Legislator Case Law & Legislation
BWBR0038562 NL

Regeling resultaatafhankelijke bekostiging vsv mbo

12 Articles / Provisions · Netherlands
Open official source Machine-readable Markdown (.md)

Table of Provisions (12)

Statutory Text (12 Articles)

BWB 2018-09-22

In deze regeling wordt verstaan onder

deelnemer: deelnemer die voor bekostiging wordt meegeteld op grond van artikel 2.2.2 of artikel 2.2.3 van het Uitvoeringsbesluit WEB;

instelling: regionaal opleidingencentrum als bedoeld in artikel 1.3.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, vakinstelling als bedoeld in artikel 1.3.2a van de Wet educatie en beroepsonderwijs of agrarisch opleidingscentrum als bedoeld in artikel 1.3.3 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, niet betreffende het voorbereidend beroepsonderwijs dat wordt verzorgd in een agrarisch opleidingscentrum;

minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en, voor zover het betreft het beroepsonderwijs op het gebied van landbouw, natuurlijke omgeving en voedsel, de Staatssecretaris van Economische Zaken;

nieuwe voortijdig schoolverlater: jongere die op 1 oktober

niet is ingeschreven bij een instelling terwijl de desbetreffende jongere op 1 oktober van het voorafgaande studiejaar wel was ingeschreven bij een instelling en op die datum jonger was dan 22 jaar;

niet in het bezit is van een diploma hoger algemeen voortgezet onderwijs of voorbereidend wetenschappelijk onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs of een diploma beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 7.2.2, eerste lid, onderdelen b tot en met e, van de Wet educatie en beroepsonderwijs; en

niet is toegelaten tot een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

regionaal programma: regionaal programma als bedoeld in artikel 2.2 van de Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten 2017;

RMC-regio: de RMC-regio als bedoeld in artikel 3.4 van de Regeling regionale aanpak voortijdig schoolverlaten 2017;

soort beroepsopleiding: entreeopleiding, basisberoepsopleiding, vakopleiding, middenkaderopleiding of specialistenopleiding als bedoeld in artikel 7.2.2. van de Wet educatie en beroepsonderwijs.

BWB 2018-09-22

De aanvullende bekostiging wordt jaarlijks verstrekt ten behoeve van de beleidsdoelstelling voortijdig schoolverlaten welke ten doel heeft het realiseren van een landelijke vermindering van het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters tot maximaal 22.500 nieuwe voortijdig schoolverlaters in het kalenderjaar 2019, gemeten over het studiejaar 2017/2018.

BWB 2018-09-22

Voor de kalenderjaren 2018 en 2019 is jaarlijks maximaal € 36.500.000,– beschikbaar.

BWB 2018-09-22

In afwijking van artikel 9.3, eerste lid, aanhef en onder bb, van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS, is de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS niet van toepassing op deze regeling.

BWB 2018-09-22

1 De aanvullende bekostiging kan ook worden aangewend voor andere activiteiten van de instelling waarvoor bekostiging wordt verstrekt.

2 De verantwoording van de aanvullende bekostiging geschiedt in de jaarverslaggeving overeenkomstig de Regeling jaarverslaggeving onderwijs.

BWB 2018-09-22

1 De minister verstrekt voor de kalenderjaren 2018 en 2019 ambtshalve aanvullende bekostiging aan het bevoegd gezag van een instelling dat voor die instelling aan het regionaal programma in de betreffende RMC-regio uitvoering geeft.

2 De aanvullende bekostiging wordt jaarlijks in november betaald, volgend op het bekend worden van de definitieve berekening van het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters per instelling per soort beroepsopleiding over het desbetreffende studiejaar.

BWB 2018-09-22

1 De aanspraak op de aanvullende bekostiging voor een instelling wordt per kalenderjaar vastgesteld aan de hand van de verhouding van het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters per studiejaar per soort beroepsopleiding ten opzichte van het aantal deelnemers tot 22 jaar binnen die soort beroepsopleiding van de instelling.

2 Het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters wordt bepaald met de formule, opgenomen in bijlage A.

3 Bij de berekening van het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters maakt de minister gebruik van de gegevens, bedoeld in de artikelen 4, eerste lid, en 10, eerste lid, onderdeel b, van de Regeling gebruik gegevens bron en artikel 7.52 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.

3a Het aantal deelnemers tot 22 jaar wordt bepaald aan de hand van de populatie A – B volgens de formule, bedoeld in bijlage A.

4 Bij de berekeningen, bedoeld in dit artikel, wordt uitgegaan van het aantal deelnemers tot 22 jaar, bepaald op grond van lid 3a, op de volgende teldata: a. voor het kalenderjaar 2018: op 1 oktober 2016; en b. voor het kalenderjaar 2019: op 1 oktober 2017.

5 De uitkomst van de in het eerste lid bedoelde berekening wordt uitgedrukt in een percentage, rekenkundig afgerond op twee decimalen achter de komma.

6 De instelling komt in aanmerking voor een aanvullende bekostiging voor de betreffende soort beroepsopleiding indien het percentage, bedoeld in het vijfde lid, gelijk is aan of lager is dan de procentuele norm voor die soort beroepsopleiding genoemd in tabel 1.

7 De hoogte van de aanvullende bekostiging wordt bepaald aan de hand van het aantal deelnemers tot 22 jaar per soort beroepsopleiding, genoemd in tabel 2. Tabel 1. Procentuele norm nieuwe voortijdig schoolverlaters per soort beroepsopleiding entreeopleiding basisberoepsopleiding vakopleiding, middenkaderopleiding en specialistenopleiding 2016–2017 27,5% 9,5% 3,6% 2,75% 2017–2018 27,5% 9,4% 3,5% 2,75% Tabel 2. Maximumbedragen aanvullende bekostiging beschikbaar per soort beroepsopleiding per instelling Entreeopleiding Deelnemers tot 22 jaar Bedrag per instelling 10–50 € 25.000,– 51–250 € 50.000,– 251-500 € 100.000,– 501–1.000 € 200.000,- Meer dan 1.000 € 300.000,– Basisberoepsopleiding, vakopleiding, middenkaderopleiding of specialistenopleiding Deelnemers tot 22 jaar Bedrag per instelling 10–50 € 12.500,– 51–250 € 25.000,– 251–500 € 50.000,– 501–1.000 € 100.000,– 1.001–2.000 € 150.000,– 2.001–4.000 € 300.000,– 4.001–6.000 € 400.000,– 6.001–8.000 € 500.000,– 8.001–10.000 € 600.000,– Meer dan 10.000 € 700.000,–

8 Indien door aanspraken van instellingen op een aanvullende bekostiging op grond van dit artikel het bekostigingsplafond als bedoeld in artikel 3, wordt overschreden, wordt de hoogte van de aanvullende bekostiging naar evenredigheid per soort beroepsopleiding verlaagd.

BWB 2018-09-22

1 Indien het bekostigingsplafond als bedoeld in artikel 3, voor het kalenderjaar 2018 of 2019 niet volledig wordt uitgeput, wordt het resterende deel verdeeld over de soorten beroepsopleidingen van instellingen die niet voldoen aan één van de procentuele normen, bedoeld in tabel 1, als: a. het percentage, bedoeld in artikel 7, vijfde lid, hoger ligt dan de procentuele norm voor de betreffende soort beroepsopleiding genoemd in tabel 1; en b. lager is dan de procentuele norm voor die soort beroepsopleiding genoemd in tabel 1 vermenigvuldigd met een waarde van 1,75.

2 Indien het bekostigingsplafond als bedoeld in artikel 3, voor het kalenderjaar 2018 of 2019 niet volledig wordt uitgeput na toepassing van artikel 7, zesde lid, en het eerste lid, wordt het resterende deel verdeeld over de beroepsopleidingen van de instellingen naar rato van de hoogte van de op grond van deze bepalingen toegekende bedragen.

3 De hoogte van de aanvullende bekostiging per soort beroepsopleiding wordt berekend op grond van de volgende formule: D = C x maximumbedrag. Hierin staat: D = hoogte aanvullende bekostiging C = (1 – (B / A)) A = (procentuele norm x 1,75) – procentuele norm B = percentage, bedoeld in artikel 7, vijfde lid – procentuele norm maximumbedrag = het maximumbedrag dat voor de soort beroepsopleiding is vastgesteld op grond van artikel 7, zesde lid.

4 Indien door aanspraken van instellingen op een aanvullende bekostiging op grond van dit artikel het bekostigingsplafond als bedoeld in artikel 3, wordt overschreden, wordt de hoogte van de aanvullende bekostiging naar evenredigheid per soort beroepsopleiding verlaagd.

BWB 2018-09-22

1 Indien voor de toepassing van de meetsystematiek, bedoeld in bijlage A, die als uitgangspunt dient voor de berekening van het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters, de gegevensbronnen niet tijdig beschikbaar zijn en dit zal leiden tot een onbillijkheid van ernstige aard bij de berekening van het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters voor de betreffende instelling, kan de minister een correctie toepassen op de procentuele normen, als bedoeld in tabel 1.

2 Indien als gevolg van oprichting, splitsing, samenvoeging of verplaatsing van een instelling de toepassing van de teldata, bedoeld in artikel 7, derde lid, die als uitgangspunt dient voor de berekening van het aantal nieuwe voortijdig schoolverlaters voor de desbetreffende instelling zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard, kan de minister afwijken van deze gegevens.

BWB 2018-09-22

1 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 oktober 2016. Indien de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 30 september 2016, treedt zij in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst, en werkt zij terug tot en met 1 oktober 2016.

2 Deze regeling vervalt per 1 januari 2020.

BWB 2018-09-22

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling resultaatafhankelijke bekostiging vsv mbo.

BWB 2018-09-22

Wijzigt de Regeling resultaatafhankelijke bekostiging vsv vo.

Need to analyze how this provision applies to your matter?

Cross-reference this statute against case law, commentaries, and related legislative provisions inside Legislator AI.

Open in Legislator →