Legislator Case Law & Legislation
BWBR0040324 NL

Regeling opleiding en handhaving vakbekwaamheid bedieners van luchtvaartstations en vluchtinformatieverstrekkers

44 Articles / Provisions · Netherlands
Open official source Machine-readable Markdown (.md)

Table of Provisions (44)

Statutory Text (44 Articles)

BWB 2026-01-09

In deze regeling wordt verstaan onder

aantekening OJTI: op het bewijs van bevoegdheid aangebrachte en van dat bewijs deel uitmakende aantekening, als bedoeld in artikel 18, tweede lid, of artikel 18a, derde lid, van het besluit die aangeeft dat de houder bevoegd is om opleiding op de werkplek en opleiding met synthetische opleidingstoestellen te geven;

aantekening STDI: op het bewijs van bevoegdheid aangebrachte en van dat bewijs deel uitmakende aantekening, als bedoeld in artikel 18a, derde lid, van het besluit die aangeeft dat de houder bevoegd is om opleiding met synthetische opleidingstoestellen te geven;

assessment: beoordeling overeenkomstig artikel 4, onderdeel 6, van verordening (EU) nr. 2015/340;

assessor: persoon met de aantekening assessor of met de op het bewijs van bevoegdheid aangebrachte en van dat bewijs deel uitmakende aantekening, als bedoeld in artikel 18, tweede lid, of artikel 18a, derde lid, van het besluit die aangeeft dat de houder bevoegd is om de praktische vaardigheden van bedieners en leerling-bedieners van een luchtvaartstation of vluchtinformatieverstrekkers en leerling-vluchtinformatieverstrekkers te beoordelen;

basisopleiding: theorie- en praktijkopleiding die basiskennis en praktische vaardigheden in verband met elementaire operationele procedures bijbrengt;

bekwaamhedenprogramma voor de eenheid (unit competence scheme): goedgekeurd programma waarin de methode is omschreven waarmee de eenheid de vakbekwaamheden van de houders van een bewijs van bevoegdheid op peil houdt;

besluit: Besluit bewijzen van bevoegdheid voor de luchtvaart;

eenheidsaantekening: aantekening betreffende de eenheid als bedoeld in artikel 18, tweede lid, of artikel 18a, derde lid van het besluit;

examen: formele test overeenkomstig artikel 4, onderdeel 10, van verordening (EU) nr. 2015/340;

gecertificeerde opleidingsinstelling: een organisatie die door de minister is gecertificeerd voor het aanbieden van een of meer opleidingen tot vluchtinformatieverstrekker overeenkomstig de voorschriften bedoeld in verordening (EU) nr. 2015/340, Bijlage III, Deel ATCO.OR, subdelen A tot en met D;

minister: Minister van Infrastructuur en Waterstaat;

opleiding: geheel van theoretische cursussen, praktijkoefeningen, inclusief simulatie of opleidingen op de werkplek, dat vereist is voor het verkrijgen en in stand houden van de vereiste vaardigheden en alsmede de opleiding voor instructeurs of assessors;

opleiding voor een bevoegdverklaring: theorie- en praktijkopleiding die de kennis en praktische vaardigheden bijbrengt voor een bepaalde bevoegdverklaring en, indien van toepassing, een aantekening bij die bevoegdverklaring;

opleiding voor de eenheid: opleiding ter verkrijging van een bewijs van bevoegdheid voor vluchtinformatieverstrekker of bediener van een luchtvaartstation, een bevoegdverklaring, en indien van toepassing een aantekening bij die bevoegdverklaring alsmede de aantekening betreffende de eenheid met inbegrip van een overgangsopleiding voorafgaand aan een opleiding op de werkplek;

opleiding op de werkplek: fase van de opleiding overeenkomstig artikel 4, onderdeel 15, van verordening (EU) nr. 2015/340;

part-task trainer (PTT): synthetisch opleidingstoestel overeenkomstig artikel 4, onderdeel 17, van verordening (EU) nr. 2015/340;

simulator: synthetisch opleidingstoestel overeenkomstig artikel 4, onderdeel 25, van verordening (EU) nr. 2015/340;

synthetisch opleidingstoestel (STD): ieder type toestel waarbij operationele omstandigheden worden nagebootst overeenkomstig artikel 4, onderdeel 26, van verordening (EU) nr. 2015/340;

voortgezette opleiding: training gericht op het handhaven van de geldigheid van de bevoegdverklaringen en aantekeningen, bestaande uit herhalingsopleidingen en conversieopleidingen.

BWB 2026-01-09

1 Opleidingen voor een ASO of een FISO bestaan uit de volgende typen: a. basisopleiding; b. opleiding voor een bevoegdverklaring; c. opleiding voor de eenheid; d. voortgezette opleiding.

2 De in het eerste lid genoemde opleidingen kunnen in één of in afzonderlijke opleidingenplannen worden opgenomen.

3 In aanvulling op de in het eerste lid bedoelde typen opleidingen kunnen bedieners van luchtvaartstations of vluchtinformatieverstrekkers één of meer van de volgende opleidingen volgen: a. de opleiding voor praktijkinstructeurs, die leidt tot de afgifte, verlenging of vernieuwing van de aantekening OJTI of de aantekening STDI; b. de opleiding voor assessor, die leidt tot de afgifte, verlenging of vernieuwing van de aantekening voor assessor. Op de onder a en b bedoelde opleidingen is het tweede lid van overeenkomstige toepassing.

BWB 2026-01-09

1 De basisopleiding bevat de theorie- en praktijkopleiding die basiskennis en praktische vaardigheden in verband met elementaire operationele procedures bijbrengt.

2 De opleiding voor een bevoegdverklaring bevat theorie- en praktijkopleiding die de kennis en praktische vaardigheden bijbrengt voor een bepaalde bevoegdverklaring en, indien van toepassing, een aantekening bij de bevoegdverklaring.

3 Indien niet binnen 1 jaar na het met goed gevolg doorlopen van de in het eerste en tweede lid genoemde opleiding wordt gestart met de opleiding voor de eenheid mag pas worden begonnen met een opleiding voor de eenheid in het kader van die bevoegdverklaring nadat de opleidingsorganisatie die de relevante opleiding heeft verzorgd, heeft beoordeeld of de aanvrager nog voldoet aan de voor de bevoegdverklaring relevante vereisten en nadat de aanvrager heeft voldaan aan eventueel uit die beoordeling voortvloeiende opleidingsvereisten.

4 De houder van een bevoegdverklaring die gedurende een direct voorafgaande periode van vier of meer achtereenvolgende jaren de rechten van die bevoegdverklaring niet heeft uitgeoefend, kan pas beginnen met een opleiding voor de eenheid in het kader van die bevoegdverklaring nadat de opleidingsorganisatie die de relevante opleidingen heeft verzorgd, heeft beoordeeld of de houder nog voldoet aan de vereisten voor die bevoegdverklaring en nadat de houder heeft voldaan aan eventueel uit die beoordeling voortvloeiende opleidingsvereisten.

5 De opleiding voor de eenheid bevat: a. een theorieopleiding die bedoeld is voor het bijbrengen van kennis en begrip van locatiespecifieke operationele procedures en taakspecifieke aspecten, en; b. de opleiding op de werkplek die dient om reeds verworven routinewerkzaamheden en vaardigheden die verband houden met het werk, onder toezicht van een gekwalificeerde instructeur in de praktijk te integreren in een situatie met actueel, niet zijnde gesimuleerd, verkeer.

6 De voortgezette opleiding bevat herhalingsopleidingen en in voorkomend geval conversieopleidingen die zijn bedoeld om bedieners van luchtvaartstations of vluchtinformatieverstrekkers in staat te stellen hun bestaande kennis en vaardigheden op te frissen, te versterken of te verbeteren.

7 De opleiding voor praktijkinstructeur bevat: a. een cursus praktische instructiemethoden voor houders van een aantekening OJTI of STDI, met inbegrip van een beoordeling; b. een herhalingscursus praktische instructievaardigheden; c. een of meer methoden voor het beoordelen van de bekwaamheid van praktijkinstructeurs.

8 De opleiding voor assessor bevat: a. een cursus voor assessors, met inbegrip van een beoordeling; b. een herhalingscursus beoordelingsvaardigheden; c. een of meer methoden voor het beoordelen van de bekwaamheid van assessors.

9 Theoretische kennis en inzicht worden aangetoond door middel van examinering, met als minimumscore 75% van de punten die voor die examens kunnen worden behaald.

10 Tijdens de opleiding voor de eenheidsaantekening worden praktische vaardigheden aan het eind van de opleiding op de werkplek ten minste één keer beoordeeld in de operationele omgeving onder normale operationele omstandigheden.

11 Onverminderd het tiende lid kan tijdens een assessment voor een eenheidsaantekening gebruik worden gemaakt van een synthetisch opleidingstoestel om de toepassing van geoefende procedures aan te tonen die zich tijdens de beoordeling niet voordoen in de operationele omgeving.

BWB 2026-01-09

De aanvrager voor de aantekening betreffende de taalvaardigheid bedoeld in artikel 18, tweede lid, onderdeel d, en artikel 18a, derde lid, onderdeel e, van het besluit toont ten overstaande van een instelling die een op grond van artikel 22, eerste lid, een taalvaardigheidsbeoordeling aanbiedt aan dat hij

doeltreffend communiceert zowel in situaties waarbij alleen de stem hoorbaar is (telefoon/radiotelefoon) als in face-to-face gesprekken;

accuraat en duidelijk communiceert over algemene, concrete en werkgerelateerde onderwerpen;

passende communicatiestrategieën gebruikt om boodschappen uit te wisselen en om misverstanden in het algemeen en in de werksituatie te herkennen en op te lossen;

met goed gevolg en redelijk gemak de taalproblemen oplost die optreden wanneer zich complicaties of onverwachte gebeurtenissen voordoen in een gewone werksituatie of bij de uitvoering van een communicatieve taak waarmee hij vertrouwd is; en

een taalvariant of accent gebruikt waarmee hij verstaanbaar is voor de luchtvaartgemeenschap.

Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit aanpassingen eisen voor ASO’s en FISO’s in werking treedt.

BWB 2026-01-09

1 Een ASO onderscheidenlijk een FISO wordt verstrekt aan een ieder die blijkens een door een assessor afgenomen en schriftelijk vastgelegd assessment met goed gevolg een opleiding heeft gevolgd overeenkomstig een door de minister goedgekeurd opleidingenplan en die voldoet aan de eisen, bedoeld in paragraaf 3 onderscheidenlijk paragraaf 4.

2 Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de verstrekking van bevoegdverklaringen en aantekeningen op een ASO of een FISO.

3 De aanvraag voor eerste afgifte van een ASO onderscheidenlijk FISO vindt plaats binnen dertig dagen na het met goed gevolg afleggen van het in het eerste lid bedoelde assessment.

4 De geldigheidsperiode van eenheidsaantekeningen voor eerste afgifte en vernieuwing begint uiterlijk dertig dagen na de datum waarop het assessment met succes is voltooid.

5 Eenheidsaantekeningen worden verlengd indien: a. de aanvrager de rechten van een ASO onderscheidenlijk een FISO heeft uitgeoefend gedurende het minimumaantal uren dat is bepaald in het bekwaamhedenprogramma voor de eenheid; b. de aanvrager binnen de geldigheidsperiode van de eenheidsaantekening een herhalingsopleiding heeft gevolgd overeenkomstig het bekwaamhedenprogramma voor de eenheid; c. de vakbekwaamheid van de aanvrager niet eerder dan drie maanden voor de vervaldatum van de eenheidsaantekening is beoordeeld overeenkomstig het bekwaamhedenprogramma voor de eenheid.

6 Eenheidsaantekeningen worden binnen drie maanden onmiddellijk voorafgaand aan de vervaldatum verlengd indien voldaan is aan de vereisten, bedoeld in het vijfde lid. In dat geval gaat de nieuwe geldigheidsperiode in op de voornoemde vervaldatum.

7 Bij verlenging van de eenheidsaantekening vóór de in het zesde lid bedoelde periode, begint de geldigheidsperiode uiterlijk dertig dagen na de datum waarop de beoordeling met succes is voltooid, mits tevens is voldaan aan de vereisten, bedoeld in het derde lid, onderdelen a en b.

8 Als een eenheidsaantekening vervalt, voltooit de houder van een ASO onderscheidenlijk een FISO de opleiding voor een eenheidsaantekening met succes om de aantekening te vernieuwen, overeenkomstig de vereisten, bedoeld in artikel 8 onderscheidenlijk artikel 13, waarbij een reeds goedgekeurde opleiding voor een eenheidsaantekening mag worden aangepast om in voorkomende gevallen rekening te houden met de bevoegdverklaringen of aantekeningen bij bevoegdverklaringen en ervaring van de houder.

BWB 2026-01-09

1 De geldigheidsduur van taalvaardigheidsaantekeningen voor eerste afgifte en vernieuwing begint uiterlijk dertig dagen na de datum waarop de beoordeling van de taalvaardigheid met succes is voltooid.

2 Taalvaardigheidsaantekeningen worden verlengd bij een succesvolle beoordeling van de taalvaardigheid in de drie maanden onmiddellijk voorafgaand aan de vervaldatum in welk geval de nieuwe geldigheidsperiode ingaat op voornoemde vervaldatum.

3 Als de taalvaardigheidsaantekening wordt verlengd vóór de in het tweede lid genoemde periode, begint de geldigheidsperiode uiterlijk dertig dagen na de datum waarop de beoordeling van de taalvaardigheid met succes is voltooid.

4 Als de geldigheid van een taalvaardigheidsaantekening verstrijkt, toont de houder van de aantekening met goed gevolg zijn taalvaardigheid aan om zijn aantekening te laten vernieuwen.

BWB 2026-01-09

In het opleidingenplan onderscheidenlijk de opleidingenplannen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, worden de volgende gegevens opgenomen

een beschrijving van de inrichting en organisatie van de opleiding;

een beschrijving van de inhoud en de minimumduur van de opleiding en van de door de aanbieder van de opleiding toe te passen opleidingenmethoden;

een beschrijving van het proces voor theorie- en bekwaamheidsbeoordeling van de kandidaten van de opleiding;

de methode voor het vastleggen van de resultaten van de opleiding.

BWB 2026-01-09

Een opleidingenplan ten behoeve van de basisopleiding voor een ASO bevat in elk geval

een theorie- en praktijkopleiding die basiskennis en praktische vaardigheden in verband met elementaire operationele procedures bijbrengt overeenkomstig de eisen bedoeld in bijlage 1;

een syllabus en de prestatiedoelstellingen.

BWB 2026-01-09

Een opleidingenplan ten behoeve van de opleiding voor een bevoegdverklaring voor een ASO bevat in elk geval

de onderwerpen, thema's en subthema's van ten minste één van de volgende bevoegdverklaringen, bedoeld in artikel 18, eerste lid, van het besluit

ADR (Aerodrome) overeenkomstig de eisen bedoeld in bijlage 2;

TOW (Towing) overeenkomstig de eisen bedoeld in bijlage 3;

GCO (Ground Communications Officer) overeenkomstig de eisen bedoeld in bijlage 4;

DIS (Display) overeenkomstig de eisen bedoeld in bijlage 5;

OFS (Offshore) overeenkomstig de eisen bedoeld in bijlage 6.

de praktijkopleiding die de praktische vaardigheden in verband met de operationele procedures bijbrengt.

Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit aanpassingen eisen voor ASO’s en FISO’s in werking treedt.

BWB 2026-01-09

Een opleidingenplan ten behoeve van de opleiding voor de eenheid voor een ASO bevat in elk geval

een syllabus en de prestatiedoelstellingen;

een theorieopleiding die bedoeld is voor het bijbrengen van kennis en begrip van locatiespecifieke operationele procedures en taakspecifieke aspecten;

een training in operationele procedures en taakspecifieke aspecten.

BWB 2026-01-09

1 Een voortgezette opleiding voor een ASO bestaat uit een herhalings- en, indien overeenkomstig het derde lid vereist, conversiecursussen, en wordt gegeven volgens de vereisten van het bekwaamhedenprogramma voor de eenheid.

2 Een opleidingenplan ten behoeve van de herhalingscursus bevat in elk geval: a. een opleiding in standaardpraktijken en -procedures, met van toepassing zijnde fraseologie en effectieve communicatie; b. een syllabus; en c. prestatiedoelstellingen indien een onderwerp dient om de vaardigheden van bedieners van luchtvaartstations op te frissen.

3 Indien uit een veiligheidsbeoordeling van de luchtverkeersdienstverleningsorganisatie waarbinnen de bediener van een luchtvaartstation werkzaam is blijkt dat wijzigingen in de operationele omgeving nieuwe kennis en vaardigheden noodzakelijk maken, ontwikkelt de opleidingsorganisatie een conversiecursus overeenkomstig de voorschriften bedoeld in verordening (EU) nr. 2015/340, bijlage I, artikel ATCO.D.085.

4 Een conversiecursus bevat de volgende aspecten: a. de juiste opleidingsmethode voor, en de duur van de cursus, met inachtneming van de aard en omvang van de wijziging; en b. de methoden van examinering of beoordeling van de conversiecursus.

5 De bediener van een luchtvaartstation volgt een conversiecursus alvorens de rechten van een ASO uit te oefenen in de gewijzigde operationele omgeving.

6 De totstandkomingsprocedure en de uitvoering van een voortgezette opleiding worden beschreven in een bekwaamhedenprogramma voor de eenheid.

BWB 2026-01-09

1 De aanbieder van een opleiding voor een ASO legt het opleidingenplan of het bekwaamhedenprogramma uiterlijk 3 maanden voordat dat plan in werking moet treden ter goedkeuring voor aan de minister.

2 De goedkeuring van het opleidingenplan of bekwaamhedenprogramma geldt voor een periode van ten hoogste 3 jaar.

3 Indien binnen de in lid 2 genoemde termijn essentiële wijzigingen worden aangebracht in het opleidingenplan of bekwaamhedenprogramma wordt dit opnieuw ter goedkeuring aangeboden.

BWB 2026-01-09

1 Een opleidingenplan ten behoeve van de basisopleiding voor een FISO bevat in elk geval een theorie- en praktijkopleiding die basiskennis en praktische vaardigheden in verband met elementaire operationele procedures bijbrengt.

2 De in het eerste lid bedoelde theorieopleiding bevat de onderwerpen bedoeld in aanhangsel 2 van bijlage I van verordening (EU) nr. 2015/340

BWB 2026-01-09

Een opleidingenplan ten behoeve van de opleiding voor een bevoegdverklaring voor een FISO bevat in elk geval

de onderwerpen, thema's en subthema's van ten minste één van de volgende bevoegdverklaringen, bedoeld in artikel 18a, eerste lid, van het besluit

ADR overeenkomstig de eisen bedoeld in bijlage 7;

AER (SUR) overeenkomstig de eisen bedoeld in bijlage 8;

praktijkopleiding die de praktische vaardigheden in verband met de operationele procedures bijbrengt.

Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit aanpassingen eisen voor ASO’s en FISO’s in werking treedt.

BWB 2026-01-09

Een opleidingenplan ten behoeve van de opleiding voor de eenheid voor een FISO bevat in elk geval

een syllabus en de prestatiedoelstellingen;

een theorieopleiding die bedoeld is voor het bijbrengen van kennis en begrip van locatiespecifieke operationele procedures en taakspecifieke aspecten;

training in operationele procedures en taak specifieke aspecten.

BWB 2026-01-09

1 Een voortgezette opleiding voor een FISO bestaat uit herhalings- en conversiecursussen en wordt gegeven volgens de vereisten van het bekwaamhedenprogramma voor de eenheid.

2 Een opleidingenplan ten behoeve van de herhalingscursus bevat in elk geval: a. een opleiding in standaardpraktijken en -procedures, met van toepassing zijnde fraseologie en effectieve communicatie; b. een opleiding over uitzonderlijke en noodsituaties, met van toepassing zijnde fraseologie en effectieve communicatie; c. een opleiding over menselijke factoren.

3 Voor de herhalingscursus wordt een syllabus opgesteld.

4 Indien een onderdeel van de in het derde lid bedoelde syllabus dient om de vaardigheden van vluchtinformatieverstrekkers op te frissen worden tevens prestatiedoelstellingen vastgesteld.

5 Indien uit een veiligheidsbeoordeling van de luchtverkeersdienstverleningsorganisatie blijkt dat wijzigingen in de operationele omgeving van de vluchtinformatieverstrekker nieuwe kennis en vaardigheden noodzakelijk maken ontwikkelt de opleidingsorganisatie een conversiecursus.

6 Een conversiecursus bevat de volgende aspecten: a. de juiste opleidingsmethode voor, en de duur van de cursus, met inachtneming van de aard en omvang van de wijziging, en b. de methoden van examinering of beoordeling van de conversiecursus.

7 Een vluchtinformatieverstrekker volgt een conversiecursus alvorens de rechten van een FISO uit te oefenen in een gewijzigde operationele omgeving.

8 De totstandkomingsprocedure en de uitvoering van een voortgezette opleiding worden beschreven in een bekwaamhedenprogramma voor de eenheid.

BWB 2026-01-09

Op de goedkeuring van opleidingsplannen voor het FISO zijn de artikelen 5 en 10 van overeenkomstige toepassing.

BWB 2026-01-09

1 De opleiding van praktijkinstructeur bevat in elk geval de volgende onderdelen: a. een cursus praktische instructiemethoden voor het geven van opleidingen voor instructeurs voor opleidingen op de werkplek of opleidingen voor instructeurs voor synthetische opleidingstoestellen, met inbegrip van een beoordeling; b. een herhalingscursus praktische instructievaardigheden; c. een of meer methoden voor het beoordelen van de bekwaamheid van praktijkinstructeurs.

2 De opleiding van assessor bevat in elk geval de volgende onderdelen: a. een cursus voor assessors, met inbegrip van een beoordeling; b. een herhalingscursus beoordelingsvaardigheden; c. een of meer methoden voor het beoordelen van de bekwaamheid van assessors.

BWB 2026-01-09

1 De aanbieder van de opleiding van praktijkinstructeur of assessor legt het opleidingenplan uiterlijk 3 maanden voordat dat plan in werking moet treden ter goedkeuring voor aan de minister.

2 De goedkeuring van het opleidingenplan geldt voor een periode van ten hoogste 3 jaar.

3 Indien binnen de in het tweede lid genoemde termijn essentiële wijzigingen worden aangebracht in het opleidingenplan wordt dit opnieuw ter goedkeuring aangeboden.

BWB 2026-01-09

De minister kan op aanvraag een opleidingsinstelling voor de opleiding tot vluchtinformatieverstrekker, die een opleiding als bedoeld in de artikelen 11 tot en met 14 en artikel 16 aanbiedt, certificeren indien de aanvrager

haar hoofdzetel of maatschappelijke zetel in Nederland heeft, en

voldoet aan de eisen overeenkomstig bijlage III, subdelen A tot en met D, bij verordening (EU) nr. 2015/340.

BWB 2026-01-09

1 Een aanvraag tot certificering wordt schriftelijk ingediend bij de minister overeenkomstig bijlage III, subdeel B, bij verordening (EU) nr. 2015/340.

2 De minister kan om nadere gegevens verzoeken.

BWB 2026-01-09

1 De minister beslist binnen 3 maanden op een aanvraag tot certificering.

2 Een certificering geschiedt voor onbepaalde tijd.

3 Een certificaat voor organisaties voor de opleiding tot vluchtinformatieverstrekker voldoet aan de eisen overeenkomstig aanhangsel 2 van bijlage II bij verordening (EU) nr. 2015/340.

BWB 2026-01-09

1 Wanneer de opleidingsinstelling gedurende de geldigheidstermijn van de certificering niet meer aan de eisen, bedoeld in artikel 18, onderdeel b, kan voldoen, stelt zij de minister hier onmiddellijk van in kennis.

2 Wijzigingen in de door een gecertificeerde opleidingsinstelling aangeboden opleidingen kunnen op aanvraag met toestemming van de minister tussentijds onder een bestaand certificaat worden gebracht.

BWB 2026-01-09

1 De minister kan op aanvraag goedkeuring verlenen aan de beoordelingsprocedures waarmee de taalvaardigheid bedoeld in artikel 20, eerste lid, onderdeel b, van het besluit kan worden aangetoond, indien de instelling die deze beoordeling aanbiedt: a. aantoonbaar voldoet aan de in bijlage 9 gestelde eisen; en b. beschikt over een transparante en objectieve procedure ter beoordeling van de in artikel 3a gestelde eisen.

2 De minister beslist binnen 3 maanden op een aanvraag tot goedkeuring.

3 De goedkeuring wordt voor onbepaalde tijd verstrekt en blijft geldig zolang de instelling voldoet aan de in het eerste lid gestelde eisen.

BWB 2026-01-09

1 De geldigheidsduur van een taalvaardigheidsaantekening bij eerste afgifte en verlenging begint uiterlijk dertig dagen na de datum waarop de beoordeling van de taalvaardigheid met succes is voltooid.

2 Een taalvaardigheidsaantekeningen wordt verlengd bij een succesvolle beoordeling van de taalvaardigheid binnen drie maanden onmiddellijk voorafgaand aan de vervaldatum. In dat geval gaat de nieuwe geldigheidsperiode in op de voornoemde vervaldatum.

3 Als een taalvaardigheidsaantekening wordt verlengd vóór de in het tweede lid bedoelde periode, begint de geldigheidsperiode uiterlijk dertig dagen na de datum waarop de beoordeling van de taalvaardigheid met succes is voltooid.

4 Na het verlopen van de geldigheid van een taalvaardigheidsaantekening kan deze worden verlengd na een succesvolle beoordeling van de taalvaardigheid van de houder van het ASO of FISO.

BWB 2026-01-09

1 Een theorieopleiding wordt uitsluitend gegeven door instructeurs met de vereiste kwalificaties.

2 De vereiste kwalificaties voor theorie-instructeur zijn: a. het bezit van een voor het betrokken onderwerp relevante beroepskwalificatie of tegenover de opleidingsorganisatie hebben aangetoond te beschikken over passende kennis en ervaring; b. tegenover de opleidingsorganisatie hebben aangetoond te beschikken over instructievaardigheden.

BWB 2026-01-09

Een praktijkopleiding worden uitsluitend gegeven door houders van een ASO of FISO met een aantekening voor instructeur voor opleidingen op de werkplek of een aantekening voor synthetische opleidingstoestellen.

Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit aanpassingen eisen voor ASO’s en FISO’s in werking treedt.

BWB 2026-01-09

1 De houder van een aantekening OJTI is bevoegd tot het geven van praktijkopleiding en het uitoefenen van de supervisie over operationele werkplekken waarvoor hij of zij een geldige aantekening betreffende de eenheid heeft, en op synthetische opleidingstoestellen voor bevoegdverklaringen die hij of zij zelf heeft.

2 De houder van een aantekening OJTI oefent de bij die aantekening behorende rechten alleen uit wanneer hij of zij: a. het recht van de bevoegdverklaring in verband met de te geven opleiding ten minste twee jaar heeft uitgeoefend; b. het recht van de geldige aantekening betreffende de eenheid in verband met de te geven opleiding heeft uitgeoefend gedurende een onmiddellijk voorafgaande periode van ten minste zes maanden; c. instructievaardigheden heeft beoefend voor de procedures waarin hij of zij les gaat geven.

3 De minister kan op verzoek van de opleidingsorganisatie de in het tweede lid, onderdeel a, bedoelde periode inkorten tot niet minder dan een jaar.

BWB 2026-01-09

1 De houder van een aantekening STDI is bevoegd praktijkopleidingen te geven op synthetische opleidingstoestellen voor: a. onderwerpen van praktische aard tijdens de basis opleiding; b. opleidingen voor de eenheid anders dan op de werkplek, en c. voortgezette opleidingen.

2 De instructeur voor synthetische opleidingstoestellen die leerlingen voorbereidt op een opleiding op de werkplek is houder van de relevante eenheidsaantekening of is dit geweest.

3 De houder van een aantekening STDI oefent de rechten van de aantekening alleen uit als hij of zij: a. minimaal twee jaar ervaring heeft met de bevoegdverklaring in verband met de te geven opleiding; b. heeft aangetoond bekend te zijn met actuele operationele praktijken; c. instructievaardigheden heeft beoefend voor de procedures waarin hij of zij les gaat geven.

4 Onverminderd het derde lid, onderdeel a, kan met ieder type bevoegdverklaring de basisopleiding worden gegeven en mag een houder van een aantekening STDI in het kader van een opleiding voor een bevoegdverklaring opleiding geven voor specifieke en geselecteerde operationele taken indien hij of zij houder is van een bevoegdverklaring die relevant is voor die specifieke en geselecteerde operationele taak.

5 De minister kan op verzoek van de opleidingsorganisatie de in het derde lid, onderdeel a, bedoelde periode inkorten tot niet minder dan een jaar.

BWB 2026-01-09

1 Een assessment wordt uitsluitend uitgevoerd door een houder van de aantekening assessor.

2 Een houder van een aantekening assessor is bevoegd voor het uitvoeren van een assessment: a. tijdens de opleiding benodigd voor de afgifte van een ASO of een FISO, of voor de afgifte van een nieuwe bevoegdverklaring of aantekening bij die bevoegdverklaring, indien van toepassing; b. van de houder van een ASO of een FISO voor de afgifte van een eenheidsaantekening, aantekeningen bij bevoegdverklaringen, alsmede voor de verlenging en vernieuwing van een eenheidsaantekening; c. van kandidaat-praktijkinstructeurs of kandidaat-assessors als naleving van de vereisten van het vierde lid, onderdelen b tot en met d, is gewaarborgd.

3 De houder van een aantekening assessor oefent de rechten van de aantekening alleen uit als hij: a. minimaal twee jaar ervaring heeft met de bevoegdverklaring en aantekening(en) bij de bevoegdverklaring in verband met de te verrichten beoordeling; b. heeft aangetoond bekend te zijn met actuele operationele praktijken.

4 Onverminderd de vereisten in het derde lid, mag de houder van een aantekening assessor de rechten van die aantekening uitsluitend uitoefenen: a. voor assessments die leiden tot de afgifte, verlenging of vernieuwing van een eenheidsaantekening, indien hij in de onmiddellijk voorafgaande periode van ten minste één jaar tevens in het bezit was van de eenheidsaantekening voor de betreffende eenheid; b. voor het assessment van de bekwaamheid in verband met de afgifte of vernieuwing van een aantekening voor instructeur voor synthetische opleidingstoestellen, als hij in het bezit is van een aantekening voor instructeur voor synthetische opleidingstoestellen of aantekening voor instructeur voor opleidingen op de werkplek en de rechten van die aantekening ten minste drie jaar heeft uitgeoefend; c. voor het assessment van de bekwaamheid in verband met de afgifte of vernieuwing van een aantekening voor instructeur voor opleidingen op de werkplek, als hij in het bezit is van een aantekening voor instructeur voor opleidingen op de werkplek en de rechten van die aantekening ten minste drie jaar heeft uitgeoefend; d. voor het assessment van de bekwaamheid in verband met de afgifte of vernieuwing van een aantekening voor assessor, als hij de rechten van die aantekening ten minste drie jaar heeft uitgeoefend.

5 Voor assessments ten behoeve van de afgifte en vernieuwing van een eenheidsaantekening, alsmede om toezicht op de operationele werkomgeving zeker te stellen, beschikt de assessor tevens over een aantekening voor instructeur voor opleidingen op de werkplek of is een instructeur voor opleidingen op de werkplek met de voor de beoordeling relevante geldige eenheidsaantekening aanwezig.

BWB 2026-01-09

De aanvrager van een aantekening OJTI heeft

een ASO of FISO met een geldige eenheidsaantekening;

gedurende een periode van minimaal twee jaar onmiddellijk voorafgaand aan de aanvraag de rechten verbonden aan een ASO of FISO uitgeoefend. De minister kan deze periode op verzoek van de aanvrager inkorten tot niet minder dan een jaar, en

in het jaar onmiddellijk voorafgaand aan de aanvraag met succes een cursus praktische instructietechnieken voltooid, waarbij de vereiste kennis en pedagogische vaardigheden zijn aangeleerd en deze adequaat zijn beoordeeld.

BWB 2026-01-09

De aanvrager van een aantekening STDI heeft

gedurende ten minste twee jaar de rechten van een ASO of FISO uitgeoefend, ongeacht de bevoegdverklaring, en

in het jaar onmiddellijk voorafgaand aan de aanvraag met succes een cursus praktische instructietechnieken voltooid waarbij de vereiste kennis en pedagogische vaardigheden zijn aangeleerd, met gebruik van theoretische en praktische methoden, en deze adequaat zijn beoordeeld.

Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit aanpassingen eisen voor ASO’s en FISO’s in werking treedt.

BWB 2026-01-09

De aanvrager van een aantekening assessor heeft

de rechten verbonden aan een ASO of FISO gedurende minimaal twee jaar uitgeoefend, en

in het jaar onmiddellijk voorafgaand aan de aanvraag met succes een cursus assessor voltooid waarbij de vereiste kennis en vaardigheden zijn aangeleerd, met gebruik van theoretische en praktische methoden, en deze adequaat zijn beoordeeld.

BWB 2026-01-09

1 De houder van de aantekening OJTI kan deze laten verlengen door met succes de herhalingscursus praktische instructievaardigheden te voltooien tijdens de geldigheidsperiode van de aantekening, mits wordt voldaan aan de vereisten van artikel 29, onderdelen a en b.

2 Indien een aantekening voor instructeur voor opleidingen op de werkplek is verlopen, kan de houder de aantekening laten vernieuwen door in het jaar voorafgaand aan de aanvraag voor vernieuwing, mits wordt voldaan aan de vereisten van artikel 29, onderdelen a en b: a. een herhalingscursus praktische instructievaardigheden te volgen; en b. te slagen voor de bekwaamheidsbeoordeling als praktijkinstructeur.

3 Bij de eerste afgifte en bij de vernieuwing begint de geldigheidsperiode van de aantekening OJTI uiterlijk dertig dagen na de datum waarop de beoordeling met succes is voltooid.

4 Indien niet wordt voldaan aan de vereisten van artikel 29, onderdelen a en b, kan de aantekening voor instructeur voor opleidingen op de werkplek worden ingewisseld voor een aantekening voor synthetische opleidingstoestellen, mits naleving van de vereisten bedoeld in artikel 33, eerste en tweede lid, is gewaarborgd.

BWB 2026-01-09

1 De houder van de aantekening STDI kan deze laten verlengen door met succes de herhalingscursus praktische instructievaardigheden en actuele operationele praktijken te voltooien te tijdens de geldigheidsperiode van de aantekening.

2 Indien de aantekening is verlopen, kan deze worden vernieuwd door in het jaar onmiddellijk voorafgaand aan de aanvraag voor vernieuwing: a. een herhalingsopleiding praktische instructievaardigheden en actuele operationele praktijken te volgen, en b. een succesvolle bekwaamheidsbeoordeling als praktijkinstructeur te ondergaan.

3 Bij de eerste afgifte en bij de vernieuwing begint de geldigheidsperiode van de aantekening STDI uiterlijk dertig dagen na de datum waarop de beoordeling met succes is voltooid.

BWB 2026-01-09

1 De aantekening assessor kan worden verlengd door met succes de herhalingsopleiding beoordelingsvaardigheden en actuele operationele praktijken te voltooien tijdens de geldigheidsperiode van de aantekening.

2 Indien de aantekening assessor is verlopen, kan de houder de aantekening laten vernieuwen door in het jaar onmiddellijk voorafgaand aan de aanvraag van vernieuwing: a. een herhalingsopleiding beoordelingsvaardigheden en actuele operationele praktijken te volgen; en b. een succesvolle bekwaamheidsbeoordeling als assessor te ondergaan.

3 Bij de eerste afgifte en bij de vernieuwing begint de geldigheidsperiode van de aantekening assessor uiterlijk dertig dagen na de datum waarop de beoordeling met succes is voltooid.

BWB 2026-01-09

1 De minister kan, indien naleving van de vereisten bedoeld in artikel 26, tweede lid, onderdeel b, niet mogelijk is, een tijdelijke machtiging als instructeur voor opleidingen op de werkplek verlenen.

2 De in het eerste lid bedoelde tijdelijke machtiging als instructeur voor opleidingen op de werkplek kan worden afgegeven aan de houder van een geldige aantekening voor het geven van opleidingen op de werkplek die is afgegeven overeenkomstig artikel 29.

3 De in het eerste lid bedoelde tijdelijke bevoegdheid als instructeur voor opleidingen op de werkplek is beperkt tot de opleiding die nodig is in verband met een uitzonderlijke situatie en is geldig gedurende maximaal één jaar of, indien dit korter is, tot de vervaldatum van de aantekening OJTI die is afgegeven overeenkomstig artikel 29.

BWB 2026-01-09

1 De minister kan, indien niet aan het vereiste bedoeld in artikel 28, vierde lid, onderdeel a, kan worden voldaan, toestaan dat de houder van een aantekening assessor, die is afgegeven overeenkomstig artikel 31, de in artikel 28, tweede lid, onderdeel b, genoemde beoordelingen uitvoert in het geval van buitengewone omstandigheden of om de onafhankelijkheid van de beoordeling te garanderen, op voorwaarde dat voldaan is aan de vereisten in het tweede en derde lid.

2 In het geval van buitengewone omstandigheden moet de houder van de aantekening assessor gedurende een onmiddellijk voorafgaande periode van ten minste één jaar ook houder zijn van een eenheidsaantekening met de bijbehorende bevoegdverklaring en, indien van toepassing, de aantekening bij de bevoegdverklaring, die relevant is voor de beoordeling. De machtiging is beperkt tot de beoordelingen die nodig zijn om de buitengewone omstandigheden te dekken en mag niet langer geldig zijn dan één jaar of de geldigheidsperiode van de overeenkomstig artikel 31 afgegeven, aantekening assessor, indien deze minder lang is.

3 Om de onafhankelijkheid van de beoordeling om redenen van terugkerende aard te garanderen, moet de houder van de aantekening assessor gedurende een onmiddellijk voorafgaande periode van ten minste één jaar ook houder zijn van een eenheidsaantekening met de bijbehorende bevoegdverklaring en, indien van toepassing, de aantekening bij de bevoegdverklaring, die relevant is voor de beoordeling. De geldigheidsperiode van de machtiging wordt door de Minister vastgesteld, maar mag niet langer zijn dan de geldigheid van de overeenkomstig artikel 31 afgegeven aantekening assessor.

BWB 2026-01-09

De methode waarmee de vakbekwaamheden van de houders van bewijzen van bevoegdheid per eenheid op peil wordt gehouden wordt vastgesteld in een door de minister goed te keuren bekwaamhedenprogramma voor de eenheid, dat in elk geval de volgende elementen bevat

voor het FISO de eisen overeenkomstig verordening (EU) nr. 2015/340, artikel ATCO.B.025;

voor het ASO

het toegestane maximum van de aaneengesloten periode waarin de rechten van een eenheidsaantekening niet worden uitgeoefend tijdens de geldigheidsperiode ervan. Met uitzondering van de bevoegdverklaring DIS, bedraagt deze periode hoogstens 6 maanden. Ten aanzien van de eenheidsaantekening bij de bevoegdverklaring DIS bedraagt deze periode hoogstens 12 maanden;

het minimumaantal uren voor het uitoefenen van de rechten van de eenheidsaantekening binnen een bepaalde periode die ten hoogste 12 maanden bedraagt. Voor instructeurs voor opleidingen op de werkplek die de rechten van de aantekening OJTI, telt de tijd besteed aan het geven van opleiding mee voor ten hoogste 50% van de voor verlenging van de eenheidsaantekening vereiste uren;

procedures in het geval de houder niet voldoet aan de vereisten van onderdeel 1 en 2;

procedures voor het assessment van de vakbekwaamheid, waaronder beoordeling van de thema's van herhalingsopleidingen;

procedures voor de examinering van de theoretische kennis en inzichten die nodig zijn om de rechten van de bevoegdverklaringen en aantekeningen uit te oefenen;

procedures om de thema's en subthema's, doelstellingen en opleidingsmethoden van de voortgezette opleiding vast te stellen;

de minimumduur en -frequentie van de herhalingsopleiding;

procedures indien een kandidaat niet slaagt voor een examen of beoordeling, met inbegrip van de beroepsprocedures;

procedures voor het melden en beheren van gevallen van tijdelijke onbekwaamheid om de rechten van een vergunning uit te oefenen, evenals voor het in kennis stellen van de minister.

BWB 2026-01-09

Een goedkeuring van een opleidingenplan of een certificering van een opleidingsinstelling die voor de inwerkingtreding van deze regeling is verleend op basis van de Regeling certificering opleidingsinstellingen en goedkeuring opleidingenplannen luchtverkeersdienstverlening en luchtvaartterreininformatieverstrekking behoudt haar geldigheid voor de termijn waarvoor zij is verleend.

BWB 2026-01-09

Een ieder die betrokken is bij de uitvoering van deze regeling en daarbij de beschikking krijgt over gegevens waarvan hij het vertrouwelijk karakter kent of redelijkerwijs moet vermoeden, en voor wie niet reeds uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift ter zake van die gegevens een geheimhoudingsplicht geldt, is verplicht tot geheimhouding daarvan, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hem tot bekendmaking verplicht of uit zijn taak bij de uitvoering van deze regeling de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit.

BWB 2026-01-09

De Regeling examens en opleidingenplannen luchtverkeersdienstverlening en luchtvaartterreininformatieverstrekking en de Regeling certificering opleidingsinstellingen en goedkeuring opleidingsplannen luchtverkeersdienst-verlening en luchtvaartterreininformatieverstrekking worden ingetrokken.

BWB 2026-01-09

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling opleiding en handhaving vakbekwaamheid bedieners van luchtvaartstations en vluchtinformatieverstrekkers.

Need to analyze how this provision applies to your matter?

Cross-reference this statute against case law, commentaries, and related legislative provisions inside Legislator AI.

Open in Legislator →