Regeling woonlandbeginsel in de sociale zekerheid 20122012830627-04-201220-04-2012IVV/OOG/2012/6311201220610-05-201225-04-201201-07-2012Treedt in werking op het tijdstip, waarop de artikelen I, II, III en IV van de Wet woonlandbeginsel in d
Statutory Text (5 Articles)
Het percentage, bedoeld in de artikelen 12, tweede lid, van de Algemene Kinderbijslagwet, 17, derde lid, 18, vierde lid, 29, derde lid, 29a, zesde lid, en 67, negende lid, van de Algemene nabestaandenwet, 2, elfde en twaalfde lid, van de Wet op het kindgebonden budget en 62, tweede lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, voor een woonland anders dan
Nederland,
een van de andere lidstaten van de Europese Unie,
een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en
Zwitserland;
bedraagt het in de bijlage bij deze regeling opgenomen percentage.
1 Indien: a. de ouder aanspraak heeft op kindgebonden budget voor meer dan een kind; en b. voor een of meer van die kinderen voor de toepassing van de Algemene Kinderbijslagwet een ander land dan een van de in artikel 1, onder a tot en met d, bedoelde landen als woonland in aanmerking wordt genomen, wordt voor de vaststelling van de hoogte van het kindgebonden budget het hoogste bedrag aan kindgebonden budget op grond van artikel 2, tweede, vierde en vijfde lid, van de Wet op het kindgebonden budget en de verhoging, bedoeld in artikel 2, zesde lid, van de Wet op het kindgebonden budget gekoppeld aan het kind dat woont in het land met het hoogste percentage, bedoeld in artikel 1, en wordt vervolgens steeds het daarop volgende hoogste bedrag aan kindgebonden budget gekoppeld aan het kind dat woont in het land met het daarop volgende hoogste percentage. Bij een gelijk percentage wordt het hoogste bedrag aan kindgebonden budget gekoppeld aan het kind met de hoogste leeftijd.
2 Voor de toepassing van het eerste lid hebben de landen, bedoeld in artikel 1, onder a tot en met d, een percentage van 100.
Deze regeling berust mede op de artikelen 2, twaalfde lid, van de Wet op het kindgebondenbudget, 18, vierde lid, 29a, zesde lid, en 67, negende lid, van de Algemene nabestaandenwet.
Deze regeling treedt voor wat betreft de artikelen I, II, III en IV van de Wet woonlandbeginsel in de sociale zekerheid in werking op het tijdstip waarop de respectievelijke artikelen of onderdelen daarvan in werking treden.
Treedt in werking op het tijdstip, waarop de artikelen I, II, III en IV van de Wet woonlandbeginsel in de sociale zekerheid in werking treden. Treedt in werking met uitzondering van personen die recht hebben op een uitkering op grond van de Wet op het kindgebonden budget en voor zover het personen betreft die voor 1 juli 2012 respectievelijk recht hebben op kinderbijslag, op een uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet of op een uitkering op grond van artikel 62 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. Treedt in werking voor personen die recht hebben op een uitkering op grond van de Wet op het kindgebonden budget en voor zover het personen betreft die voor 1 juli 2012 respectievelijk recht hebben op kinderbijslag, op een uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet of op een uitkering op grond van artikel 62 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen op 1 januari 2013.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling woonlandbeginsel in de sociale zekerheid 2012.
Treedt in werking op het tijdstip, waarop de artikelen I, II, III en IV van de Wet woonlandbeginsel in de sociale zekerheid in werking treden. Treedt in werking met uitzondering van personen die recht hebben op een uitkering op grond van de Wet op het kindgebonden budget en voor zover het personen betreft die voor 1 juli 2012 respectievelijk recht hebben op kinderbijslag, op een uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet of op een uitkering op grond van artikel 62 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. Treedt in werking voor personen die recht hebben op een uitkering op grond van de Wet op het kindgebonden budget en voor zover het personen betreft die voor 1 juli 2012 respectievelijk recht hebben op kinderbijslag, op een uitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet of op een uitkering op grond van artikel 62 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen op 1 januari 2013.