Legislator Case Law & Legislation
BWBR0045694 NL

Tijdelijke stimuleringsregeling doelmatig en duurzaam gebruik verkeersinfrastructuur 202120214301714-10-202112-10-2021IENW/BSK-2021/26400820214301714-10-202112-10-2021IENW/BSK-2021/26400815-10-2021

14 Articles / Provisions · Netherlands
Open official source Machine-readable Markdown (.md)

Table of Provisions (14)

Statutory Text (14 Articles)

BWB 2025-11-19

In deze regeling wordt verstaan onder

Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020: Bestuurlijke overleggen MIRT Noord-Nederland, Oost-Nederland, Zuid-Nederland, Zuidwest-Nederland, Noordwest-Nederland en goederenvervoercorridors die hebben plaatsgevonden op 25 en 26 november 2020;

minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat;

specifieke uitkering: uitkering als bedoeld in artikel 3.

BWB 2025-11-19

Deze regeling heeft tot doel het stimuleren van het nemen van maatregelen die doelmatiger en duurzamer gebruik van verkeersinfrastructuur beogen te bevorderen.

BWB 2025-11-19

Tot het in artikel 2 genoemde doel kan de minister overeenkomstig de afspraken die hierover zijn gemaakt in het kader van de Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020 op aanvraag van een provincie of een gemeente een specifieke uitkering verstrekken voor

organisatorische inbedding van levering van actuele en betrouwbare data voor digitale mobiliteitsdiensten en het data-gedreven uitvoeren van overheidstaken in het mobiliteitsdomein en daarop gerichte planvorming;

ondersteuning van bevordering van vermindering van gebruik van het openbaar vervoer door studenten in de spits;

ondersteuning bij kennisuitwisseling en planvorming door werkgevers en advisering aan werkgevers over verduurzaming van woon-werkverkeer;

ondersteuning van stimulering door werkgevers van gebruik van de fiets voor woon-werkverkeer en zakelijk verkeer;

ondersteuning bij het opstellen van een regionaal fietsnetwerkplan;

ondersteuning bij het doen van onderzoek en het opstellen en uitvoeren van plannen ten behoeve van de ontwikkeling van keten- en deelmobiliteit;

ondersteuning bij haalbaarheidsonderzoeken ten behoeve van de totstandkoming van een landelijk dekkend netwerk van duurzame tank- en laadinfrastructuur voor wegtransport en binnenvaart;

advies en ondersteuning bij het opstellen van een regionaal plan van aanpak voor verkeer en vervoer van goederen gericht op verbetering van de bereikbaarheid en vermindering van CO2-emissie en voor de uitvoering van dit plan.

BWB 2025-11-19

1 Voor een specifieke uitkering komen in aanmerking: a. maximaal 5% van de voorbereidingskosten, niet zijnde kosten als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a; en b. uitvoeringskosten.

2 Kosten van activiteiten die na 1 januari 2020 hebben plaatsgevonden kunnen voor verstrekking van een specifieke uitkering in aanmerking komen.

3 Voor een specifieke uitkering komen niet in aanmerking: a. kosten van personeel van de eigen organisatie en inhuur van personeel ten behoeve van de voorbereiding van de uitvoering; b. omzetbelasting die op basis van artikel 15 van de Wet op de omzetbelasting 1968 in aftrek kan worden gebracht of recht geeft op een bijdrage uit het BTW-compensatiefonds; en c. kosten waarvoor reeds op basis van deze regeling of langs andere weg een bijdrage is of wordt verstrekt, dan wel kosten die niet voortvloeien uit afspraken die zijn gemaakt in het kader van de Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020.

BWB 2025-11-19

Het percentage van de kosten, bedoeld in artikel 4, eerste lid, dat ten hoogste in aanmerking komt voor een specifieke uitkering, wordt vastgesteld overeenkomstig de afspraken die hierover zijn gemaakt in het kader van de Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020.

BWB 2025-11-19

1 De hoogte van het budget dat voor de activiteiten, bedoeld in artikel 3, beschikbaar is en de wijze van verdeling daarvan worden vastgesteld overeenkomstig de afspraken die hierover zijn gemaakt in het kader van de Bestuurlijke Overleggen MIRT 2020.

2 Een specifieke uitkering bedraagt niet meer dan het overeenkomstig het eerste lid vastgestelde bedrag verminderd met de omzetbelasting over de kosten, bedoeld in artikel 4, eerste lid, die in aanmerking komt voor compensatie op grond van de Wet op het BTW-compensatiefonds.

BWB 2025-11-19

1 Een aanvraag van een specifieke uitkering wordt uiterlijk op 10 november 2021 ingediend.

2 Een aanvraag gaat vergezeld van: a. een overzicht van de activiteiten waarvoor een specifieke uitkering wordt aangevraagd; b. een beschrijving van de wijze waarop en de mate waarin de activiteiten bijdragen aan de doelen, bedoeld in artikel 2; c. een specificatie en raming van de kosten van de activiteiten; d. een beschrijving van de wijze waarop niet onder de aangevraagde specifieke uitkering vallende kosten, worden gedekt; e. een tijdsplanning van de activiteiten.

3 De aanvraag wordt ingediend met gebruikmaking van een door de minister ter beschikking gesteld digitaal formulier.

BWB 2025-11-19

1 Op de aanvraag van een specifieke uitkering beslist de minister binnen acht weken na ontvangst.

2 Een besluit tot verlening vermeldt in ieder geval: a. de activiteiten waarvoor de specifieke uitkering wordt verstrekt; en b. het bedrag van de specifieke uitkering.

BWB 2025-11-19

1 De activiteiten waarvoor een specifieke uitkering is verleend, zijn voor uiterlijk 1 oktober 2026 gerealiseerd.

2 De ontvanger van een specifieke uitkering werkt mee aan een door de minister ingesteld evaluatieonderzoek ten behoeve van een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de specifieke uitkering in de praktijk als bedoeld in artikel 4:24 van de Algemene wet bestuursrecht.

3 Bij een besluit tot verlening als bedoeld in artikel 8 kan de minister ook andere verplichtingen opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de specifieke uitkering.

BWB 2025-11-19

Verantwoording over de besteding van een specifieke uitkering vindt plaats op de wijze die is bepaald in artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet.

BWB 2025-11-19

De minister stelt de specifieke uitkering vast binnen zes maanden nadat de activiteiten waarvoor de uitkering is verleend, volledig zijn uitgevoerd, de eindverantwoording overeenkomstig artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet heeft plaatsgevonden en volledig is voldaan aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 10.

BWB 2025-11-19

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 oktober 2026, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op specifieke uitkeringen die voor die datum zijn verstrekt.

Need to analyze how this provision applies to your matter?

Cross-reference this statute against case law, commentaries, and related legislative provisions inside Legislator AI.

Open in Legislator →