Regeling aanwijzing internationale en buitenlandse scholen
Table of Provisions (14)
Statutory Text (14 Articles)
In deze regeling wordt verstaan onder
minister: de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
de wet: de Leerplichtwet 1969;
school: een internationale school, een buitenlandse school of een ambassadeschool waaraan voltijds onderwijs wordt geboden aan leerlingen in een of meer van de leeftijdsgroepen variërend van 5 jaar tot 18 jaar;
internationale school: een school die als zodanig passend geaccrediteerd is, ofwel kandidaat is voor accreditatie, door een internationale accreditatieorganisatie die is opgenomen in bijlage 1;
buitenlandse school: een school die wat het aan de school te geven onderwijs betreft onder toezicht staat van de autoriteiten van een ander land;
ambassadeschool: een buitenlandse school waar uitsluitend leerlingen aan het onderwijs deelnemen die niet de Nederlandse nationaliteit bezitten en ouders, voogden of verzorgers hebben die behoren tot het personeel van een ambassade;
aanwijzing: aanwijzing in de zin van artikel 1a, eerste lid, van de wet;
bevoegd gezag: de persoon of het bestuur van de rechtspersoon van wie de school uitgaat;
duurzaam verblijf in Nederland: een verblijf met vaste woonplaats in Nederland van een periode van vijf jaar of langer.
Een aanvraag tot aanwijzing in de zin van artikel 1a, eerste lid, van de wet wordt ingediend door het bevoegd gezag.
1 Een aanvraag tot aanwijzing wordt schriftelijk en in de Nederlandse of Engelse taal ingediend bij DUO, postbus 30205, 2500 GE Den Haag.
2 Met de aanvraag tot aanwijzing wordt het bewijs van toezicht, bedoeld in artikel 4, meegezonden.
De school legt een in de Nederlandse of Engelse taal opgesteld bewijs over van een internationale accreditatieorganisatie die is opgenomen in bijlage 1, of van de autoriteiten van het betreffende land, dat de school onder haar of hun toezicht staat.
1 De minister besluit uiterlijk acht weken na ontvangst van de aanvraag;
2 De minister stelt de leerplichtambtenaar van de gemeente waar de school gevestigd is op de hoogte van het besluit.
1 De minister kan de aanwijzing intrekken indien uit de wijzigingen in het toezicht, bedoeld in artikel 7, blijkt dat de school niet langer onder toezicht staat van een van de in artikel 4 bedoelde instanties.
2 Alvorens een aanwijzing op grond van het eerste lid in te trekken, consulteert de minister de internationale accreditatieorganisatie, dan wel de autoriteiten van het betreffende land, onder het toezicht waarvan de school staat blijkens het eerder overgelegde bewijs, bedoeld in artikel 4.
Een school die is aangewezen als school als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, onder 4, van de wet, informeert de minister zo spoedig mogelijk over wijzigingen in het toezicht dat ten aanzien van de school wordt uitgeoefend.
1 Tot een internationale school en een buitenlandse school kan als leerlingworden toegelaten zowel degene die niet de Nederlandse nationaliteit bezit, als degene die de Nederlandse nationaliteit bezit.
2 Tot een ambassadeschool kan als leerling worden toegelaten degene die niet de Nederlandse nationaliteit bezit en ouders, voogden of verzorgers heeft die behoren tot het personeel van een ambassade.
1 Tot het onderwijs aan leerlingen met de Nederlandse nationaliteit behoort onderwijs in de Nederlandse taal dat voldoet aan de criteria in bijlage 2. De Inspectie van het onderwijs houdt toezicht op de naleving hiervan.
2 Tot het onderwijs aan leerlingen die meer dan één nationaliteit hebben, waaronder de Nederlandse nationaliteit, behoort onderwijs in de Nederlandse taal dat voldoet aan de criteria in bijlage 2. De Inspectie van het onderwijs houdt toezicht op de naleving hiervan.
1 Het bevoegd gezag van de school bepaalt wat de voertaal van het onderwijs is. De Nederlandse taal kan niet de voertaal zijn van een school die wordt of is aangewezen op grond van deze regeling.
2 Indien leerlingen met de Nederlandse nationaliteit die duurzaam in Nederland verblijven tot de school zijn toegelaten, is de voertaal van het onderwijs Engels, Frans of Duits.
1 Indien geconstateerd wordt dat een aangewezen school niet of niet langer voldoet aan de in deze regeling opgenomen verplichtingen met betrekking tot het onderwijs aan leerlingen met de Nederlandse nationaliteit, treedt de Inspectie van het onderwijs in overleg met de school met als doel volledige naleving van de verplichtingen door de school binnen een termijn van maximaal een jaar.
2 Indien het overleg als bedoeld in het eerste lid binnen de overeengekomen termijn met een maximum van een jaar niet leidt tot volledige naleving van de in deze paragraaf opgenomen verplichtingen, besluit de minister dat leerlingen met de Nederlandse nationaliteit niet langer hun leerplicht kunnen vervullen aan de school en stelt ook de leerplichtambtenaar van de gemeente waar de desbetreffende school gevestigd is op de hoogte van de beslissing.
3 Alvorens tot een besluit te komen als bedoeld in het tweede lid, consulteert de minister door tussenkomst van de Minister van Buitenlandse Zaken de autoriteiten van het land dan wel de accreditatieorganisatie onder het toezicht waarvan de school staat blijkens het bewijs als bedoeld in artikel 4.
Een school die voor 1 juli 2011 een aanwijzing aanvraagt in de zin van deze regeling en die voor de datum van inwerkingtreding van deze regeling tenminste een volledig schooljaar operationeel was, dient uiterlijk op 1 augustus 2012 aan de in deze regeling opgenomen bepalingen te voldoen.
Deze regeling treedt in werking op 1 april 2011.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanwijzing internationale en buitenlandse scholen.