Legislator Case Law & Legislation
BWBR0024291 NL

Algemene douaneregeling 200814530-07-200814-07-2008DV

214 Articles / Provisions · Netherlands
Open official source Machine-readable Markdown (.md)

Table of Provisions (214)

Artikel 1:1 Artikel 1:10 Artikel 1:10a Artikel 1:11 Artikel 1:12 Artikel 1:13 Artikel 1:14 Artikel 1:15 Artikel 1:16 Artikel 1:17 Artikel 1:18 Artikel 1:19 Artikel 1:2 Artikel 1:20 Artikel 1:21 Artikel 1:22 Artikel 1:3 Artikel 1:3a Artikel 1:4 Artikel 1:5 Artikel 1:6 Artikel 1:7 Artikel 1:8 Artikel 1:9 Artikel 2:0 Artikel 2:0a Artikel 2:1 Artikel 2:10 Artikel 2:11 Artikel 2:11a Artikel 2:12 Artikel 2:13 Artikel 2:14 Artikel 2:15 Artikel 2:2 Artikel 2:2a Artikel 2:3 Artikel 2:4 Artikel 2:5 Artikel 2:6 Artikel 2:7 Artikel 2:8 Artikel 2:8a Artikel 2:9 Artikel 3:1 Artikel 3:10 Artikel 3:11 Artikel 3:12 Artikel 3:13 Artikel 3:13a Artikel 3:13b Artikel 3:13c Artikel 3:13d Artikel 3:13e Artikel 3:13f Artikel 3:14 Artikel 3:15 Artikel 3:16 Artikel 3:16a Artikel 3:16b Artikel 3:16c Artikel 3:16d Artikel 3:16e Artikel 3:16f Artikel 3:16g Artikel 3:16h Artikel 3:16i Artikel 3:16j Artikel 3:16k Artikel 3:16l Artikel 3:16m Artikel 3:16n Artikel 3:16o Artikel 3:16p Artikel 3:16q Artikel 3:17 Artikel 3:18 Artikel 3:19 Artikel 3:2 Artikel 3:20 Artikel 3:21 Artikel 3:22 Artikel 3:23 Artikel 3:24 Artikel 3:25 Artikel 3:26 Artikel 3:27 Artikel 3:28 Artikel 3:29 Artikel 3:3 Artikel 3:30 Artikel 3:31 Artikel 3:32 Artikel 3:33 Artikel 3:34 Artikel 3:4 Artikel 3:5 Artikel 3:6 Artikel 3:7 Artikel 3:8 Artikel 3:9 Artikel 4:1 Artikel 4:10 Artikel 4:11 Artikel 4:12 Artikel 4:13 Artikel 4:14 Artikel 4:15 Artikel 4:16 Artikel 4:17 Artikel 4:18 Artikel 4:19 Artikel 4:2 Artikel 4:3 Artikel 4:4 Artikel 4:5 Artikel 4:6 Artikel 4:7 Artikel 4:8 Artikel 4:9 Artikel 5.1 Artikel 5:10 Artikel 5:2 Artikel 5:3 Artikel 5:4 Artikel 5:5 Artikel 5:6 Artikel 5:7 Artikel 5:8 Artikel 5:9 Artikel 6:1 Artikel 6:1a Artikel 6:2 Artikel 6:3 Artikel 6:4 Artikel 6:4a Artikel 6:5 Artikel 7:1 Artikel 7:10 Artikel 7:11 Artikel 7:12 Artikel 7:13 Artikel 7:14 Artikel 7:15 Artikel 7:16 Artikel 7:16a Artikel 7:16aa Artikel 7:16b Artikel 7:16c Artikel 7:16ca Artikel 7:16d Artikel 7:16da Artikel 7:16e Artikel 7:16f Artikel 7:16g Artikel 7:16ga Artikel 7:16h Artikel 7:16i Artikel 7:16j Artikel 7:16k Artikel 7:17 Artikel 7:18 Artikel 7:19 Artikel 7:2 Artikel 7:20 Artikel 7:21 Artikel 7:22 Artikel 7:23 Artikel 7:24 Artikel 7:25 Artikel 7:26 Artikel 7:27 Artikel 7:28 Artikel 7:29 Artikel 7:2a Artikel 7:3 Artikel 7:30 Artikel 7:4 Artikel 7:5 Artikel 7:6 Artikel 7:7 Artikel 7:8 Artikel 7:9 Artikel 8:1 Artikel 8:1a Artikel 8:2 Artikel 8:3 Artikel 8:4 Artikel 8:5 Artikel 8:6 Artikel 8:7 Artikel 9:1 Artikel 10:1 Artikel 10:2 Artikel 10:3 Artikel 10:4 Artikel 10:5 Artikel 11:1 Artikel 11:2 Artikel 11:3 Artikel 11:4 Artikel 11:5 Artikel 11:6 Artikel 11:7 Artikel 11:8 Artikel 11:9 Artikel 12:1 Artikel 12:2 Artikel 12:3 Artikel 12a:1 Artikel 12a:2 Artikel 12a:3 Artikel 13:1 Artikel 13:2

Statutory Text (214 Articles)

BWB 2026-07-01

Deze regeling geeft uitvoering aan de artikelen 1:3, eerste lid, onderdeel c, 1:6, derde lid, 1:19, tweede lid, 1:28, zesde lid, 1:35, 1:37, derde lid, 2:1, 3:2, derde lid, aanhef en onderdelen a en b, 3:5, tweede lid, 6:1, eerste lid, 6:2, 6:3, 7:1, aanhef en onder b, 7:6, vierde lid, 7:9, aanhef en onder a tot en met c, 9:5, 10:11, 11:13, eerste lid, en 11:14, eerste lid van de Algemene douanewet, de artikelen 1:5, vijfde lid, 2:1, eerste lid, 2:2, eerste en tweede lid, 3:2, derde lid, en 3:3, aanhef en onder c, van het Algemeen douanebesluit, de artikelen 2, eerste lid, onderdeel i, en artikel 5, tweede lid, van de Invorderingswet 1990, artikel 21 van de Wet op de omzetbelasting 1968, de artikelen 63, eerste lid, en 69 van de Wet op de accijns en aan de artikelen 27, eerste lid, en 31 van de Wet op de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken.

BWB 2026-07-01

1 De directeur-generaal Douane, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003, is de bevoegde douaneadministratie, bedoeld in artikel 10 van de Overeenkomst opgesteld op grond van artikel K3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie inzake het gebruik van informatica op douanegebied (Trb. 1995, 287).

2 De in het eerste lid bedoelde douaneadministratie is gehouden uitvoering te geven aan onherroepelijke beslissingen van een rechtbank of een andere bevoegde autoriteit met betrekking tot kennisneming, verwijdering of verbetering van persoonsgegevens, als bedoeld in artikel 15, vierde lid, onder I, II en III, van de in het eerste lid genoemde overeenkomst.

BWB 2026-07-01

Artikel 27 van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003 is van overeenkomstige toepassing op de aanwijzingen in deze afdeling.

BWB 2026-07-01

1 Een douaneaangifte, een aangifte tot tijdelijke opslag, een summiere aangifte bij binnenbrengen, een summiere aangifte bij uitgaan, een aangifte tot wederuitvoer of een kennisgeving van wederuitvoer wordt gesteld in de Nederlandse of de Engelse taal.

2 De inspecteur stelt de technische specificaties vast van de aangiften en de kennisgeving, genoemd in het eerste lid.

BWB 2026-07-01

Het tarief van de kosten die op grond van artikel 1:19, eerste lid, van de wet, door de belanghebbende aan het Rijk verschuldigd zijn, is

indien het ambtelijke verrichtingen betreft: € 24 per half uur;

het bedrag, dat door derden aan de inspecteur in rekening is gebracht.

Treedt in werking op het tijdstip waarop de Algemene douanewet in werking treedt.

BWB 2026-07-01

In deze afdeling wordt verstaan onder

certificaat van oorsprong: bewijsstuk inzake de niet-preferentiële oorsprong van goederen;

certificaat inzake goederenverkeer: certificaat EUR.1 of EUR-MED ten bewijze van de preferentiële oorsprong van goederen;

handelsregister: handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007;

Kamer: Kamer van Koophandel, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de Kamer van Koophandel;

leveranciersverklaring: verklaring als bedoeld in artikel 61, eerste lid, van de Uitvoeringsverordening Douanewetboek van de Unie;

oorsprongsverklaring: verklaring inzake de preferentiële oorsprong van goederen, in gevallen dat de toepasselijke autonome preferentiële regeling of een handels- of associatieovereenkomst daarin voorziet;

commissie: adviescommissie voor de oorsprong;

NAK: Stichting Nederlandse Algemene Keuringsdienst voor zaaizaad en pootgoed van landbouwgewassen;

Naktuinbouw: Stichting Nederlandse Algemene Kwaliteitsdienst Tuinbouw.

BWB 2026-07-01

1 Een aanvraag tot afgifte van een certificaat van oorsprong wordt ingediend bij de Kamer.

2 De aanvraag bevat gegevens en bewijsstukken op basis waarvan de oorsprong van de in de aanvraag vermelde goederen kan worden vastgesteld.

3 De Kamer beslist op de aanvraag, bedoeld in het eerste lid. Wanneer de aanvraag wordt ingewilligd, wordt het certificaat van oorsprong door de Kamer bekrachtigd.

4 Het is verboden onjuiste of onvolledige gegevens te verstrekken: a. bij de aanvraag, bedoeld in het eerste lid; of b. aan een ander ten behoeve van een aanvraag, bedoeld in het eerste lid.

BWB 2026-07-01

1 Indien de aanvraag, bedoeld in artikel 1:14, eerste lid, betrekking heeft op teeltmateriaal als bedoeld in artikel 1, aanhef, onderdeel f, van de Zaaizaad- en plantgoedwet 2005, wordt bij de aanvraag als bewijsstuk als bedoeld in artikel 1:14, tweede lid, overlegd: a. een officiële verklaring van de NAK, voor wat betreft teeltmateriaal van landbouwgewassen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, aanhef, onderdeel p, van het Besluit verhandeling teeltmateriaal; b. een officiële verklaring van de Naktuinbouw, voor wat betreft teeltmateriaal van bosbouwgewassen en tuinbouwgewassen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, aanhef, respectievelijk onderdelen n en o, van het Besluit verhandeling teeltmateriaal, of c. enig ander bewijsstuk dat kan dienen om de oorsprong van de in de aanvraag vermelde producten vast te stellen, dat door de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur voor het desbetreffende teeltmateriaal is afgegeven.

2 Een bewijsstuk als bedoeld in artikel 1:14, tweede lid, is voor een aanvraag als bedoeld in artikel 1:14, eerste lid, die betrekking heeft op groente en fruit als bedoeld in deel IX, van bijlage I, bij Verordening 1308/2013 het gewaarmerkt afschrift van het controlebewijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel b, van het Landbouwkwaliteitsbesluit 2007.

3 Indien de producten, vermeld in de aanvraag, tegelijkertijd kunnen worden aangemerkt als teeltmateriaal als bedoeld in het eerste lid, en als groente en fruit als bedoeld in het tweede lid, wordt het eerste of het tweede lid toegepast afhankelijk van de bestemming die aan die producten wordt gegeven.

BWB 2026-07-01

1 Een aanvraag tot afgifte van een certificaat inzake goederenverkeer wordt ingediend bij de Kamer.

2 De aanvraag bevat gegevens en bewijsstukken op basis waarvan de oorsprong van de in de aanvraag vermelde goederen kan worden vastgesteld.

3 De Kamer voorziet de aanvraag van haar bevindingen en maakt deze bekend aan de inspecteur.

4 Het is verboden onjuiste of onvolledige gegevens te verstrekken: a. bij de aanvraag, bedoeld in het eerste lid; of b. aan een ander ten behoeve van de aanvraag, bedoeld in het eerste lid.

BWB 2026-07-01

1 De commissie adviseert de Ministerie van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp en van Financiën, en de Kamer over preferentiële en niet-preferentiële oorsprongsvraagstukken.

2 De commissie stelt haar eigen werkwijze en samenstelling schriftelijk vast.

3 De Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp wijst de voorzitter van de commissie aan.

BWB 2026-07-01

De instellingen van apparatuur waarmee door kleding van personen wordt gekeken, zijn zodanig, dat de persoon, die aan lijfsvisitatie wordt onderworpen, niet herkenbaar is op de beelden die door de apparatuur worden gegenereerd.

Treedt in werking op het tijdstip waarop de Algemene douanewet in werking treedt.

BWB 2026-07-01

Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder

wet: Algemene douanewet;

besluit: Algemeen douanebesluit;

binnenkomend schip: schip waarvoor de in artikel 139 van het Douanewetboek van de Unie bedoelde formaliteiten moeten worden vervuld;

binnenkomend luchtvaartuig: luchtvaartuig waarvoor de in artikel 139 van het Douanewetboek van de Unie bedoelde formaliteiten moeten worden vervuld;

Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit: Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur;

vervallen;

Verordening 1186/2009: Verordening (EG) nr. 1186/2009 van de Raad van 16 november 2009 betreffende de instelling van een communautaire regeling inzake douanevrijstellingen (PbEU 2009, L 324);

Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1237: Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1237 van de Commissie van 18 mei 2016 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de uitvoeringsbepalingen voor het stelsel van invoer- en uitvoercertificaten en tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de voorschriften inzake de vrijgave en de verbeurdverklaring van voor dergelijke certificaten gestelde zekerheden, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 2535/2001, (EG) nr. 1342/2003, (EG) nr. 2336/2003, (EG) nr. 951/2006, (EG) nr. 341/2007 en (EG) nr. 382/2008 van de Commissie en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2390/98, (EG) nr. 1345/2005, (EG) nr. 376/2008 en (EG) nr. 507/2008 van de Commissie (PbEU 2016, L 206);

vervallen;

Gedelegeerde Verordening overgangsregels Douanewetboek van de Unie: Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/341 van de Commissie van 17 december 2015 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad met overgangsregels voor enkele bepalingen van het douanewetboek van de Unie voor de gevallen waarin de relevante elektronische systemen nog niet operationeel zijn, en tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 (PbEU 2016, L 69);

vervallen;

bier: bier als bedoeld in artikel 6 van de Wet op de accijns;

minerale oliën: minerale oliën als bedoeld in de artikelen 25 en 26 van de Wet op de accijns;

tabaksproducten: tabaksproducten als bedoeld in artikel 29 van de Wet op de accijns;

sigaretten: sigaretten als bedoeld in artikel 31 van de Wet op de accijns;

sigaren: sigaren als bedoeld in artikel 30 van de Wet op de accijns;

cigarillo’s: sigaren met een maximumgewicht van 3 gram per stuk;

rooktabak: rooktabak als bedoeld in artikel 32 van de Wet op de accijns;

kanselarijbenodigdheden: officiële emblemen en documenten alsmede kantoormeubilair en kantoorbenodigdheden bestemd voor een kanselarij;

vervallen;

Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1239: Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1239 van de Commissie van 18 mei 2016 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het stelsel van invoer- en uitvoercertificaten (Pb 2016, L 206);

Verordening 1308/2013: Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (PbEU 2013, L 347);

kentekenregister: het kentekenregister, genoemd in artikel 1, eerste lid, onderdeel i, van de Wegenverkeerswet 1994;

motorrijtuig: een motorrijtuig als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van de Wegenverkeerswet 1994;

personenvoertuig: een personenauto als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet op de belasting van personenauto’s en motorrijwielen 1992, alsmede een motorrijwiel als bedoeld in artikel 4 van die wet en de op laatstgenoemd artikel berustende bepalingen;

IMO/FAL 1, 3 of 4: formulier als bedoeld in aanhangsel 1 van de bijlage bij het op 9 april 1965 te Londen tot stand gekomen Verdrag inzake het vergemakkelijken van het internationale verkeer ter zee, met Bijlage (Trb. 1966, 162), waarbij het nummer verwijst naar het specifieke formulier;

Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760: Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760 van de Commissie van 17 december 2019 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de voorschriften voor het beheer van tariefcontingenten voor invoer en uitvoer waarvoor een certificaat verplicht is, en tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het stellen van zekerheden bij het beheer van tariefcontingenten (Pb EU, 2020, L 185);

Uitvoeringsverordening (EU) 2020/761: Uitvoeringsverordening (EU) 2020/761 van de Commissie van 17 december 2019 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen voor de Verordeningen (EU) nr. 1306/2013, (EU) nr. 1308/2013 en (EU) nr. 510/2014 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft het systeem voor het beheer van tariefcontingenten met certificaten (Pb EU, 2020, L 185);

Verordening (EU) 2021/2115: Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 tot vaststelling van voorschriften inzake steun voor de strategische plannen die de lidstaten in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid opstellen (strategische GLB-plannen) en die uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) worden gefinancierd, en tot intrekking van Verordeningen (EU) nr. 1305/2013 en (EU) nr. 1307/2013 (PbEU 2021, L 435).

BWB 2026-07-01

1 Ingeval de gegevens voor de vaststelling van de douanewaarde zijn uitgedrukt in een munteenheid waarvoor de Europese Centrale Bank geen referentiekoersen publiceert, wordt voor de vaststelling van de douanewaarde gebruik gemaakt van de wisselkoers van die munteenheid ten opzichte van de euro zoals die wordt gepubliceerd op de voorlaatste woensdag van de maand in de Financial Times Guide to World Currencies.

2 De wisselkoers, bedoeld in het eerste lid, geldt gedurende de kalendermaand die volgt op de in het eerste lid bedoelde publicatie in de Financial Times Guide to World Currencies.

3 Indien geen publicatie plaatsvindt op het tijdstip, bedoeld in het eerste lid, wordt de voor de betrokken munteenheid laatst in de Financial Times Guide to World Currencies gepubliceerde wisselkoers van die munteenheid ten opzichte van de euro geacht de op de voorlaatste woensdag van de maand gepubliceerde wisselkoers te zijn.

BWB 2026-07-01

1 De aangifte van gegevens inzake de douanewaarde, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Gedelegeerde Verordening overgangsregels Douanewetboek van de Unie, kan achterwege blijven indien de douanewaarde van de ingevoerde goederen wordt vastgesteld op een andere wijze dan met toepassing van artikel 70 van het Douanewetboek van de Unie.

2 Ingeval de in het eerste lid bedoelde aangifte achterwege blijft, verstrekt de aangever afzonderlijk de gegevens met behulp waarvan de aangegeven douanewaarde is berekend. Deze gegevens omvatten ten minste: – de methode van de vaststelling van de douanewaarde, aan te duiden door vermelding van het desbetreffende artikel van het Douanewetboek van de Unie; – een verwijzing naar een door de douane genomen beslissing voor zover de douanewaarde overeenkomstig een dergelijke beslissing is aangegeven; en – een gedetailleerde opgave van de wijze van berekening.

3 Het tweede lid is niet van toepassing indien de aangegeven douanewaarde rechtstreeks uit de factuur is afgeleid.

BWB 2026-07-01

Douanekantoren zijn gevestigd in de plaatsen genoemd in bijlage I.

Treedt in werking op het tijdstip waarop de Algemene douanewet in werking treedt.

BWB 2026-07-01

Berichten waarvoor het berichtenverkeer uitsluitend langs elektronische weg dan wel uitsluitend langs andere dan elektronische weg plaatsvindt als bedoeld in artikel 1:6, derde lid, van de wet zijn opgenomen in bijlage Ia.

BWB 2026-07-01

1 De directeur-generaal Douane, de algemeen directeuren en de directeur, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003, zijn inspecteur en ontvanger als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, onderdeel c, van de wet.

2 De directeur-generaal Douane is inspecteur en ontvanger als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, onderdeel c, van de wet, voor zover het de belastingaangelegenheden betreft die verband houden met het Koninklijk Huis.

BWB 2026-07-01

1 De directeur-generaal Douane, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003 en de algemeen directeuren en de directeur, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Uitvoeringsregeling Belastingdienst 2003, zijn ambtenaar als bedoeld in artikel 11:7 van de wet.

2 Als functionarissen als bedoeld in artikel 10:15 van de wet worden aangewezen de ambtenaren van de Belastingdienst (contactambtenaren) die door de in het eerste lid aangewezen ambtenaren zijn aangewezen om namens hen de bevoegdheid, bedoeld in artikel 11:7 van de wet, uit te oefenen.

3 De directeur-generaal Douane, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de Uitvoeringsregeling belastingdienst 2003, is op grond van artikel 1:28, zesde lid, van de wet bevoegd tot het geven van toestemming voor het vorderen van gehele ontkleding dan wel het onderzoek van het onderlichaam van degene die aan lijfsvisitatie wordt onderworpen.

BWB 2026-07-01

De verplichtingen die ingevolge artikel 1:32 van de wet bestaan jegens de inspecteur en de ontvanger, gelden mede jegens de algemeen directeur van de FIOD alsmede jegens de door deze algemeen directeur aangewezen ambtenaren van de Belastingdienst.

BWB 2026-07-01

1 De algemeen directeur Rijksdienst voor Ondernemend Nederland van het Ministerie van Economische Zaken is inspecteur als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, onderdeel c, van de wet.

2 De aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, geldt alleen voor de toepassing van artikel 48 van het Douanewetboek van de Unie.

3 De algemeen directeur, bedoeld in het eerste lid, kan bij het uitoefenen van de hem bij dat lid opgedragen taken alleen de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 1:23, 1:24, 1:25, 1:27, 1:31 tot en met 1:34 van de wet, toepassen.

BWB 2026-07-01

1 De inspecteur-generaal van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit is inspecteur als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, onderdeel c, van de wet.

2 De aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, geldt alleen voor de bij of krachtens in het derde lid bedoelde wettelijke voorschriften vastgestelde taken. Hierbij kunnen de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 1:23, 1:24, 1:25, 1:27, 1:31 tot en met 1:34 van de wet, worden toegepast.

3 De in het tweede lid bedoelde wettelijke voorschriften zijn de in de bijlage bij de artikelen 1:1 en 1:3 van de wet, onder A, bedoelde voorschriften voor zover het voorschriften aangaande onderwerpen betreft die vallen onder de reikwijdte van de volgende wettelijke voorschriften en deze wettelijke voorschriften zelf, voor zover deze betrekking hebben op goederen en goederenverkeer: – Wet op de gewasbeschermingsmiddelen en biociden; – Landbouwwet; – Warenwet; – Wet grensoverschrijdend vervoer van aan bederf onderhevige levensmiddelen; – hoofdstuk 3 van het besluit.

BWB 2026-07-01

De algemeen directeur Rijksdienst voor Ondernemend Nederland van het Ministerie van Economische Zaken is ontvanger in de zin van artikel 1:3, eerste lid, onderdeel c, van de wet en artikel 2, eerste lid, onderdeel i, van de Invorderingswet 1990, voor zover het betreft waarborgsommen als bedoeld in hoofdstuk 3 van het besluit.

BWB 2026-07-01

Van binnenkomende schepen en binnenkomende luchtvaartuigen wordt, minimaal 2 uur voor de verwachte aankomsttijd in de haven, onderscheidenlijk op de internationale luchthaven ressorterend onder het douanekantoor waar ze zullen worden aangebracht, het desbetreffende douanekantoor elektronisch kennis gegeven van de verwachte aankomsttijd.

Wijziging is herplaatst.

BWB 2026-07-01

1 Binnenkomende schepen en de daarmee vervoerde goederen worden langs in bijlage II opgenomen vaarwaters overgebracht naar een haven ressorterende onder een in bijlage III opgenomen douanekantoor alwaar zij worden aangebracht.

2 Binnenkomende luchtvaartuigen en de daarmee vervoerde goederen worden zonder tussenlanding overgebracht naar een internationale luchthaven ressorterende onder een in bijlage IV opgenomen douanekantoor alwaar zij worden aangebracht.

3 In afwijking in zoverre van het eerste lid kan voor binnenkomende schepen een tijdelijke ligplaats worden gekozen op de plaatsen, genoemd in bijlage V. Op deze plaatsen vinden geen andere activiteiten plaats dan: a. het innemen van scheepsvoorraden ten behoeve van de bemanning van het schip; b. het innemen van brandstoffen of smeermiddelen bestemd voor de aandrijving of smering van het schip; of c. het aan of van boord nemen van goederen voor reparatie of vervanging van onderdelen van het schip, mits deze reparatie of vervanging noodzakelijk is om het schip zijn reis voort te kunnen laten zetten alsmede de daadwerkelijke reparatie of vervanging van die onderdelen.

4 Van de aankomst en van het vertrek van een schip op de plaatsen, genoemd in bijlage V, voor het verrichten van een activiteit, genoemd in het derde lid, wordt mededeling gedaan aan de inspecteur.

BWB 2026-07-01

1 De formulieren enig document worden ingevuld overeenkomstig het bepaalde in de Toelichting enig document, zoals opgenomen in bijlage VI.

2 De bij de invulling van de formulieren enig document te gebruiken codes zijn de codes opgenomen in het codeboek Douane en beschikbaar via internetadres www.douane.nl.

BWB 2026-07-01

1 Wanneer artikel 2, tweede lid, van de Gedelegeerde Verordening Douanewetboek van de Unie van toepassing is, gelden naast de gemeenschappelijke gegevensvereisten de nationale gegevensvereisten, genoemd in bijlage VIa.

2 De bij de invulling van de gemeenschappelijke en aanvullende nationale gegevensvereisten te gebruiken codes zijn de codes opgenomen in het codeboek Douane en beschikbaar via internetadres www.douane.nl, onderdeel ‘Douane voor bedrijven’.

BWB 2026-07-01

1 In de gevallen waarin op grond van wettelijke bepalingen in een aangifte de goederencode van de desbetreffende goederen moet worden vermeld, is dat de code die voor die goederen is vastgesteld in het gebruikstarief.

2 Het in het eerste lid bedoelde gebruikstarief is de lijst van goederenomschrijvingen met bijbehorende codes en aanduiding van de voor de desbetreffende goederen van toepassing zijnde maatregelen bij in- of uitvoer, zoals die geldt ingevolge verordeningen van de Raad van de Europese Unie of de Europese Commissie.

3 Het in het eerste lid bedoelde gebruikstarief is beschikbaar via internetadres Home | Gebruikstarief (douane.nl).

BWB 2026-07-01

Indien door de inspecteur een vergunning wordt afgegeven voor het gebruik van de bijzondere regeling douane-entrepots wordt in de vergunning bepaald dat, afhankelijk van de aard van de goederen die onder de bijzondere regeling douane-entrepots worden geplaatst, de vergunninghouder en het Centraal Bureau voor de Statistiek overeenstemming bereiken over de afzonderlijke aanlevering van gegevens ten behoeve van de entrepotstatistiek.

BWB 2026-07-01

1 Monsterneming vindt in tweevoud plaats, tenzij de wijze en/of aard van het onderzoek ertoe noopt meerdere monsters te nemen, en de monsters worden ter plaatse verpakt en verzegeld.

2 Indien mogelijk wordt op verzoek van belanghebbende een extra monster genomen, dat ter plaatse wordt verpakt en verzegeld en in het bezit van belanghebbende blijft.

BWB 2026-07-01

1 De speling, bedoeld in artikel 1:35 van de wet, is, indien het een verschil betreft tussen de waarde of de hoeveelheid zoals in de aangifte is aangegeven, en de waarde of de hoeveelheid van hetgeen aanwezig is: een percent van de waarde of de hoeveelheid van hetgeen aanwezig is.

2 De speling, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing: a. indien het bevonden verschil niet is ontstaan ten gevolge van dwaling, onwillekeurig verzuim of natuurlijke verliezen; b. indien het bevonden verschil van invloed is op de berekening van de douaneschuld; c. op aantallen colli of losse voorwerpen.

BWB 2026-07-01

1 Van de in een schip aanwezige scheepsvoorraden wordt bij binnenkomst en uiterlijk 2 uur na het daadwerkelijke tijdstip van aankomst langs elektronische weg een scheepsvoorradenaangifte (IMO/FAL 3) ingediend bij de inspecteur.

2 De gezagvoerder moet desgevraagd onverwijld een overzicht van de in het schip aanwezige persoonlijke bezittingen van de bemanningsleden (IMO/FAL 4) ter beschikking stellen van de inspecteur.

BWB 2026-07-01

De artikelen 2:0, 2:1, 2:2a en 2:5 zijn niet van toepassing op schepen en luchtvaartuigen indien

de laatste haven, onderscheidenlijk luchthaven, van vertrek voor aankomst in Nederland is gelegen in het douanegebied van de Unie;

geen goederen aan boord zijn waarvoor bij het in het vrije verkeer brengen rechten bij invoer of andere belastingen zijn verschuldigd of waarvoor ingevolge een wettelijk voorschrift de vervulling van bepaalde formaliteiten is vereist;

op de aan boord aanwezige goederen bij het binnenbrengen in het douanegebied van de Unie geen verboden of beperkingen van toepassing zijn of zouden zijn als bedoeld in artikel 1:1, vijfde lid, van de wet; en

het schip of luchtvaartuig in de Unie thuishoort.

Wijziging is herplaatst.

BWB 2026-07-01

1 Degene die aan de kust goederen heeft opgevist of gered, dan wel aldaar aangespoelde of gestrande goederen heeft geborgen, geeft daarvan onverwijld kennis aan de inspecteur. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt onder kust mede verstaan de wateren, stranden en oevers welke op grond van artikel 21 van de Wet op de strandvonderij worden beschouwd te behoren tot de zee en het zeestrand.

2 De goederen worden zonder toestemming van de inspecteur niet verder landinwaarts gebracht dan tot de eerste plaats waar zij tegen beschadiging door het zeewater zijn beveiligd.

3 Na de kennisgeving worden de goederen aangemerkt als binnengebrachte goederen in de zin van artikel 134, eerste lid, van het Douanewetboek van de Unie.

BWB 2026-07-01

1 De aangifte tot tijdelijke opslag bevat de in bijlage 9, aanhangsel A, onderdeel 2, van de Gedelegeerde Verordening overgangsregels Douanewetboek van de Unie genoemde vereiste gegevens.

2 Indien de aangifte tot tijdelijke opslag betrekking heeft op een of meerdere goederen, genoemd in bijlage V, deel B, van Richtlijn 2000/29/EG van de Raad van 8 mei 2000 betreffende de beschermende maatregelen tegen het binnenbrengen en de verspreiding in de Gemeenschap van voor planten en voor plantaardige producten schadelijke organismen (PbEG 2000, L 169), wordt dit, gelijktijdig met het indienen van de aangifte tot tijdelijke opslag en door de indiener van die aangifte, expliciet medegedeeld aan de douane.

BWB 2026-07-01

In voorkomend geval kan de inspecteur, rekening houdend met de aard van de goederen, in het geval van de toepassing van een douaneregeling of wederuitvoer, andere plaatsen dan douanekantoren aanmerken als plaatsen waar goederen kunnen worden aangebracht.

BWB 2026-07-01

Het is verboden te handelen in strijd met de artikelen 5, eerste en derde lid, 6, eerste, tweede en vierde lid, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1237 en de artikelen 6, zevende lid, 9, eerste en derde lid, 12, vierde lid, 13, eerste en zesde lid, 14, vijfde lid, onderdeel a, en zesde lid, en 15 eerste, vierde en zesde lid, onderdeel c, van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1239.

Artikel IX van Stcrt. 2016/71813 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.

BWB 2026-07-01

1 De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur geeft de invoercertificaten, bedoeld in artikel 3:1, onder d, van het besluit, of uittreksels daarvan voor ruwe hennep van post 53 02 10 00 van de gecombineerde nomenclatuur slechts af indien deze voldoet aan de voorwaarden van artikel 4, vierde lid, tweede alinea, van Verordening (EU) 2021/2115.

2 De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur geeft de invoercertificaten, bedoeld in artikel 3:1, onder d, van het besluit, of uittreksels daarvan voor zaaizaad bestemd voor de inzaai van henneprassen van post ex 1207 99 20 van de gecombineerde nomenclatuur slechts af indien deze vergezeld gaat van het bewijs dat het gehalte aan tetrahydrocannabinol niet hoger is dan het gehalte, bedoeld in artikel 4, achtste lid, van Verordening (EU) 2021/2115.

BWB 2026-07-01

1 Een aanvraag tot erkenning van een importeur van niet voor inzaai bestemd hennepzaad als bedoeld in artikel 9, derde lid, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1237 wordt ingediend bij de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur.

2 De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur erkent een importeur als deze een redelijke activiteit gedurende 12 maanden voorafgaand aan de aanvraag tot erkenning kan aantonen in de handel in granen, zaden of peulvruchten.

3 In afwijking van het tweede lid kan de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur ook een importeur erkennen: a. die aan de hand van bewijsstukken, waaronder een bedrijfsplan, kan aantonen dat de in het tweede lid genoemde activiteiten op korte termijn zullen worden gestart, of b. die is aan te merken als een in Nederland gevestigde organisatie die kan aantonen hennepzaad te gebruiken voor wetenschappelijk onderzoek en in dat kader in aanmerking wil komen voor een erkenning als importeur.

4 De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt ingediend met behulp van een door de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur ter beschikking gesteld middel.

BWB 2026-07-01

Een erkende importeur

voert een voorraadboekhouding waaruit de aangevoerde partijen, de be- of verwerkte partijen en de afgeleverde partijen blijken;

overhandigt binnen 3 maanden na de termijn van 12 maanden, bedoeld in artikel 9, vierde lid, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1237, verklaringen waaruit blijkt dat de ingevoerde partijen waarvoor een certificaat als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1237 is afgegeven, voldoen aan de voorwaarden, bedoeld in artikel 189, eerste en tweede lid, van Verordening (EU) 1308/2013 en artikel 9, vierde lid, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1237, en

overhandigt de in onderdeel a bedoelde voorraadboekhouding en overige bewijsstukken op verzoek aan de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur.

BWB 2026-07-01

Overeenkomstig artikel 9, vierde lid, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1237 kan de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur op verzoek van de erkende importeur overgaan tot verlenging van de in artikel 3:13b, onderdeel b, genoemde termijn van 12 maanden met één of twee periodes van 6 maanden.

BWB 2026-07-01

Indien niet wordt voldaan aan een of meer voorwaarden, genoemd in artikel 3:13b stelt de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, in geval het een in een andere lidstaat gevestigde importeur betreft, de bevoegde autoriteit van die lidstaat hiervan in kennis.

BWB 2026-07-01

1 Het certificaat, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1237 wordt door de importeur aangevraagd bij de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur.

2 Het certificaat is geldig tot en met het einde van de zesde maand na de maand van afgifte.

3 Het certificaat moet door de erkende importeur bij invoer aan de douane worden overhandigt ter afschrijving en moet door de erkende importeur worden teruggezonden aan de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur binnen twee maanden na afloop van de maand waarin de geldigheidsduur van het certificaat is verstreken.

4 Indien de ingevoerde hoeveelheid ten hoogste 5% hoger is dan de op het certificaat genoemde hoeveelheid wordt zij beschouwd als op grond van dat certificaat te zijn ingevoerd.

BWB 2026-07-01

Een erkende importeur treft zodanige maatregelen dat ook zijn afnemers voldoen aan het bepaalde in artikel 9 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1237 en de artikelen 3:13a tot en met 3:13e.

Artikel IX van Stcrt. 2016/71813 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.

BWB 2026-07-01

1 Van het verbod op het invoeren van landbouwproducten, bedoeld in artikel 3:2 van het besluit, wordt vrijstelling verleend voor pootaardappelen van post 0701 1000 van de gecombineerde nomenclatuur.

2 Van het verbod op het uitvoeren van landbouwproducten, bedoeld in artikel 3:2 van het besluit, wordt vrijstelling verleend voor pootaardappelen van post 0701 1000 van de gecombineerde nomenclatuur.

3 Aan de vrijstelling, bedoeld in het tweede lid, is de voorwaarde verbonden dat de betrokken partij is voorzien van een etiket en een bewijsstuk als bedoeld in artikel 13 van Richtlijn 2002/56/EG van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het in de handel brengen van pootaardappelen (PbEG 2002, L 193).

4 Het etiket en het bewijsstuk, bedoeld in het derde lid, worden afgegeven door de Stichting Nederlandse Algemene Keuringsdienst voor zaaizaad en pootgoed van landbouwgewassen.

BWB 2026-07-01

De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur is

de met afgifte van certificaten belaste autoriteit, bedoeld in de artikelen 4, tweede lid, 6, derde, vierde en vijfde lid, 7, tweede, derde en vierde lid, 10, tweede lid, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1237 en de artikelen 2, zesde lid, 3, eerste en tweede lid, 4, eerste lid, 6, eerste, derde, vierde en zevende lid, 7, tweede lid, 9, tweede lid, 10, eerste en tweede lid, 11, 12, eerste en tweede lid, 13, tweede tot en met zesde lid, 14, vijfde, zesde en zevende lid, 15, eerste, vierde, vijfde en zesde lid, 16, tweede en derde lid, van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1239;

de autoriteit, bedoeld in de artikelen 8, onderdelen c en g, en 9, vierde lid, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1237 en de artikelen 2, tweede, derde en vierde lid, 13, zevende lid, 16, eerste en tweede lid, 17, 20, eerste tot en met vierde lid, en 21, eerste lid, van Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1239;

de bevoegde autoriteit, bedoeld in de artikelen 4, tweede lid, 6, derde, vierde en vijfde lid, 7, tweede, derde en vierde lid, 8, onderdelen c en g, 9, vierde lid, 10, tweede lid, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2016/1237;

de met de afgifte van certificaten belaste autoriteit, bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, 7, zevende lid, 8, derde en vijfde lid, 9, derde lid, 10, derde en vijfde lid, 12, vierde tot en met zesde lid, 13, 14 en 15, eerste lid, en de bevoegde autoriteit, bedoeld in de artikelen 10, zesde lid, en 16, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/760;

de met de afgifte van certificaten belaste autoriteit, bedoeld in de artikelen 6, vijfde lid, 8, tweede lid, 9, 10, zesde lid, 24, 44, 59, tweede lid, 62, tweede en vierde lid, 63, tweede en deerde lid, en 72, en de bevoegde autoriteit, bedoeld in de artikelen 44, 50, 59, tweede lid, 62, derde en vijfde lid, 64, derde lid, en 70, tweede lid, van Uitvoeringsverordening (EU) 2020/761.

BWB 2026-07-01

Vervallen

Artikel IX van Stcrt. 2016/71813 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.

BWB 2026-07-01

Vervallen

Artikel IX van Stcrt. 2016/71813 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.

BWB 2026-07-01

Vervallen

Artikel IX van Stcrt. 2016/71813 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.

BWB 2026-07-01

Vervallen

Artikel IX van Stcrt. 2016/71813 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.

BWB 2026-07-01

Vervallen

Artikel IX van Stcrt. 2016/71813 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.

BWB 2026-07-01

De certificaten, bedoeld in artikel 3:2, tweede lid, van het besluit, zijn in het Nederlands gesteld.

Treedt in werking op het tijdstip waarop de Algemene douanewet in werking treedt.

BWB 2026-07-01

Het document, bedoeld in artikel 37, eerste lid, onderdeel a, subonderdeel ii, van Verordening (EU) 2016/1012 van het Europees parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende de zoötechnische en genealogische voorwaarden voor het fokken van, de handel in en de binnenkomst in de Unie van raszuivere fokdieren, hybride fokvarkens en levende producten daarvan en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 652/2014, de Richtlijnen 89/608/EEG en 90/425/EEG van de Raad en tot intrekking van bepaalde handelingen op het gebied van dierfokkerij (‘Fokkerijverordening’) (PbEU 2016, L 171), dat een zending raszuivere fokdieren vergezelt bij het in het vrije verkeer brengen, wordt opgemaakt volgens het in bijlage VIII opgenomen model.

BWB 2026-07-01

Aan accijns onderworpen Uniegoederen kunnen slechts in de ruimten van een douane-entrepot worden opgeslagen voor zover de Wet op de accijns in deze opslag voorziet en onder de bij of krachtens de Wet op de accijns gestelde voorwaarden en beperkingen.

BWB 2026-07-01

1 De bijzondere regeling tijdelijke invoer wordt toegestaan voor vervoermiddelen die hier te lande worden ingeschreven en te naam gesteld in het kentekenregister en waarvoor een kenteken wordt opgegeven bevattende de letters CD, CDJ dan wel de letters BN of GN in combinatie met twee cijfergroepen van elk twee cijfers.

2 De in het eerste lid bedoelde vervoermiddelen kunnen onder de regeling worden geplaatst zonder schriftelijke aanvraag of vergunning.

BWB 2026-07-01

1 Met inachtneming van artikel 216, eerste lid, onderdeel a, onderscheidenlijk onderdeel b, van de Gedelegeerde Verordening Douanewetboek van de Unie, wordt toegestaan dat vervoermiddelen welke worden betrokken uit een douane-entrepot of een ruimte voor tijdelijke opslag onder de regeling tijdelijke invoer worden geplaatst.

2 Voor vervoermiddelen die in overeenstemming met het eerste lid onder de regeling zijn geplaatst, wordt een kenteken opgegeven bevattende de letters BN of GN in combinatie met twee cijfergroepen van elk twee cijfers.

3 In de gevallen, bedoeld in artikel 216, eerste lid, onderdeel a, van de Gedelegeerde Verordening Douanewetboek van de Unie, heeft de tenaamstelling in het kentekenregister een geldigheidsduur van ten hoogste zes maanden.

4 In de gevallen, bedoeld in artikel 216, eerste lid, onderdeel b, van de Gedelegeerde Verordening Douanewetboek van de Unie, heeft de tenaamstelling in het kentekenregister een geldigheidsduur van ten hoogste drie maanden.

BWB 2026-07-01

1 Met betrekking tot de in aanmerking te nemen wisselkoers, bedoeld in artikel 3:2, derde lid, onderdeel a, van de wet, is artikel 1:20 van overeenkomstige toepassing.

2 De in aanmerking te nemen waarde van verhandelbare instrumenten aan toonder, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, onder ii, van de Verordening liquide middelen, is de waarde die het desbetreffende instrument heeft op de meest gerede financiële markt waarop het verhandeld wordt of bij het ontbreken daarvan, de intrinsieke waarde.

3 De in aanmerking te nemen waarde van de goederen, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, onder iii, van de Verordening liquide middelen, of van de waardevolle goederen, bedoeld in artikel 3:4 van de wet, is de douanewaarde, vastgesteld overeenkomstig het gestelde bij of krachtens de bepalingen van titel II, hoofdstuk 3, van het Douanewetboek van de Unie.

4 De kennisgeving, bedoeld in artikel 3:5, eerste lid, van de wet, wordt stellig en zonder voorbehoud schriftelijk gedaan voorzien van dagtekening en ondertekening.

BWB 2026-07-01

1 Het is verboden te handelen in strijd met artikel 2 van Verordening (EU) nr. 2016/793 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 ter voorkoming van verlegging van het handelsverkeer in bepaalde belangrijke geneesmiddelen naar de Europese Unie (PbEU 2016, L 135).

2 De bevoegde autoriteit, bedoeld in de artikelen 9 en 10 van de verordening, genoemd in het eerste lid, is de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp.

BWB 2026-07-01

1 Het in het vrije verkeer brengen van textielproducten van oorsprong uit de Democratische Volksrepubliek Korea, genoemd in bijlage III bij Verordening (EU) 2015/936 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juni 2015 betreffende een gemeenschappelijke regeling voor de invoer van textielproducten uit bepaalde derde landen, die niet vallen onder bilaterale overeenkomsten, protocollen of andere regelingen, noch onder een andere, bijzondere invoerregeling van de Unie (Pb EU 2015, L 160), zonder vergunning van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp is verboden.

2 Het eerste lid geldt niet indien bij het in het vrije verkeer brengen een geldige invoervergunning wordt overgelegd, afgegeven door een daartoe bevoegde autoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie.

BWB 2026-07-01

Vervallen

Artikel XXI van Stcrt. 2009/20549 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.

BWB 2026-07-01

Het is verboden te handelen in strijd met de artikelen 3, 4, 5,11, 13, 16, eerste lid, of 18 van Verordening (EU) 2019/125 van het Europees Parlement en de Raad van 16 januari 2019 met betrekking tot de handel in bepaalde goederen die gebruikt zouden kunnen worden voor de doodstraf, foltering of andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing (PbEU 2019, L30).

BWB 2026-07-01

1 Als douanekantoor van uitgang voor goederen die over zee het douanegebied van de Unie verlaten, worden aangewezen de douanekantoren, opgenomen in bijlage III.

2 Als douanekantoor van uitgang voor goederen die door de lucht het douanegebied van de Unie verlaten, worden aangewezen de douanekantoren, opgenomen in bijlage IV.

BWB 2026-07-01

1 Het aanbrengen bij het douanekantoor van uitgang, bedoeld in artikel 331, eerste lid, van de Uitvoeringsverordening Douanewetboek van de Unie, geschiedt op elektronische wijze met een aankomstmelding waarin de gegevenselementen, genoemd in bijlage IXa, titel I, zijn opgenomen.

2 De inspecteur kan toestaan dat wordt afgeweken van het bepaalde in het eerste lid.

BWB 2026-07-01

1 Van een schip of een luchtvaartuig dat het douanegebied van de Unie over zee, onderscheidenlijk door de lucht, zal verlaten, wordt voor vertrek op elektronische wijze een aangifte ten uitklaring gedaan door het inzenden van de generale verklaring (IMO/FAL 1), onderscheidenlijk door het inzenden van de generale verklaring luchtvaart, bedoeld in bijlage 9 bij het op 7 december 1944 te Chicago tot stand gekomen Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart (Stb. 1947, 165), waarin de gegevenselementen, genoemd in bijlage IXa, titel III, zijn opgenomen

2 Van alle goederen geladen in een Nederlandse haven of luchthaven aan boord van het schip of luchtvaartuig, bedoeld in het eerste lid, wordt uiterlijk op de werkdag volgend op de dag van vertrek uit de haven, onderscheidenlijk de luchthaven, een aangifte ten uitklaring gedaan bij het douanekantoor van uitgang door het op elektronische wijze inzenden van het douanemanifest bij uitgang waarin de gegevenselementen, genoemd in bijlage IXa, titel II, zijn opgenomen.

BWB 2026-07-01

1 Als vaarwaters waarlangs schepen en de daarin of daarop aanwezige goederen het douanegebied van de Unie rechtstreeks verlaten, worden aangewezen de vaarwaters, opgenomen in bijlage II.

2 In afwijking van het eerste lid wordt toegestaan dat goederen die over zee het douanegebied van de Unie zullen verlaten, worden overgeladen in een schip dat het douanegebied van de Unie zal verlaten.

3 De toestemming, bedoeld in het tweede lid, wordt slechts verleend voor het overladen van: a. scheepsvoorraden ten behoeve van de bemanning van het schip; b. brandstoffen of smeermiddelen bestemd voor de aandrijving of smering van het schip; c. goederen welke nodig zijn voor reparatie of vervanging van onderdelen van het schip, mits deze reparatie of vervanging noodzakelijk is om het schip zijn reis te kunnen laten voortzetten.

4 Voor het overladen, bedoeld in het tweede lid, is een vergunning van de inspecteur vereist.

BWB 2026-07-01

Schepen en luchtvaartuigen hoeven niet te worden aangebracht bij een douanekantoor van uitgang indien

de eerste haven of luchthaven van bestemming is gelegen binnen het douanegebied van de Unie;

geen goederen aan boord zijn waarvoor bij de uitvoer, wederuitvoer, dan wel met het oog op de verkrijging van kwijtschelding of terugbetaling van rechten bij invoer of andere belastingen aan het douanekantoor van uitgang formaliteiten moeten worden vervuld;

op de aan boord aanwezige goederen geen verboden of beperkingen als bedoeld in artikel 1:1, vijfde lid, van de wet bij het verlaten van het douanegebied van de Unie van toepassing zijn of zouden zijn; en

het schip of luchtvaartuig in de Unie thuishoort.

Wijziging is herplaatst.

BWB 2026-07-01

Een schip dan wel een luchtvaartuig dat het douanegebied van de Unie zal verlaten, vertrekt van de haven onderscheidenlijk de internationale luchthaven, bedoeld in het eerste, onderscheidenlijk tweede lid, van artikel 2:1, niet zonder toestemming van de inspecteur.

BWB 2026-07-01

In afwijking van het forfaitair douanerecht dat wordt toegepast op grond van bijlage I, Eerste Deel, Titel II, punt D.1 bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PbEG 1987, L 256) (de gecombineerde nomenclatuur) worden zonder heffing van rechten bij invoer toegelaten goederen, die in kleine zendingen of door reizigers als bagage worden vervoerd, van oorsprong uit

Andorra, voor zover de goederen vallen onder de hoofdstukken 1 tot en met 24 van de gecombineerde nomenclatuur;

De ACS-staten die vallen onder Verordening (EU) 2016/1076 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 tot toepassing van de regelingen voor goederen van oorsprong uit bepaalde staten behorende tot de groep van staten in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (ACS), die zijn opgenomen in overeenkomsten tot instelling van, of leidende tot instelling van, een economische partnerschapsovereenkomst (PbEU 2016, L 185);

Albanië, Algerije, Gebieden onder Palestijnse autoriteit, de begunstigde landen in het kader van het Algemeen Preferentieel Systeem (APS), Bosnië-Herzegovina, Ceuta, Chili, de Europese Economische Ruimte, Egypte, Faeröer, Israël, Jordanië, Kosovo, Kroatië, de Landen en Gebieden Overzee, Libanon, de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, Marokko, Melilla, Mexico, Moldavië, Montenegro, Peru, Servië, Syrië, Tunesië, Zuid-Afrika, Zuid-Korea of Zwitserland;

Turkije, voor zover de goederen vallen onder Protocol nr. 1 bij het Besluit van de Commissie over de sluiting van een overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en Turkije betreffende de handel in producten waarop het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal van toepassing is van 29 februari 1996 (PbEG 1996, L 227) en Protocol nr. 3 bij het Besluit 1/98 van de Associatieraad EG-Turkije betreffende de handelsregeling voor landbouwproducten van 25 februari 1998 (PbEG 1998, L 86).

BWB 2026-07-01

1 Het verzoek tot het verlenen van een vrijstelling, bedoeld in artikel 7:8 en artikel 7:9, wordt gedaan door het overleggen van de aangifte voor het brengen in het vrije verkeer. Deze aangifte wordt gedaan bij de inspecteur door het overleggen van een door het hoofd van de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging ondertekende aangifte Douane 39.

2 De vrijstelling wordt slechts verleend indien alle douane-exemplaren van eerder gedane aangiften ten behoeve van eenzelfde belanghebbende, voorzien van een door hem en het hoofd van de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging voor gezien getekende ontvangstbevestiging, binnen drie dagen na het verstrijken van de geldigheidsduur van de volgens het eerste lid gedane aangifte door de inspecteur zijn terugontvangen.

3 Voor een motorrijtuig waarvoor vrijstelling van rechten bij invoer is verleend, wordt in het kentekenregister de aantekening opgenomen ‘vrijstelling van rechten bij invoer en/of omzetbelasting en/of belasting van personenauto’s en motorrijwielen; vervalt bij vervreemding; vrijstelling niet overdraagbaar’. De motorrijtuigen mogen zonder een dergelijke aantekening niet worden gebruikt.

4 Het is verboden om de overeenkomstig de artikelen 7:8 en 7:9 met vrijstelling in het vrije verkeer gebrachte goederen: – uit te lenen, te verpanden, te verhuren, onder bezwarende titel of om niet over te dragen, zonder dat daartoe toestemming is verkregen van de inspecteur die de vrijstelling heeft verleend; en – te gebruiken op een wijze of voor doeleinden waarvoor de vrijstelling niet geldt.

BWB 2026-07-01

1 Vrijstelling van rechten bij invoer wordt verleend voor het brengen in het vrije verkeer van goederen die bestemd zijn voor officieel gebruik – bouwen en herstellen daaronder begrepen – van een diplomatieke of beroepsconsulaire vertegenwoordiging in Nederland, genoemd op de lijst, genoemd in artikel 7:8, eerste lid.

2 Het bepaalde in artikel 7:10 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het hoofd van de diplomatieke of beroepsconsulaire vertegenwoordiging in de door hem ondertekende schriftelijke verklaring op de aangifte Douane 39 bevestigt dat de goederen voor het officiële gebruik van de vertegenwoordiging bestemd zijn.

BWB 2026-07-01

1 Vrijstelling van rechten bij invoer wordt verleend voor het brengen in het vrije verkeer van kanselarijbenodigdheden die bestemd zijn voor het officiële gebruik van een honorair consulaire vertegenwoordiging in Nederland, genoemd op de lijst, genoemd in artikel 7:8, eerste lid.

2 Het bepaalde in artikel 7:10 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het hoofd van de honorair consulaire vertegenwoordiging in de door hem ondertekende schriftelijke verklaring op de aangifte Douane 39 bevestigt dat de goederen voor het officiële gebruik van de vertegenwoordiging bestemd zijn.

BWB 2026-07-01

1 Vrijstelling van rechten bij invoer wordt verleend voor het brengen in het vrije verkeer van goederen die bestemd zijn voor het verrichten van de officiële werkzaamheden door een internationale organisatie in Nederland, genoemd in bijlage XVIII.

2 Het bepaalde in artikel 7:10 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het hoofd van de internationale organisatie in de door hem ondertekende schriftelijke verklaring op de aangifte Douane 39 bevestigt dat de goederen voor het officiële gebruik van de internationale organisatie bestemd zijn.

BWB 2026-07-01

1 Vrijstelling van rechten bij invoer wordt verleend voor het brengen in het vrije verkeer van goederen die bestemd zijn voor het persoonlijk gebruik – gebruik door inwonende gezinsleden daaronder begrepen – van functionarissen in dienst van een internationale organisatie, genoemd in bijlage XIX, indien met die organisaties is overeengekomen dat aan die functionarissen het recht op deze vrijstelling wordt verleend.

2 De vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing indien de desbetreffende functionaris Nederlander is of duurzaam in Nederland verblijft.

3 De vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, is, voor zover het personenvoertuigen betreft, beperkt tot maximaal twee personenvoertuigen per functionaris, tenzij met de internationale organisatie is overeengekomen dat deze vrijstelling beperkt is tot één personenvoertuig per functionaris.

4 Vrijstelling van rechten bij invoer wordt verleend voor het brengen in het vrije verkeer van goederen die bestemd zijn voor het persoonlijk gebruik – gebruik door inwonende gezinsleden daaronder begrepen – van administratief, technisch en bedienend personeel in dienst van een internationale organisatie genoemd in bijlage XIX, indien met die organisatie is overeengekomen dat aan dat personeel het recht op deze vrijstelling wordt verleend.

5 De vrijstelling, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien het personeelslid Nederlander is, duurzaam in Nederland verblijft, dan wel als er op het moment van het in het vrije verkeer brengen sinds de aanvang van de tewerkstelling in Nederland meer dan 10 jaren zijn verstreken.

6 De vrijstelling, bedoeld in het vierde lid, is, voor zover het personenvoertuigen betreft, beperkt tot maximaal één personenvoertuig per persoon, tenzij met de organisatie is overeengekomen dat geen vrijstelling voor een personenvoertuig wordt verleend.

7 Artikel 7:10, eerste, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het hoofd van de internationale organisatie in een door hem ondertekende schriftelijke verklaring op de aangifte Douane 39 verklaart dat de functionaris onderscheidenlijk de persoon die gebruik wenst te maken van de in het eerste of vierde lid bedoelde vrijstelling in dienst is bij die internationale organisatie, geen Nederlander is, niet duurzaam in Nederland verblijft, dan wel dat er op het moment van het in het vrije verkeer brengen sinds de aanvang van de tewerkstelling in Nederland minder dan 10 jaren zijn verstreken. Voorts vermeldt de verklaring de normale verblijfplaats van de functionaris onderscheidenlijk de persoon op het moment van aanwerving en de datum van tewerkstelling in Nederland.

8 Het is verboden om de met vrijstelling in het vrije verkeer gebrachte goederen: – uit te lenen, te verpanden, te verhuren, onder bezwarende titel of om niet over te dragen, zonder dat daartoe toestemming is verkregen van de inspecteur die de vrijstelling heeft verleend; en – te gebruiken op een wijze of voor doeleinden waarvoor de vrijstelling niet geldt.

BWB 2026-07-01

1 Vrijstelling van rechten bij invoer wordt verleend voor het in het vrije verkeer brengen van gronduitrusting door buiten de Benelux gevestigde luchtvaartondernemingen om op een douaneluchtvaartterrein te worden gebruikt voor de inrichting of exploitatie van een internationale luchtdienst door die onderneming.

2 Voor het brengen in het vrije verkeer met vrijstelling van rechten bij invoer is een vergunning van de inspecteur vereist.

3 Indien de luchtvaartonderneming tegelijkertijd goederen van twee of meer soorten in het vrije verkeer brengt, mag worden volstaan met één aangifte voor het brengen in het vrije verkeer, mits de aangifte is aangevuld met een lijst waarop de gegevens van de goederen zijn vermeld.

BWB 2026-07-01

1 Vrijstelling van rechten bij invoer wordt verleend voor het brengen in het vrije verkeer van: a. scheepsvoorraden aan boord van binnenkomende schepen, geen woonschepen zijnde; b. provisie aanwezig in luchtvaartuigen in internationaal verkeer; c. brandstoffen en smeermiddelen aanwezig in binnenkomende schepen en luchtvaartuigen en bestemd voor de aandrijving of smering daarvan.

2 De vrijstelling voor de goederen, bedoeld in het eerste lid, wordt slechts verleend voor de hoeveelheden, welke redelijkerwijs noodzakelijk worden geacht voor het verbruik of gebruik aan boord.

3 Het is verboden de goederen uit de vervoermiddelen te verwijderen.

BWB 2026-07-01

Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder

NAVO-Statusverdrag: het op 19 juni 1951 te Londen tot stand gekomen Verdrag tussen de Staten die partij zijn bij het Noord-Atlantisch Verdrag, nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten (Trb. 1951, 114);

Hoofdkwartierenprotocol: het op 28 augustus 1952 te Parijs tot stand gekomen Protocol bij het op 19 juni 1951 te Londen gesloten Verdrag tussen de Staten die partij zijn bij het Noord-Atlantische Verdrag – nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten – nopens de rechtspositie van internationale militaire hoofdkwartieren, ingesteld uit hoofde van het Noord-Atlantisch Verdrag (Trb. 1953, 11);

buitenlandse NAVO-strijdkrachten

in Nederland gelegerde buitenlandse land-, zee- of luchtstrijdkrachten van de Staten die partij zijn bij het op 4 april 1949 te Washington tot stand gekomen Noord-Atlantisch Verdrag (Stb. 1949, J 355), het NAVO-Statusverdrag of het Hoofdkwartierenprotocol;

het Geallieerd Hoofdkwartier, bedoeld in artikel 1, aanhef en onderdeel c, van het Hoofdkwartierenprotocol, of bedoeld in artikel I, aanhef en onderdeel 3, van de op 25 mei 1964 te Parijs tot stand gekomen Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Algemeen Hoofdkwartier van de Geallieerde Mogendheden in Europa ondertekende Overeenkomst inzake de bijzondere voorwaarden die toepasselijk zijn op de vestiging en het functioneren van internationale militaire hoofdkwartieren binnen het Europese grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden (Trb. 1964, 131);

andere buitenlandse NAVO-onderdelen, voor zover het NAVO-Statusverdrag of het Hoofdkwartierenprotocol daarop van toepassing is;

personeel van buitenlandse NAVO-strijdkrachten

een lid van de krijgsmacht als bedoeld in artikel I, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van het NAVO-Statusverdrag of als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van het Hoofdkwartierenprotocol;

een lid van de civiele dienst als bedoeld in artikel I, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van het NAVO-Statusverdrag of als bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van het Hoofdkwartierenprotocol;

gezinslid

een inwonende persoon als bedoeld in artikel I, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van het NAVO-Statusverdrag of als bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van het Hoofdkwartierenprotocol;

een niet-inwonend kind als bedoeld in artikel I, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van het NAVO-Statusverdrag of als bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van het Hoofdkwartierenprotocol dat afhankelijk is van een lid van een krijgsmacht of van een civiele dienst voor zijn onderhoud, voor zover dat kind zich op Nederlands grondgebied bevindt;

een niet-inwonende partner als bedoeld in artikel I, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van het NAVO-Statusverdrag of als bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van het Hoofdkwartierenprotocol, voor zover die partner zich op Nederlands grondgebied bevindt;

een persoon voor wie een NAVO-strijdkracht (Delegatieleider) verklaart dat deze de status heeft van ‘afgeleide NAVO-statusgerechtigde ’of ‘afgeleide Paris Protocol-gerechtigde’;

een partner als bedoeld in artikel 5a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;

commandant: de bevoegde autoriteit van een buitenlandse NAVO-strijdkracht.

BWB 2026-07-01

Deze afdeling is van overeenkomstige toepassing op buitenlandse strijdkrachten, het personeel daarvan en hun gezinsleden die behoren tot een staat die deelneemt aan het op 19 juni 1995 te Brussel tot stand gekomen Verdrag tussen de Staten Partij bij het Noord-Atlantisch Verdrag en de overige aan het Partnerschap voor de Vrede deelnemende Staten nopens de rechtspositie van hun krijgsmachten en Aanvullend protocol (Trb. 1996, 74) en het op 19 december te Brussel tot stand gekomen Nader Aanvullend Protocol (Trb. 1998, 188), maar geen partij is van het NAVO-Statusverdrag.

BWB 2026-07-01

De artikelen 7:16e tot en met 7:16h zijn niet van toepassing op

militair personeel dat de Nederlandse nationaliteit heeft en behoort tot het personeel van de buitenlandse NAVO-strijdkrachten, maar in dienst is van de Nederlandse strijdkrachten alsmede op de gezinsleden van dat personeel;

leden van de civiele dienst die de Nederlandse nationaliteit hebben en behoren tot het personeel van buitenlandse NAVO-strijdkrachten alsmede op de gezinsleden van die leden.

Inwerkingtreding voorheen door Stcrt. 2017/47567 gesteld op 1 oktober 2017.

BWB 2026-07-01

Een op grond van deze afdeling te verlenen vrijstelling van rechten bij invoer wordt

voorwaardelijk verleend;

voor goederen verleend voor redelijke hoeveelheden.

Inwerkingtreding voorheen door Stcrt. 2017/47567 gesteld op 1 oktober 2017.

BWB 2026-07-01

De commandant verleent desgevraagd met alle hem ten dienste staande middelen aan de inspecteur de benodigde medewerking

om te verzekeren dat goederen die in aanmerking komen voor inbeslagneming of beslaglegging aan de inspecteur respectievelijk de ontvanger worden overgedragen;

opdat de door het personeel van de betreffende buitenlandse NAVO-strijdkrachten en de gezinsleden daarvan verschuldigde rechten bij invoer, alsmede andere belastingen, rente, kosten van ambtelijke werkzaamheden, bestuurlijke boeten en strafbeschikkingen als bedoeld in artikel 2 van de Invorderingswet 1990 worden betaald.

BWB 2026-07-01

Vrijstelling van rechten bij invoer wordt verleend voor het brengen in het vrije verkeer van uitrusting, proviand, materiaal en andere goederen door of ten behoeve van buitenlandse NAVO-strijdkrachten, die bestemd zijn

voor uitsluitend gebruik door die strijdkrachten, het personeel van die strijdkrachten of de gezinsleden van dat personeel; of

te worden verkocht of om niet te worden overgedragen in militaire winkels, kantines, restaurants, clubs of messes voor persoonlijk gebruik aan personeel van die strijdkrachten of aan de gezinsleden van dat personeel.

Inwerkingtreding voorheen door Stcrt. 2017/47567 gesteld op 1 oktober 2017.

BWB 2026-07-01

Voor toepassing van de vrijstelling van rechten bij invoer, bedoeld in artikel 7:16d, ter zake van goederen die in het vrije verkeer zijn gebracht ten behoeve van de AFNORTH International School, is ook sprake van uitsluitend gebruik door de strijdkrachten, in de zin van artikel 7:16d, indien de school een verwaarloosbaar aantal kinderen toelaat dat niet tot het gezin behoort van personeel van buitenlandse NAVO-strijdkrachten.

BWB 2026-07-01

Vrijstelling van rechten bij invoer wordt verleend voor de tijdelijke invoer van nieuwe en gebruikte persoonlijke goederen, niet zijnde motorrijtuigen, caravans en aanhangwagens, door personeel van buitenlandse NAVO-strijdkrachten bij eerste aankomst in Nederland om aldaar dienst te gaan doen of bij eerste aankomst van een gezinslid, dat zich bij hem komt voegen, voor de duur van de dienstuitoefening van dat personeel. De persoonlijke goederen dienen voor de vestiging in Nederland reeds deel uitgemaakt te hebben van de inboedel van de betrokkene.

Inwerkingtreding voorheen door Stcrt. 2017/47567 gesteld op 1 oktober 2017.

BWB 2026-07-01

1 Vrijstelling van rechten bij invoer wordt verleend voor de tijdelijke invoer van motorrijtuigen, caravans en aanhangwagens door personeel van buitenlandse NAVO-strijdkrachten of zijn gezinsleden voor persoonlijk gebruik.

2 Aan personeel van buitenlandse NAVO-strijdkrachten dat zijn motorrijtuigen, caravans en aanhangwagens tijdelijk wenst in te voeren met vrijstelling van rechten bij invoer, wordt door de inspecteur aan de belanghebbende een ‘verklaring vrijstelling van belastingen’ voor het desbetreffend motorrijtuig, de caravan of de aanhangwagen afgegeven. De inspecteur kan zekerheidstelling eisen bij de afgifte van bedoelde verklaring.

3 Een ‘verklaring vrijstelling van belastingen’ als bedoeld in het tweede lid heeft een geldigheidsduur van één jaar. Deze verklaring kan op verzoek door de inspecteur telkens met één jaar worden verlengd.

4 In de verklaring, bedoeld in het tweede lid, wordt het personeel van buitenlandse NAVO-strijdkrachten minimaal omschreven met de volgende gegevens: a. naam en voornamen; b. militair- of burgeradres.

5 De gegevens, bedoeld in het vierde lid, worden gecontroleerd aan de hand van ten minste: a. een persoonlijk identiteitsbewijs, afgegeven door de commandant, dat is voorzien van naam, datum en plaats van geboorte, nationaliteit, rang, eventueel nummer, status, foto en geldigheidsduur; en b. voor zover niet in Nederland gestationeerd, een collectieve of individuele reiswijzer, afgegeven door de commandant of door de daartoe bevoegde autoriteit van de Organisatie van het Noord-Atlantisch Verdrag, bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van het op 20 september 1951 te Ottawa tot stand gekomen Verdrag nopens de rechtspositie van de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie, van de nationale vertegenwoordigers bij haar organen en van haar internationale staf (Trb. 1951, 139).

6 Na overleg draagt de commandant op verzoek van Nederland zorg voor de registratie van de motorrijtuigen en in voorkomend geval caravans of aanhangwagens die op de voet van dit artikel worden ingevoerd.

BWB 2026-07-01

1 De artikelen 7:16e en 7:16f zijn van overeenkomstige toepassing op het personeel van buitenlandse NAVO-strijdkrachten en gezinsleden daarvan voor zover die in het Koninkrijk België of in de Bondsrepubliek Duitsland voor de dienstuitoefening zijn gestationeerd, maar in Nederland wonen of verblijven.

2 Het eerste lid is niet van toepassing op personeelsleden van buitenlandse NAVO-strijdkrachten en van hun civiele diensten met de Belgische of Duitse nationaliteit die in Nederland wonen, maar die in hun eigen land zijn gestationeerd.

3 Voor de toepassing van het eerste lid verstrekt de commandant van de zich in het Koninkrijk België of in de Bondsrepubliek Duitsland voor de dienstuitoefening bevindende buitenlandse NAVO-strijdkrachten aan de inspecteur een opgave van de namen, de nationaliteiten en de adressen in Nederland van de personeelsleden, bedoeld in het eerste lid, en van de gezinsleden van dat personeel, van het tijdstip van hun komst naar Nederland, van de registratienummers en -letters van de door hen gebezigde motorrijtuigen, alsmede van de mutaties in voormelde gegevens.

BWB 2026-07-01

1 Vrijstelling van rechten bij invoer wordt verleend voor de invoer van geschenkzendingen en goederen die strekken tot vervanging van reeds eerder met vrijstelling van rechten bij invoer ingevoerde goederen door personeel van buitenlandse NAVO-strijdkrachten en civiele diensten en de gezinsleden daarvan.

2 Het eerste lid is van toepassing indien door het personeelslid van buitenlandse NAVO-strijdkrachten of civiele diensten of door het gezinslid, dat de goederen invoert, een verklaring van zijn commandant wordt overgelegd waarin wordt bevestigd, dat de in te voeren goederen deel uitmaken van een geschenkzending of persoonlijke goederen of vervangingsgoederen zijn en dat zij bestemd zijn voor persoonlijk huishoudelijk gebruik van het personeelslid of het gezinslid dat de goederen invoert.

3 Indien bij invoer de goederen, bedoeld in het eerste en tweede lid, door de leden van buitenlandse NAVO-strijdkrachten of civiele diensten of hun gezinsleden zelf worden meegebracht, kunnen zij volstaan met overlegging van een soortgelijke door henzelf opgemaakte verklaring als bedoeld in het tweede lid. In dat geval zijn die leden verplicht een kopie daarvan alsnog door hun commandant te laten certificeren en deze kopie in te leveren bij de inspecteur.

4 Indien een kopie als bedoeld in het derde lid, niet tijdig door de inspecteur wordt ontvangen, neemt de inspecteur contact op met de commandant van de betreffende buitenlandse NAVO-strijdkracht.

BWB 2026-07-01

1 Voor de toepassing van de artikelen 7:16d tot en met 7:16g kan het formulier 302 worden gebruikt als douaneaangifte voor zover de invoer van goederen geschiedt door, namens of ten behoeve van de buitenlandse NAVO-strijdkrachten.

2 De commandant legt bij de inspecteur een lijst over met de namen, rang, functie en handtekening van de personen die, na de aankomst van de goederen op de plaats van bestemming, bevoegd zijn tot het ondertekenen van de verklaring van ontvangst op het formulier 302.

3 De persoon, bedoeld in het tweede lid, stelt de inspecteur in kennis van de aankomst van de goederen op de plaats van bestemming of van een vertraging of onderbreking van het vervoer. De inspecteur bepaalt op welke wijze die kennisgeving geschiedt. Indien het tijdstip van aankomst van de goederen vaststaat mag de kennisgeving ook geschieden vóór de aankomst van de goederen.

4 De persoon, bedoeld in het tweede lid, licht de inspecteur onverwijld in indien enige onregelmatigheid is geconstateerd of wordt vermoed met een zending goederen.

5 De persoon, bedoeld in het tweede lid, verschaft aan de inspecteur desgevraagd inzage van alle boeken, bescheiden en andere gegevensdragers of de inhoud daarvan – zulks ter keuze van de inspecteur – die op een zending goederen betrekking hebben.

6 Een aangebrachte douaneverzegeling mag niet worden verbroken en de goederen mogen niet eerder worden gelost dan na de bevestiging door de inspecteur van de ontvangst van de kennisgeving, bedoeld in het derde lid, waarbij de inspecteur meedeelt of tot het verbreken van de eventuele douaneverzegeling en tot lossing van de goederen mag worden overgegaan.

7 Na de lossing en opneming in de administratie wordt op alle exemplaren van het formulier 302 de daarop voorkomende verklaring van ontvangst door de persoon, bedoeld in het tweede lid, namens de commandant ingevuld en ondertekend op de volgende wijze: For The Commander (onderdeel) (Naam van de commandant of door hem aangewezen persoon) (Rang en registratienummer) (Functie) (Datum)

8 Na de ondertekening van de verklaring van ontvangst, bedoeld in het zevende lid, worden de exemplaren van het formulier 302 en de bijbehorende bescheiden door de persoon, bedoeld in het vijfde lid, namens de commandant aan de inspecteur toegezonden of overhandigd.

9 De commandant verleent desgevraagd met alle hem ten dienste staande middelen medewerking indien de inspecteur tot controle van goederen als bedoeld in het zesde lid wenst over te gaan en wijst een persoon aan die namens hem bij de controle aanwezig zal zijn. Het formulier 302 en de bescheiden die de goederen begeleiden worden op de plaats van bestemming door of namens de commandant onverwijld na de lossing van de goederen toegezonden aan of overhandigd aan de inspecteur.

10 Bij niet-zuivering of bij gedeeltelijke zuivering van het formulier 302, zijn door de titularis van dat formulier de rechten bij invoer en andere belastingen verschuldigd aan welke de goederen, of dat gedeelte van de goederen waarvoor het formulier niet is gezuiverd, bij invoer zijn onderworpen.

11 Het eerste tot en met tiende lid zijn van overeenkomstige toepassing op de tijdelijke invoer van persoonlijke goederen van personeel van buitenlandse NAVO-strijdkrachten en hun gezinsleden door of namens die strijdkrachten, met dien verstande dat op de plaats van bestemming bij het formulier 302 een inventarislijst wordt overgelegd.

12 Goederen die met vrijstelling van rechten bij invoer en andere belastingen zijn ingevoerd, mogen vrij worden wederuitgevoerd. Bij de uitvoer wordt slechts één exemplaar van het formulier 302 bij het douanekantoor van vertrek ingeleverd.

13 De wederuitvoer van persoonlijke goederen van personeel van buitenlandse NAVO-strijdkrachten en gezinsleden daarvan geschiedt overeenkomstig het bepaalde in het twaalfde lid, met dien verstande dat reeds op de plaats van vertrek het formulier 302 alsmede een inventarislijst door de desbetreffende buitenlandse NAVO-strijdkracht worden overhandigd aan de inspecteur.

BWB 2026-07-01

1 Het is verboden om de met vrijstelling van rechten bij invoer tijdelijk ingevoerde goederen of in het vrije verkeer gebrachte goederen: a. uit te lenen, te verpanden, te verhuren, onder bezwarende titel of om niet over te dragen, behalve als daartoe toestemming is verkregen van de inspecteur; of b. anders dan voor persoonlijk gebruik aan te wenden.

2 Indien een douaneschuld is ontstaan door niet-naleving van de voorwaarden voor de toekenning van vrijstelling van rechten bij invoer, wordt het met die schuld overeenkomende bedrag aan rechten bij invoer vastgesteld op het bedrag waarvoor vrijstelling werd verleend.

3 De inspecteur kan toestemming verlenen om af te zien van de vrijstelling. Alsdan worden de verschuldigde rechten bij invoer voor: a. motorrijtuigen vastgesteld op basis van het tarief en de dagwaarde op het tijdstip dat van de vrijstelling wordt afgezien; b. gebruiksgoederen, met uitzondering van motorrijtuigen, vastgesteld op basis van het tarief en de restwaarde van het gebruiksgoed op het tijdstip dat van de vrijstelling wordt afgezien waarbij een afschrijvingsperiode van drie jaren wordt gehanteerd.

BWB 2026-07-01

1 Bij een controle van de vervoermiddelen en het begeleidend personeel beperkt de inspecteur zich ten aanzien van de goederen tot een globaal onderzoek, dat omvat het vergelijken van het aantal, de soort, het gewicht en de merken van de colli met de op het formulier 302 vermelde gegevens. De verpakking wordt niet geopend. Van meer of minder bevinding stellen de ambtenaren aantekening op het formulier 302.

2 Geclassificeerde zendingen, die als zodanig duidelijk van merken en aanduidingen zijn voorzien, worden niet onderzocht.

3 Officiële documenten in officieel verzegelde omslagen en documenten in van officieel cachet voorziene pakketten, worden niet onderzocht.

4 De inspecteur is op de plaats van bestemming bevoegd de goederen te controleren alleen in tegenwoordigheid van de door de commandant aangewezen persoon van de betreffende buitenlandse NAVO-strijdkracht.

BWB 2026-07-01

Indien de inspecteur controle wenst uit te oefenen op lokaliteiten binnen vestigingen van een buitenlandse NAVO-strijdkracht, vindt deze controle slechts plaats na voorafgaande kennisgeving aan de commandant.

BWB 2026-07-01

Voor goederen, vermeld in onderstaande lijst, die in kleine zendingen of door reizigers als bagage worden vervoerd, wordt, behoudens het bepaalde in artikel 7:1, een forfaitaire accijns geheven overeenkomstig de voorwaarden en bepalingen die gelden voor het douanerecht. De accijns wordt berekend naar de bij die goederen vermelde tarieven.

Omschrijving

Grondslag

Tarief

a. overige alcoholhoudende producten als bedoeld in artikel 12 van de Wet op de accijns

liter

€ 6,94

b. rooktabak

kilogram

het tarief, genoemd in artikel 35, eerste lid, onderdeel c, van de Wet op de accijns

c. sigaretten

1.000 stuks

het in artikel 35, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op de accijns als tweede vermelde bedrag

BWB 2026-07-01

Op de accijnzen, de omzetbelasting en de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken zijn de artikelen 25 tot en met 27 van Verordening 1186/2009 van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat

de vrijstelling voor alcoholhoudende dranken als bedoeld in artikel 27, onderdeel b, eerste en tweede gedachtestreepje, van Verordening 1186/2009, is beperkt tot één fles van het gebruikelijke type met een maximum van 1 liter;

de vrijstelling voor de hierna genoemde goederen is beperkt tot de volgende hoeveelheden

koffie: 500 gram;

koffie-extracten en koffie-essences: 200 gram;

thee: 100 gram;

thee-extracten en thee-essences: 40 gram.

BWB 2026-07-01

Op de omzetbelasting zijn de artikelen 28 tot en met 34 van Verordening 1186/2009, alsmede de artikelen 7:2 en 7:3 van overeenkomstige toepassing voor zover de voor het vrije verkeer aangegeven goederen niet zijn bestemd voor de uitoefening van een activiteit die op grond van artikel 11 van de Wet op de omzetbelasting 1968 is vrijgesteld.

Artikel XXI van Stcrt. 2009/20549 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.

BWB 2026-07-01

1 Voor het brengen in het vrije verkeer met vrijstelling van rechten bij invoer als bedoeld in de artikelen 28, 34, 43, 44, 45, 51, 53, 57, 59, 61, 67, 68, 74 en 95 van Verordening 1186/2009, is een vergunning van de inspecteur vereist met dien verstande dat voor de vrijstellingen, bedoeld in de artikelen 67 en 68 van Verordening 1186/2009, een vergunning slechts is vereist indien de goederen in het vrije verkeer worden gebracht door een instelling of organisatie.

2 Het eerste lid is niet van toepassing indien de goederen in het vrije verkeer worden gebracht door een openbare instelling of een instelling of organisatie, genoemd in artikel 7:4 of in de bijlagen X tot en met XVI.

BWB 2026-07-01

Vervallen

De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.

BWB 2026-07-01

Op de omzetbelasting is artikel 42 van Verordening 1186/2009 alsmede artikel 7:2 van overeenkomstige toepassing voor zover het betreft goederen, genoemd in bijlage I, onderdeel B, van Verordening 1186/2009.

Artikel XXI van Stcrt. 2009/20549 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.

BWB 2026-07-01

Op de omzetbelasting is artikel 43 van Verordening 1186/2009 alsmede de artikelen 7:2 en 7:4, van overeenkomstige toepassing voor zover het betreft goederen, genoemd in bijlage II, onderdeel B, van Verordening 1186/2009, mits de aan de aangifte voor het vrije verkeer ten grondslag liggende levering om niet geschiedt, of, indien zij onder bezwarende titel plaatsheeft, de goederen worden geleverd door een ander dan een ondernemer in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968.

Artikel XXI van Stcrt. 2009/20549 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.

BWB 2026-07-01

Op de accijnzen en de omzetbelasting is artikel 53 van Verordening 1186/2009 alsmede de artikelen 7:2 en 7:4 van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat voor dieren die voor laboratoriumgebruik zijn gefokt, de vrijstelling uitsluitend van toepassing is indien die dieren om niet aan laboratoria worden afgestaan.

Artikel XXI van Stcrt. 2009/20549 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.

BWB 2026-07-01

Op de omzetbelasting zijn de artikelen 67 en 68 van Verordening 1186/2009, alsmede de artikelen 7:2 en 7:4 van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat

de vrijstelling kan worden verleend voor alle goederen die speciaal zijn ontworpen voor onderwijs aan en tewerkstelling of verbetering van de maatschappelijke positie van geestelijk gehandicapten, blinden en andere lichamelijk gehandicapten;

geen vrijstelling wordt verleend indien de goederen door geestelijk gehandicapten, blinden en andere lichamelijk gehandicapten voor hun eigen gebruik worden ingevoerd;

geen vrijstelling wordt verleend indien de goederen met enige commerciële bijbedoeling van de gever of niet om niet aan een in bijlage XV aangewezen instelling of organisatie worden gezonden.

Artikel XXI van Stcrt. 2009/20549 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.

BWB 2026-07-01

Op de omzetbelasting is artikel 104 van Verordening 1186/2009 van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat geen vrijstelling wordt verleend voor belastingzegels als bedoeld in artikel 104, onderdeel q, van Verordening 1186/2009.

BWB 2026-07-01

1 Op de accijnzen, de omzetbelasting en de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken zijn de artikelen 203 tot en met 205 van het Douanewetboek van de Unie, de artikelen 158 tot en met 160 van de Gedelegeerde Verordening Douanewetboek van de Unie, de artikelen 253 tot en met 255 van de Uitvoeringsverordening Douanewetboek van de Unie alsmede artikel 7:28 van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de bepalingen inzake het inlichtingenblad INF 3 slechts van toepassing zijn voor zover gelijktijdig aanspraak op vrijstelling van rechten bij invoer wordt gemaakt.

2 Vrijstelling van omzetbelasting voor terugkerende goederen als bedoeld in het eerste lid wordt slechts verleend, indien wordt aangetoond dat op de terugkerende goederen omzetbelasting drukt.

3 Vrijstelling van accijns voor terugkerende goederen als bedoeld in het eerste lid wordt slechts verleend, indien wordt aangetoond dat de voorafgaande uitvoer van deze goederen niet heeft plaatsgevonden uit een accijnsgoederenplaats dan wel met teruggaaf van accijns.

4 Vrijstelling van verbruiksbelasting voor terugkerende goederen als bedoeld in het eerste lid wordt slechts verleend, indien wordt aangetoond dat de voorafgaande uitvoer van deze goederen niet heeft plaatsgevonden vanuit een inrichting als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van de Wet op de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken dan wel met teruggaaf van verbruiksbelasting.

BWB 2026-07-01

1 Op de accijnzen zijn de artikelen 3 tot en met 20, 59, 74 tot en met 80, 85, 86, 95 tot en met 101 en 107 tot en met 112 van Verordening 1186/2009 alsmede de artikelen 7:2 tot en met 7:16k van overeenkomstige toepassing.

2 Op de omzetbelasting zijn de artikelen 3 tot en met 20, 21, 54 tot en met 56, 59 tot en met 65, 74 tot en met 103 en 105 tot en met 113 van Verordening 1186/2009, alsmede de artikelen 7:2 tot en met 7:16k van overeenkomstige toepassing.

3 Op de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken zijn de artikelen 3 tot en met 20, 59, 74 tot en met 80, 85, 86, 90 tot en met 101 en 107 tot en met 112 van Verordening 1186/2009 alsmede de artikelen 7:2 tot en met 7:16k van overeenkomstige toepassing.

4 Op de omzetbelasting is de gehele of gedeeltelijke vrijstelling van rechten bij invoer bij het in het vrije verkeer brengen van goederen, die overeenkomstig de douaneregeling passieve veredeling tijdelijk zijn uitgevoerd, van overeenkomstige toepassing.

5 Vrijstelling van omzetbelasting en accijns bij invoer van goederen wordt verleend voor in het vrije verkeer brengen van goederen door strijdkrachten van een andere lidstaat van de Europese Unie voor zover die in Nederland deelnemen aan een defensie-inspanning ter uitvoering van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid, bedoeld in titel V, hoofdstuk 2, afdeling 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie, ten behoeve van die strijdkrachten of het personeel en begeleidend burgerpersoneel van die strijdkrachten of voor de bevoorrading van de messes of kantines van die strijdkrachten. De artikelen 7:16a tot en met 7:16k zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat aan gezinsleden van het personeel van strijdkrachten, bedoeld in de eerste zin, geen vrijstelling wordt verleend.

6 Vrijstelling van omzetbelasting bij invoer van goederen wordt verleend voor in het vrije verkeer brengen van goederen door de Europese Commissie of door een krachtens het Unierecht opgericht agentschap of orgaan wanneer de Europese Commissie of door een dergelijk agentschap of orgaan deze goederen invoert in het kader van de uitvoering van de aan hen bij het Unierecht toevertrouwde taken ter bestrijding van de COVID-19-pandemie, tenzij de ingevoerde goederen onmiddellijk dan wel op een later tijdstip worden gebruikt voor latere leveringen onder bezwarende titel door de Europese Commissie of door een dergelijk agentschap of orgaan. De vrijstelling wordt verleend indien bij de aangifte voor het vrije verkeer een geldige verklaring wordt overgelegd waaruit blijkt dat ter zake van het in het vrije verkeer brengen deze vrijstelling kan worden toegepast.

BWB 2026-07-01

1 De informatie, bedoeld in artikel 253, eerste lid, van de Uitvoeringsverordening Douanewetboek van de Unie, is, behoudens in de gevallen waarin de goederen in het kader van de regeling passieve veredeling zijn uitgevoerd, niet vereist indien het de volgende goederen betreft: a. motorrijtuigen alsmede kleine aanhangwagens die zijn bestemd voor het vervoer van reisbenodigdheden, duidelijk sporen van gebruik vertonen en samen met de motorrijtuigen worden ingevoerd, indien bij de motorrijtuigen een geldig kentekenbewijs aanwezig is en zij, alsmede de aanhangwagens, het in dat bewijs vermelde kenteken voeren, voor zover daaruit blijkt dat zij in het vrije verkeer zijn; b. aanhangwagens, andere dan die zijn bedoeld in onderdeel a en opleggers, voor zover uit de overgelegde bescheiden dan wel op andere wijze blijkt dat zij in het vrije verkeer zijn; c. luchtvaartuigen die in één der lidstaten van de Europese Unie zijn ingeschreven; d. locomotieven en ander rollend spoorwegmaterieel, die zijn ingeschreven in het wagenpark van een in één der lidstaten gevestigde spoorweg- of andere onderneming, indien wordt aangetoond dat zij tevoren uit het vrije verkeer van het douanegebied van de Unie zijn uitgevoerd; e. andere vervoermiddelen, indien wordt aangetoond dat zij tevoren uit het vrije verkeer van het douanegebied van de Unie zijn uitgevoerd; f. containers, met inbegrip van het normale toebehoren en de normale uitrusting daarvan, verpakkingsmiddelen en andere voorwerpen, vervaardigd en ingericht voor het vervoer van goederen, alsmede dekkleden en stuwmateriaal ten aanzien waarvan bij wederinvoer, gelet op de aard, de bijzondere kenmerken en de gebruiksvoorwaarden, aannemelijk is dat zij tevoren uit het vrije verkeer van het douanegebied van de Unie zijn uitgevoerd; g. goederen die deel uitmaken van de persoonlijke bagage van reizigers en die tevoren uit het vrije verkeer van het douanegebied van de Unie zijn uitgevoerd; de inspecteur kan vorderen dat de herkomst uit het vrije verkeer van het douanegebied van de Unie wordt aangetoond door middel van een schriftelijk bewijsstuk.

2 Wanneer de inspecteur twijfelt of vervoermiddelen voldoen aan de voorwaarden voor de vrijstelling van rechten bij invoer, kunnen de vervoermiddelen worden ingevoerd nadat zekerheid is gesteld voor de rechten bij invoer die voor die vervoermiddelen verschuldigd zijn. De belanghebbende kan binnen drie maanden bij de inspecteur een verzoek indienen om voor de goederen alsnog vrijstelling van rechten bij invoer te verlenen, mits hij daarbij aantoont dat aan de voorwaarden voor de vrijstelling van rechten bij invoer is voldaan.

3 Er bestaat geen recht op vrijstelling van rechten bij invoer voor een motorrijtuig waarvan het chassis- of framenummer is gewijzigd of verwijderd tenzij daartoe door de inspecteur toestemming is verleend.

BWB 2026-07-01

1 Een instelling of organisatie kan op aanvraag worden aangewezen als instelling of organisatie die een beroep mag doen op een vrijstelling, genoemd in deze afdeling.

2 De aanvraag, bedoeld in het eerste lid, wordt ingediend bij de inspecteur. Op voordracht van de inspecteur kan de instelling of organisatie worden opgenomen in een van de bijlagen bij deze regeling.

BWB 2026-07-01

1 Een vrijstelling van rechten bij invoer als bedoeld in de artikelen 3, 12, 17, 20, 21, 28 en 34 van Verordening 1186/2009 wordt slechts verleend indien een door belanghebbende ondertekende lijst wordt overgelegd met een beschrijving van alle goederen waarvoor aanspraak op vrijstelling wordt gemaakt.

2 De vrijstelling van rechten bij invoer, bedoeld in artikel 12 van Verordening 1186/2009, wordt voorts slechts verleend indien belanghebbende aantoont dat zijn huwelijk heeft plaatsgehad of dat de eerste officiële stappen met het oog op zijn huwelijk zijn gezet.

3 Een vrijstelling van rechten bij invoer als bedoeld in de artikelen 17 en 20 van Verordening 1186/2009 wordt voorts slechts verleend indien een door een notaris of vergelijkbare functionaris in het land van uitvoer afgegeven verklaring wordt overgelegd waaruit blijkt dat de goederen door vererving zijn verkregen.

4 De termijn van twaalf maanden, bedoeld in artikel 33, eerste lid, van Verordening 1186/2009, wordt niet verlengd.

5 Voor het verlenen van een vrijstelling van rechten bij invoer als bedoeld in de artikelen 67 en 68 van Verordening 1186/2009 kan de inspecteur een medische verklaring vragen aan een natuurlijke persoon die de goederen voor zijn eigen gebruik in het vrije verkeer brengt.

BWB 2026-07-01

1 Als instellingen en organisaties als bedoeld in artikel 43, aanhef en onder b, van Verordening 1186/2009 worden aangewezen de instellingen en organisaties, genoemd in bijlage X.

2 Als instellingen als bedoeld in artikel 44, tweede lid, onderdeel b, van Verordening 1186/2009 worden aangewezen de instellingen, genoemd in bijlage XI.

3 Als instellingen met zetel in de Unie als bedoeld in artikel 51, tweede lid, onderdeel a, van Verordening 1186/2009 worden aangewezen de instellingen, genoemd in bijlage XII.

4 Als instellingen als bedoeld in artikel 53, tweede lid, onderdeel b, van Verordening 1186/2009 worden aangewezen de instellingen, genoemd in bijlage XIII.

5 Als instelling als bedoeld in artikel 55, aanhef en onder a, van Verordening 1186/2009 wordt aangewezen: Stichting Sanquin Bloedvoorziening.

6 Als instellingen als bedoeld in artikel 57 van Verordening 1186/2009 worden aangewezen de ziekenhuizen, gezondheidsinstellingen en dergelijke instellingen welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend bezighouden met medisch onderzoek, medische diagnose of medische behandeling.

7 Als geadresseerden als bedoeld in artikel 59 van Verordening 1186/2009 worden aangewezen de geadresseerden, genoemd in bijlage XIV.

8 Als instellingen met een liefdadig en filantropisch karakter als bedoeld in de artikelen 61, eerste lid, onderdeel a, en 74, eerste lid, van Verordening 1186/2009 worden aangewezen: – Vereniging het Nederlandse Rode Kruis; – Stichting Leger des Heils Dienstverlening; – Vereniging van Nederlandse Voedselbanken.

9 Als instellingen en organisaties als bedoeld in de artikelen 67 en 68, eerste lid, van Verordening 1186/2009 worden aangewezen de instellingen en organisaties, genoemd in bijlage XV.

10 Als organisaties als bedoeld in artikel 112 van Verordening 1186/2009 worden aangewezen de organisaties, genoemd in bijlage XVI.

BWB 2026-07-01

Vervallen

De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.

BWB 2026-07-01

Voor de beoordeling van de vraag of monsters en stalen als bedoeld in artikel 86 van Verordening 1186/2009 een onbeduidende waarde hebben, wordt de gezamenlijke waarde van alle monsters en stalen die van eenzelfde zending deel uitmaken, in aanmerking genomen. De waarden van de zendingen die door dezelfde afzender aan verschillende geadresseerden zijn verzonden, worden niet samengeteld.

Artikel XXI van Stcrt. 2009/20549 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.

BWB 2026-07-01

De vrijstelling van rechten bij invoer, bedoeld in artikel 113 van Verordening 1186/2009, voor zover deze betrekking heeft op lijkkisten of urnen, wordt slechts verleend indien een laissez passer voor lijken, een lijkenpas of een overeenkomstige verklaring wordt overgelegd.

Artikel XXI van Stcrt. 2009/20549 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.

BWB 2026-07-01

1 Vrijstelling van rechten bij invoer wordt verleend voor het brengen in het vrije verkeer van goederen die bestemd zijn voor het persoonlijk gebruik – gebruik door inwonende gezinsleden daaronder begrepen – van diplomatieke en consulaire ambtenaren, met uitzondering van honoraire consuls, van diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen voor zover deze ambtenaren zijn geaccrediteerd of aangemeld bij Nederland en die vertegenwoordiging wordt genoemd op de lijst van vertegenwoordigingen per land of gebied die beschikbaar is gesteld via internetadres https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/ambassades-consulaten-en-overige-vertegenwoordigingen.

2 De vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing indien de desbetreffende ambtenaar Nederlander is of duurzaam in Nederland verblijft dan wel indien deze vrijstelling is of zal worden verleend door een andere lidstaat van de Europese Unie.

3 De vrijstelling, bedoeld in het eerste lid: a. is voor zover het motorrijtuigen betreft, beperkt tot twee personenvoertuigen per ambtenaar; b. wordt voor alcoholhoudende producten slechts verleend onder voorwaarde van wederkerigheid; c. wordt niet verleend voor tabaksproducten.

BWB 2026-07-01

1 Vrijstelling van rechten bij invoer wordt verleend voor het brengen in het vrije verkeer van goederen die bestemd zijn voor het persoonlijk gebruik – gebruik door inwonende gezinsleden daaronder begrepen – van leden van het administratief, technisch en bedienend personeel van de op lijst, genoemd in artikel 7:8, eerste lid, genoemde diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen voor zover die personeelsleden zijn aangemeld bij Nederland.

2 De vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing indien het desbetreffende personeelslid Nederlander is, duurzaam in Nederland verblijft, of indien er op het moment van het in het vrije verkeer brengen sinds de aanvang van de tewerkstelling in Nederland meer dan 10 jaren zijn verstreken. Voorts is de vrijstelling niet van toepassing indien deze vrijstelling is of zal worden verleend door een andere lidstaat van de Europese Unie.

3 De vrijstelling, bedoeld in het eerste lid: a. is voor zover het motorrijtuigen betreft, beperkt tot twee personenvoertuigen per personeelslid, tenzij met de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging is overeengekomen dat deze vrijstelling beperkt is tot één personenvoertuig per personeelslid; b. wordt voor alcoholhoudende producten slechts verleend onder voorwaarde van wederkerigheid; c. wordt niet verleend voor tabaksproducten.

BWB 2026-07-01

Een hypotheek wordt als zekerheidstelling aanvaard indien

de waarde van de desbetreffende onroerende zaak voldoende is om als onderpand dienst te kunnen doen;

de onroerende zaak verzekerd is tegen brand en de Staat der Nederlanden in de verzekeringspolis is aangewezen als begunstigde van de uitkering;

de hypotheekgever een zogenoemde hypothecair-belangverzekering heeft afgesloten;

in de akte een huurbeding als bedoeld in artikel 264 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek is opgenomen;

in de hypotheekakte een beding als bedoeld in artikel 265 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek is opgenomen;

in de hypotheekakte de bedingen, bedoeld in artikel 267 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, zijn opgenomen.

BWB 2026-07-01

De aanvulling of vervanging van een zekerheid, bedoeld in artikel 97 van het Douanewetboek van de Unie, wordt binnen een maand na de mededeling door de ontvanger, dat aanvulling of vervanging van de zekerheid wordt geëist, gesteld.

BWB 2026-07-01

Het aanslagbiljet bevat in ieder geval de volgende gegevens

naam, adres en woonplaats van de schuldenaar of belanghebbende;

kenmerk en datum van de beschikking;

bedrag aan rechten, rente op achterstallen, kosten of bestuurlijke boete;

bezwaarclausule.

BWB 2026-07-01

1 Voor de berekening van het bedrag aan rechten, andere belastingen, heffingen en retributies wordt een bedrag dat dient als grondslag voor die berekening rekenkundig afgerond op centen.

2 Voor de berekening van het bedrag aan rechten, andere belastingen, heffingen en retributies wordt een hoeveelheid die dient als grondslag voor die berekening, zodanig afgerond dat een gedeelte van een kilogram, van een liter of van een meter in aanmerking wordt genomen als een heel kilogram, een hele liter of een hele meter.

3 Indien de eenheid waarover het bedrag aan rechten, andere belastingen, heffingen en retributies moet worden berekend minder is dan een kilogram, een liter of een meter, wordt, in afwijking van het tweede lid, een hoeveelheid die dient als grondslag voor de berekening, bedoeld in het tweede lid, zodanig afgerond dat een gedeelte van 100 gram, van een deciliter of van een decimeter in aanmerking wordt genomen als 100 gram, een hele deciliter of een hele decimeter.

4 Voor de berekening van het bedrag aan rechten, andere belastingen, heffingen en retributies wordt een volumepercentage ethylalcohol die dient als grondslag voor die berekening, naar beneden afgerond op tiende percent absolute ethylalcohol.

BWB 2026-07-01

Indien de hoeveelheid van de goederen kleiner is dan de hoeveelheid waarin het douanetarief is uitgedrukt, wordt het bedrag aan rechten naar evenredigheid berekend.

Treedt in werking op het tijdstip waarop de Algemene douanewet in werking treedt.

BWB 2026-07-01

1 Het bedrag aan rechten, andere belastingen, heffingen, retributies, renten, interesten of kosten van ambtelijke werkzaamheden wordt rekenkundig afgerond op centen.

2 Indien de berekening van het bedrag, bedoeld in het eerste lid, geschiedt aan de hand van een aangifte, wordt elk onderdeel van de aangifte overeenkomstig het eerste lid afgerond.

BWB 2026-07-01

1 Voor de berekening van de in rekening te brengen rente op achterstallen zoals bedoeld in artikel 114, tweede lid, van het Douanewetboek van de Unie wordt gebruik gemaakt van de volgende formule

2 In de formule wordt met A het aantal dagen aangegeven waarover rente op achterstallen is verschuldigd en met P de onderscheiden rentepercentages welke over de verschillende periodes zijn verschuldigd.

BWB 2026-07-01

1 Terugbetaling of kwijtschelding van accijnzen, omzetbelasting en de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken wordt verleend in de gevallen waarin bij of krachtens het Douanewetboek van de Unie aanspraak op terugbetaling of kwijtschelding van rechten bij invoer bestaat of zou bestaan.

2 De door het Comité genomen beschikking, bedoeld in artikel 116, derde lid, van het Douanewetboek van de Unie en de ter uitvoering van dat artikel vastgestelde bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing op het verzoek om terugbetaling of kwijtschelding voor zover het tevens betrekking heeft op accijnzen, omzetbelasting en de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken.

BWB 2026-07-01

1 Het drukken van formulieren van certificaten inzake goederenverkeer zonder een vergunning van de Minister van Financiën en het drukken van certificaten van oorsprong zonder vergunning van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp vormen verzuimen ter zake waarvan door de inspecteur een bestuurlijke boete kan worden opgelegd van ten hoogste € 203.

2 Overtreding van het verbod: a. bedoeld in artikel 1:14, vierde lid; of b. bedoeld in artikel 1:16, vierde lid; vormt een verzuim ter zake waarvan door de inspecteur een bestuurlijke boete kan worden opgelegd van ten hoogste € 203.

BWB 2026-07-01

Het opstellen van een leveranciersverklaring of een verklaring omtrent de preferentiële oorsprong op de factuur of op een ander handelsbescheid op basis van onvolledige of onjuiste gegevens of zonder dat het bewijs daarvoor in de administratie aanwezig is vormt een verzuim ter zake waarvan door de inspecteur een bestuurlijke boete kan worden opgelegd van ten hoogste € 203.

BWB 2026-07-01

Indien wijziging in de inrichting van een ruimte voor tijdelijke opslag wordt aangebracht zonder goedkeuring van de inspecteur, vormt dit een verzuim ter zake waarvan door de inspecteur een bestuurlijke boete kan worden opgelegd van ten hoogste € 203.

BWB 2026-07-01

Het achterwege laten van

de kennisgeving, bedoeld in artikel 2:0, eerste lid;

de kennisgeving, bedoeld in artikel 2:4, eerste lid;

het tijdig indienen van de aangifte, bedoeld in artikel 2:2a, eerste lid;

het onverwijld ter beschikking stellen van het overzicht, bedoeld in artikel 2:2a, tweede lid;

de mededeling, bedoeld in artikel 2:5, tweede lid; of

de aankomstmelding, bedoeld in artikel 6:1a, eerste lid;

vormt een verzuim ter zake waarvan door de inspecteur een bestuurlijke boete kan worden opgelegd van ten hoogste € 203.

BWB 2026-07-01

De in de artikelen 10:1, 10:2, 10:3, en 10:4 genoemde bedragen worden elke vijf jaar, met ingang van 1 januari 2015, overeenkomstig artikel 9:6a van de wet, bij ministeriële regeling gewijzigd.

Artikel XXI van Stcrt. 2009/20549 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.

BWB 2026-07-01

Degene die onjuiste of onvolledige gegevens verstrekt, of handelingen verricht, welke leiden of kunnen leiden tot een onjuiste terugbetaling van rechten bij invoer, of kwijtschelding van rechten bij invoer, maakt zich schuldig aan het plegen van een strafbaar feit.

Treedt in werking op het tijdstip waarop de Algemene douanewet in werking treedt.

BWB 2026-07-01

Degene die onjuiste of onvolledige gegevens verstrekt, waardoor ten onrechte een vrijstelling wordt genoten of zou kunnen worden genoten, maakt zich schuldig aan het plegen van een strafbaar feit.

Treedt in werking op het tijdstip waarop de Algemene douanewet in werking treedt.

BWB 2026-07-01

Degene die een der in deze regeling omschreven verboden overtreedt, maakt zich schuldig aan het plegen van een strafbaar feit.

Treedt in werking op het tijdstip waarop de Algemene douanewet in werking treedt.

BWB 2026-07-01

Hij die geen bijstand verleent of niet alle nodige bescheiden en inlichtingen verstrekt binnen de eventueel vastgestelde termijn zoals bedoeld in artikel 15, eerste lid, van het Douanewetboek van de Unie maakt zich schuldig aan het plegen van een strafbaar feit.

BWB 2026-07-01

Hij die zonder de ingevolge wettelijke bepalingen vereiste toestemming

goederen lost, laadt, overlaadt, inslaat of uitslaat;

goederen als bedoeld in artikel 2:4 verder landinwaarts brengt dan tot de eerste plaats waar zij tegen beschadiging door het zeewater zijn beveiligd;

een binnengekomen schip dan wel een binnengekomen luchtvaartuig laat vertrekken van de haven of de internationale luchthaven, bedoeld in artikel 2:1, eerste lid, onderscheidenlijk tweede lid; of

een schip of luchtvaartuig dat het douanegebied van de Unie zal doen verlaten, doet vertrekken uit de haven, onderscheidenlijk van de internationale luchthaven, bedoeld in artikel 2:1, eerste lid, onderscheidenlijk tweede lid;

maakt zich schuldig aan het plegen van een strafbaar feit.

Wijziging is herplaatst.

BWB 2026-07-01

Hij die in strijd met wettelijke bepalingen verandering brengt in de staat waarin goederen als bedoeld in artikel 134 of artikel 158, derde lid, van het Douanewetboek van de Unie zich bevinden maakt zich schuldig aan het plegen van een strafbaar feit.

BWB 2026-07-01

Hij die in strijd met de wettelijke bepalingen een aanvullende aangifte zoals bedoeld in artikel 167, eerste lid, van het Douanewetboek van de Unie achterwege laat of niet tijdig doet, pleegt een strafbaar feit.

BWB 2026-07-01

Hij die in strijd met de wettelijke bepalingen geen mededeling doet van de aankomst of van het vertrek van een schip als bedoeld in artikel 2:1, vierde lid, maakt zich schuldig aan het plegen van een strafbaar feit.

Wijziging is herplaatst.

BWB 2026-07-01

Hij die bij de douane aangebrachte goederen wegvoert terwijl deze goederen niet zijn vrijgegeven door de inspecteur overeenkomstig de artikelen 194 of 195 van het Douanewetboek van de Unie, maakt zich schuldig aan het plegen van een strafbaar feit.

BWB 2026-07-01

1 Van de inbeslagneming van goederen, ter zake van het begaan van bij wettelijke bepalingen strafbaar gesteld feiten door onbekende personen, wordt mededeling gedaan in één of meer door de inspecteur aan te wijzen dag- of nieuwsbladen, met vermelding van een omschrijving van de goederen en van de voor de goederen gebezigde verpakking.

2 Indien de goederen een spoedige, aanmerkelijke waardevermindering onderhevig zijn of indien de bewaring of het onderhoud ervan een gevaar oplevert dan wel hoge kosten met zich meebrengt, wordt, in afwijking van het eerste lid, van de inbeslagneming op door inspecteur te bepalen wijze, naar plaatselijk gebruik, in het openbaar mededeling gedaan.

3 De vorige leden vinden overeenkomstige toepassing bij de inbeslagneming op onbekende personen van vervoermiddelen en voorwerpen, bedoeld in artikel 1:37, eerste lid, van de wet, met dien verstande dat tevens de gronden tot die inbeslagneming worden vermeld.

BWB 2026-07-01

Onder de voorwaarden voor het vrijgeven van goederen welke ter zake van het begaan van bij wettelijke bepalingen strafbaar gestelde feiten in beslag zijn genomen, wordt ten minste gesteld dat ten kantore van een door de inspecteur aangewezen ontvanger zekerheid wordt gesteld tot verzekering van de uitlevering van de goederen of de voldoening van de waarde daarvan.

Treedt in werking op het tijdstip waarop de Algemene douanewet in werking treedt.

BWB 2026-07-01

1 Bij de inbewaringneming van goederen is, indien de belanghebbende bij die goederen niet bekend is, Artikel 12:1, eerste en tweede lid, van overeenkomstige toepassing.

2 De verkoop van de in bewaring genomen goederen vindt niet eerder plaats dan nadat aan het voornemen daartoe in de een of meerdere, door de inspecteur aan te wijzen, dag- of nieuwsbladen bekendheid is gegeven.

3 Indien de goederen een spoedige, aanmerkelijke waardevermindering onderhevig zijn of indien de bewaring of het onderhoud ervan een gevaar oplevert dan wel hoge kosten met zich meebrengt, vindt, in afwijking van het tweede lid, de verkoop plaats nadat van het voornemen op door de inspecteur te bepalen wijze in het openbaar kenbaarheid is gegeven.

4 De verkoop van de in bewaring genomen goederen geschiedt in het openbaar en volgens plaatselijke gebruiken.

5 In afwijking van het bepaalde in de vorige leden, kan de verkoop met volmacht van de inspecteur onderhands geschieden indien het vermoeden bestaat dat uit de opbrengst van de goederen de aan een openbare verkoop verbonden kosten niet kunnen worden bestreden of indien het de verkoop van in het derde lid bedoelde goederen betreft.

BWB 2026-07-01

Deze regeling wordt aangehaald als: Algemene douaneregeling

Treedt in werking op het tijdstip waarop de Algemene douanewet in werking treedt.

BWB 2026-07-01

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop de Algemene douanewet in werking treedt.

Treedt in werking op het tijdstip waarop de Algemene douanewet in werking treedt.

Need to analyze how this provision applies to your matter?

Cross-reference this statute against case law, commentaries, and related legislative provisions inside Legislator AI.

Open in Legislator →