Legislator Case Law & Legislation
BWBR0025155 NL

Wijzigingswet Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, enz. (flexibilisering, verduidelijking en aanvullingen regeling rechtspositie rechterlijke ambtenaren en rechterlijke ambtenaren in opleiding)

27 Articles / Provisions · Netherlands
Open official source Machine-readable Markdown (.md)

Table of Provisions (27)

Statutory Text (27 Articles)

BWB 2010-07-01

Wijzigt de Algemene wet gelijke behandeling, de Uitvoeringswet grondkamers, de Wet bescherming persoonsgegevens, de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, de Aanpassingswet invoering bachelor-masterstructuur, de Wet personenvervoer 2000 en de Wet tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie 2004.

BWB 2010-07-01

Na de inwerkingtreding van deze wet

berust het Besluit rechtspositie rechterlijke ambtenaren op de artikelen 5, tweede en derde lid, 5d tot en met 5f, 5g, derde lid, 7, derde lid, 9, tweede lid, 19a, 19b, 45, derde lid, 50, vierde lid, 51, derde lid, en 54 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren;

berusten het Besluit bovenwettelijke uitkeringen bij werkloosheid van rechterlijke ambtenaren en het Kostuum- en titulatuurbesluit rechterlijke organisatie op artikel 54 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren;

berust het Besluit opleiding rechterlijke ambtenaren op de artikelen 145, tweede lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie en de artikelen 5, tweede en derde lid, 5d, tweede lid, 5g, vijfde lid, en 54 van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren;

berust het Besluit rechtspositie leden gerechtsbesturen en Raad voor de rechtspraak op de artikelen 16, eerste en zesde lid, 25, tweede lid, en 86, eerste, zesde, zevende en achtste lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie, 3 van de Beroepswet en 4 van de Wet bestuursrechtspraak bedrijfsorganisatie; en

berust het Besluit uitoefening rechtspositionele bevoegdheden gerechtsambtenaren en ambtenaren bureau Raad voor de rechtspraak op de artikelen 25, tweede lid, en 89, derde lid, van de Wet op de rechterlijke organisatie.

BWB 2010-07-01

De artikelen 1:1, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht en 47, derde en vierde lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren, zoals deze luidden voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, blijven van toepassing, indien een schriftelijke beslissing of een handeling van een onafhankelijk bij wet ingesteld met rechtspraak belast orgaan, de voorzitter of een lid van een zodanig orgaan, het bestuur van een zodanig orgaan of de voorzitter van dat bestuur, de Raad voor de rechtspraak, dan wel de procureur-generaal, de plaatsvervangend procureur-generaal of een advocaat-generaal bij de Hoge Raad, waarbij een voor het leven benoemde rechterlijk ambtenaar als zodanig of een nagelaten betrekking of rechtverkrijgende belanghebbende is, voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet is genomen of verricht.

BWB 2010-07-01

1 De benoemingsbesluiten van degenen die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet het ambt vervullen van coördinerend vice-president van, vice-president van, raadsheer in, raadsheer-plaatsvervanger in of gerechtsauditeur bij een gerechtshof onderscheidenlijk coördinerend vice-president van, vice-president van, rechter in, rechter-plaatsvervanger in of gerechtsauditeur bij een rechtbank, worden mede aangemerkt als besluiten tot vaststelling bij welk gerechtshof onderscheidenlijk welke rechtbank zij hun ambt vervullen, bedoeld in artikel 5b, eerste lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren.

2 De benoemingsbesluiten van degenen die op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet bij een tot het openbaar ministerie behorend parket het ambt vervullen van hoofdadvocaat-generaal, plaatsvervangend hoofdadvocaat-generaal, advocaat-generaal, plaatsvervangend advocaat-generaal, hoofdofficier, fungerend hoofdofficier, plaatsvervangend hoofdofficier, officier eerste klasse, officier, substituut-officier, plaatsvervangend officier van justitie, officier enkelvoudige zittingen of plaatsvervangend officier enkelvoudige zittingen, worden mede aangemerkt als besluiten tot vaststelling bij welk parket zij hun ambt vervullen, bedoeld in artikel 5b, tweede lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren.

BWB 2010-07-01

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld, en kan terugwerken tot en met een in dat besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Need to analyze how this provision applies to your matter?

Cross-reference this statute against case law, commentaries, and related legislative provisions inside Legislator AI.

Open in Legislator →