Legislator Case Law & Legislation
BWBR0048092 NL

Tijdelijke regeling specifieke uitkering bodem 202320231059119-04-202310-04-2023IENW/BSK-2023/8643020231059119-04-202310-04-2023IENW/BSK-2023/8643001-05-2023

31 Articles / Provisions · Netherlands
Open official source Machine-readable Markdown (.md)

Table of Provisions (31)

Statutory Text (31 Articles)

BWB 2024-05-04

1 In deze regeling wordt verstaan onder: bevoegd gezag: provincie of gemeente als bedoeld in de Wet bodembescherming of gemeente als bedoeld in het Besluit aanwijzing bevoegdgezaggemeenten Wet bodembescherming, zoals die luidden voor de datum waarop de Aanvullingswet bodem Omgevingswet in werking is getreden; buitenproportionele opgave: buitenproportionele opgave als bedoeld in artikel 13, tweede lid; convenant bodem en ondergrond: convenant bodem en ondergrond 2016–2020 zoals dat luidde op 31 december 2020; convenant bodemontwikkelingsgebied en aanpak spoedlocaties: convenant bodemontwikkelingsgebied en spoedlocaties zoals dat luidde op 31 december 2015; historische spoedopgave: aanpak van historische spoedeisende bodemverontreiniging als bedoeld in artikel 8, tweede lid; minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat; oude afspraken: aantoonbare financiële afspraken die in het verleden tussen een individueel bevoegd gezag en het Rijk zijn gemaakt over de sanering van een geval van ernstige bodemverontreiniging.

2 De definities en begrippen van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de datum waarop de Aanvullingswet bodem Omgevingswet in werking is getreden zijn van overeenkomstige toepassing.

BWB 2024-05-04

De artikelen 2, eerste en derde lid, 4, eerste en tweede lid, 6, 8, 10, 11, 12, aanhef en onderdelen b, c, d, e, f, g, h, i en k, 13, 14, eerste en vierde lid, 17, eerste lid, aanhef en onderdelen a, b, e en f, en tweede lid, 18, 21, 23, eerste en vijfde lid, en 24, eerste lid, van het Kaderbesluit subsidies I en M zijn van overeenkomstige toepassing.

BWB 2024-05-04

Het doel van deze regeling is om door middel van het verstrekken van specifieke uitkeringen bevoegde gezagen in staat te stellen een aantal taken op het gebied van bodemsanering goed af te ronden en nieuwe bodemkwaliteitsopgaven te signaleren en daarop te reageren met een passende aanpak.

BWB 2024-05-04

1 Het plafond voor de specifieke uitkeringen op grond van deze regeling bedraagt voor: a. historische spoedopgaven: maximaal € 17.556.924,–; b. buitenproportionele opgaven: maximaal € 33.000.000,–, waarvan: 1° maximaal € 6.000.000,– beschikbaar is voor activiteiten met betrekking tot de aanpak van diffuus verspreid lood; 2° maximaal € 23.000.000,– beschikbaar is voor activiteiten met betrekking tot de aanpak van PFAS; en 3° maximaal € 4.000.000,– beschikbaar is voor onvoorziene kosten voor de aanpak van een buitenproportionele opgave waarvoor op grond van de Tijdelijke regeling specifieke uitkering bodem overbruggingsjaar 2021 of de Tijdelijke regeling specifieke uitkering bodem 2022 een specifieke uitkering is verleend; en c. oude afspraken: maximaal € 21.000.000,–, waarvan: 1° maximaal € 17.000.000,– beschikbaar is voor activiteiten met betrekking tot de aanpak van oude afspraken; en 2° maximaal € 4.000.000,– beschikbaar is voor onvoorziene kosten voor de aanpak van een oude afspraak of van een historische spoedopgave waarvoor op grond van de Tijdelijke regeling specifieke uitkering bodem overbruggingsjaar 2021 of van de Tijdelijke regeling specifieke uitkering bodem 2022 een specifieke uitkering is verleend.

2 De bedragen, genoemd in het eerste lid, zijn exclusief compensabele btw.

3 Specifieke uitkeringen die worden verleend ten laste van een begroting die niet is vastgesteld of goedgekeurd, worden verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34 van de Algemene wet bestuursrecht.

BWB 2024-05-04

1 Een aanvraag voor een specifieke uitkering voor activiteiten als bedoeld in deze regeling wordt gedaan voor de aanpak van ofwel een historische spoedopgave, ofwel een buitenproportionele opgave, met inachtneming van artikel 15, ofwel een oude afspraak.

2 Onverminderd het eerste lid, kan tevens een aanvraag voor een specifieke uitkering worden gedaan voor onvoorziene kosten als bedoeld in de artikelen 16 en 23.

BWB 2024-05-04

Een specifieke uitkering kan worden verleend voor activiteiten als bedoeld in artikel 8 of artikel 13 die in 2023 zijn gestart mits deze zijn opgenomen in de aanvraag voor de desbetreffende specifieke uitkering en aan de bestedingsvoorwaarden, bedoeld in de artikelen 11 en 18 wordt voldaan.

BWB 2024-05-04

In aanvulling op de artikelen 11 en 12 van het Kaderbesluit subsidies I en M kan de minister afwijzend beslissen op een aanvraag om een specifieke uitkering als bedoeld in deze regeling, indien voor de activiteiten uit anderen hoofde Rijksmiddelen zijn of zullen worden verleend dan wel kunnen worden verleend.

BWB 2024-05-04

1 De minister kan op aanvraag een specifieke uitkering verlenen aan een bevoegd gezag voor de aanpak van een of meer historische spoedopgaven.

2 Een historische spoedopgave betreft een historische spoedopgave als bedoeld in de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de datum waarop de Aanvullingswet bodem Omgevingswet in werking is getreden en betreft de start, voortzetting, afbouw of afronding door het bevoegd gezag van de aanpak van historische spoedsaneringen als bedoeld in het convenant bodem en ondergrond, bestaande uit: a. de aanpak van de individuele historische spoedlocaties die zijn opgenomen in de eindrapportage van het uitvoeringsprogramma van het convenant bodem en ontwikkelingsbeleid en aanpak spoedlocaties, gepubliceerd op de website van Bodemplus; b. de aanpak van individuele historische spoedlocaties waarvoor uiterlijk op de datum van de aanvraag voor een specifieke uitkering een onherroepelijke beschikking tot spoedige sanering als bedoeld in artikel 37 van de Wet bodembescherming, zoals die luidde voor de datum waarop de Aanvullingswet bodem Omgevingswet in werking is getreden is genomen of individuele locaties waarnaar nog onderzoek moet worden uitgevoerd om uitsluitsel over de noodzaak tot spoedige sanering te kunnen geven; c. gebiedsgericht grondwaterbeheer in gebieden conform het beheer zoals dat uiterlijk op de datum van de aanvraag voor een specifieke uitkering is vastgesteld door het bevoegd gezag; d. nazorg inclusief isoleren, beheer- en controlemaatregelen, van gesaneerde locaties dan wel de afbouw daarvan; of e. de aanpak van de waterbodems die zijn opgenomen in de monitoringsrapportage van het uitvoeringsprogramma van het convenant bodem en ondergrond over het jaar 2020, gepubliceerd op de website van Bodemplus.

3 De specifieke uitkering, bedoeld in het eerste lid, bedraagt maximaal het bedrag aangegeven in bijlage 1 bij deze regeling voor het daarbij genoemde bevoegd gezag.

BWB 2024-05-04

1 Het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 8, eerste lid, kan een specifieke uitkering aanvragen voor activiteiten of voor financiële verplichtingen met betrekking tot de aanpak van een historische spoedopgave die in 2023 worden uitgevoerd respectievelijk worden aangegaan.

2 Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid bevat in ieder geval de projecten of de locaties die onderdeel uitmaken van de historische spoedopgave van het bevoegd gezag waarvoor de specifieke uitkering wordt aangevraagd, onderverdeeld naar: 1° individuele spoedlocaties; 2° gebiedsgericht grondwaterbeheer; 3° nazorg inclusief isoleren, beheer- en controlemaatregelen; en 4° de aanpak van waterbodems als bedoeld op lijst C van het convenant bodem en ondergrond.

3 Een activiteit of aanpak als bedoeld in het eerste lid waarvoor een specifieke uitkering wordt aangevraagd, heeft een doorlooptijd van ten hoogste drie jaar.

4 In afwijking van artikel 10, vierde lid, onderdeel c, van het Kaderbesluit subsidies I en M vermeldt het bevoegd gezag bij de aanvraag aan welke projecten de gevraagde specifieke uitkering zal worden besteed.

5 Een aanvraag kan worden ingediend in de periode van 1 tot en met 31 mei 2023.

6 Een aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier, bedoeld in bijlage 2 bij deze regeling.

BWB 2024-05-04

1 Indien een aanvrager een hogere specifieke uitkering aanvraagt dan het bedrag, bedoeld in artikel 8, derde lid, verleent de minister indien de aanvraag voor honorering in aanmerking komt ten hoogste het bedrag, bedoeld in dat lid.

2 In afwijking van het eerste lid wordt indien het bedrag, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, na de verdeling, bedoeld in artikel 8, derde lid, juncto artikel 9, vijfde lid, niet is uitgeput, het resterende bedrag evenredig verdeeld over de op grond van artikel 9, eerste en tweede lid, gehonoreerde aanvragen, met dien verstande dat aan de desbetreffende aanvrager maximaal het aangevraagde bedrag wordt verleend.

BWB 2024-05-04

1 Het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 8, eerste lid, besteedt de specifieke uitkering uitsluitend aan de in de beschikking tot subsidieverlening genoemde projecten of locaties voor zover het gaat om kosten voor onderzoek, saneringsmaatregelen of andere activiteiten die nodig zijn voor het wegnemen of beheersen van onaanvaardbare humane, ecologische dan wel verspreidingsrisico’s bij die projecten of locaties, met dien verstande dat de uitkering mag worden besteed aan een ander project of een andere locatie binnen de aanpak van de historische spoedopgave, genoemd in die beschikking.

2 Onverminderd het eerste lid besteedt het bevoegd gezag de specifieke uitkering uitsluitend aan activiteiten waarvan de kosten niet kunnen worden verhaald op de veroorzaker van de bodemverontreiniging of aan activiteiten waarvan de kosten wegens onvoldoende draagkracht niet of niet volledig kunnen worden gedragen door de eigenaar van de locatie.

3 Indien er sprake is van een situatie waarin het bevoegd gezag onverwijld moet handelen vanwege risico’s voor mens of ecologie of van verspreiding van de verontreiniging, mag de specifieke uitkering in afwijking van het tweede lid worden besteed aan de kosten daarvoor, vooruitlopend op het verhaal van die kosten op de veroorzaker van de verontreiniging of de eigenaar van de locatie.

4 Activiteiten als bedoeld in het eerste lid starten in 2023 te rekenen vanaf de startdatum van de bestedingsperiode opgenomen in de beschikking tot verlening van de specifieke uitkering.

5 De activiteiten zijn onverminderd artikel 9, derde lid, uiterlijk vijf jaar na de startdatum uitgevoerd.

6 In geval van onvoorziene vertraging in de uitvoering mogen in afwijking van het vijfde lid de projecten uiterlijk op 31 december 2030 zijn uitgevoerd.

BWB 2024-05-04

Het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 8, eerste lid, verstrekt jaarlijks voor het einde van het kalenderjaar informatie aan de minister over de voortgang van de activiteiten waarvoor de desbetreffende specifieke uitkering is verleend, waarbij wordt aangegeven welke activiteiten worden uitgevoerd of zijn afgerond.

BWB 2024-05-04

1 De minister kan op aanvraag een specifieke uitkering verlenen aan een bevoegd gezag voor het uitvoeren van een of meer buitenproportionele opgaven.

2 Een buitenproportionele opgave is een bodem- of grondwaterkwaliteitsopgave voor het bevoegd gezag: a. met betrekking tot het element diffuus verspreid lood of het element PFAS, waarbij sprake is van een dringende noodzaak om maatregelen te nemen vanwege risico’s voor mens of ecologie of van verspreiding van de verontreiniging of omdat stagnatie dreigt van noodzakelijke maatschappelijke ontwikkelingen; b. waarvoor de aanpak vraagt om veel kennis, capaciteit en middelen van dat bevoegd gezag; en c. die niet valt onder afronding van historische spoedopgaven of onder oude afspraken.

BWB 2024-05-04

De kosten die voor een specifieke uitkering als bedoeld in artikel 13 in aanmerking komen, zijn de kosten die rechtstreeks verband houden met onderzoek of met bodemsanering in het kader van de aanpak van de buitenproportionele opgave.

BWB 2024-05-04

1 Voor ieder element, genoemd in artikel 13, tweede lid, onderdeel a, wordt een separate aanvraag als bedoeld in artikel 13, eerste lid, ingediend.

2 Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid betreft een of meer projecten en bevat per project in ieder geval een projectplan.

3 Het projectplan, bedoeld in het tweede lid, bevat: 1° een beschrijving van het doel en de activiteiten waarvoor een specifieke uitkering wordt aangevraagd en waaruit blijkt dat er voor de aanpak door het desbetreffende bevoegd gezag een dringende noodzaak is om onaanvaardbare risico’s voor mens of ecologie of van verspreiding van de verontreiniging weg te nemen; en 2° de kosten per activiteit van het project zoals opgenomen in het projectplan, waarbij wordt onderbouwd voor welk deel van de kosten de specifieke uitkering wordt gevraagd.

4 Een project of activiteit als bedoeld in het eerste en tweede lid waarvoor een specifieke uitkering wordt aangevraagd, heeft een doorlooptijd van ten hoogste drie jaar.

5 Indien activiteiten als bedoeld in het derde lid, worden uitgevoerd tezamen met andere decentrale overheden, zijn in het projectplan hun rol en verantwoordelijkheden uitgewerkt waaruit blijkt dat het bevoegd gezag de activiteiten uit het projectplan kan realiseren.

6 Een aanvraag kan worden ingediend in de periode van 1 tot en met 31 mei 2023.

7 Een aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier, bedoeld in bijlage 3 bij deze regeling.

BWB 2024-05-04

1 Een bevoegd gezag waaraan op grond van de Tijdelijke regeling specifieke uitkering bodem overbruggingsjaar 2021 of de Tijdelijke regeling specifieke uitkering bodem 2022 een specifieke uitkering is verleend voor de aanpak van een buitenproportionele opgave kan een aanvraag doen voor een specifieke uitkering ten behoeve van onvoorziene kosten voor die aanpak, zoals prijsstijgingen door niet in redelijkheid te verwachten inflatie.

2 Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid betreft alleen onvoorziene kosten die direct verband houden met de activiteiten waarvoor op grond van een in het eerste lid genoemde regeling een specifieke uitkering is verleend en bevat per project in ieder geval een onderbouwing van die onvoorziene kosten.

3 Het bevoegd gezag besteedt de specifieke uitkering voor onvoorziene kosten uitsluitend aan de activiteiten waarvoor op grond van een in het eerste lid genoemde regeling een specifieke uitkering is verleend.

4 Een aanvraag kan worden ingediend in de periode van 1 tot en met 31 mei 2023.

5 Een aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier, bedoeld in bijlage 5 bij deze regeling.

BWB 2024-05-04

1 De minister verdeelt de beschikbare bedragen, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, na het einde van de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 15, zesde lid en in artikel 16, vierde lid.

2 Indien het beschikbare bedrag, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, subonderdeel 1, respectievelijk subonderdeel 2, respectievelijk subonderdeel 3, voor de desbetreffende voor honorering in aanmerking komende aanvragen wordt overschreden, wordt het desbetreffende bedrag evenredig verdeeld over de aanvragen voor de aanpak van het element diffuus verspreid lood, respectievelijk van het element PFAS, respectievelijk voor onvoorziene kosten.

3 Indien het bedrag dat beschikbaar is voor onvoorziene kosten na de verdeling, bedoeld in het eerste en tweede lid, niet is uitgeput, wordt de helft van het resterende bedrag toegevoegd aan het beschikbare bedrag voor het element diffuus verspreid lood en de helft aan het beschikbare bedrag voor het element PFAS en worden deze bedragen evenredig verdeeld over de daarvoor voor honorering in aanmerking komende aanvragen.

4 Indien het bedrag dat beschikbaar is voor de aanpak van het element diffuus verspreid lood na de verdeling, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, niet is uitgeput, wordt het resterende bedrag toegevoegd aan het beschikbare bedrag voor het element PFAS en wordt dat bedrag evenredig verdeeld over de daarvoor voor honorering in aanmerking komende aanvragen.

BWB 2024-05-04

1 Het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 13, eerste lid, besteedt de specifieke uitkering voor een buitenproportionele opgave uitsluitend aan de voorbereiding, begeleiding en uitvoering van de activiteiten zoals opgenomen in het projectplan, met dien verstande dat een uitkering voor activiteiten voor een project mag worden besteed aan andere activiteiten binnen hetzelfde element, bedoeld in artikel 13, tweede lid, onderdeel a.

2 Onverminderd het eerste lid besteedt het bevoegd gezag de specifieke uitkering uitsluitend aan activiteiten waarvan de kosten niet kunnen worden verhaald op de veroorzaker van de bodemverontreiniging of aan activiteiten waarvan de kosten wegens onvoldoende draagkracht niet of niet volledig kunnen worden gedragen door de eigenaar van de locatie.

3 Indien er sprake is van een situatie waarin het bevoegd gezag onverwijld moet handelen vanwege risico’s voor mens of ecologie of van verspreiding van de verontreiniging, mag de specifieke uitkering in afwijking van het tweede lid worden besteed aan de kosten daarvoor, vooruitlopend op het verhaal van die kosten op de veroorzaker van de verontreiniging of de eigenaar van de locatie.

4 Activiteiten als bedoeld in het eerste lid starten in 2023 te rekenen vanaf de startdatum van de bestedingsperiode opgenomen in de beschikking tot verlening van de specifieke uitkering.

5 De activiteiten zijn onverminderd artikel 15, vierde lid, uiterlijk vijf jaar na de startdatum uitgevoerd.

6 In geval van onvoorziene vertraging in de uitvoering mogen in afwijking van het vijfde lid de projecten uiterlijk op 31 december 2030 zijn uitgevoerd.

BWB 2024-05-04

Het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 13, eerste lid, verstrekt jaarlijks voor het einde van het kalenderjaar informatie aan de minister over de voortgang van de activiteiten waarvoor de desbetreffende specifieke uitkering is verleend, waarbij wordt aangegeven welke projecten worden uitgevoerd of zijn afgerond.

BWB 2024-05-04

1 Indien het beschikbare bedrag, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, of onderdeel b, na de verdeling, bedoeld in artikel 10, eerste en tweede lid, of in artikel 17, eerste, tweede, derde of vierde lid, niet is uitgeput, kan de minister voor het resterende bedrag een tweede aanvraagronde voor een specifieke uitkering voor een historische spoedopgave, voor een buitenproportionele opgave of voor onvoorziene kosten openstellen.

2 De minister maakt de indieningstermijn en het resterende beschikbare bedrag, bedoeld in het eerste lid, in de Staatscourant bekend, alsmede voor welk onderdeel of element als bedoeld in deze regeling een aanvraag kan worden ingediend.

3 Een aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier, bedoeld in bijlage 2 bij deze regeling, indien het een historische spoedopgave betreft, met gebruikmaking van het formulier, bedoeld in bijlage 3 bij deze regeling, indien het een buitenproportionele opgave betreft en indien de aanvraag nieuwe activiteiten of projecten betreft die niet in de aanvraagperiode, bedoeld in artikel 9, vijfde lid, of artikel 15, zesde lid, zijn opgenomen of met gebruikmaking van het formulier, bedoeld in bijlage 5, bij deze regeling indien het onvoorziene kosten als bedoeld in artikel 16 betreft.

4 Een aanvraag wordt ingediend namens het bevoegd gezag door een daartoe bevoegde persoon ondertekende brief indien de aanvraag die voor honorering in aanmerking kwam niet of niet geheel is gehonoreerd op grond van artikel 9, eerste of tweede lid, of artikel 17, eerste, tweede, derde of vierde lid. In de brief wordt het resterende bedrag opnieuw aangevraagd en wordt verwezen naar de desbetreffende aanvraag van mei 2023 en de desbetreffende beschikking tot verlening van de specifieke uitkering.

5 Artikel 9, tweede, derde en vierde lid, respectievelijk artikel 15, eerste, tweede, derde, vierde en vijfde lid, respectievelijk artikel 16, eerste en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing indien een tweede aanvraagronde wordt opengesteld voor de aanpak van de historische spoedopgave, respectievelijk van de buitenproportionele opgave, respectievelijk voor onvoorziene kosten.

6 De minister verdeelt het bedrag, bedoeld in het eerste lid, op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

7 De artikelen 11 en 12, respectievelijk artikel 16, derde lid, respectievelijk de artikelen 18 en 19 zijn van overeenkomstige toepassing.

BWB 2024-05-04

De minister kan op aanvraag een specifieke uitkering verlenen aan een bevoegd gezag voor de aanpak van een of meer gevallen van bodemverontreiniging waarover een oude afspraak is gemaakt.

BWB 2024-05-04

1 Een aanvraag als bedoeld in artikel 21 bevat in ieder geval een projectplan voor de uitwerking van de beoogde maatregelen voor de in dat artikel bedoelde aanpak.

2 De aanpak, bedoeld in het eerste lid, voldoet aan de bestedingsvoorwaarden, bedoeld in artikel 25, en het doel van de sanering is concreet beschreven en meetbaar.

3 Activiteiten opgenomen in het projectplan waarvoor een specifieke uitkering wordt aangevraagd, hebben een doorlooptijd van ten hoogste drie jaar.

4 Een aanvraag kan worden ingediend in de periode van 15 oktober tot en met 31 december 2023.

5 Een aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier, bedoeld in bijlage 4 bij deze regeling.

BWB 2024-05-04

1 Een bevoegd gezag waaraan op grond van de Tijdelijke regeling specifieke uitkering bodem overbruggingsjaar 2021 of de Tijdelijke regeling specifieke uitkering bodem 2022 een specifieke uitkering is verleend voor de aanpak van een of meer gevallen van bodemverontreiniging waarover een oude afspraak is gemaakt of voor de aanpak van een historische spoedopgave kan een aanvraag doen voor een specifieke uitkering ten behoeve onvoorziene kosten voor die aanpak, zoals prijsstijgingen door niet in redelijkheid te verwachten inflatie.

2 Een aanvraag als bedoeld in het eerste lid betreft alleen onvoorziene kosten die direct verband houden met de activiteiten waarvoor in de desbetreffende beschikking een specifieke uitkering is verleend en bevat per locatie of project in ieder geval een onderbouwing van de onvoorziene kosten.

3 Het bevoegd gezag besteedt de specifieke uitkering voor onvoorziene kosten uitsluitend aan de activiteiten waarvoor op grond van een in het eerste lid genoemde regeling een specifieke uitkering is verleend.

4 Een aanvraag kan worden ingediend in de periode van 15 oktober tot en met 31 december 2023.

5 Een aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier, bedoeld in bijlage 5 bij deze regeling.

BWB 2024-05-04

De minister verdeelt de beschikbare bedragen, bedoeld in artikel 4, onderdeel c, op volgorde van binnenkomst van de desbetreffende aanvragen.

BWB 2024-05-04

1 Het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 21, besteedt de specifieke uitkering uitsluitend aan: a. de instandhouding of voortzetting van een reeds tussen de toenmalige Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en het desbetreffende bevoegd gezag overeengekomen gevalsgerichte aanpak van ernstige bodemverontreiniging; b. het nemen van maatregelen die tot doel hebben om te komen tot afbouw van isoleren, beheer- en controlemaatregelen als bedoeld in het convenant bodem en ondergrond; of c. het wegnemen van onvoorziene milieuhygiënische risico’s bij de reeds overeengekomen gevalsgerichte aanpak van ernstige verontreiniging.

2 Onverminderd het eerste lid besteedt het bevoegd gezag de specifieke uitkering uitsluitend aan activiteiten waarvan de kosten niet kunnen worden verhaald op de veroorzaker van de bodemverontreiniging of aan activiteiten waarvan de kosten wegens onvoldoende draagkracht niet of niet volledig kunnen worden gedragen door de eigenaar van de locatie.

3 Indien er sprake is van een situatie waarin het bevoegd gezag onverwijld moet handelen vanwege risico’s voor mens of ecologie of van verspreiding van de verontreiniging, mag de specifieke uitkering in afwijking van het tweede lid worden besteed aan de kosten daarvoor, vooruitlopend op het verhaal van die kosten op de veroorzaker van de verontreiniging of de eigenaar van de locatie.

4 Een project als bedoeld in artikel 21 start in 2024 te rekenen vanaf de startdatum van de bestedingsperiode opgenomen in de beschikking tot verlening van de specifieke uitkering.

5 De projecten zijn onverminderd artikel 22, derde lid, uiterlijk vijf jaar na de startdatum uitgevoerd.

6 In geval van onvoorziene vertraging in de uitvoering mogen in afwijking van het vijfde lid de projecten uiterlijk op 31 december 2030 zijn uitgevoerd.

BWB 2024-05-04

1 De minister verstrekt een voorschot van 100%.

2 In de beschikking tot verlening van een specifieke uitkering als bedoeld in deze regeling, wordt vermeld wanneer het voorschot wordt verstrekt.

BWB 2024-05-04

1 Onverminderd artikel 24, eerste lid, derde volzin, van het Kaderbesluit subsidies I en M zijn op de verantwoording over de besteding van een specifieke uitkering voor de aanpak van een buitenproportionele opgaven de artikelen 17a en 17b van de Financiële-verhoudingswet van toepassing indien een gemeente die geen bevoegd gezag is middelen uit die specifieke uitkering ontvangt.

2 Op de verantwoording over de besteding van een specifieke uitkering is artikel 34a van de Wet gemeenschappelijke regelingen van toepassing indien een omgevingsdienst middelen uit die specifieke uitkering ontvangt.

3 Artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet is van overeenkomstige toepassing op de verantwoording over de besteding van een specifieke uitkering voor de aanpak van een historische spoedopgave en over de besteding van een specifieke uitkering voor de aanpak van een buitenproportionele opgave indien een waterschap middelen uit de desbetreffende specifieke uitkering ontvangt.

BWB 2024-05-04

1 De minister stelt de specifieke uitkering uiterlijk op 31 december van het jaar waarop de desbetreffende eindverantwoording, bedoeld in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet, is ontvangen, vast op het bedrag dat is bepaald in de verlening indien de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verleend geheel zijn verricht en daarnaast volledig is voldaan aan de bestedingsvoorwaarden, bedoeld in de artikelen 11, 16, derde lid, 18, 23, derde lid, respectievelijk artikel 25, en aan de verplichting, bedoeld in artikel 12, respectievelijk artikel 19.

2 De minister kan de specifieke uitkering vaststellen op een lager bedrag dan is bepaald in de verleningsbeschikking indien de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering is verleend, niet of niet geheel hebben plaatsgevonden conform de bestedingsvoorwaarden, bedoeld in de artikelen 11, 16, derde lid, 18, 23, derde lid, respectievelijk artikel 25 en de verplichting, bedoeld in artikel 12, respectievelijk artikel 19.

BWB 2024-05-04

1 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 mei 2023.

2 Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2031, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op specifieke uitkeringen die voor die datum zijn verleend.

Need to analyze how this provision applies to your matter?

Cross-reference this statute against case law, commentaries, and related legislative provisions inside Legislator AI.

Open in Legislator →