Regeling middelenonderzoek bij geweldplegers
Table of Provisions (11)
Statutory Text (11 Articles)
In deze regeling wordt verstaan onder
het Besluit: het Besluit middelenonderzoek bij geweldplegers.
1 Als uiterlijke kenmerken als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van het Besluit waarop een onderzoek van de psychomotorische functies en de oog- en spraakfuncties is gericht voor het verkrijgen van een vermoeden van alcoholgebruik worden aangewezen: a. de ogen: bloeddoorlopen ogen; b. de spraak: slecht articuleren, langzaam praten, niet goed uit de woorden kunnen komen, of met dubbele tong praten; c. de motoriek: niet in rechte lijn kunnen lopen, zwalken of onvast op de benen staan.
2 Als uiterlijke kenmerken als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van het Besluit waarop een onderzoek van de psychomotorische functies en de oog- en spraakfuncties is gericht voor het verkrijgen van een vermoeden van het gebruik van een of meer middelen als bedoeld in artikel 3 van het Besluit, worden aangewezen: a. de ogen: wijd opengesperde ogen, waterige of wazige ogen, bloeddoorlopen ogen, heen en weer of wegrollende ogen, hangende oogleden of trillende oogleden; b. de pupillen: groter dan 5 millimeter bij daglicht of direct licht, langzaam reagerend, knipperend of geen reactie vertonend; c. de spraak: onsamenhangende taal, woordenvloed, stamelen of stotteren; d. de motoriek: onvast ter been, trillen, zich veelvuldig krabben, wrijven of plukken aan de kleding of bewegingsdrang.
Voor het verrichten van een onderzoek van speeksel als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van het Besluit, worden het type Securetec DrugWipe 5S en tot 1 maart 2023 tevens het type Dräger DrugCheck® 3000 als speekseltesters aangewezen.
1 Voor het verrichten van een nader ademonderzoek als bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het Besluit worden de ademanalyseapparaten van het type Dräger Alcotest 9510 NL aangewezen die zijn voorzien van het goedkeuringsteken T7802.
2 Het alcoholgehalte wordt bepaald door toepassing van de volgende correctie op het rekenkundige gemiddelde van de twee meetresultaten, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het Besluit: a. indien het rekenkundige gemiddelde (Y) van de twee meetresultaten kleiner is dan 500 microgram per liter, is het ademonderzoekresultaat gelijk aan (0,9Y-30) microgram per liter; b. indien het rekenkundige gemiddelde (Y) van de twee meetresultaten gelijk is aan, of groter is dan 500 microgram per liter, is het ademonderzoekresultaat gelijk aan (0,85Y-5) microgram per liter.
3 Het resultaat van een nader ademonderzoek mag niet worden aangewezen of afgedrukt indien het verschil tussen de beide meetresultaten groter is dan 10% van het kleinste meetresultaat.
1 Voor de bloedafname ten behoeve van het bloedonderzoek, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van het Besluit worden de volgende hulpmiddelen voorgeschreven: a. twee glazen buizen elk met een inhoud van 5 milliliter die ten minste 4 milligram per milliliter inhoud van de buis natriumfluoride bevatten en voldoende heparinenatrium voor antistolling van het bloed of twee plastic buizen elk met een inhoud van 4 milliliter die ten minste 2 milligram per milliliter inhoud van de buis natriumfluoride bevatten en voldoende kaliumoxalaat voor antistolling van het bloed; b. een universeel bloedafname systeem, voorzien van een prikbeschermer na bloedafname; c. een alcoholvrij ontsmettingsdoekje op basis van 2% chloorhexidine; d. een steriel verpakt gaascompres; e. een steriel verpakte wondpleister.
2 De hoeveelheid bloed die wordt afgenomen voor het bloedonderzoek, bedraagt bij voorkeur 8 milliliter, maar ten minste 3 milliliter.
3 De arts of verpleegkundige verdeelt de door hem afgenomen hoeveelheid bloed evenredig over twee buisjes.
4 Voor de verzending van de buisjes, bedoeld in het derde lid, wordt de volgende verpakking voorgeschreven: a. een hard plastic doos voorzien van dubbelzijdig foam interieur; b. een lekvrije 95 kPa-zak, gecertificeerd voor vervoer van buisjes; c. een absorberende buizenhouder bestemd voor tenminste twee buisjes; d. drie fraudebestendige sluitzegels.
De methode voor de uitvoering van bloedonderzoek voor het bepalen van het gehalte van alcohol of een of meer van de middelen bedoeld in artikel 3 van het Besluit, voldoet aan de eisen genoemd in de bijlage bij deze regeling.
1 Het verschuldigde bedrag voor de bloedafname, bedoeld in artikel 12, derde lid, van het Besluit ten behoeve van een tegenonderzoek bedraagt € 78,– indien het afnemen van bloed door een arts of verpleegkundige geschiedt in de periode van 8.00 uur tot 18.00 uur en €102,– indien het afnemen geschiedt in de periode 18.00 uur ’s avonds tot 08.00 uur ’s ochtends of in de periode van 18.00 uur vrijdagavond tot 08.00 uur maandagochtend.
2 Voor de verzending van het buisje met bloed bestemd voor het tegenonderzoek naar het gehalte van alcohol en naar het gehalte van een of meer van de in artikel 3 van het Besluit aangewezen stoffen zijn de in bijlage 2 opgenomen kosten verschuldigd.
Voor het verrichten van een voorlopig ademonderzoek van uitgeademde lucht als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van het Besluit wordt de Dräger Alcotest 7510 ademtester aangewezen.
Vervallen
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2017.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling middelenonderzoek bij geweldplegers.