Besluit beëdiging Gevolmachtigde Ministers
Table of Provisions (6)
Statutory Text (6 Articles)
Het formulier van de eed (verklaring en belofte) die de Gevolmachtigde Minister van Aruba ingevolge artikel 9 van het Statuut voor het Koninkrijk aflegt alvorens zijn betrekking te aanvaarden, luidt als volgt
«Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot Gevolmachtigde Minister te worden benoemd, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd.
Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.
Ik zweer (beloof) trouw aan de Koning, aan het Statuut voor het Koninkrijk en aan de Staatsregeling van Aruba.
Ik zweer (beloof) dat ik de plichten die mijn ambt mij oplegt, getrouw zal vervullen.
Zo waarlijk helpe mij God Almachtig! (Dat verklaar en beloof ik!)»
Treedt in werking op het tijdstip waarop de artikel I, eerste lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Het formulier van de eed (verklaring en belofte), die de Gevolmachtigde Minister van Curaçao ingevolge artikel 9 van het Statuut voor het Koninkrijk aflegt alvorens zijn betrekking te aanvaarden, luidt als volgt
«Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot Gevolmachtigde Minister te worden benoemd, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd.
Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.
Ik zweer (beloof) trouw aan de Koning, aan het Statuut voor het Koninkrijk en aan de Staatsregeling van Curaçao.
Ik zweer (beloof) dat ik de plichten die mijn ambt mij oplegt, getrouw zal vervullen.
Zo waarlijk helpe mij God Almachtig! (Dat verklaar en beloof ik!)»
Treedt in werking op het tijdstip waarop de artikel I, eerste lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Het formulier van de eed (verklaring en belofte), die de Gevolmachtigde Minister van Sint Maarten ingevolge artikel 9 van het Statuut voor het Koninkrijk aflegt alvorens zijn betrekking te aanvaarden, luidt als volgt
«Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot Gevolmachtigde Minister te worden benoemd, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd.
Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.
Ik zweer (beloof) trouw aan de Koning, aan het Statuut voor het Koninkrijk en aan de Staatsregeling van Sint Maarten.
Ik zweer (beloof) dat ik de plichten die mijn ambt mij oplegt, getrouw zal vervullen.
Zo waarlijk helpe mij God Almachtig! (Dat verklaar en beloof ik!)»
Treedt in werking op het tijdstip waarop de artikel I, eerste lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Het Koninklijk besluit van 10 maart 1955, houdende vaststelling van het eedformulier voor de Gevolmachtigde Minister van de Nederlandse Antillen (Stb. 1955, 91), wordt ingetrokken.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de artikel I, eerste lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Dit besluit treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, eerste lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de artikel I, eerste lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt. Inwerkingtreding voorheen door Stb. 2010/121 gesteld op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit beëdiging Gevolmachtigde Ministers.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de artikel I, eerste lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.