Regeling vaststelling gelijkwaardige inspanning decentrale overheden inzake EMU-saldo
Statutory Text (4 Articles)
De definities van artikel 1 van de Wet houdbare overheidsfinancien zijn van overeenkomstige toepassing op deze regeling.
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Het collectieve aandeel van de decentrale overheden gezamenlijk in het EMU-saldo, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, wordt als volgt vastgesteld
voor 2019 –0 4 procent van het bruto binnenlands product;
voor 2020 –0 4 procent van het bruto binnenlands product;
voor 2021 –0,4 procent van het bruto binnenlands product;
voor 2022 –0,4 procent van het bruto binnenlands product.
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Het collectieve aandeel van de decentrale overheden in het EMU-saldo, bedoeld in artikel 2, wordt uitgesplitst naar
een aandeel voor de provincies gezamenlijk dat als volgt wordt vastgesteld
voor 2019 –0,08 procent van het bruto binnenlands product;
voor 2020 –0,08 procent van het bruto binnenlands product;
voor 2021 –0,08 procent van het bruto binnenlands product;
voor 2022 –0,08 procent van het bruto binnenlands product;
een aandeel voor de gemeenten gezamenlijk dat als volgt wordt vastgesteld
voor 2019 –0,27 procent van het bruto binnenlands product;
voor 2020 –0,27 procent van het bruto binnenlands product;
voor 2021 –0,27 procent van het bruto binnenlands product;
voor 2022 –0,27 procent van het bruto binnenlands product;
een aandeel voor de waterschappen gezamenlijk dat als volgt wordt vastgesteld
voor 2019 –0,05 procent van het bruto binnenlands product;
voor 2020 –0,05 procent van het bruto binnenlands product;
voor 2021 –0,05 procent van het bruto binnenlands product;
voor 2022 –0,05 procent van het bruto binnenlands product.
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2019.
De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.