Regeling tot aanwijzing van vermogenstraceerders en bijzondere opsporingsambtenaren
Statutory Text (4 Articles)
Als ambtenaren die kunnen worden belast met de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen of beslissingen van het openbaar ministerie, als bedoeld in artikel 556, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, worden aangewezen
de vermogenstraceerders, werkzaam bij het Bureau Ontnemingswetgeving Openbaar Ministerie (BOOM), die op grond van artikel 142, eerste lid, aanhef en onder b van het Wetboek van Strafvordering zijn aangewezen;
de bij de politie werkzame buitengewone opsporingsambtenaren, die op grond van artikel 142, eerste lid, aanhef en onder a van het Wetboek van Strafvordering zijn aangewezen en
de opsporingsambtenaren van de bijzondere opsporingsdiensten, als bedoeld in artikel 141, aanhef en onder d van het Wetboek van Strafvordering en artikel 2 van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten.
Deze regeling berust op artikel 6:1:5, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering.
Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen in werking treedt.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling tot aanwijzing van vermogenstraceerders en bijzondere opsporingsambtenaren.
Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen in werking treedt.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Voorheen art. 2.
Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen in werking treedt.