhankelijke onderzoeksbureau ten behoeve van onderzoek naar MDT;'.
in afwijking van artikel 9, eerste lid, onderdeel k, subonderdeel iii, tweede volzin, niet van toepassing is;
in aanvulling op artikel 9, eerste lid, de penvoerder en de deelnemende partijen binnen het samenwerkingsverband een gescheiden boekhouding voeren met betrekking tot de financiering van het MDT-project.
Dit hoofdstuk is uitsluitend van toepassing op de verstrekking van subsidie voor de uitvoering van activiteiten als bedoeld in artikel 4, naar aanleiding van aanvragen die zijn ingediend in de in artikel 9j, eerste lid, bedoelde aanvraagperiode.
1 Een aanvraag voor subsidie wordt voorafgegaan door indiening van een vooraanmelding binnen de periode, genoemd in het vierde lid. Indien de penvoerder van een aanvraag geen onderdeel is van een beoogd partnerschap waarvoor een vooraanmelding is gedaan, wordt de aanvraag afgewezen.
2 Voor de vooraanmelding wordt gebruikgemaakt van het formulier dat bekend is gemaakt op de website van DUS-I.
3 De vooraanmelding bestaat uit: a. een vermelding van de beoogde penvoerder; en b. een vermelding van ten minste één beoogde samenwerkingspartner.
4 De vooraanmelding wordt ingediend in de periode van 9 april 2026, 9.00 uur tot en met 30 april 2026, 13.00 uur. Indien de vooraanmelding na 30 april 2026, 13.00 uur, is ingediend wordt een aanvraag als bedoeld in artikel 9j afgewezen.
1 In 2026 kan een aanvraag voor subsidie worden ingediend in de periode van 7 mei 2026, 9.00 uur tot en met 2 juli 2026, 13.00 uur. Aanvragen die buiten de aanvraagperiode zijn ingediend, worden afgewezen.
2 De penvoerder verklaart in het aanvraagformulier of zij op 1 januari 2026 aan haar gelieerde organisaties heeft. De penvoerder verklaart tevens of de aan haar gelieerde organisaties MDT-subsidie aanvragen of reeds ontvangen.
3 Een penvoerder kan namens de aan haar gelieerde organisaties maximaal één subsidieaanvraag indienen in 2026.
4 Een subsidieaanvraag bevat in ieder geval: a. het aanvraagformulier; b. een activiteitenplan; c. een begroting; d. een samenwerkingsovereenkomst, ondertekend door alle partijen die onderdeel zijn van het partnerschap; e. een cofinancieringsverklaring, ondertekend door de cofinancierder en de penvoerder.
5 De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van de door de minister vastgestelde formats, bekendgemaakt op de website van DUS-I.
6 De penvoerder verklaart in het aanvraagformulier dat een MDT-traject niet leidt tot stage- of werkverdringing.
7 De penvoerder verstrekt bij de subsidieaanvraag de twee meest recente jaarrekeningen: a. Indien de penvoerder controleplichtig is als bedoeld in artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, dienen de twee meest recente jaarrekeningen voorzien te zijn van een controleverklaring door een accountant; b. Indien de penvoerder niet controleplichtig is als bedoeld in onderdeel a, dient de meest recente jaarrekening voorzien te zijn van een beoordelingsverklaring door een accountant.
8 Het zevende lid is niet van toepassing indien de penvoerder een onderwijsinstelling is als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs.
9 Een subsidieaanvraag wordt beoordeeld aan de hand van het beoordelingskader, bedoeld in bijlage 2.
1 De penvoerder sluit met elke samenwerkingspartner een Data Sharing Agreement om gegevensuitwisseling mogelijk te maken. Deze overeenkomst wordt bij de eerste tussentijdse rapportage aan de minister overgelegd.
2 De penvoerder draagt er zorg voor dat deelname aan een MDT-traject vrijwillig is. De mate van vrijwillige deelname wordt beoordeeld aan de hand van de beschrijving van deelcriterium 1d in het beoordelingskader in bijlage 2. Indien dit deelcriterium als ‘voldoet niet’ wordt beoordeeld, wordt de aanvraag afgewezen.
1 Voor subsidieverstrekking is in 2026 een bedrag van ten hoogste € 115.000.000 beschikbaar.
2 De subsidie voor het uitvoeren van MDT-projecten bedraagt ten minste € 360.000 en ten hoogste € 4.500.000 voor een subsidieperiode van drie jaar.
3 Het aan te vragen subsidiebedrag per MDT-traject, per trajectvariant, is: a. maximaal € 1.378 per MDT-basis-traject; b. maximaal € 1.969 per MDT-extra-traject; c. maximaal € 2.205 per MDT-plus-traject; d. maximaal € 3.702 per MDT-intensief-traject.
4 De subsidie voor het uitvoeren van een MDT-project bedraagt ten hoogste 70% van de totale kosten van het desbetreffende MDT-project.
5 Voor de inzet van intern personeel of extern personeel geldt een maximumuurtarief van € 130,– inclusief BTW en overheadkosten. In bijzondere gevallen kan van dit tarief onderbouwd worden afgeweken.
1 De penvoerder realiseert minimaal 30% cofinanciering van de totale kosten van het desbetreffende MDT-project waarbij de cofinanciering in geld is, of wordt gewaardeerd in geld.
2 De penvoerder kan bij de aanvraag tot verlening van subsidie voor maximaal 5% van de totale kosten van het desbetreffende MDT-project garant staan voor de cofinanciering, bedoeld in het eerste lid.
3 Voor de cofinanciering, bedoeld in het eerste lid, wordt uitsluitend cofinanciering in aanmerking genomen die afkomstig is van een instelling of van instellingen die op 1 juni 2026 ten minste een jaar stonden ingeschreven bij de Kamer van Koophandel.
1 Indien het subsidieplafond, bedoeld in artikel 9l, eerste lid, ontoereikend is om alle aanvragen met een voldoende beoordeling als bedoeld in artikel 10, zevende lid, toe te wijzen, wordt het beschikbare bedrag verdeeld op basis van de rangschikking in gewogen eindscore, bedoeld in artikel 10, achtste lid, totdat het budget is uitgeput.
2 Indien bij een verdeling als bedoeld in het eerste lid twee of meer gelijk gewaardeerde aanvragen in concurrentie met elkaar komen voor het laatste voor subsidieverstrekking beschikbare bedrag, bepaalt de minister op basis van loting de voorrang tussen deze aanvragen op de resterende middelen.
3 Indien het subsidieplafond niet volledig is uitgeput, maar het resterende voor subsidieverstrekking beschikbare bedrag onvoldoende is om een aanvraag volledig te kunnen honoreren, kan aan de desbetreffende subsidieaanvrager gevraagd worden om projectaanpassingen door te voeren. Indien deze aanvrager hiermee niet akkoord gaat, wordt zijn aanvraag afgewezen.
1 Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht wordt subsidieverlening in ieder geval geweigerd, indien het resultaat van de som werkkapitaal minus bestemmingsfondsen van de penvoerder minder dan 10% bedraagt van het totaal aangevraagde subsidiebedrag, op basis van de meest recente jaarrekening, bedoeld in artikel 9j, zevende lid.
2 In afwijking van het eerste lid kan een partij binnen het partnerschap garant staan voor het werkkapitaal van ten minste 10% van het totaal aangevraagde subsidiebedrag, indien: a. de garantstellingsverklaring wordt aangeleverd in het door DUS-I daarvoor beschikbaar gestelde format; b. uit de meest recente jaarrekening van de garantsteller blijkt dat de garantsteller beschikt over voldoende middelen om al zijn garantstellingsverplichtingen in voorkomend geval te kunnen nakomen; c. de meest recente jaarrekening van de garantsteller is voorzien van een controleverklaring als bedoeld in artikel 393 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. Indien de garantsteller niet controleplichtig is dient een beoordelingsverklaring van de accountant verstrekt te worden; d. de garantsteller bij maximaal twee andere penvoerders garant staat; e. de garantsteller op 1 juni 2026 minimaal een jaar ingeschreven staat bij de Kamer van Koophandel.
3 Een aanvraag komt uitsluitend voor toekenning in aanmerking, indien de penvoerder op 1 juni 2026 minimaal twee jaar ingeschreven staat bij de Kamer van Koophandel.
4 Indien de penvoerder een onderwijsinstelling is als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs, is dit artikel niet van toepassing.
Aan de subsidie zijn de volgende verplichtingen verbonden
De penvoerder heeft de verplichting om ervoor te zorgen dat in de periode na de datum van het besluit tot subsidieverlening tot uiterlijk 31 maart 2027 met de projectactiviteiten wordt gestart;
De penvoerder levert eenmaal per 12 maanden na de startdatum van het MDT-project een tussentijdse rapportage aan over de algemene voortgang van het project en de realisatie van de MDT-trajecten, inclusief verwerving van cofinanciering, conform het door de minister vastgestelde formulier;
De penvoerder en de deelnemende partijen binnen het samenwerkingsverband voeren een gescheiden boekhouding met betrekking tot de financiering van het MDT-project;
De penvoerder heeft de verplichting om ervoor te zorgen dat per trajectvariant ten minste 85% van het aantal bij de aanvraag voorgenomen MDT-trajecten volledig uit wordt uitgevoerd;
De penvoerder gebruikt in de benaming van het project de afkorting ‘MDT’, en heeft een inspanningsverplichting om bij te dragen aan de naamsbekendheid van MDT en om het MDT-logo te gebruiken in alle uitingen van het partnerschap;
De penvoerder zorgt ervoor dat voor de uit te voeren MDT-trajecten alleen aanmeldingen worden geaccepteerd van jongeren die, bij aanvang van het MDT-traject in de leeftijd van 12 tot 30 jaar oud, woonachtig zijn in Nederland;
De penvoerder zorg ervoor dat aan alle deelnemende jongeren een MDT-certificaat na afronding van het MDT-traject wordt verstrekt;
De penvoerder houdt een deelnemersregistratie bij ten behoeve van de verantwoording van de verstrekte subsidie;
De penvoerder is verplicht deel te nemen aan onderzoek ten behoeve van de doorontwikkeling van het MDT-programma. Het onderzoek omvat
een gegevensregistratie: het invullen van een geanonimiseerde en doorlopende registratie van deelnemers bij het onafhankelijke onderzoeksbureau ten behoeve van onderzoek naar MDT;
jongerenvragenlijsten: de penvoerder draagt zorg voor een minimum respons van 70% van de deelnemende jongeren op de jongerenvragenlijsten;
projectleidersvragenlijsten: het invullen van aanvullende vragenlijsten door de penvoerder eenmaal per kwartaal;
impactonderzoek: deelname aan het centrale onderzoek naar de maatschappelijke impact van MDT;
beleidsevaluaties: deelname aan door de minister nader te bepalen overige beleidsevaluaties; en
een vragenlijst na verlening: de penvoerder overlegt binnen twee maanden na de datum van het besluit tot subsidieverlening een ingevulde vragenlijst ten behoeve van de registratie van het MDT-project en startmeting van onderzoek.
De penvoerder draagt er zorg voor dat medewerkers en vrijwilligers binnen het partnerschap die met jongeren werkzaam zijn, in het bezit zijn van een geldige Verklaring Omtrent Gedrag;
De penvoerder draagt er zorg voor dat samenwerkingspartners die € 125.000 of meer van de subsidie hebben besteed een controleverklaring van een bevoegde accountant verstrekken bij de eindverantwoording.
1 Een door de minister ingestelde beoordelingscommissie adviseert de minister op basis van de beoordelingscriteria, bedoeld in bijlage 1, over de volledige subsidieaanvragen, met uitzondering van subsidieaanvragen die worden geweigerd op grond van artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht of omdat de penvoerder niet voldoet aan de eisen, bedoeld in artikel 5, tweede lid, in samenhang met artikel 9f.
2 De beoordelingscommissie kan waar nodig externe deskundigen vragen haar te ondersteunen.
3 In afwijking van het eerste lid adviseert de beoordelingscommissie de minister over de volledige subsidieaanvragen, bedoeld in hoofdstuk 3a, op basis van het beoordelingskader in bijlage 2, met uitzondering van aanvragen die worden geweigerd op grond van artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 9m of artikel 9o.
4 Bij de toepassing van het beoordelingskader in bijlage 2 wordt aan elke volledige subsidieaanvraag per deelcriterium, met uitzondering van de deelcriteria die als ‘voldoet wel/voldoet niet’ worden beoordeeld, een score toegekend op een schaal van 4 tot en met 8, waarbij geldt: 4 = ruim onvoldoende 5 = onvoldoende 6 = voldoende 7 = ruim voldoende 8 = goed
5 De score, bedoeld in het vierde lid, wordt bepaald op basis van de kwaliteit van het ingevulde aanvraagformulier, het activiteitenplan, de begroting. Naarmate de deelcriteria deugdelijker onderbouwd zijn, wordt een hogere score toegekend. De scores per deelcriterium worden, met inachtneming van de vastgestelde weging per deelcriterium, samengevoegd tot een gewogen score per hoofdcriterium.
6 De beoordelingscommissie beoordeelt ontvankelijke subsidieaanvragen, bedoeld in het derde lid, eerst op de deelcriteria 7a, 7b en 7c, bedoeld in bijlage 2. Aanvragen die op: a. een of meer van de deelcriteria 7a, 7b en 7c niet voldoen, worden afgewezen zonder verdere beoordeling; b. alle deelcriteria 7a, 7b en 7c voldoen, worden verder beoordeeld op de overige criteria in bijlage 2.
7 Aanvragen als bedoeld in het zesde lid, onderdeel b, komen uitsluitend voor subsidieverlening in aanmerking, indien deze: a. minimaal een score 6 behalen op de hoofdcriteria 1 tot en met 6, en op de deelcriteria 5a, en 6b in bijlage 2; en b. vallen binnen de categorie ‘voldoet’, voor wat betreft het deelcriterium 1d in bijlage 2.
8 De volledige subsidieaanvragen die resteren na toepassing van het derde, zesde en zevende lid, worden gerangschikt op basis van een gewogen eindscore, die wordt gevormd door de som van de scores op alle zeven gewogen hoofdcriteria, telkens met inachtneming van de weging per hoofdcriterium, waarbij een hogere gewogen eindscore leidt tot een hogere rangschikking.
9 Indien na toepassing van het zesde lid het aantal resterende subsidieaanvragen groter is dan 150, kan de minister bepalen dat het totaalaantal aanvragen dat in aanmerking komt voor verdere beoordeling op hoofdcriteria 1 tot en met 6, bedoeld in bijlage 2, wordt gemaximeerd op 150, waarbij aanvragen met een hoger cofinancieringspercentage voorrang krijgen boven aanvragen met een lager cofinancieringspercentage.
10 Voor zover bij toepassing van het negende lid meerdere aanvragen een gelijk cofinancieringspercentage hebben, wordt indien nodig door middel van loting bepaald welke van die aanvragen voorrang krijgt.
11 Aanvragen die ingevolge het negende en het tiende lid niet in aanmerking komen voor verdere beoordeling op de criteria 1 tot en met 6 als bedoeld in bijlage 2, worden afgewezen.
De minister besluit op volledige aanvragen binnen 22 weken na afloop van de periode, bedoeld in artikel 8, tweede lid, artikel 9b, eerste lid, of artikel 9j, eerste lid, op de aanvragen tot verlening.
1 De minister betaalt een voorschot van 90% van de verleende subsidie.
2 Het voorschot wordt als als volgt uitbetaald: a. 60% bij het besluit tot subsidieverlening en; b. 30% na de goedkeuring van de eerste tussentijdse rapportage, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, in samenhang met artikel 9g of artikel 9p, onderdeel b.
3 Met het besluit tot vaststelling van de subsidie wordt eventueel de resterende 10% van de verleende subsidie uitgekeerd.
4 Onverminderd het tweede lid, onderdeel b, wordt het daar bedoelde voorschot niet eerder uitbetaald dan in 2028, voor zover het subsidies betreft die zijn verleend naar aanleiding van aanvragen die zijn ingediend in de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 9j, eerste lid.
1 De minister kan op verzoek van de penvoerder eenmalig de looptijd van het MDT-project met ten hoogste drie maanden verlengen. Verlenging kan worden verleend indien dit noodzakelijk is voor de afronding van MDT-trajecten.
2 Indien een aanvraag tot budgetneutrale verlenging is ingediend in de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 9j, eerste lid, dient subsidievaststelling in 2030 plaats te vinden.
1 Indien de penvoerder een onderwijsinstelling is als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs: a. levert de penvoerder een activiteitenverslag, inclusief het aantal afgeronde en niet-afgeronde MDT-trajecten, en inclusief de verwerving van cofinanciering; b. geschiedt de verantwoording in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs met model G, onderdeel 2, zoals bedoeld in richtlijn 660 van de Raad voor de Jaarverslaggeving; c. kan de subsidie uitsluitend worden besteed aan de activiteiten waarvoor deze wordt verleend, en wordt niet bestede subsidie teruggevorderd, en; d. vermeldt de penvoerder in het bestuursverslag het aantal afgeronde en niet-afgeronde MDT-trajecten, en inclusief de verwerving van cofinanciering.
2 Indien het eerste lid niet van toepassing is op de penvoerder: a. legt de penvoerder in zijn aanvraag om vaststelling rekening en verantwoording af aan de hand van een activiteitenverslag en een financieel verslag, vergezeld van een controleverklaring; b. verstrekt de penvoerder, in aanvulling op artikel 7.8 van de Kaderregeling, tevens een prestatiebewijs met betrekking tot het aantal afgeronde en niet-afgeronde MDT-trajecten, voorzien van een assurance rapport en een rapport van feitelijke bevindingen ten aanzien van de in de regeling en beschikking opgenomen voorwaarden en verplichtingen, met betrekking tot het aantal afgeronde en niet-afgeronde MDT-trajecten; c. de controleverklaring, het assurance rapport en het rapport van feitelijke bevindingen, bedoeld in de onderdelen b en c, worden opgesteld door een accountant overeenkomstig het door de minister vastgestelde accountantsprotocol. d. dient de penvoerder een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in binnen 22 weken na de datum waarop de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, uiterlijk moeten zijn verricht.
3 De subsidie wordt lager vastgesteld indien het aantal afgeronde trajecten per MDT-variant lager is dan 85% van het gesubsidieerde aantal trajecten of het subsidiebedrag niet geheel is besteed. De lagere vaststelling wordt bepaald door het aantal trajecten dat niet is afgerond tot 85%, te vermenigvuldigen met het verleende subsidiebedrag per MDT-variant, met een maximum van het totaal bestede bedrag op basis van de financiële verantwoording.
4 De penvoerder toont op verzoek van de minister op de in de beschikking aangegeven wijze aan dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat is voldaan aan de verplichtingen die aan de verleende subsidie zijn verbonden.
5 In afwijking van artikel 7.2 van de Kaderregeling OCW, SZW en VWS wordt een aanvraag tot subsidievaststelling ingediend binnen 17 weken nadat de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd, zijn verricht.
De minister kan één of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en regeling vervalt met ingang van 1 april 2028.
Ten aanzien van de subsidies die in 2023 op grond van deze regeling zijn verstrekt, blijft de regeling van toepassing zoals zij luidde op 2 mei 2023.
Deze regeling is niet van toepassing in Caribisch Nederland.
Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Maatschappelijke Diensttijd (MDT).