Regeling vaststelling bedrag vrijstelling uit vermogen ingevolge de wetten voor oorlogsgetroffenen per 1 januari 2001200024619-12-200015-12-2000DVVB/MB-U-2138466200024619-12-200015-12-2000DVVB/MB-U-213846601-01-2001
Statutory Text (2 Articles)
De bedragen, genoemd in artikel 19, vijfde lid, onder a, van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945, alsmede in de artikelen 12, tweede lid, onder b, van de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945, 11, tweede lid, onder b, van de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers, 16, tweede lid, onder b, ten tweede, van de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet en bedoeld in artikel 28, vierde lid, onder a, van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945, worden als volgt herzien
het bedrag, genoemd in artikel 19, vijfde lid, onder a, van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945, wordt verhoogd tot f 1.428,-;
het bedrag, genoemd in de artikelen 12, tweede lid, onder b, van de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945, 11, tweede lid, onder b, van de Wet buitengewoon zeelieden-oorlogsslachtoffers en 16, tweede lid, onder b, ten tweede, van de Wet buitengewoon pensioen Indisch verzet, wordt verhoogd tot veertienhonderdachtentwintig gulden;
het vrij te laten bedrag, bedoeld in artikel 28, vierde lid, onder a, van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945, wordt vastgesteld op f 1.428,- per jaar.
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2001.