Warenwetregeling attractie- en speeltoestellen
Table of Provisions (13)
Statutory Text (13 Articles)
In deze regeling wordt verstaan onder
besluit: Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen 2023;
de Minister: de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
overleg aangewezen instellingen: het overleg waaraan aangewezen instellingen deelnemen ten behoeve van kennisdeling en uniforme besluitvorming;
onderaannemer: een instelling met rechtspersoonlijkheid, waaraan een aangewezen instelling productonderzoek en eventuele daartoe te verrichten metingen uitbesteedt;
1 Voor aanwijzing als aangewezen instelling komen slechts instellingen in aanmerking die voldoen aan de in bijlage I vermelde voorwaarden.
2 Indien een aangewezen instelling een onderaannemer inschakelt, draagt de aangewezen instelling er zorg voor dat die onderaannemer voldoet aan de in bijlage I vermelde voorwaarden.
De aangewezen instelling gaat in het jaarverslag, bedoeld in artikel 7c, tweede lid, van de wet, ten minste in op de volgende onderwerpen
de door de instelling afgegeven, ingetrokken dan wel geweigerde certificaten van goedkeuring;
wijzigingen in de op het werkveld van de instelling betrekking hebbende accreditaties, reglementen en procedures;
wijzigingen in de op het werkveld van de instelling betrekking hebbende taakverdeling;
wijzigingen in de bestuurssamenstelling;
wijzigingen in de statuten of het huishoudelijk reglement;
aan derden uitbestede werkzaamheden;
structurele knelpunten binnen het werkveld van de instelling die zich in de uitvoeringspraktijk hebben voorgedaan;
het gevoerde overleg aangewezen instellingen en de samenwerking binnen het werkveld met andere instellingen;
door de instelling ontvangen klachten en de wijze van afhandeling daarvan;
tegen de besluiten van de instelling ingediende bezwaren en ingestelde beroepen en de wijze van afhandeling daarvan; en
een financieel verslag betreffende de activiteiten waarvoor de instelling is aangewezen.
1 De aangewezen instelling neemt deel aan het overleg aangewezen instellingen conform het door dit overleg opgestelde en door de Minister goedgekeurde reglement.
2 Uit het in het eerste lid bedoelde reglement volgt ten minste: a. wie de leden zijn van het overleg; b. hoe de besluitvorming van het overleg tot stand komt; en c. hoe frequent het overleg bijeenkomt.
1 Attractietoestellen worden periodiek gekeurd door een aangewezen instelling.
2 De aangewezen instelling bepaalt voor attractietoestellen bij de verlening van het eerste certificaat van goedkeuring de benodigde keuringsfrequentie aan de hand van de matrix, bedoeld in bijlage II.
3 Bij in serie geproduceerde speeltoestellen vindt een nieuwe keuring van het typekenmerkende monster en het technisch constructiedossier door een aangewezen instelling plaats binnen een jaar na de publicatie van een nieuwe of gewijzigde norm, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het besluit.
1 Een certificaat van goedkeuring voor een attractie- of speeltoestel komt overeen met één van de in bijlage III opgenomen modellen.
2 Een certificaat van goedkeuring: a. bevat ten minste een overzichtsfoto in kleur van het betreffende attractie- of speeltoestel waarop het toestel te identificeren is, indien beschikbaar, een 3D-tekening en optioneel aanvullende afbeeldingen; en b. bevat een door de aangewezen instellingen overeengekomen uniform echtheidskenmerk.
3 Elke wijziging van het certificaat van goedkeuring na verlening ervan maakt het betreffende certificaat ongeldig. Een digitaal bestand van het certificaat van goedkeuring dient dusdanig beveiligd te zijn dat het niet door derden kan worden bewerkt.
4 Indien meerdere uitvoeringen van één type attractie- of speeltoestel bestaan, worden deze uitvoeringen op het certificaat van goedkeuring vermeld. Het betreffende certificaat van goedkeuring bevat voor elke uitvoering ten minste een overzichtsfoto in kleur en, indien beschikbaar, een 3D-tekening.
5 Op een certificaat van goedkeuring dienen alle informatievelden die overeenkomstig de in bijlage III opgenomen modellen op het voorblad opgenomen moeten worden en de overzichtsfoto in kleur op één pagina te worden weergegeven. Er kunnen additionele bladen worden toegevoegd ten behoeve van de overzichtsfoto in kleur en, indien beschikbaar, de 3D-tekening, bedoeld in het vierde lid en de aanvullende afbeeldingen, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a. In dat geval dienen overeenkomstig de in bijlage III opgenomen modellen een aantal informatievelden te worden herhaald op elk additioneel blad.
1 Een certificaat van goedkeuring voor een attractietoestel bevat een uiterste geldigheidsdatum. Deze datum is gebaseerd op de matrix, bedoeld in bijlage II.
2 De verhuurder dan wel de beheerder van een attractietoestel, bedoeld in het eerste lid, vraagt ten minste dertig dagen voor de uiterste geldigheidsdatum van het certificaat van goedkeuring een keuring aan bij een aangewezen instelling. Indien het attractietoestel, buiten toedoen van de verhuurder dan wel beheerder niet tijdig kan worden gekeurd, behoudt het certificaat van goedkeuring zijn geldigheid gedurende ten hoogste vier maanden na afloop van de uiterste geldigheidsdatum.
3 Een certificaat van goedkeuring voor een speeltoestel heeft een onbeperkte geldigheidsduur, tenzij artikel 15, vierde lid, van het besluit of artikel 5, derde lid, van toepassing is.
1 Een merk van goedkeuring voor een attractietoestel of voor een speeltoestel dat overeenkomstig het goedgekeurde, typekenmerkende monster is vervaardigd, komt overeen met het in bijlage IV opgenomen model.
2 Op het merk van goedkeuring voor een attractie- of speeltoestel dat overeenkomstig het goedgekeurde, typekenmerkende monster is vervaardigd wordt in plaats van de maand en het jaar van de keuring, de maand en het jaar waarin het merk van goedkeuring op het toestel is aangebracht, vermeld.
3 Het merk van goedkeuring is voor een attractie- of speeltoestel als bedoeld in het eerste lid bij de eerste keuring een duurzame plaat of label met onuitwisbare opschriften of aanduidingen.
4 Het merk van goedkeuring is bij een periodieke keuring een sticker.
5 Het merk van goedkeuring is op een essentieel onderdeel en op een duidelijk zichtbare plaats, onlosmakelijk op of in het attractie- of speeltoestel aangebracht.
6 Een merk van goedkeuring voor een attractietoestel bevat een uiterste geldigheidsdatum. De datum voor attractietoestellen is gebaseerd op de matrix, bedoeld in bijlage II.
7 Indien het attractietoestel, buiten toedoen van de verhuurder dan wel beheerder niet tijdig kan worden gekeurd, behoudt het merk van goedkeuring zijn geldigheid gedurende ten hoogste vier maanden na afloop van de uiterste geldigheidsdatum.
8 De aangewezen instelling voorziet het merk van goedkeuring, bedoeld in het derde lid, voor een attractietoestel van een uniek registratienummer.
De aangewezen instelling vraagt het unieke registratienummer, bedoeld in artikel 7, derde lid, van het besluit aan bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit en registreert dit onverwijld in het daartoe bestemde register.
Als normen, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het besluit worden aangewezen de in bijlage V bij deze regeling vermelde normen.
De Nadere regels attractie- en speeltoestellen wordt ingetrokken.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2023.
Deze regeling wordt aangehaald als: Warenwetregeling attractie- en speeltoestellen.