Legislator Case Law & Legislation
BWBR0032881 NL

Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 20132013281506-02-201304-02-2013WJZ/130106482013281506-02-201304-02-2013WJZ/1301064804-04-2013

104 Articles / Provisions · Netherlands
Open official source Machine-readable Markdown (.md)

Table of Provisions (104)

Statutory Text (104 Articles)

BWB 2014-02-13

In deze regeling wordt verstaan onder

algemene uitvoeringsregeling: de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie;

allesvergisting: de biologische afbraakreacties van biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2008, met uitzondering van de nummers 410, 420, 500, 550 tot en met 559;

besluit: het Besluit stimulering duurzame energieproductie;

groen gas hub: een verzameling van productie-installaties voor de productie van hernieuwbaar gas waarvoor voor de invoeding van het hernieuwbaar gas op een gasnet gezamenlijk een of meerdere aansluitingen worden gebruikt, waarmee gezamenlijk hernieuwbare warmte wordt geproduceerd die nuttig wordt gebruikt of waarmee gezamenlijk hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd die op een elektriciteitsnet of installatie, met uitzondering van de productie-installatie, wordt ingevoed;

minister: de Minister van Economische Zaken;

NTA 8003: 2008: de Nederlandse Technische Afspraak 8003, Classificatie van biomassa voor energietoepassing, uitgegeven door het Nederlands Normalisatie-instituut, zoals deze luidde op 31 december 2008;

richtlijn hernieuwbare energie: richtlijn nr. 2009/28/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen en houdende wijziging en intrekking van Richtlijn 2001/77/EG en Richtlijn 2003/30/EG (PbEU 2009, L 140);

thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa: de omzetting van vaste of vloeibare biomassa door middel van

verbranding,

een andere thermische behandeling dan bedoeld onder 1° ingeval de producten daarvan vervolgens worden verbrand of

de verbranding van producten die voortkomen uit thermische behandeling;

valhoogte: het verschil in waterpeil voor en achter de installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van waterkracht waarbij het maximaal elektrisch ontwerpvermogen van de turbine of de generator wordt gerealiseerd;

vergisting en co-vergisting van dierlijke mest: de biologische afbraakreacties van in hoofdzaak verpompbare vaste en vloeibare uitwerpselen van dieren, al dan niet aangevuld met een of meer producten genoemd in de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet, waarbij het restant na vergisting als meststof mag worden verhandeld;

vergisting van meer dan 95% dierlijke mest: de biologische afbraakreacties van verpompbare vaste en vloeibare uitwerpselen van dieren, waarbij minder dan 5% van de massa toegevoegde stoffen per kalenderjaar een andere stof, genoemd in de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet, is dan verpompbare vaste en vloeibare uitwerpselen van dieren, waarbij het restant na vergisting als meststof mag worden verhandeld;

nominaal vermogen: het maximale vermogen van de productie-installatie dat onder nominale condities benut kan worden voor de productie van hernieuwbare elektriciteit en/of hernieuwbare warmte en/of hernieuwbaar gas en wat door de leverancier gegarandeerd wordt bij continue gebruik. In het geval van geothermische productie-installaties dient het nominaal vermogen te zijn bepaald met een waarschijnlijkheid van ten minste 50%.

BWB 2014-02-13

De Ondernemer verplicht zich jegens de Staat de productie-installatie tijdig in gebruik te nemen en wel binnen de in artikel 61 van het Besluit stimulering duurzame energieproductie bedoelde periode of, indien op grond van artikel 62, derde lid, van het Besluit stimulering duurzame energieproductie een ontheffing is verleend, binnen de in de ontheffing opgenomen periode.

BWB 2014-02-13

1 Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas en hernieuwbare warmte op grond van de artikelen 3, eerste lid, 5, eerste lid, 7, eerste lid, 9, eerste lid, 11, eerste lid, 13, eerste lid, 15, eerste lid, 17, eerste lid, 37, eerste lid, 39, eerste lid, 41, eerste lid, 43, eerste lid, 60, eerste lid, 62, eerste lid, 64, eerste lid, 66, eerste lid, 68, eerste lid, 70, eerste lid, 72, eerste lid, 74, eerste lid, 76, eerste lid, 78, eerste lid en 80, eerste lid, die is aangevraagd in de periode van 4 april 2013, 9:00 uur, tot 19 december 2013, 17:00 uur, bedraagt € 3.000.000.000,00.

2 De minister verdeelt het bedrag, genoemd in het eerste lid, op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

3 Per categorie productie-installaties kan in de periode, genoemd in het eerste lid, per adres waarop een productie-installatie wordt geplaatst maximaal één aanvraag worden ingediend.

4 De minister beslist afwijzend op een aanvraag om subsidie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas of hernieuwbare warmte door een productie-installatie van een categorie als bedoeld in het eerste lid indien op het moment van indienen van de aanvraag geen toestemming van de eigenaar van de beoogde locatie is verkregen voor het plaatsen van de productie-installatie.

5 Een subsidie als bedoeld in het eerste lid van meer dan € 400.000.000,00 wordt verleend onder de opschortende voorwaarde dat binnen zes weken na afgifte van deze beschikking een uitvoeringsovereenkomst overeenkomstig de overeenkomst opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1 tot stand is gekomen tussen de Staat en de subsidie-aanvrager.

BWB 2014-02-13

De Ondernemer verplicht zich om tot zekerheid voor de nakoming van de in artikel 1 bedoelde verplichting, alsmede de bij niet tijdige nakoming verschuldigde boetes, binnen acht weken nadat de Beschikking in werking is getreden ten behoeve van de Staat financiële zekerheid te stellen en gesteld houden voor een bedrag groot 2% van de maximale hoogte van de subsidie, bedoeld in de artikelen 16, 33 en 49 van het Besluit stimulering duurzame energieproductie, door middel van de afgifte aan de Staat van een door een binnen de Europese Unie gevestigde bank afgegeven bankgarantie welke is opgemaakt onder gebruikmaking van het model bankgarantie.

BWB 2014-02-13

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee door middel van hydro-mechanisch-elektrische omzetting hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd uit potentiële dan wel kinetische energie van stromend water dat niet specifiek ten behoeve van de elektriciteitsproductie omhoog is gepompt: a. in installaties met een valhoogte gelijk aan of groter dan 50 centimeter, of b. in installaties met een valhoogte gelijk aan of groter dan 50 centimeter, die ingrijpend zijn gerenoveerd en waarbij ten minste de turbines nieuw zijn.

2 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2.

3 Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 15, tweede en vierde lid, en 56, eerste lid, derde volzin, van het besluit.

4 Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, tweede lid, onderdeel c, vierde lid, onderdeel b, en vijfde lid, van het besluit.

BWB 2014-02-13

1 De verplichting de in artikel 2 bedoelde bankgarantie te blijven stellen vervalt uitsluitend door het schriftelijk bericht van de Staat aan de Bank dat de verplichting geheel of gedeeltelijk is vervallen. De Ondernemer ontvangt een kopie van het bericht van verval.

2 Zodra de verplichting geheel is vervallen zal de Staat de bankgarantie retourneren aan de Ondernemer.

BWB 2014-02-13

1 Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 3, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

BWB 2014-02-13

1 Indien de Ondernemer de productie-installatie niet binnen de in artikel 1 bedoelde periode in gebruik heeft genomen, is de Ondernemer aan de Staat bij wijze van boete een bedrag verschuldigd groot 0,2% van het beschikte bedrag enkel door het verloop van die termijn en zonder dat enige ingebrekestelling nodig is.

2 Indien de Ondernemer daarna nog in gebreke blijft met het tijdig in gebruik nemen van de productie-installatie is de Ondernemer maandelijks een boete van telkens 0,2% van de maximale hoogte van de subsidie, bedoeld in de artikelen 16, 33 en 49 van het Besluit stimulering duurzame energieproductie, verschuldigd voor zover hij de productie-installatie op de eerste van elke volgende maand niet in gebruik heeft genomen.

3 De boetes bedoeld in het eerste en tweede lid, waarvan de som ten hoogste 2% van het beschikte bedrag bedraagt, zijn telkens verschuldigd voor het enkele verloop van de termijn en zonder dat enige ingebrekestelling nodig is.

4 De Ondernemer machtigt bij deze de Staat onherroepelijk tot het innen van de boetes door het inroepen van de bankgarantie voor het bedrag van de boete, telkens wanneer er een boete verschuldigd is geworden.

BWB 2014-02-13

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd uit gas dat vrijkomt tengevolge van biologische afbraakreacties bij de zuivering van huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater en afvloeiend hemelwater, gebruik makende van thermische drukhydrolyse, waarbij ten minste het deel van de productie-installatie dat bedoeld is voor thermische drukhydrolyse nieuw is.

2 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.

3 Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 3, vijfde lid, 15, tweede en vierde lid, en 56, eerste lid, derde volzin, van het besluit.

BWB 2014-02-13

1 Deze Uitvoeringsovereenkomst treedt in werking door de ondertekening daarvan door de Partijen met dien verstande dat de inwerkingtreding wordt opgeschort totdat de Beschikking in werking is getreden en de Staat de Ondernemer daarvan schriftelijk bericht heeft gestuurd.

2 Deze Uitvoeringsovereenkomst eindigt van rechtswege door de teruggave van de bankgarantie door de Staat aan de Ondernemer.

BWB 2014-02-13

1 Subsidie als bedoeld in artikel 5, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 5, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

BWB 2014-02-13

1 De Staat kiest voor uitvoering van deze Uitvoeringsovereenkomst domicilie ten kantore van Agentschap NL, agentschap van het Ministerie van Economische Zaken, Hanzelaan 310, 8017 JK Zwolle.

2 Onverminderd het bepaalde in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering dienen alle mededelingen, aanzeggingen, verzoeken, toestemmingen en andere berichten uit hoofde van deze uitvoeringsovereenkomst schriftelijk te worden gedaan.

3 Mededelingen, aanzeggingen, verzoeken, toestemmingen en andere berichten die niet in overeenstemming met het tweede lid zijn gedaan blijven zonder rechtsgevolg.

4 De Staat is bevoegd eenzijdig van het bepaalde in het eerste lid af te wijken.

BWB 2014-02-13

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie die niet is opgericht in de territoriale zee of in de Nederlandse exclusieve economische zone: a. met een nominaal vermogen per turbine kleiner dan 6,0 MW; b. met een nominaal vermogen per turbine gelijk aan of groter dan 6,0 MW.

2 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 4.

3 Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 15, vierde lid, en 56, eerste lid, van het besluit.

BWB 2014-02-13

1 Op deze Uitvoeringsovereenkomst is uitsluitend Nederlands recht van toepassing.

2 Alle geschillen in verband met deze uitvoeringsovereenkomst of met afspraken die daarmee samenhangen zullen worden beslecht door de bevoegde rechter te Den Haag.

BWB 2014-02-13

1 Subsidie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 7, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

BWB 2014-02-13

Deze Uitvoeringsovereenkomst wordt tussen partijen aangeduid als ‘Uitvoeringsovereenkomst duurzame energieproductie Staat/.....’.

Aldus overeengekomen en in tweevoud ondertekend

te .....

Ondernemer

te 's-Gravenhage op .....

De Minister van Economische Zaken

BWB 2014-02-13

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie die niet is opgericht in de territoriale zee of in de Nederlandse exclusieve economische zone en waarvan de fundering in een meer van minimaal één vierkante kilometer staat.

2 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 4.

3 Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 15, vierde lid, en 56, eerste lid, van het besluit.

BWB 2014-02-13

1 Subsidie als bedoeld in artikel 9, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 9, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

BWB 2014-02-13

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie met een totaal vermogen groter dan of gelijk aan 15 kWp, voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonlicht uitsluitend door middel van fotovoltaïsche zonnepanelen, die is aangesloten op een elektriciteitsnet via een aansluiting met een totale maximale doorlaatwaarde van meer dan 3*80 A.

2 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 5.

3 Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 15, tweede en vierde lid, en 56, eerste lid, derde volzin, van het besluit.

BWB 2014-02-13

1 Subsidie als bedoeld in artikel 11, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 11, eerste lid, binnen 3 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

BWB 2014-02-13

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit door middel van windenergie op zee.

2 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 4.

3 Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 15, vierde lid, en 56, eerste lid, van het besluit.

BWB 2014-02-13

1 Subsidie als bedoeld in artikel 13, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 13, eerste lid, binnen 5 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

BWB 2014-02-13

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt gegenereerd door middel van het verschil in zoutconcentratie tussen twee watermassa’s.

2 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2.

3 Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 15, tweede en vierde lid, en 56, eerste lid, derde volzin, van het besluit.

BWB 2014-02-13

1 Subsidie als bedoeld in artikel 15, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 15, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

BWB 2014-02-13

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee door hydro-mechanisch-elektrische omzetting hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd uit potentiële dan wel kinetische energie van stromend water dat niet specifiek ten behoeve van de elektriciteitsproductie omhoog is gepompt in installaties met een valhoogte kleiner dan 50 centimeter.

2 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2.

3 Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 15, tweede en vierde lid, en 56, eerste lid, derde volzin, van het besluit.

BWB 2014-02-13

1 Subsidie als bedoeld in artikel 17, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 17, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

BWB 2014-02-13

Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt, voor de productie van hernieuwbare elektriciteit

het maximaal aantal vollasturen vastgesteld op het in de derde kolom van onderstaande tabel genoemde aantal uren, en

de basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12, eerste lid, van het besluit, vastgesteld op het in de vierde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag.

1

2

3

4

Artikel regeling

Omschrijving categorie

Maximaal aantal vollasturen

Basiselektriciteitsprijs artikel 12, eerste lid, van het besluit

artikel 3, eerste lid, onderdeel a

Waterkracht nieuw

7000 uren per jaar

€ 0,047 per kWh

artikel 3, eerste lid, onderdeel b

Waterkracht renovatie

4300 uren per jaar

€ 0,047 per kWh

artikel 5, eerste lid

Afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties thermische drukhydrolyse

8000 uren per jaar

€ 0,047 per kWh

artikel 7, eerste lid, onderdeel a

Wind op land < 6,0 MW

1760 uren per jaar

€ 0,054 per kWh

artikel 7, eerste lid, onderdeel b

Wind op land ≥ 6,0 MW

2400 uren per jaar

€ 0,054 per kWh

artikel 9, eerste lid

Wind in meer

2560 uren per jaar

€ 0,054 per kWh

artikel 11, eerste lid

Fotovoltaïsche zonnepanelen

1000 uren per jaar

€ 0,055 per kWh

artikel 13, eerste lid

Wind op zee

3200 uren per jaar

€ 0,054994 per kWh

artikel 15, eerste lid

Osmose

8000 uren per jaar

€ 0,047 per kWh

artikel 17, eerste lid

Vrije stromingsenergie

2800 uren per jaar

€ 0,047 per kWh

BWB 2014-02-13

Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt het basisbedrag voor subsidie, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit, in de periode van de datum en het tijdstip genoemd in de derde kolom tot 19 december 2013, 17:00 uur voor de productie van hernieuwbare elektriciteit vastgesteld op het in de vierde kolom genoemde bedrag.

1

2

3

4

Artikel regeling

Omschrijving categorie

Begin periode

Basisbedrag artikel 11, eerste lid, van het besluit

artikel 3, eerste lid, onderdeel a

Waterkracht nieuw

30 september 2013, 17:00 uur

€ 0,118 per kWh

artikel 3, eerste lid, onderdeel b

Waterkracht renovatie

4 april 2013, 09:00 uur

€ 0,062 per kWh

artikel 5, eerste lid

Afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties thermische drukhydrolyse

2 september 2013, 17:00 uur

€ 0,096 per kWh

artikel 7, eerste lid, onderdeel a

Wind op land < 6,0 MW

2 september 2013, 17:00 uur

€ 0,119 per kWh

artikel 7, eerste lid, onderdeel b

Wind op land ≥ 6,0 MW

2 september 2013, 17:00 uur

€ 0,116 per kWh

artikel 9, eerste lid

Wind in meer

30 september 2013, 17:00 uur

€ 0,153 per kWh

artikel 11, eerste lid

Fotovoltaïsche zonnepanelen

4 november 2013, 17:00 uur

€ 0,148 per kWh

BWB 2014-02-13

Aanvragen om subsidie als bedoeld in

artikel 3, eerste lid, onderdeel a;

artikel 5, eerste lid;

artikel 7, eerste lid;

artikel 9, eerste lid;

artikel 11, eerste lid;

artikel 13, eerste lid;

artikel 15, eerste lid, en

artikel 17, eerste lid

worden, in afwijking van artikel 20, ontvangen in de periode van 4 april 2013, 9:00 uur, tot 13 mei 2013, 17:00 uur.

BWB 2014-02-13

In afwijking van artikel 19 bedraagt het maximaal aantal vollasturen

voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, waarvoor de aanvraag is ontvangen in de periode, genoemd in artikel 21: 2640 uren per jaar, en

voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b, waarvoor de aanvraag is ontvangen in de periode, genoemd in artikel 21: 2880 uren per jaar.

BWB 2014-02-13

1 Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 21, onderdelen a, b, e, g en h bedraagt in de periode, genoemd in artikel 21: € 0,070 per kWh.

2 Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 21, onderdelen c, d en f bedraagt in de periode, genoemd in artikel 21: € 0,0875 per kWh.

BWB 2014-02-13

Aanvragen om subsidie als bedoeld in

artikel 3, eerste lid, onderdeel a;

artikel 5, eerste lid;

artikel 7, eerste lid;

artikel 9, eerste lid;

artikel 11, eerste lid;

artikel 13, eerste lid;

artikel 15, eerste lid, en

artikel 17, eerste lid

worden, in afwijking van artikel 20, ontvangen in de periode van 13 mei 2013, 17:00 uur, tot 17 juni 2013, 17:00 uur.

BWB 2014-02-13

In afwijking van artikel 19 bedraagt het maximaal aantal vollasturen

voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, waarvan de aanvraag is ontvangen in de periode, genoemd in artikel 24: 2240 uren per jaar; en

voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b, waarvan de aanvraag is ontvangen in de periode, genoemd in artikel 24: 2880 uren per jaar.

BWB 2014-02-13

1 Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 24, onderdelen a, b, e, g en h, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 24: € 0,080 per kWh.

2 Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 24, onderdelen c, d en f, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 24: € 0,1000 per kWh.

BWB 2014-02-13

Aanvragen om subsidie als bedoeld in

artikel 3, eerste lid, onderdeel a;

artikel 5, eerste lid;

artikel 7, eerste lid;

artikel 9 eerste lid;

artikel 11, eerste lid;

artikel 13, eerste lid;

artikel 15, eerste lid, en

artikel 17, eerste lid

worden, in afwijking van artikel 20, ontvangen in de periode van 17 juni 2013, 17:00 uur, tot 2 september 2013, 17:00 uur.

BWB 2014-02-13

In afwijking van artikel 19 bedraagt het maximaal aantal vollasturen

voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, waarvoor de aanvraag is ontvangen in de periode, genoemd in artikel 27: 1920 uren per jaar, en

voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b, waarvoor de aanvraag is ontvangen in de periode, genoemd in artikel 27: 2504 uren per jaar.

BWB 2014-02-13

1 Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 27, onderdelen a, b, e, g en h, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 27: € 0,090 per kWh.

2 Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 27, onderdelen c, d en f, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 27: € 0,1125 per kWh.

BWB 2014-02-13

Aanvragen om subsidie als bedoeld in

artikel 3, eerste lid, onderdeel a;

artikel 9, eerste lid;

artikel 11, eerste lid;

artikel 13, eerste lid;

artikel 15, eerste lid, en

artikel 17, eerste lid

worden, in afwijking van artikel 20, ontvangen in de periode van 2 september 2013, 17:00 uur, tot 30 september 2013, 17:00 uur.

BWB 2014-02-13

1 Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 30, onderdelen a, c, e, en f, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 30: € 0,110 per kWh.

2 Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 30, onderdelen b en d, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 30: € 0,1375 per kWh.

BWB 2014-02-13

Aanvragen om subsidie als bedoeld in

artikel 11, eerste lid;

artikel 13, eerste lid;

artikel 15, eerste lid, en

artikel 17, eerste lid

worden, in afwijking van artikel 20, ontvangen in de periode van 30 september 2013, 17:00 uur, tot 4 november 2013, 17:00 uur.

BWB 2014-02-13

1 Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 32, onderdelen a, c en d, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 32: € 0,130 per kWh.

2 Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 32, onderdeel b, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 32: € 0,1625 per kWh.

BWB 2014-02-13

Aanvragen om subsidie als bedoeld in

artikel 13, eerste lid;

artikel 15, eerste lid, en

artikel 17, eerste lid

worden, in afwijking van artikel 20, ontvangen in de periode van 4 november, 17:00 uur, tot 19 december 2013, 17:00 uur.

BWB 2014-02-13

1 Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 34, onderdeel a, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 34: € 0,1875 per kWh.

2 Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 34, onderdelen b en c, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 34: € 0,150 per kWh.

BWB 2014-02-13

De correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel, worden voor 2013 vastgesteld op

voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit het in de derde kolom genoemde bedrag, en

voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit op het in het vierde kolom genoemde bedrag.

1

2

3

4

Artikel regeling

Omschrijving categorie

Correctiebedrag art. 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit

Correctiebedrag art. 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit

artikel 3, eerste lid

Waterkracht

€ 0,048 per kWh

€ 0 per kWh

artikel 5, eerste lid

Afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties

€ 0,048 per kWh

€ 0 per kWh

artikel 7, eerste lid

Wind op land

€ 0,055 per kWh

€ 0 per kWh

artikel 9, eerste lid

Wind in meer

€ 0,055 per kWh

€ 0 per kWh

artikel 11, eerste lid

Fotovoltaïsche zonnepanelen

€ 0,055 per kWh

€ 0 per kWh

artikel 13, eerste lid

Wind op zee

€ 0,055570 per kWh

€ 0 per kWh

artikel 15, eerste lid

Osmose

€ 0,048 per kWh

€ 0 per kWh

artikel 17, eerste lid

Vrije stromingsenergie

€ 0,048 per kWh

€ 0 per kWh

BWB 2014-02-13

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door: a. een productie-installatie waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd uitsluitend door middel van allesvergisting, waarbij ten minste de vergister nieuw is; b. een productie-installatie waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting en co-vergisting van dierlijke mest, waarbij ten minste de vergister nieuw is, of c. een productie-installatie waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting van meer dan 95% dierlijke mest, waarbij ten minste de vergister nieuw is.

2 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 6.

3 Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 3, vijfde lid, 32, tweede en vierde lid, en 56, eerste lid, van het besluit.

BWB 2014-02-13

1 Subsidie als bedoeld in artikel 37, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 37, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

BWB 2014-02-13

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas uit biogas dat vrijkomt tengevolge van biologische afbraakreacties bij de zuivering van huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater en afvloeiend hemelwater, waarbij ten minste de opwerkinstallatie waarmee biogas op aardgaskwaliteit wordt gebracht nieuw is.

2 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 6.

3 Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 3, vijfde lid, 32, tweede lid, en 56, eerste lid, derde volzin, van het besluit.

BWB 2014-02-13

1 Subsidie als bedoeld in artikel 39, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 39, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

BWB 2014-02-13

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door een bestaande productie-installatie die op het moment van aanvraag ten minste 8,5 jaar oud is: a. waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd uitsluitend door middel van allesvergisting, of b. waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting en co-vergisting van dierlijke mest.

2 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 6.

3 Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, onderdeel d, tweede lid, onderdeel a, vijfde lid, 32, tweede lid en vierde lid, en 56, eerste lid, van het besluit.

BWB 2014-02-13

1 Subsidie als bedoeld in artikel 41, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar, die niet eerder ingaat dan nadat de aanvraag om subsidie is gedaan, verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 41, eerste lid, binnen 3 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening opnieuw in gebruik.

BWB 2014-02-13

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas uit biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2008, met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 100, 150, 170 tot en met 179 van de NTA 8003: 2008, door middel van vergassing.

2 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat ten minste 95% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is.

3 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 6.

4 Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 32, tweede lid, en 56, eerste lid, derde volzin, van het besluit.

BWB 2014-02-13

1 Subsidie als bedoeld in artikel 43, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 43, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

BWB 2014-02-13

Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt, voor de productie van hernieuwbaar gas

het maximaal aantal vollasturen vastgesteld op het in de derde kolom van onderstaande tabel genoemde aantal uren, en

de basisgasprijs, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van het besluit, vastgesteld op het in de vierde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag.

1

2

3

4

Artikel regeling

Omschrijving categorie

Maximaal aantal vollasturen

Basisgasprijs artikel 29, eerste lid, van het besluit

artikel 37, eerste lid

Biomassavergisting

8000 uren per jaar

€ 0,170 per Nm³

Artikel 39, eerste lid

Afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties

8000 uren per jaar

€ 0,170 per Nm³

artikel 41, eerste lid

Verlengde levensduur bestaande installaties

8000 uren per jaar

€ 0,170 per Nm³

artikel 43, eerste lid

Biomassavergas-sing

7500 uren per jaar

€ 0,170 per Nm³

BWB 2014-02-13

Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt het basisbedrag voor subsidie, bedoeld in artikel 28, eerste lid, van het besluit, in de periode van de datum en het tijdstip genoemd in de derde kolom tot 19 december 2013, 17:00 uur, voor de productie van hernieuwbaar gas, vastgesteld op het in de vierde kolom genoemde bedrag.

1

2

3

4

Artikel regeling

Omschrijving categorie

Periode

Basisbedrag artikel 28, eerste lid, van het besluit

artikel 37, eerste lid, onderdeel a

Allesvergisting

17 juni 2013, 17:00

€ 0,594 per Nm³

artikel 37, eerste lid, onderdeel b

Vergisting en co-vergisting van dierlijke mest

2 september 2013, 17:00

€ 0,740 per Nm³

artikel 37, eerste lid, onderdeel c

Vergisting van meer dan 95% dierlijke mest

30 september 2013, 17:00

€ 0,836 per Nm³

Artikel 39, eerste lid

Afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties

4 april 2013, 9:00

€ 0,312 per Nm³

Artikel 41, eerste lid, onderdeel a

Verlengde levensduur allesvergisting

17 juni 2013, 17:00

€ 0,567 per Nm³

Artikel 41, eerste lid, onderdeel b

Verlengde levensduur vergisting en co-vergisting van dierlijke mest

2 september 2013, 17:00

€ 0,656 per Nm³

BWB 2014-02-13

Aanvragen om subsidie als bedoeld in

artikel 37, eerste lid, onderdelen a en b;

artikel 41, eerste lid, en

artikel 43, eerste lid

worden, in afwijking van artikel 46, ontvangen in de periode van 4 april 2013, 9:00 uur, tot 13 mei 2013, 17:00 uur.

BWB 2014-02-13

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 28 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 47 bedraagt in de periode, genoemd in artikel 47, € 0,4828 per Nm3.

BWB 2014-02-13

Aanvragen om subsidie als bedoeld in

artikel 37, eerste lid, onderdelen a en b;

artikel 41, eerste lid, en

artikel 43, eerste lid

worden, in afwijking van artikel 46, ontvangen in de periode van 13 mei 2013, 17:00 uur, tot 17 juni 2013, 17:00 uur.

BWB 2014-02-13

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 28 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 49 bedraagt in de periode, genoemd in artikel 49, € 0,5517 per Nm3.

BWB 2014-02-13

Aanvragen om subsidie als bedoeld in

artikel 37, eerste lid, onderdeel b;

artikel 41, eerste lid, onderdeel b, en

artikel 43, eerste lid

worden, in afwijking van artikel 46, ontvangen in de periode van 17 juni 2013, 17:00 uur, tot 2 september 2013, 17:00 uur.

BWB 2014-02-13

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 28 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 51 bedraagt in de periode, genoemd in artikel 51, € 0,6207 per Nm3.

BWB 2014-02-13

Aanvragen om subsidie als bedoeld in

artikel 37, eerste lid, onderdeel c, en

artikel 43, eerste lid

worden, in afwijking van artikel 46, ontvangen in de periode van 2 september 2013, 17:00 uur, tot 30 september 2013, 17:00 uur.

BWB 2014-02-13

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 28 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 53 bedraagt in de periode, genoemd in artikel 53, € 0,7586 per Nm3.

BWB 2014-02-13

Aanvragen om subsidie als bedoeld in artikel 43, eerste lid, worden, in afwijking van artikel 46, ontvangen in de periode van 30 september 2013, 17:00 uur, tot 4 november 2013, 17:00 uur.

BWB 2014-02-13

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 28 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 55 bedraagt in de periode, genoemd in artikel 55 € 0,8966 per Nm3.

BWB 2014-02-13

Aanvragen om subsidie als bedoeld in artikel 43, eerste lid, worden, in afwijking van artikel 46, ontvangen in de periode van 4 november 2013, 17:00 uur, tot 19 december 2013, 17:00 uur.

BWB 2014-02-13

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 28 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 57, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 57, € 1,0345 per Nm3.

BWB 2014-02-13

De correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel, worden voor 2013 vastgesteld op

voor wat betreft de energieprijs, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel a, van het besluit het in de derde kolom genoemde bedrag, en

voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel b, van het besluit op het in het vierde kolom genoemde bedrag.

1

2

3

4

Artikel regeling

Omschrijving categorie

Correctiebedrag art. 31, eerste lid, onderdeel a, van het besluit

Correctiebedrag art. 31, eerste lid, onderdeel b, van het besluit

artikel 37, eerste lid

Biomassavergisting

€ 0,259 per Nm3

€ 0 per Nm3

artikel 39, eerste lid

Afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties

€ 0,259 per Nm3

€ 0 per Nm3

artikel 41, eerste lid

Verlengde levensduur bestaande installaties

€ 0,259 per Nm3

€ 0 per Nm3

artikel 43, eerste lid

Biomassavergas-sing

€ 0,259 per Nm3

€ 0 per Nm3

BWB 2014-02-13

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie met een nominaal thermisch vermogen groter dan of gelijk aan 0,5 MW, voor de productie van warmte door middel van verbranding van vaste of vloeibare biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2008, met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 100, 150, 170 tot en met 179 van de NTA 8003: 2008 in een ketel.

2 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat ten minste 95% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is.

3 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie.

4 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.

5 Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 48, tweede lid, en 56, eerste lid, derde volzin, van het besluit.

BWB 2014-02-13

1 Subsidie als bedoeld in artikel 60, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 60, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

BWB 2014-02-13

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door: a. een productie-installatie waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van een of meerdere geothermische bronnen met een diepte van minimaal 500 meter. b. een productie-installatie waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van een of meerdere geothermische bronnen met een diepte van minimaal 2700 meter.

2 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 7.

3 Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 48, tweede lid, en 56, eerste lid, derde volzin, van het besluit.

BWB 2014-02-13

1 Subsidie als bedoeld in artikel 62, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 62, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

BWB 2014-02-13

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uitsluitend door middel van een of meerdere geothermische bronnen met een diepte van minimaal 500 meter, waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 5% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt.

2 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 7.

3 Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 48, tweede en vijfde lid, en 56, eerste lid, derde volzin, van het besluit.

BWB 2014-02-13

1 Subsidie als bedoeld in artikel 64, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 61, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

BWB 2014-02-13

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie voor de productie van hernieuwbare warmte die voor het eerst nuttig wordt gebruikt aan een producent van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte door middel van een productie-installatie die de hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uitsluitend of in hoofdzaak produceert door middel van: a. de verbranding van huishoudelijk afval of vergelijkbaar bedrijfsafval, of b. een andere thermische behandeling van huishoudelijk afval of vergelijkbaar bedrijfsafval dan bedoeld in onderdeel a ingeval de producten daarvan vervolgens worden verbrand.

2 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.

3 Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 3, vierde lid onderdeel d, vijfde lid, 48, tweede lid, en 56, eerste lid, derde volzin, van het besluit.

BWB 2014-02-13

1 Subsidie als bedoeld in artikel 66, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger draagt er zorg voor dat de hernieuwbare warmte opgewekt door de productie-installatie, bedoeld in artikel 66, eerste lid, nuttig wordt gebruikt binnen 18 maanden na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening.

BWB 2014-02-13

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie met een nominaal thermisch vermogen groter dan of gelijk aan 0,5 MW voor de productie van warmte door middel van verbranding van vloeibare biomassa als bedoeld in de nummers 500, 550 t/m 573, 587, 592, 594, 596 en 802 van de NTA 8003: 2008 in een ketel.

2 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie.

3 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.

4 Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 3, vijfde lid, 48, tweede lid, en 56, eerste lid, derde volzin, van het besluit.

BWB 2014-02-13

1 Subsidie als bedoeld in artikel 68, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 68, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

BWB 2014-02-13

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uitsluitend door middel van thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2008, met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 100, 150, 170 tot en met 179 van de NTA 8003: 2008: a. met een nominaal elektrisch vermogen groter dan 10 MW en kleiner dan of gelijk aan 100 MW en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 10% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt, of b. met een nominaal elektrisch vermogen kleiner dan of gelijk aan 10 MW en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 6% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt.

2 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat ten minste 95% van de energetische waarde van jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is.

3 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie.

4 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.

5 Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 48, tweede en vijfde lid, en 56, eerste lid, derde volzin, van het besluit.

BWB 2014-02-13

1 Subsidie als bedoeld in artikel 70, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 70, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

BWB 2014-02-13

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie voor de productie van hernieuwbare warmte die voor het eerst nuttig wordt gebruikt aan een producent van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte die de hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte produceert door middel van: a. een productie-installatie waarmee elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van allesvergisting; b. een productie-installatie waarmee elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting en co-vergisting van dierlijke mest of door middel van vergisting op een landbouwbedrijf van uitsluitend plantaardige stoffen vermeld onder de categorieën A tot en met G1 onder categorie 1 van Bijlage Aa, onderdeel IV van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet, of c. een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte door middel van thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa.

2 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid, onderdeel c, draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie.

3 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.

4 Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, onderdeel a, tweede lid, onderdeel d, derde lid, onderdeel a, en vijfde lid, 48, tweede lid, en 56, eerste lid, derde volzin, van het besluit.

5 Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid, worden, indien subsidie is verstrekt op grond van de regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2008, aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel a, van het besluit.

BWB 2014-02-13

1 Subsidie als bedoeld in artikel 72, eerste lid, wordt voor een periode van 5 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger draagt er zorg voor dat de hernieuwbare warmte, opgewekt door de productie-installatie, bedoeld in artikel 72, eerste lid, nuttig wordt gebruikt binnen 18 maanden na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening.

BWB 2014-02-13

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte uit zonne-energie, waarbij uitsluitend gebruik wordt gemaakt van afgedekte collectoren voorzien van een transparante isolerende laag, met een totale apertuuroppervlakte van 100 m2 of meer.

2 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 5.

3 Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 48, tweede lid, en 56, eerste lid, derde volzin, van het besluit.

BWB 2014-02-13

1 Subsidie als bedoeld in artikel 74, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 74, eerste lid, binnen 3 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

BWB 2014-02-13

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, geproduceerd door een bestaande productie-installatie die op het moment van aanvraag ten minste 8,5 jaar oud is: a. waarmee hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van allesvergisting en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 20% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt; b. waarmee hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting en co-vergisting van dierlijke mest en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 20% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt, of c. voor de productie van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte door middel van thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 6% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt.

2 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid, onderdeel c, draagt er zorg voor dat ten minste 95% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is.

3 Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid, onderdeel c, draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare.

4 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.

5 Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, onderdeel d, tweede lid, onderdeel a, vijfde lid, 48, tweede en vijfde lid en 56 eerste lid, van het besluit.

BWB 2014-02-13

1 Subsidie als bedoeld in artikel 76, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar, die niet eerder ingaat dan nadat de aanvraag om subsidie is gedaan, verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 76, eerste lid, binnen 3 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening opnieuw in gebruik.

BWB 2014-02-13

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte, geproduceerd door een bestaande productie-installatie die op het moment van aanvraag ten minste 8,5 jaar oud is: a. waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van allesvergisting, of b. waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting en co-vergisting van dierlijke mest.

2 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.

3 Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, onderdeel d, tweede lid, onderdeel a, vijfde lid, 48, tweede lid, en 56, eerste lid, van het besluit.

BWB 2014-02-13

1 Subsidie als bedoeld in artikel 78, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar, die niet eerder ingaat dan nadat de aanvraag om subsidie is gedaan, verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 78, eerste lid, binnen 18 maanden na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

BWB 2014-02-13

1 De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door: a. een productie-installatie waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van allesvergisting, waarbij ten minste de vergister nieuw is; b. een productie-installatie waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting en co-vergisting van dierlijke mest, waarbij ten minste de vergister nieuw is; c. een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van allesvergisting, waarbij ten minste de vergister nieuw is en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 20% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt; d. een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting en co-vergisting van dierlijke mest, waarbij ten minste de vergister nieuw is en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 20% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt, of e. een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting van meer dan 95% dierlijke mest, waarbij ten minste de vergister nieuw is en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 20% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt.

2 Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.

3 Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 3, vijfde lid, 32, vijfde lid, 48, tweede en vijfde lid, en 56, eerste lid, van het besluit.

BWB 2014-02-13

1 Subsidie als bedoeld in artikel 80, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

2 De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 80, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

BWB 2014-02-13

Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt, voor de productie van hernieuwbare warmte en de gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte

het maximaal aantal vollasturen vastgesteld op het in de derde kolom van onderstaande tabel genoemde aantal uren, en

de basisenergieprijs, bedoeld in artikel 45, eerste lid, van het besluit, vastgesteld op het in de vierde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag.

1

2

3

4

Artikel regeling

Omschrijving categorie

Maximaal aantal vollasturen

Basisenergieprijs artikel 45, eerste lid, van het besluit

artikel 60, eerste lid

Ketel vaste biomassa warmte

7000 uren per jaar

€ 6,4 per GJ

artikel 62, eerste lid

Geothermie warmte

5500 uren per jaar

€ 3,7 per GJ

artikel 64, eerste lid

Geothermie gecombineerde opwekking

4158 uren per jaar

€ 5,5 per GJ

artikel 66, eerste lid

Uitbreiding bestaande afvalverbranding met warmte

3780 uren per jaar

€ 6,9 per GJ

artikel 68, eerste lid

Ketel vloeibare biomassa warmte

7000 uren per jaar

€ 6,4 per GJ

artikel 70, eerste lid, onderdeel a

Thermische conversie biomassa gecombineerde opwekking >10 MW en ≤ 100 MW

7500 uren per jaar

€ 5,2 per GJ

artikel 70, eerste lid, onderdeel b

Thermische conversie biomassa gecombineerde opwekking ≤ 10 MW

4241 uren per jaar

€ 6,5 per GJ

artikel 72, eerste lid, onderdelen a en c

Bestaande toepassing allesvergisting en thermische conversie van biomassa uitbreiding warmte

7000 uren per jaar

€ 3,7 per GJ

artikel 72, eerste lid, onderdeel b

Bestaande toepassing vergisting en co-vergisting van dierlijke mest uitbreiding warmte

4000 uren per jaar

€ 0,0 per GJ

artikel 74, eerste lid

Zonthermie

700 uren per jaar

€ 11,0 per GJ

artikel 76, eerste lid, onderdeel a

Verlengde levensduur allesvergisting gecombineerde opwekking

5749 uren per jaar

€ 9,5 per GJ

artikel 76, eerste lid, onderdeel b

Verlengde levensduur Vergisting en co-vergisting van dierlijke mest gecombineerde opwekking

5749 uren per jaar

€ 9,5 per GJ

artikel 76, eerste lid, onderdeel c

Verlengde levensduur thermische conversie van biomassa gecombineerde opwekking

4429 uren per jaar

€ 7,1 per GJ

artikel 78, eerste lid

Verlengde levensduur vergisting warmte

7000 uren per jaar

€ 3,7 per GJ

artikel 80, eerste lid, onderdeel a

Allesvergisting warmte

7000 uren per jaar

€ 6,4 per GJ

artikel 80, eerste lid, onderdeel b

Vergisting en co-vergisting van dierlijke mest warmte

7000 uren per jaar

€ 6,4 per GJ

artikel 80, eerste lid, onderdeel c

Allesvergisting gecombineerde opwekking

5739 uren per jaar

€ 9,4 per GJ

artikel 80, eerste lid, onderdeel d

Vergisting en co-vergisting van dierlijke mest gecombineerde opwekking

5732 uren per jaar

€ 9,4 per GJ

artikel 80, eerste lid, onderdeel e

Vergisting van meer dan 95% dierlijke mest gecombineerde opwekking

5741 uren per jaar

€ 9,4 per GJ

BWB 2014-02-13

1 Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt het basisbedrag voor subsidie, bedoeld in artikel 44, eerste lid, van het besluit, in de periode van de datum en het tijdstip genoemd in de derde kolom tot 19 december 2013, 17:00 uur, voor de productie van hernieuwbare warmte en de gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, vastgesteld op het in de vierde kolom genoemde bedrag. 1 2 3 4 Artikel regeling Omschrijving categorie Begin periode Basisbedrag artikel 44 van het besluit artikel 60, eerste lid Ketel vaste biomassa warmte 4 april 2013, 9:00 € 11,5 per GJ artikel 66, eerste lid Uitbreiding bestaande afvalverbranding met warmte 4 april 2013, 9:00 € 11,7 per GJ artikel 68, eerste lid Ketel vloeibare biomassa warmte 13 mei 2013, 17:00 € 21,7 per GJ artikel 70, eerste lid, onderdeel a Thermische conversie biomassa gecombineerde opwekking >10 MW en ≤ 100 MW 13 mei 2013, 17:00 € 21,8 per GJ artikel 70, eerste lid, onderdeel b Thermische conversie biomassa gecombineerde opwekking ≤ 10 MW 4 november 2013, 17:00 € 40,9 per GJ artikel 72, eerste lid, onderdelen a en c Bestaande toepassing allesvergisting en thermische conversie van biomassa uitbreiding warmte 4 april 2013, 09:00 € 6,3 per GJ artikel 72, eerste lid, onderdeel b Bestaande toepassing vergisting en co-vergisting van dierlijke mest uitbreiding warmte 4 april 2013, 09:00 € 8,2 per GJ artikel 74, eerste lid Zonthermie 30 september 2013, 17:00 € 33,3 per GJ artikel 76, eerste lid, onderdeel a Verlengde levensduur allesvergisting gecombineerde opwekking 17 juni 2013, 17:00 € 22,5 per GJ artikel 76, eerste lid, onderdeel b Verlengde levensduur Vergisting en co-vergisting van dierlijke mest gecombineerde opwekking 2 september 2013, 17:00 € 26,4 per GJ artikel 76, eerste lid, onderdeel c Verlengde levensduur thermische conversie van biomassa gecombineerde opwekking 4 april 2013, 09:00 € 18,7 per GJ artikel 78, eerste lid, onderdeel a Verlengde levensduur allesvergisting warmte 4 april 2013, 09:00 € 14,2 per GJ artikel 78, eerste lid, onderdeel b Verlengde levensduur Vergisting en co-vergisting van dierlijke mest warmte 4 april 2013, 09:00 € 17,1 per GJ artikel 80, eerste lid, onderdeel a Allesvergisting warmte 4 april 2013, 9:00 € 14,7 per GJ artikel 80, eerste lid, onderdeel b Vergisting en co-vergisting van dierlijke mest warmte 13 mei 2013, 17:00 € 20,6 per GJ artikel 80, eerste lid, onderdeel c Allesvergisting gecombineerde opwekking 2 september 2013, 17:00 € 26,0 per GJ artikel 80, eerste lid, onderdeel d Vergisting en co-vergisting van dierlijke mest gecombineerde opwekking 30 september 2013, 17:00 € 31,1 per GJ artikel 80, eerste lid, onderdeel e Vergisting van meer dan 95% dierlijke mest gecombineerde opwekking 4 november 2013, 17:00 € 37,1 per GJ

2 Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt het basisbedrag voor subsidie, bedoeld in artikel 44, eerste lid, van het besluit, in de periode van de datum en het tijdstip genoemd in de derde kolom tot 19 december 2013, 17:00 uur, voor de hoeveelheid geproduceerde GJ hernieuwbare warmte en de gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte genoemd in de vierde kolom, vastgesteld op het in de vijfde kolom genoemde bedrag. 1 2 3 4. 5 Artikel regeling Omschrijving categorie Begin periode Hoeveelheid geproduceerde GJ Basisbedrag artikel 44 van het besluit artikel 62, eerste lid, onderdeel a Geothermie warmte ≥ 500 meter diepte 4 april 2013, 9:00 ≤ 245520 GJ per jaar € 11,8 per GJ artikel 62, eerste lid, onderdeel a Geothermie warmte ≥ 500 meter diepte 4 april 2013, 9:00 > 245520 GJ per jaar € 0,0 per GJ artikel 62, eerste lid, onderdeel b Geothermie warmte ≥ 2700 meter diepte 4 april 2013, 9:00 ≤ 356400 GJ per jaar € 12,8 per GJ artikel 62, eerste lid, onderdeel b Geothermie warmte ≥ 2700 meter diepte 4 april 2013, 9:00 > 356400 GJ per jaar € 0,0 per GJ artikel 64, eerste lid Geothermie gecombineerde opwekking 17 juni 2013, 17:00 ≤ 178129 GJ per jaar € 24,0 per GJ artikel 64, eerste lid Geothermie gecombineerde opwekking 17 juni 2013, 17:00 > 178129GJ per jaar € 0,0 per GJ

BWB 2014-02-13

Aanvragen om subsidie als bedoeld in

artikel 64, eerste lid;

artikel 68, eerste lid;

artikel 70, eerste lid;

artikel 74, eerste lid;

artikel 76, eerste lid, onderdelen a en b, en

artikel 80, eerste lid, onderdelen b tot en met d

worden, in afwijking van artikel 83, ontvangen in de periode van 4 april 2013, 9:00 uur, tot 13 mei 2013, 17:00 uur.

BWB 2014-02-13

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 44 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 84 bedraagt in de periode, genoemd in artikel 84: € 19,444 per GJ.

BWB 2014-02-13

Aanvragen om subsidie als bedoeld in

artikel 64, eerste lid;

artikel 70, eerste lid, onderdeel b;

artikel 74, eerste lid;

artikel 76, eerste lid, onderdelen a en b, en

artikel 80, eerste lid, onderdelen c tot en met d

worden, in afwijking van artikel 83, ontvangen in de periode van 13 mei 2013, 17:00 uur, tot 17 juni 2013, 17:00 uur.

BWB 2014-02-13

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 44 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 86 bedraagt in de periode, genoemd in artikel 86: € 22,222 per GJ.

BWB 2014-02-13

Aanvragen om subsidie als bedoeld in

artikel 70, eerste lid, onderdeel b;

artikel 74, eerste lid;

artikel 76, eerste lid, onderdeel b, en

artikel 80, eerste lid, onderdelen c tot en met d

worden, in afwijking van artikel 83, ontvangen in de periode van 17 juni 2013, 17:00 uur, tot 2 september 2013, 17:00 uur.

BWB 2014-02-13

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 44 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 88 bedraagt in de periode, genoemd in artikel 88: € 25,000 per GJ.

BWB 2014-02-13

Aanvragen om subsidie als bedoeld in

artikel 70, eerste lid, onderdeel b;

artikel 74, eerste lid, en

artikel 80, eerste lid, onderdelen d en e

worden, in afwijking van artikel 83, ontvangen in de periode van 2 september 2013, 17:00 uur, tot 30 september 2013, 17:00 uur.

BWB 2014-02-13

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 44 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 90 bedraagt in de periode, genoemd in artikel 90: € 30,556 per GJ.

BWB 2014-02-13

Aanvragen om subsidie als bedoeld in

artikel 70, eerste lid, onderdeel b, en

artikel 80, eerste lid, onderdeel e

worden, in afwijking van artikel 83, ontvangen in de periode van 30 september 2013, 17:00 uur, tot 4 november 2013, 17:00 uur.

BWB 2014-02-13

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 44 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 92 bedraagt in de periode, genoemd in artikel 92: € 36,111 per GJ.

BWB 2014-02-13

De correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel, worden voor 2013 vastgesteld op

voor wat betreft de energieprijs, bedoeld in artikel 47, eerste lid, onderdeel a, van het besluit het in de derde kolom genoemde bedrag, en

voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 47, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit op het in het vierde kolom genoemde bedrag.

1

2

3

4

Artikel regeling

Omschrijving categorie

Correctiebedrag artikel 47, eerste lid, onderdeel a van het besluit

Correctiebedrag artikel 47, eerste lid, onderdelen b en c van het besluit

artikel 60, eerste lid

Ketel vaste biomassa warmte

€ 9,5 per GJ

€ 0 per GJ

artikel 62, eerste lid

Geothermie warmte

€ 5,7 per GJ

€ 0 per GJ

artikel 64, eerste lid

Geothermie gecombineerde opwekking

€ 7,1 per GJ

€ 0 per GJ

artikel 66, eerste lid

Uitbreiding bestaande afvalverbranding met warmte

€ 10,6 per GJ

€ 0 per GJ

artikel 68, eerste lid

Ketel vloeibare biomassa warmte

€ 9,5 per GJ

€ 0 per GJ

artikel 70, eerste lid, onderdeel a

Thermische conversie biomassa gecombineerde opwekking >10 MW en ≤ 100 MW

€ 6,9 per GJ

€ 0 per GJ

artikel 70, eerste lid, onderdeel b

Thermische conversie biomassa gecombineerde opwekking ≤ 10 MW

€ 7,9 per GJ

€ 0 per GJ

artikel 72, eerste lid, onderdelen a en c

Bestaande toepassing allesvergisting en thermische conversie van biomassa uitbreiding warmte

€ 5,7 per GJ

€ 0 per GJ

artikel 72, eerste lid, onderdeel b

Bestaande toepassing vergisting en co-vergisting van dierlijke mest uitbreiding warmte

€ 0 per GJ

€ 0 per GJ

artikel 74, eerste lid

Zonthermie

€ 14,2 per GJ

€ 0 per GJ

artikel 76, eerste lid, onderdelen a en b

Verlengde levensduur allesvergisting en vergisting en co-vergisting van dierlijke mest gecombineerde opwekking

€ 10,3 per GJ

€ 0 per GJ

artikel 76, eerste lid, onderdeel c

Verlengde levensduur thermische conversie van biomassa gecombineerde opwekking

€ 8,4 per GJ

€ 0 per GJ

artikel 78, eerste lid

Verlengde levensduur biomassa warmte

€ 5,7 per GJ

€ 0 per GJ

artikel 80, eerste lid, onderdelen a en b

Biomassavergisting hernieuwbare warmte

€ 9,5 per GJ

€ 0 per GJ

artikel 80, eerste lid, onderdelen c tot en met e

Biomassavergisting hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit

€ 10,3 per GJ

€ 0 per GJ

Need to analyze how this provision applies to your matter?

Cross-reference this statute against case law, commentaries, and related legislative provisions inside Legislator AI.

Open in Legislator →