Legislator Case Law & Legislation
BWBR0041050 NL

Regeling energie vervoer

48 Articles / Provisions · Netherlands
Open official source Machine-readable Markdown (.md)

Table of Provisions (48)

Statutory Text (48 Articles)

BWB 2026-06-20

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder

A-B-C-afhaaltransacties: A-B-C-transacties tussen vergunninghouders van een accijnsgoederenplaats voor minerale oliën voor afhaaltransacties per truck bij depots en raffinaderijlaadpunten als bedoeld in bepaling 1.4 van de Beleidsregels accijnswetgeving;

besluit: Besluit energie vervoer;

bewijs van duurzaamheid: bewijs dat de duurzaamheid en de broeikasgasemissiereductie van een geleverde hoeveelheid grondstof voor biobrandstof of een geleverde hoeveelheid biobrandstof aantoont, afgegeven door een gecertificeerde schakel van een duurzaamheidssysteem op basis van zijn massabalans van biobrandstof;

bewijs van hernieuwbaarheid: bewijs dat de broeikasgasemissiereductie van een geleverde hoeveelheid hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong aantoont, afgegeven door een gecertificeerde schakel van een vrijwillig systeem op basis van zijn massabalans van hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong;

brandstofleveringsnota: brandstofleveringsnota als bedoeld in artikel 1.1 van het Besluit brandstoffen luchtverontreiniging;

bunkerverklaring: verklaring die de uitslag tot verbruik van de minerale olie aantoont, bedoeld in artikel 19 van het Uitvoeringbesluit accijns, met de gegevens, bedoeld in artikel 29 van het Uitvoeringregeling accijns;

distributiesysteembeheerder: distributiesysteembeheerder als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet;

distributiesysteem voor elektriciteit: distributiesysteem voor elektriciteit als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet;

distributiesysteem voor gas: distributiesysteem voor gas als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet;

EAN: European Article Number, bedoeld als unieke 18-cijferige identificatiecode;

fiatteur: natuurlijk persoon die een door een rekeningbevoegde voorgestelde transactie moet goedkeuren;

garantie van oorsprong voor gas uit hernieuwbare bronnen: garantie van oorsprong als bedoeld in artikel 23, zevende lid, van de Regeling garanties van oorsprong, met de vermeldingen, bedoeld in artikel 24, derde lid, van die regeling;

garantie van oorsprong voor niet-netlevering voor elektriciteit uit hernieuwbare bronnen: garantie van oorsprong voor niet-netlevering voor elektriciteit uit hernieuwbare bronnen als bedoeld in artikel 23, derde lid, van de Regeling garanties van oorsprong;

garantie van oorsprong voor niet-netlevering voor gas uit hernieuwbare bronnen: garantie van oorsprong voor niet-netlevering voor gas uit hernieuwbare bronnen als bedoeld in artikel 23, derde lid, van de Regeling garanties van oorsprong, met de vermeldingen, bedoeld in artikel 24, derde lid, van die regeling;

minister: minister van Infrastructuur en Waterstaat;

rekeningbevoegde: natuurlijk persoon die alle handelingen die mogelijk zijn op een rekening, met uitzondering van het goedkeuren van een transactie, mag uitvoeren;

transactie: registerhandeling met betrekking tot de invoer van een levering tot eindverbruik, een inboeking van een geleverde hoeveelheid hernieuwbare energie of een afboeking of overboeking van emissiereductie-eenheden.

Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet milieubeheer, enz. (implementatie Richtlijn (EU) 2023/2413 (bevordering energie uit hernieuwbare bronnen)) in werking treedt.

BWB 2026-06-20

1 De energie-inhoud op basis van de onderste verbrandingswaarde van de geleverde brandstof, de geleverde biobrandstof of de geleverde hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong, waarvoor bijlage III bij de richtlijn hernieuwbare energie geen energie-inhoud vermeldt, wordt door de leverancier tot eindverbruik onderscheidenlijk de inboeker ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit aangetoond met behulp van een erkende methode die bestemd is voor het vaststellen van de verbrandingswaarde van de brandstof, de biobrandstof of de hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong.

2 De energie-inhoud als bedoeld in het eerste lid wordt bepaald op basis van een monstername die representatief is voor de geleverde brandstof, de geleverde biobrandstof of de geleverde hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong. Met uitzondering van methylvetzuren (FAME), bioethanol en ETBE: a. gebeurt de monstername volgens EN ISO 3170 of EN ISO 3171 en door een instelling die door een nationaal accreditatie-instituut als bedoeld in Verordening (EG) nr. 765/2008 voor die norm is geaccrediteerd; b. gebeurt een analyse onder ISO-/IEC 17025 door een instelling die door een nationaal accreditatie-instituut als bedoeld in Verordening (EG) nr. 765/2008 voor die norm is geaccrediteerd.

3 De energie-inhoud wordt voor de sector zeevaart bepaald overeenkomstig bijlage II van Verordening (EU) 2023/1805.

BWB 2026-06-20

1 De rijksbelastingdienst verstrekt op verzoek van het bestuur van de emissieautoriteit alle informatie die de emissieautoriteit nodig heeft om te bepalen welke ondernemingen in de sectoren land en binnenvaart een jaarverplichting hebben. Hiertoe levert zij ten minste in oktober een voorlopige lijst met namen van de ondernemingen die naar verwachting een jaarverplichting hebben over het lopende kalenderjaar en in februari een lijst met namen van de ondernemingen met een jaarverplichting over het voorafgaande kalenderjaar. Deze lijst omvat de houders van een vergunning voor een accijnsgoederenplaats voor minerale oliën, geregistreerd geadresseerden voor minerale oliën en importeurs, die gelijk aan of meer dan 500.000 liter benzine, diesel of zware stookolie of rode gasolie uitslaan tot verbruik als bedoeld in artikel 2 van de Wet op de accijns.

2 De rijksbelastingdienst verstrekt op verzoek van het bestuur van de emissieautoriteit alle informatie die de emissieautoriteit nodig heeft om te bepalen of in het register de levering tot eindverbruik door ondernemingen in de sectoren land en binnenvaart juist en volledig is geregistreerd. Hiertoe voert de rijksbelastingdienst ten minste een gegevensanalyse uit nadat zij daartoe de benodigde gegevens heeft ontvangen van de emissieautoriteit. Ook verstrekt zij aan de emissieautoriteit risicosignalen ten aanzien van ondernemingen bedoeld in het eerste lid.

3 De rijksbelastingdienst verstrekt op verzoek van het bestuur van de emissieautoriteit informatie die de emissieautoriteit nodig heeft om specifieke toezicht- of handhavingsonderzoeken te doen naar producenten van biobrandstoffen of hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong als bedoeld in artikel 9.7.6.1 van de wet, ondernemingen die gecertificeerd zijn volgens een duurzaamheidsysteem als bedoeld in artikel 9.7.6.2 van de wet of ondernemingen die een rekening hebben in het register.

4 De rijksbelastingdienst en het bestuur van de emissieautoriteit sluiten over de invulling van het bepaalde in dit artikel een bestuursovereenkomst.

BWB 2026-06-20

1 De minister verstrekt op verzoek van het bestuur van de emissieautoriteit informatie over welke ondernemingen rode gasolie aan de sector binnenvaart en dieselolie voor de scheepvaart, gasolie voor de scheepvaart en scheepsbrandstof aan de sector zeevaart leveren, met inbegrip van de geleverde hoeveelheden.

2 De minister verstrekt op verzoek van het bestuur van de emissieautoriteit alle informatie die de emissieautoriteit nodig heeft om te bepalen of in het register de levering tot eindverbruik door ondernemingen in de sectoren binnenvaart en zeevaart juist en volledig is geregistreerd. Hiertoe voert de minister ten minste een gegevensanalyse uit nadat zij daartoe de benodigde gegevens heeft ontvangen van de emissieautoriteit. Ook verstrekt hij aan de emissieautoriteit risicosignalen ten aanzien van ondernemingen, bedoeld in het eerste lid.

3 De minister en het bestuur van de emissieautoriteit sluiten over de invulling van het bepaalde in dit artikel een bestuursovereenkomst.

BWB 2026-06-20

1 De marktdeelnemer, bedoeld in artikel 9.7.1.3, onderdeel a, van de wet, voert tijdig en correct de gegevens, bedoeld in dit onderdeel a, in de Uniedatabank in.

2 De marktdeelnemer bewaart de gegevens, bedoeld in het vorige lid, en de onderliggende stukken, ten minste vijf jaar vanaf het kalenderjaar waarop die gegevens betrekking hebben.

3 Het certificeringsorgaan van het duurzaamheidsysteem of het vrijwillige systeem van de marktdeelnemer controleert de juistheid van door de marktdeelnemer in de Uniedatabank ingevoerde gegevens.

BWB 2026-06-20

1 Bij het invoeren van zijn levering tot eindverbruik van de sector land, bedoeld in artikel 9.7.2.3, eerste lid, van de wet, vermeldt de leverancier tot eindverbruik de volgende gegevens: a. soort brandstof en de bijbehorende energie-inhoud; b. periode overeenkomend met de periode van de accijnsaangifte; c. volume in liters per brandstofsoort bij een temperatuur van 15°C; d. of de opgave afwijkt van de accijnsaangifte en de omvang van de afwijking; e. indien de opgave afwijkt van de accijnsaangifte, de verklaring voor die afwijking.

2 Bij het invoeren van zijn levering tot eindverbruik van de sector binnenvaart, bedoeld in artikel 9.7.2.3, eerste lid, van de wet, vermeldt de leverancier tot eindverbruik het volume van geleverde rode gasolie per maand in liters bij een temperatuur van 15°C en de bijbehorende energie-inhoud.

3 Bij het invoeren van zijn levering tot eindverbruik van de sector zeevaart, bedoeld in artikel 9.7.2.3, eerste lid, van de wet, vermeldt de leverancier tot eindverbruik het volume per brandstofsoort per maand in liters bij een temperatuur van 15°C dan wel in kilogrammen en de bijbehorende energie-inhoud.

BWB 2026-06-20

1 Het percentage, bedoeld in artikel 3, zevende lid, van het besluit, bedraagt: a. 100 procent voor het kalenderjaar 2026; b. 80 procent voor het kalenderjaar 2027; c. 78 procent voor het kalenderjaar 2028; d. 76 procent voor het kalenderjaar 2029; e. 74 procent voor het kalenderjaar 2030.

2 Het percentage, bedoeld in de artikel 5a, zesde lid, en 5d, vijfde lid, van het besluit, bedraagt 100 procent.

BWB 2026-06-20

1 De hoeveelheid vloeibare biobrandstof die wordt ingeboekt is de fysieke hoeveelheid biobrandstof in liters bij een temperatuur van 15°C, of de fysieke hoeveelheid biobrandstof in kilogrammen, die blijkt uit de bedrijfsadministratie van de opslaglocatie waar vanaf door de inboeker is geleverd aan de Nederlandse markt voor vervoer.

2 Voor een hoeveelheid vloeibare biobrandstof die wordt ingeboekt stelt de inboeker op basis van de massabalans van biobrandstoffen van de desbetreffende opslaglocatie een bewijs van duurzaamheid op ten behoeve van het bestuur van de emissieautoriteit.

3 Bij vermenging in een opslagtank van een fysieke hoeveelheid vloeibare biobrandstof met een hoeveelheid vloeibare fossiele brandstof wordt de biobrandstof bij deelleveringen uit dat mengsel in gelijke percentages aan die deelleveringen toegekend.

4 Bij het inboeken van een geleverde hoeveelheid vloeibare biobrandstof: a. vermeldt de inboeker in welke standaardbrandstof als bedoeld in de aanhef van bijlage 1 de vloeibare biobrandstof is geleverd en of de levering tot verbruik is uitgeslagen of onder schorsing van betaling van accijns plaatsvond; b. vermeldt de inboeker bij een niet-standaardbrandstof als bedoeld in de aanhef van bijlage 1 of de vloeibare biobrandstof in pure vorm of in een mengsel met een fossiele brandstof is geleverd; c. voldoet de inboeker aan de in bijlage 2, deel A, genoemde eisen voor het aantonen van de aanwezigheid van de ingeboekte biobrandstof, bedoeld in de aanhef, in de geleverde brandstof of het geleverde brandstofmengsel; d. in het geval van inboeking van een geleverde bio-ethanol, toont de inboeker ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit aan dat de bio-ethanol: 1°. is geproduceerd in de Europese Unie; of 2°. in de Europese Unie in het vrije verkeer is gebracht na afdracht van de importheffing voor niet-gedenatureerde ethyl alcohol (GN-code 2207 10 XX).

5 Een hoeveelheid geleverde vloeibare biobrandstof die niet voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in bijlage 1, geldt niet als een levering aan de Nederlandse markt van vervoer en mag niet worden ingeboekt.

BWB 2026-06-20

Vervallen

Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet milieubeheer, enz. (implementatie Richtlijn (EU) 2023/2413 (bevordering energie uit hernieuwbare bronnen)) in werking treedt.

BWB 2026-06-20

1 Bij een levering van een gasvormige biobrandstof met behulp van het distributiesysteem voor gas, is de hoeveelheid geleverde gasvormige biobrandstof die wordt ingeboekt, de geleverde hoeveelheid gas in kilogrammen die door garanties van oorsprong voor gas uit hernieuwbare bronnen boekhoudkundig is vergroend.

2 Bij een levering van een gasvormige biobrandstof met behulp van een directe lijn, is de hoeveelheid geleverde gasvormige biobrandstof die wordt ingeboekt, de geleverde hoeveelheid biogas in kilogrammen die voor die lijn door garanties van oorsprong voor niet-netlevering voor gas uit hernieuwbare bronnen boekhoudkundig is vergroend.

3 De geleverde hoeveelheid gas in kilogrammen, bedoeld in het eerste lid, blijkt uit de meter van het bemeterde leverpunt en heeft ten minste de omvang van de hoeveelheid gasvormige biobrandstof die op de garanties van oorsprong voor gas uit hernieuwbare bronnen is vermeld.

4 De geleverde hoeveelheid biogas in kilogrammen, bedoeld in het tweede lid, blijkt uit de meter van het bemeterde leverpunt en heeft ten minste de omvang van de hoeveelheid gasvormige biobrandstof die op de garanties van oorsprong voor niet-netlevering voor gas uit hernieuwbare bronnen is vermeld.

5 De garanties van oorsprong voor gas uit hernieuwbare bronnen, bedoeld in het eerste lid, en de garanties van oorsprong voor niet-netlevering voor gas uit hernieuwbare bronnen, bedoeld in het tweede lid: a. zijn voorafgaand aan het inboeken van de hoeveelheid gasvormige biobrandstof, bedoeld in het eerste en het tweede lid, op de rekening van de emissieautoriteit als bedoeld in artikel 23, derde lid, van de Regeling garanties van oorsprong, met de gegevens, bedoeld in artikel 23, van de Regeling garanties van oorsprong geboekt; b. hebben een einddatum van geldigheid die ligt binnen of na de einddatum van de bij de inboeking opgegeven periode van de levering van gas of biogas; c. hebben betrekking op in Nederland geproduceerd gas uit hernieuwbare bronnen.

6 Voor de bepaling van de omvang in kilogrammen van de garanties van oorsprong, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt de inhoud in MWh uitgedrukt in MJ en gedeeld door de bovenste verbrandingswaarde van 42,20 MJ/kg.

BWB 2026-06-20

1 De hoeveelheid vloeibare hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong die wordt ingeboekt is de fysieke hoeveelheid in liters bij een temperatuur van 15°C of kilogrammen zoals blijkt uit de bedrijfsadministratie van de opslaglocatie waar vanaf door de inboeker is geleverd aan de Nederlandse markt voor vervoer.

2 Voor een hoeveelheid vloeibare hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong die wordt ingeboekt stelt de inboeker op basis van de massabalans van hernieuwbare brandstoffen van de desbetreffende opslaglocatie en desbetreffende soort brandstof een bewijs van hernieuwbaarheid op ten behoeve van het bestuur van de emissieautoriteit.

3 Bij het inboeken van geleverde hoeveelheid vloeibare hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong: a. vermeldt de inboeker in welke standaardbrandstof als bedoeld in de aanhef van bijlage 1 de brandstof, bedoeld in de aanhef, is geleverd en of de levering tot verbruik is uitgeslagen of onder schorsing van betaling van accijns plaatsvond; b. vermeldt de inboeker bij een niet-standaardbrandstof als bedoeld in de aanhef van bijlage 1 of de brandstof, bedoeld in de aanhef, in pure vorm of in een mengsel met een fossiele brandstof geleverd is; c. voldoet de inboeker aan de in bijlage 2, deel B, genoemde eisen voor het aantonen van de aanwezigheid van de ingeboekte brandstof, bedoeld in de aanhef, in de geleverde brandstof of het geleverde brandstofmengsel.

4 Een hoeveelheid geleverde vloeibare hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong die niet voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in bijlage 1, geldt niet als een levering aan de Nederlandse markt van vervoer en mag niet worden ingeboekt.

BWB 2026-06-20

1 De hoeveelheid gasvormige hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong die wordt ingeboekt door een onderneming die beschikt over een vergunning bij of krachtens de Omgevingswet voor de ontvangst, de opslag en de verkoop van waterstof, is de hoeveelheid waterstof in kilogrammen die blijkt uit de meter van het bemeterde leverpunt.

2 De hoeveelheid gasvormige hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong die wordt ingeboekt door de onderneming die de gasvormige hernieuwbare brandstof produceert en levert met behulp van een waterstofcontainer, is de hoeveelheid waterstof in kilogrammen zoals blijkt uit de bedrijfsadministratie van de inboeker.

3 Voor een geleverde hoeveelheid gasvormige hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong die wordt ingeboekt toont de inboeker, bedoeld in het eerste lid, de hernieuwbaarheid van de geleverde gasvormige hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong aan met behulp van het bewijs van hernieuwbaarheid dat hij van zijn toeleverancier ontvangt, tenzij hij de waterstof op locatie produceert, in welk geval hij over de locatie een massabalans van hernieuwbare brandstoffen voor waterstof voert, waarvan hij een bewijs van hernieuwbaarheid ten behoeve van het bestuur van de emissieautoriteit opstelt.

4 Voor een geleverde hoeveelheid gasvormige hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong die wordt ingeboekt stelt de inboeker, bedoeld in het tweede lid, op basis van de massabalans van hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong een bewijs van hernieuwbaarheid op ten behoeve van het bestuur van de emissieautoriteit.

BWB 2026-06-20

1 De hoeveelheid geleverde elektriciteit die wordt ingeboekt, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdelen a en b, en het tweede lid, van het besluit, is de geleverde hoeveelheid in kWh die blijkt uit de meter van het bemeterd leverpunt, waarbij terugleveringen van elektriciteit vanuit het voertuig niet ingeboekt worden.

2 De hoeveelheid geleverde elektriciteit die wordt ingeboekt, bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel c, van het besluit, is de geleverde hoeveelheid in kWh die blijkt uit de meter van de aansluiting of het bemeterde allocatiepunt.

3 De hoeveelheid geleverde elektriciteit die wordt ingeboekt, bedoeld in artikel 10, derde lid, van het besluit, is de geleverde hoeveelheid elektriciteit uit hernieuwbare bronnen die blijkt uit de meter van het bemeterd leverpunt en die voor die directe lijn dan wel voor dat adres door garanties van oorsprong voor niet-netlevering voor elektriciteit uit hernieuwbare bronnen boekhoudkundig is vergroend, waarbij terugleveringen van elektriciteit vanuit het voertuig niet ingeboekt worden.

4 De geleverde hoeveelheid elektriciteit, bedoeld in het derde lid, heeft ten minste de omvang van de hoeveelheid elektriciteit die op de garanties van oorsprong voor niet-netlevering voor elektriciteit uit hernieuwbare bronnen is vermeld.

5 De garanties van oorsprong voor niet-netlevering voor elektriciteit uit hernieuwbare bronnen, bedoeld in het vierde lid: a. zijn voorafgaand aan het inboeken van de hoeveelheid elektriciteit, bedoeld in het derde lid, op de rekening van de emissieautoriteit, bedoeld in artikel 23, derde lid, van de Regeling garanties van oorsprong geboekt; b. hebben een einddatum van geldigheid die ligt op of na de einddatum van de bij de inboeking opgegeven periode van de levering van de elektriciteit; c. hebben betrekking op in Nederland geproduceerde elektriciteit uit hernieuwbare bronnen, uitgezonderd biomassa, stortgas, gas van rioolzuiveringsinstallaties en biogas.

6 De minimale hoeveelheid jaarlijks in te boeken elektriciteit door een inboeker bedraagt 2 miljoen kWh, tenzij hij aan het bepaalde in het zevende lid voldoet of de onderneming al een rekening met een inboekfaciliteit heeft voor de inboeking van een andere soort geleverde hernieuwbare energie dan elektriciteit.

7 Het benodigde aantal machtigingen van ondernemingen of natuurlijke personen voor een inboekdienstverlenerbedraagt minimaal 200.

8 De inboekdienstverlener kan inboeken voor een onderneming of een natuurlijke persoon, indien hij over een door deze partijen ondertekende machtiging beschikt, die voor een periode van telkens ten minste een heel kalenderjaar is afgegeven, voor de inboeking van de geleverde of afgenomen elektriciteit in dat kalenderjaar geldig is en waarop de volgende gegevens zijn vermeld: a. voor een onderneming: 1°. de naam, het vestigingsadres en het handelsregisternummer van de onderneming; 2°. de naam en de handtekening van de vertegenwoordigingsbevoegde van de onderneming; 3°. de EAN van de aansluiting; 4°. een machtiging voor de NEa om gegevens over de aansluiting bij de distributiesysteembeheerder voor elektriciteit op te vragen; 5°. een machtiging aan de inboekverificateur van de inboekdienstverlener om de laadlocatie op het voldoen aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 10, eerste tot en met derde lid, van het besluit te controleren; 6°. de datum van afgifte en geldigheidsduur in kalenderjaren van de machtiging; b. voor een natuurlijke persoon: 1°. de naam en handtekening van de aangeslotene; 2°. het adres en de EAN van de aansluiting van de aangeslotene; 3°. een machtiging voor de NEa om gegevens over de aansluiting bij de distributiesysteembeheerder voor elektriciteit op te vragen; 4°. een machtiging aan de inboekverificateur van de inboekdienstverlener om de laadlocatie op het voldoen aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van het besluit te controleren; 5°. de datum van afgifte en geldigheidsduur in kalenderjaren van de machtiging.

BWB 2026-06-20

1 De inboeker beschikt over een administratieve organisatie met maatregelen van interne beheersing en controle die in opzet en werking waarborgen dat hij de hoeveelheid ingeboekte hernieuwbare energie juist verantwoordt.

2 De inboeker van een hoeveelheid geleverde vloeibare biobrandstof of een vloeibare hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong controleert elk kwartaal tegen de overige bedrijfsadministratie: a. zijn voorraadverloop per soort vloeibare biobrandstof of vloeibare hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong, waarbij de eindvoorraad gelijk is aan de beginvoorraad opgeteld met het saldo van de leveringen in die periode; b. het totaal van inboekingen in het register, waarbij de inboekingen niet groter zijn dan de leveringen in die periode.

3 Bij het inboeken van een geleverde hoeveelheid hernieuwbare energie vermeldt de inboeker: a. de in bijlage 3 genoemde gegevens; b. de gegevens zoals die vermeld zijn op de bewijsstukken.

4 De inboeker bewaart de gegevens en de bewijsstukken, bedoeld in het derde lid, ten minste vijf jaar vanaf het kalenderjaar waarop die gegevens betrekking hebben.

BWB 2026-06-20

1 Het gedeelte van de CO2-equivalent-ketenemissiereductie, bedoeld in artikel 9.7.4.6, zevende lid, van de wet, voor leveringen als bedoeld in artikel 10, eerste en tweede lid, van het besluit, is het door het Centraal bureau voor statistiek bekendgemaakte gemiddelde aandeel van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen in Nederland twee jaar voorafgaand aan het lopende kalenderjaar.

2 Voor leveringen als bedoeld in artikel 10, derde lid, van het besluit, wordt het volledige gedeelte van de CO2-equivalent-ketenemissiereductie, bedoeld in artikel 9.7.4.6, eerste lid, onderdeel e, van de wet, gebruikt.

BWB 2026-06-20

De importeur die een hoeveelheid vloeibare biobrandstof of vloeibare hernieuwbare brandstof van niet biologische oorsprong heeft ingeboekt, overlegt aan het bestuur van de emissieautoriteit een bewijs van aangifte accijns voor die hoeveelheid.

Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet milieubeheer, enz. (implementatie Richtlijn (EU) 2023/2413 (bevordering energie uit hernieuwbare bronnen)) in werking treedt.

BWB 2026-06-20

Vervallen

Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet milieubeheer (implementatie van Richtlijn (EU) 2018/2001 bevordering energie uit hernieuwbare bronnen en Klimaatakkoord) in werking treedt.

BWB 2026-06-20

1 De grondstoffen, bedoeld in artikel 9.7.4.6, eerste lid, onderdeel b, sub 2, van de wet, zijn opgenomen in bijlage 5.

2 Een grondstof in bijlage 5 vervalt met ingang van de datum van toepassing van een gedelegeerde handeling van de Europese Commissie als bedoeld in artikel 28, zesde lid, van de richtlijn hernieuwbare energie, indien de betreffende grondstof is opgenomen in de lijst van grondstoffen van bijlage IX, deel A of B, van de richtlijn hernieuwbare energie.

3 De grondstof, bedoeld in artikel 9.7.4.6, vijfde lid, van de wet, is dierlijk vet categorie 3 en de factor, bedoeld in dit lid, is 0,5.

BWB 2026-06-20

1 De verificateur levering tot eindverbruik: a. beheert de verificatieverklaringen levering tot eindverbruik per sector en de rapporten van bevindingen in het register; b. controleert dat de hoeveelheid tot eindverbruik geleverde brandstof is bepaald met behulp van voldoende nauwkeurige meetinstrumenten; c. neemt bij een te verifiëren levering tot eindverbruik van de sectoren binnenvaart of zeevaart, de opgevoerde levering tot eindverbruik van de andere scheepvaartsector in acht; d. houdt een deugdelijke boekhouding bij van de verificatie levering tot eindverbruik en het verificatieproces. Het verificatiedossier laat duidelijk alle relevante verificatiestappen en hun onderlinge samenhang zien, bevat voldoende motivering van de keuzes die hij heeft gemaakt in het kader van zijn oordeelsvorming, bevat een voldoende gedetailleerde vastlegging van de uitgevoerde verificatiewerkzaamheden, is volledig en overzichtelijk; e. meldt aan het bestuur van de emissieautoriteit vermoedens van fraude.

2 De verificatie levering tot eindverbruik en de verificatieverklaring levering tot eindverbruik voldoen aan de eisen, gesteld in bijlage 6.

3 De verificateur levering tot eindverbruik bewaart alle gegevens en documentatie met betrekking tot de verificatie gedurende vijf jaar na afloop van het kalenderjaar waarin de verificatie is verricht.

BWB 2026-06-20

1 De verificateur biomassa: a. beheert de verificatieverklaringen biomassa in het register; b. stelt vast welke hoeveelheid LPG, waarmee de met oplegger verplaatsbare opslagtanks of tankauto’s worden afgevuld, uit biomassa is vervaardigd; c. controleert of de hoeveelheid LPG, waarmee de met oplegger verplaatsbare opslagtanks of tankauto’s worden afgevuld, met behulp van een voldoende nauwkeurige meter is bepaald; d. houdt een deugdelijke boekhouding bij van de verificatie biomassa en het verificatieproces. Het verificatiedossier laat duidelijk alle relevante verificatiestappen en hun onderlinge samenhang zien, bevat voldoende motivering van de keuzes die hij heeft gemaakt in het kader van zijn oordeelsvorming, bevat een voldoende gedetailleerde vastlegging van de uitgevoerde verificatiewerkzaamheden, is volledig en overzichtelijk; e. meldt aan het bestuur van de emissieautoriteit vermoedens van fraude.

2 De verificatie biomassa en de verificatieverklaring biomassa voldoen aan de eisen gesteld in bijlage 7.

3 De verificateur biomassa bewaart alle gegevens en documentatie met betrekking tot de verificatie gedurende vijf jaar na afloop van het kalenderjaar waarin de verificatie is verricht.

BWB 2026-06-20

1 De inboekverificateur: a. beheert de inboekverificatieverklaringen en de rapporten van bevindingen in het register; b. vermeldt in het register het resultaat van de verificatie per soort hernieuwbare energie; c. houdt een deugdelijke boekhouding bij van de inboekverificatie en het verificatieproces. Het verificatiedossier laat duidelijk alle relevante verificatiestappen en hun onderlinge samenhang zien, bevat voldoende motivering van de keuzes die de hij heeft gemaakt in het kader van zijn oordeelsvorming, bevat een voldoende gedetailleerde vastlegging van de uitgevoerde verificatiewerkzaamheden, is volledig en overzichtelijk; d. meldt aan het bestuur van de emissieautoriteit vermoedens van fraude.

2 Het rapport van bevindingen wordt opgesteld op basis van een verificatie van alle inboekingen per soort hernieuwbare energie die ter verificatie werden aangeboden.

3 De inboekverificatie en de inboekverificatieverklaring voldoen aan de eisen, gesteld in bijlage 8.

BWB 2026-06-20

1 Het register is toegankelijk via het internet.

2 Voor de toegang tot het register wordt gebruik gemaakt van een door het bestuur van de emissieautoriteit aangewezen inlogmiddel.

3 Het bestuur van de emissieautoriteit kan de toegang tot het register opschorten indien schade is ontstaan of dreigt te ontstaan aan het register.

4 Het bestuur van de emissieautoriteit neemt alle maatregelen die redelijkerwijs verwacht kunnen worden om te zorgen dat het register beschikbaar is op werkdagen van 9.00 tot 17.00 uur.

BWB 2026-06-20

1 De aanvraag voor een rekening vermeldt de gewenste faciliteiten.

2 Bij de aanvraag voor een rekening verstrekt de onderneming aan het bestuur van de emissieautoriteit langs elektronische weg de volgende gegevens: a. de naam, het vestigingsadres en handelsregisternummer van de onderneming; b. de naam en een kleurenkopie van het geldige legitimatiebewijs van de statutair vertegenwoordigingsbevoegde van de onderneming; c. de naam, het vestigingsadres, het elektronisch postadres en het telefoonnummer van de rekeningbevoegden en fiatteurs; d. het bewijs van een actieve bankrekening van de onderneming; e. indien de onderneming een vergunning voor een accijnsgoederenplaats voor minerale oliën heeft of geregistreerd geadresseerde voor minerale oliën is, de afgiftedatum, de ingangsdatum, de einddatum en het nummer van de vergunning voor de accijnsgoederenplaats, alsmede het Rechtspersonen en Samenwerkingsverbanden Informatienummer (RSIN).

3 Het bestuur van de emissieautoriteit kan verzoeken om: a. een verklaring omtrent het gedrag van de persoon, bedoeld in het tweede lid, onderdelen a en b; en b. waarmerking van de kleurenkopie van het legitimatiebewijs, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b.

BWB 2026-06-20

1 Bij de aanvraag van een rekening met inboekfaciliteit verstrekt de onderneming aan het bestuur van de emissieautoriteit langs elektronische weg een overzicht van de administratieve organisatie, bedoeld in artikel 10.

2 Bij de aanvraag van een rekening met inboekfaciliteit verstrekt de onderneming aan het bestuur van de emissieautoriteit langs elektronische weg voorts de volgende gegevens: a. indien de onderneming een geleverde hoeveelheid vloeibare biobrandstof wil inboeken: 1°. de naam en het vestigingsadres van de opslaglocatie voor het leveren aan de Nederlandse markt voor vervoer, uitgezonderd indien artikel 9.7.4.2, tweede lid, van de wet, van toepassing is; 2°. per opslaglocatie de naam van het voor die opslaglocatie gehanteerde duurzaamheidssysteem of de voor die opslaglocatie gehanteerde duurzaamheidssystemen; 3°. bewijs dat de opslaglocatie, bedoeld onder 2, gecertificeerd is door het duurzaamheidssysteem of de duurzaamheidssystemen en dat die certificering geldig is; en 4°. het nummer waaronder de accijnsgoederenplaats bij de rijksbelastingdienst geregistreerd is. b. indien de onderneming een geleverde hoeveelheid gasvormige biobrandstof wil inboeken: 1°. bij levering met het distributiesysteem voor gas: het EAN en het adres van de aansluiting of bemeterd allocatiepunt, de naam van de distributiesysteembeheerder voor gas van die aansluiting of bemeterd allocatiepunt en een machtiging om bij de distributiesysteembeheerder voor gas informatie over de tenaamstelling en de eigenschappen van de aansluiting of bemeterd allocatiepunt op het distributiesysteem voor gas in te winnen; 2°. bij levering met een directe lijn: het adres waar het bemeterd leverpunt zich bevindt. c. indien de onderneming een geleverde hoeveelheid vloeibare hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong wil inboeken: 1°. de naam en het vestigingsadres van de opslaglocatie voor het leveren aan de Nederlandse markt voor vervoer; 2°. per opslaglocatie de naam van het voor die opslaglocatie gehanteerde vrijwillige systeem of de voor die opslaglocatie gehanteerde vrijwillige systemen; 3°. bewijs dat de opslaglocatie, bedoeld onder sub 2, gecertificeerd is door het vrijwillige systeem of de vrijwillige systemen en dat die certificering geldig is; en 4°. het nummer waaronder de accijnsgoederenplaats bij de rijksbelastingdienst geregistreerd is. d. indien de onderneming een geleverde hoeveelheid gasvormige hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong wil inboeken: 1°. bij levering vanaf een locatie: de naam en het vestigingsadres van de locatie voor het leveren van waterstof aan vervoer in Nederland en een afschrift van de vergunning, bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van het besluit en, indien van toepassing, het bewijs dat de locatie gecertificeerd is door een vrijwillig systeem en dat die certificering geldig is; 2°. bij levering met een waterstofcontainer: de naam en het adres van locatie waar de waterstof wordt geproduceerd en waar vanaf met een waterstofcontainer aan binnenschepen en zeeschepen wordt geleverd en het bewijs dat de locatie gecertificeerd is door een vrijwillig systeem en dat die certificering geldig is. e. indien de onderneming een geleverde hoeveelheid elektriciteit wil inboeken: 1°. bij levering als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder a, van het besluit: het EAN en het adres van de aansluiting, het bewijs dat de aansluiting uitsluitend bestemd is voor de levering van elektriciteit aan het gekoppelde bemeterd leverpunt, de naam van de distributiesysteembeheerder voor elektriciteit van die aansluiting en een machtiging om bij de distributiesysteembeheerder voor elektriciteit informatie over de tenaamstelling en de eigenschappen van de aansluiting op te vragen; of 2°. bij levering als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder b, van het besluit: het EAN en het adres van de aansluiting, het bewijs dat het bemeterd leverpunt voorzien is van een geregeld meetinstrument, de naam van de distributiesysteembeheerder voor elektriciteit van die aansluiting en een machtiging om bij de distributiesysteembeheerder voor elektriciteit informatie over de tenaamstelling en de eigenschappen van het bemeterd leverpunt op te vragen; of 3°. bij levering als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder c, van het besluit: het EAN en het adres van de aansluiting, een bewijs van het leveren van openbaarvervoersdiensten, de naam van de distributiesysteembeheerder voor elektriciteit van die aansluiting en een machtiging om bij de distributiesysteembeheerder voor elektriciteit informatie over de tenaamstelling en de eigenschappen van de aansluiting of bemeterd allocatiepunt op te vragen; of 4°. bij levering als bedoeld in artikel 10, tweede lid, onder a, van het besluit: de vereisten van sub 1 tot en met 3, en het bewijs dat wordt geleverd met behulp van verwisselbare accu’s en de locatie waar de verwisselbare accu’s geladen wordt; of 5°. bij levering als bedoeld in artikel 10, tweede lid, onder b, van het besluit: de vereisten van sub 1 tot en met 3, en het bewijs dat wordt geleverd met behulp van een accupakket of elektrolyt en de locatie waar het accupakket of de elektrolyt geladen wordt; of 6°. bij levering als bedoeld in artikel 10, derde lid, onder a, van het besluit: het EAN en het adres van de aansluiting, het bewijs dat de met de directe lijn geleverde hoeveelheid elektriciteit uit hernieuwbare bronnen uitsluitend bestemd is voor de levering van die elektriciteit aan het bemeterd leverpunt, de naam van de distributiesysteembeheerder voor elektriciteit van die aansluiting en een machtiging om bij de distributiesysteembeheerder voor elektriciteit informatie over de tenaamstelling en de eigenschappen van de aansluiting op te vragen; of 7°. bij levering als bedoeld in artikel 10, derde lid, onder b, van het besluit: het EAN en het adres van de aansluiting, het bewijs dat op het adres van de onderneming opgewekte hoeveelheid elektriciteit uit hernieuwbare bronnen uitsluitend bestemd is voor de levering van die elektriciteit aan het bemeterd leverpunt, de naam van de distributiesysteembeheerder voor elektriciteit van die aansluiting en een machtiging om bij de distributiesysteembeheerder voor elektriciteit informatie over de tenaamstelling en de eigenschappen van de aansluiting op te vragen; en 8°. onderbouwing dat de onderneming voldoet aan de drempelwaarde als bedoeld in artikel 9, zesde lid, voor het inboeken van geleverde hoeveelheden elektriciteit. f. indien een inboekdienstverlener een hoeveelheid geleverde of geladen elektriciteit wil inboeken: 1°. onderbouwing dat hij aan de drempelwaarde voldoet als bedoeld in artikel 9, zesde lid; 2°. een machtiging van de partijen als bedoeld in artikel 9, zevende lid, om bij de distributiesysteembeheerder voor elektriciteit informatie op te vragen over de tenaamstelling en de eigenschappen van de aansluitingen.

3 Bij de aanvraag van een rekening met alleen een overboekfaciliteit verstrekt de onderneming aan het bestuur van de emissieautoriteit langs elektronische weg een bewijs dat de onderneming als hoofdactiviteit het bedrijfsmatig handelen in energiederivaten, broeikasgasemissierechten of emissiereductie-eenheden heeft.

BWB 2026-06-20

1 Het bestuur van de emissieautoriteit controleert of de gegevens en documenten die verstrekt zijn, volledig, actueel, nauwkeurig en waarheidsgetrouw zijn.

2 Indien is voldaan aan de eisen voor het hebben van een rekening maakt de emissieautoriteit uiterlijk twintig werkdagen na ontvangst van de gegevens, bedoeld in de artikelen 19 en 20 in het register een rekening aan voor de aanvrager. De emissieautoriteit kan deze periode met twintig werkdagen verlengen.

3 Alvorens de rekening te gebruiken accepteert de rekeninghouder de gebruiksvoorwaarden.

4 De emissieautoriteit neemt rekeningaanvragen voor een rekening met inboekfaciliteit of alleen overboekfaciliteit in behandeling tot en met 15 december van een kalenderjaar waarover een onderneming wenst in te boeken of over te boeken.

BWB 2026-06-20

1 De rekeninghouder meldt wijzigingen van de op hem betrekking hebbende gegevens, bedoeld in artikel 19, tweede lid, en artikel 20, tweede lid, onderdelen a, c en d, binnen twintig werkdagen langs elektronische weg aan het bestuur van de emissieautoriteit.

2 De emissieautoriteit wijzigt de gegevens, nadat de juistheid van de melding, bedoeld in het eerste lid, is vastgesteld overeenkomstig die melding binnen twintig werkdagen na ontvangst van die melding.

3 Artikel 21, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing.

4 De rekeninghouder beheert de gegevens, bedoeld in artikel 20, tweede lid, onderdelen b, e en f, en derde lid, en zorgt dat ze volledig, actueel, nauwkeurig en waarheidsgetrouw zijn.

BWB 2026-06-20

1 Indien een rekeningbevoegde weet of vermoedt dat een onbevoegde persoon zich toegang tot de rekening kan verschaffen, blokkeert hij de toegang tot zijn rekening en meldt hij dit onverwijld langs elektronische weg aan het bestuur van de emissieautoriteit.

2 Indien een melding als bedoeld in het eerste lid is ontvangen, controleert de emissieautoriteit of de toegang tot de desbetreffende rekening geblokkeerd is.

3 Tot het moment waarop de melding, bedoeld in het eerste lid, is ontvangen, wordt elke toegang tot de rekening als bevoegd aangemerkt.

BWB 2026-06-20

1 De rekeninghouder wijst per rekening ten minste twee rekeningbevoegden aan.

2 De rekeninghouder kan per rekening twee of meer fiatteurs aanwijzen.

3 Een rekeninghouder heeft opgeteld per rekening niet meer dan tien rekeningbevoegden of fiatteurs.

4 Een rekeningbevoegde kan slechts fiatteur zijn voor een transactie die hij niet heeft voorgesteld.

BWB 2026-06-20

Voor de opening en het gebruik van een rekening met overboekfaciliteit als bedoeld in artikel 9.7.5.3, derde lid, van de wet, is de onderneming per kalenderjaar een vergoeding van € 400 verschuldigd.

Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet milieubeheer, enz. (implementatie Richtlijn (EU) 2023/2413 (bevordering energie uit hernieuwbare bronnen)) in werking treedt.

BWB 2026-06-20

Het overzicht, bedoeld in artikel 9.7.4.7, eerste lid, van de wet, wordt openbaar gemaakt op 4 januari, 4 maart, 10 april, 4 juli en 4 oktober, dan wel op de eerste werkdag na de genoemde datum.

Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet milieubeheer, enz. (implementatie Richtlijn (EU) 2023/2413 (bevordering energie uit hernieuwbare bronnen)) in werking treedt.

BWB 2026-06-20

1 De producent van biobrandstoffen voert een massabalans van biobrandstoffen op zijn productielocatie over de ontvangen hoeveelheden duurzame grondstoffen voor de vervaardiging van biobrandstof en vervaardigde hoeveelheid biobrandstof. Artikel 25b is van overeenkomstige toepassing.

2 De producent van biobrandstoffen beschikt over een administratieve organisatie met maatregelen van interne beheersing en controle die in opzet en werking waarborgen dat hij een juiste verantwoording aflegt over: a. de aard en hoeveelheid ontvangen duurzame grondstoffen voor de vervaardiging van de duurzame biobrandstof; b. de juiste verhouding tussen de aard en hoeveelheid gebruikte duurzame grondstof en de soort en hoeveelheid vervaardigde duurzame biobrandstof; en c. de hoeveelheid per afnemer geleverde duurzame biobrandstof.

3 De producent van hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong voert een massabalans van hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong op zijn locatie per soort hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong.

4 De producent van hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong beschikt over een administratieve organisatie met maatregelen van interne beheersing en controle die in opzet en werking waarborgen dat hij een juiste verantwoording aflegt over: a. de hoeveelheid gebruikte energie uit hernieuwbare bronnen voor de vervaardiging van de hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong; b. de juiste verhouding tussen de hoeveelheid gebruikte energie uit hernieuwbare bronnen en de soort en hoeveelheid vervaardigde hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong; en c. de hoeveelheid per afnemer geleverde hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong.

BWB 2026-06-20

1 Een onderneming die is gecertificeerd volgens een duurzaamheidssysteem voert een massabalans van biobrandstoffen. Een onderneming die over een opslaglocatie beschikt, voert een massabalans van biobrandstoffen over elke opslaglocatie waar zich fysieke hoeveelheden grondstoffen voor biobrandstoffen en biobrandstoffen bevinden.

2 Een onderneming die is gecertificeerd volgens een duurzaamheidssysteem beschikt over een administratieve organisatie met maatregelen van interne beheersing en controle die in opzet en werking waarborgen dat hij een juiste verantwoording aflegt over: a. de aard en hoeveelheid ontvangen duurzame grondstof of biobrandstof; b. de juiste verhouding tussen de aard en hoeveelheid ontvangen duurzame grondstof en de soort en hoeveelheid geleverde grondstof; en c. de hoeveelheid per afnemer geleverde duurzame grondstof of biobrandstof.

3 Een onderneming die is gecertificeerd volgens een vrijwillig systeem voert een massabalans van hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong. Een onderneming die over een opslaglocatie beschikt, voert een massabalans hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong over elke opslaglocatie waar zich hoeveelheden hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong bevinden.

4 De massabalans van biobrandstoffen dan wel de massabalans hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong is een volledig onderdeel van de bedrijfsadministratie van de onderneming.

5 Na afloop van de massabalansperiode: a. maakt de onderneming een aansluiting tussen de bedrijfsadministratie van biobrandstof en de massabalans van biobrandstoffen op basis van een betrouwbare voorraadopname van tastbare hoeveelheden biobrandstof; en b. bij een vastgesteld verschil schrijft de onderneming de hoeveelheid kenmerken van duurzaamheid in zijn massabalans van biobrandstoffen af ter grootte van het overschot van kenmerken, teniende evenveel kenmerken van duurzaamheid te beheren als de tastbare hoeveelheid biobrandstof in zijn bedrijfsadministratie groot is.

6 Na afloop van de massabalansperiode: a. maakt de onderneming een aansluiting tussen de bedrijfsadministratie van hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong en de massabalans hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong op basis van een betrouwbare voorraadopname van de desbetreffende fossiele brandstof; en b. bij een vastgesteld verschil schrijft de onderneming de hoeveelheid kenmerken van hernieuwbaarheid in zijn massabalans van hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong af ter grootte van het overschot van kenmerken, opdat hij evenveel kenmerken van hernieuwbaarheid beheert als de desbetreffende hoeveelheid fossiele brandstof in zijn bedrijfsadministratie groot is.

BWB 2026-06-20

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder

bewijs van hernieuwbaarheid: bewijs dat de broeikasgasemissiereductie van een geleverde hoeveelheid hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong aantoont, afgegeven door een gecertificeerde schakel van een vrijwillig systeem op basis van zijn massabalans.

Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet milieubeheer, enz. (implementatie Richtlijn (EU) 2023/2413 (bevordering energie uit hernieuwbare bronnen)) in werking treedt.

BWB 2026-06-20

1 De energie-inhoud op basis van de onderste verbrandingswaarde van de hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong ingezet voor de productie van een conventionele vervoersbrandstof of een biobrandstof, waarvoor bijlage III bij de richtlijn hernieuwbare energie geen energie-inhoud vermeldt, wordt door de inboeker ten genoegen van het bestuur van de emissieautoriteit aangetoond met behulp van een erkende methode die bestemd is voor het vaststellen van de verbrandingswaarde van de hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong;

2 De energie-inhoud als bedoeld in het eerste lid wordt bepaald op basis van een monstername die representatief is voor de ingezette hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong. Met uitzondering van methylvetzuren (FAME), bioethanol en ETBE. De monstername gebeurt volgens EN ISO 3170 of EN ISO 3171 en door een instelling die door een nationaal accreditatie-instituut als bedoeld in Verordening (EG) nr. 765/2008 voor die norm is geaccrediteerd. Een analyse gebeurt onder ISO-/IEC 17025 door een instelling die door een nationaal accreditatie-instituut als bedoeld in Verordening (EG) nr. 765/2008 voor die norm is geaccrediteerd.

BWB 2026-06-20

1 De hoeveelheid hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong gebruikt bij de productie van een conventionele vervoersbrandstof of een biobrandstof die wordt ingeboekt is de fysieke hoeveelheid in liters bij een temperatuur van 15°C of kilogram die blijkt uit de meter en de bedrijfsadministratie van de raffinaderij waar de hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong is ingezet.

2 Voor een hoeveelheid hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong die wordt ingeboekt stelt de raffinaderijhouder op basis van zijn massabalans en desbetreffende soort brandstof een bewijs van hernieuwbaarheid op ten behoeve van het bestuur van de emissieautoriteit.

3 De door het gebruik van hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong verwezenlijkte broeikasgasemissiereductie telt niet mee bij de berekening van de broeikasgasemissiereducties van de biobrandstoffen.

4 Bij het inboeken van een gebruikte hoeveelheid hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong bij de productie van een conventionele vervoersbrandstof of een biobrandstof vermeldt de inboeker de gegevens, bedoeld in bijlage 8a.

5 De inboeker bewaart de gegevens, bedoeld in bijlage 8a, en de bewijsstukken ter onderbouwing van die gegevens, ten minste vijf jaar vanaf het kalenderjaar waarop die gegevens betrekking hebben.

BWB 2026-06-20

1 De verificateur raffinagereductie vervoersbrandstoffen: a. beheert de verificatieverklaringen raffinagereductie vervoersbrandstoffen en de rapporten van bevindingen in het register; b. vermeldt in het register het resultaat van de verificatie; c. houdt een deugdelijke boekhouding bij van de verificatie en het verificatieproces. Het verificatiedossier laat duidelijk alle relevante verificatiestappen en hun onderlinge samenhang zien, bevat voldoende motivering van de keuzes die hij heeft gemaakt in het kader van zijn oordeelsvorming, bevat een voldoende gedetailleerde vastlegging van de uitgevoerde verificatiewerkzaamheden, is volledig en overzichtelijk; d. meldt aan het bestuur van de emissieautoriteit vermoedens van fraude.

2 Het rapport van bevindingen wordt opgesteld op basis van een verificatie van alle inboekingen die ter verificatie werden aangeboden.

3 De verificatie raffinagereductie vervoersbrandstoffen en de verificatieverklaring raffinagereductie vervoersbrandstoffen voldoen aan de eisen, bedoeld in bijlage 8b.

BWB 2026-06-20

1 Het register is toegankelijk via het internet.

2 Voor de toegang tot het register wordt gebruik gemaakt van een door het bestuur van de emissieautoriteit aangewezen inlogmiddel.

3 Het bestuur van de emissieautoriteit kan de toegang tot het register opschorten indien schade is ontstaan of dreigt te ontstaan aan het register.

4 Het bestuur van de emissieautoriteit neemt alle maatregelen die redelijkerwijs verwacht kunnen worden om te zorgen dat het register beschikbaar is op werkdagen van 9.00 tot 17.00 uur.

BWB 2026-06-20

1 Bij de aanvraag voor een rekening met een inboekfaciliteit verstrekt de raffinaderijhouder aan het bestuur van de emissieautoriteit langs elektronische weg de volgende gegevens: a. de naam, het vestigingsadres en handelsregisternummer van de raffinaderij; b. de naam en een kleurenkopie van het geldige legitimatiebewijs van de statutair vertegenwoordigingsbevoegde van de raffinaderij; c. de naam, het vestigingsadres, het elektronisch postadres en het telefoonnummer van de rekeningbevoegden en fiatteurs; d. het bewijs van een actieve bankrekening van de raffinaderij; e. de afgiftedatum, de ingangsdatum, de einddatum en het nummer van de vergunning voor de accijnsgoederenplaats van de raffinaderij, alsmede het Rechtspersonen en Samenwerkingsverbanden Informatienummer (RSIN); f. bewijs dat de raffinaderij gecertificeerd is door een vrijwillig systeem of vrijwillige systemen en dat die certificering geldig is.

2 Bij de aanvraag voor een rekening met alleen een overboekfaciliteit, verstrekt de leverancier tot eindverbruik of de onderneming, bedoeld in artikel 9.7.5.3, derde lid, van de wet aan het bestuur van de emissieautoriteit langs elektronische weg de volgende gegevens: a. de naam, het vestigingsadres en handelsregisternummer van de onderneming; b. het nummer van de rekening in het register als bedoeld in artikel 9.7.5.1 van de wet.

3 Het bestuur van de emissieautoriteit kan verzoeken om: a. een verklaring omtrent het gedrag van de persoon, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c; en b. waarmerking van de kleurenkopie van het legitimatiebewijs, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.

4 Artikel 10, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing op de aanvraag, bedoeld in het eerste lid.

BWB 2026-06-20

1 Het bestuur van de emissieautoriteit controleert of de gegevens en documenten die verstrekt zijn, volledig, actueel, nauwkeurig en waarheidsgetrouw zijn.

2 Indien is voldaan aan de eisen voor het hebben van een rekening maakt de emissieautoriteit uiterlijk twintig werkdagen na ontvangst van de gegevens, bedoeld in artikelen 31 in het register een rekening aan voor de aanvrager. De emissieautoriteit kan deze periode met twintig werkdagen verlengen.

3 De emissieautoriteit neemt rekeningaanvragen voor een rekening met een inboekfaciliteit of een rekening met alleen een overboekfaciliteit in behandeling tot en met 15 december van een kalenderjaar waarover een onderneming wenst in te boeken of over te boeken.

4 Alvorens de rekening te gebruiken accepteert de rekeninghouder de gebruiksvoorwaarden.

BWB 2026-06-20

1 De rekeninghouder meldt wijzigingen van de op hem betrekking hebbende gegevens, bedoeld in artikel 31, eerste lid, binnen twintig werkdagen langs elektronische weg aan het bestuur van de emissieautoriteit.

2 De emissieautoriteit wijzigt de gegevens, nadat de juistheid van de melding, bedoeld in het eerste lid, is vastgesteld overeenkomstig die melding binnen twintig werkdagen na ontvangst van die melding.

3 Artikel 32, eerste lid, is van overeenkomstige toepassing.

BWB 2026-06-20

1 Indien een rekeningbevoegde weet of vermoedt dat een onbevoegde persoon zich toegang tot de rekening kan verschaffen, blokkeert hij de toegang tot zijn rekening en meldt hij dit onverwijld langs elektronische weg aan het bestuur van de emissieautoriteit.

2 Indien een melding als bedoeld in het eerste lid is ontvangen, controleert de emissieautoriteit of de toegang tot de desbetreffende rekening geblokkeerd is.

3 Tot het moment waarop de melding, bedoeld in het eerste lid, is ontvangen, wordt elke toegang tot de rekening als bevoegd aangemerkt.

BWB 2026-06-20

1 De rekeninghouder wijst per rekening ten minste twee rekeningbevoegden aan.

2 De rekeninghouder kan per rekening twee of meer fiatteurs aanwijzen.

3 Een rekeninghouder heeft opgeteld per rekening niet meer dan tien rekeningbevoegden of fiatteurs.

4 Een rekeningbevoegde kan slechts fiatteur zijn voor een transactie die hij niet heeft voorgesteld.

5 Voor de opening en het gebruik van een rekening met inboekfaciliteit en een rekening met overboekfaciliteit voor de onderneming, bedoeld in artikel 9.7.5.3, derde lid, van de wet, is de onderneming per kalenderjaar een vergoeding van € 400 verschuldigd.

BWB 2026-06-20

Het overzicht bedoeld in artikel 9.8.3.4, eerste lid van de wet, wordt openbaar gemaakt op 4 januari, 4 maart, 10 april, 4 juli en 4 oktober, dan wel op de eerste werkdag na de genoemde datum.

Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet milieubeheer, enz. (implementatie Richtlijn (EU) 2023/2413 (bevordering energie uit hernieuwbare bronnen)) in werking treedt.

BWB 2026-06-20

Een wijziging van de bijlagen I, II of IV van richtlijn (EU) 2015/652 gaat voor de toepassing van deze regeling gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.

Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit energie vervoer in werking treedt.

BWB 2026-06-20

De Regeling hernieuwbare energie vervoer 2015 wordt ingetrokken.

Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit energie vervoer in werking treedt.

BWB 2026-06-20

Wijzigt de Regeling brandstoffen luchtverontreiniging.

Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit energie vervoer in werking treedt.

BWB 2026-06-20

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit energie vervoer in werking treedt.

Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit energie vervoer in werking treedt.

BWB 2026-06-20

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling energie vervoer.

Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit energie vervoer in werking treedt.

Need to analyze how this provision applies to your matter?

Cross-reference this statute against case law, commentaries, and related legislative provisions inside Legislator AI.

Open in Legislator →