Legislator Case Law & Legislation
BWBR0030643 NL

Aanwijzingsregeling boeteoplegger SZW-wetgeving 201220112057716-11-201109-11-2011AI/MHC/ABB/2011/1977020112057716-11-201109-11-2011AI/MHC/ABB/2011/1977001-01-2012

6 Articles / Provisions · Netherlands
Open official source Machine-readable Markdown (.md)

Table of Provisions (6)

Statutory Text (6 Articles)

BWB 2023-06-01

Het hoofd van de afdeling Boete, Dwangsom en Inning van de directie Analyse, Programmering en Strategie van de Nederlandse Arbeidsinspectie en de door het hoofd aangewezen, onder hem ressorterende plaatsvervangers, worden aangewezen als de ambtenaar, bedoeld in

artikel 34, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet;

artikel 10:5, eerste lid, van de Arbeidstijdenwet;

artikel 19a, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen;

de artikelen 18c, eerste lid, en 18n, eerste lid, van de Wet minimumloon en minimum-vakantiebijslag;

artikel 18, eerste lid, van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs;

artikel 14, eerste lid, van de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie.

BWB 2023-06-01

Het hoofd van de afdeling Boete, Dwangsom en Inning, en de door het hoofd aangewezen, onder hem ressorterende plaatsvervangers, genoemd in artikel 1, zijn ten behoeve van de door hem opgelegde boeten bevoegd tot het nemen van de besluiten, genoemd in de artikelen 4:94, 4:96, 4:99, 4:112, 4:113 en 5:10 juncto paragraaf 4.4.4.2. van de Algemene wet bestuursrecht.

BWB 2023-06-01

1 Het hoofd van de afdeling Boete, Dwangsom en Inning, en de door het hoofd aangewezen, onder hem ressorterende plaatsvervangers, genoemd in artikel 1, worden aangewezen als de ambtenaren, bedoeld in artikel 4 van de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie, voor zover het betreft de verwerking van gegevens met het oog op de wederzijdse bijstand bij de handhaving, bedoeld in artikel 10 van die wet.

2 Het hoofd van de afdeling Boete, Dwangsom en Inning, en de door het hoofd aangewezen, onder hem ressorterende plaatsvervangers, genoemd in artikel 1, zijn bevoegd voor de wederzijdse bijstand, bedoeld in artikel 10, eerste lid, van de Wet arbeidsvoorwaarden gedetacheerde werknemers in de Europese Unie, voor zover het betreft wederzijdse bijstand, bedoeld in Hoofdstuk VI van de handhavingsrichtlijn, bedoeld in artikel 1 van die wet en verplicht tot het doen van invorderingen en kennisgevingen op grond van het tweede lid van dat artikel.

Need to analyze how this provision applies to your matter?

Cross-reference this statute against case law, commentaries, and related legislative provisions inside Legislator AI.

Open in Legislator →