Legislator Case Law & Legislation
BWBR0023132 NL

Regeling jaarverslaggeving onderwijs 200724821-12-200717-12-2007WJZ/2007/50507200724821-12-200717-12-2007WJZ/2007/5050701-01-2008

13 Articles / Provisions · Netherlands
Open official source Machine-readable Markdown (.md)

Table of Provisions (13)

Statutory Text (13 Articles)

BWB 2026-04-15

In deze regeling wordt verstaan onder

onderwijsinstelling: een bekostigde school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, een bekostigde school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra, een bekostigd regionaal expertisecentrum als bedoeld in artikel 28b van de Wet op de expertisecentra, een school als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, met uitzondering van de scholen, bedoeld in de artikelen 2.66 en 3.27 van die wet, een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs of een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.8 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

bevoegd gezag: het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, het bestuur van een rechtspersoon die een centrale dienst in stand houdt als bedoeld in artikel 68 van de Wet op het primair onderwijs, het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra, het bestuur van de rechtspersoon die een regionaal expertisecentrum in stand houdt als bedoeld in artikel 28b van de Wet op de expertisecentra, het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 onderscheidenlijk artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs dan wel het instellingsbestuur, bedoeld in artikel 1.1, onder j, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

jaarverslaggeving : het geheel van verslaggevingsdocumenten bestaande uit de jaarrekening, het bestuursverslag en de overige gegevens, bedoeld in artikel 392 van Titel 9 Boek 2 BW;

jaarrekening: de jaarrekening, bedoeld in artikel 361 van Titel 9, Boek 2, van het Burgerlijk Wetboek;

bestuursverslag: het verslag waarmee het bevoegd gezag van een onderwijsinstelling interne en externe belanghebbenden informeert over het gevoerde en voorgenomen beleid en de gang van zaken bij de instelling, de uitkomsten van het gevoerde beleid in het jaar waarover verslag wordt gedaan alsmede de aanwending van middelen in dat jaar en verantwoording aflegt overeenkomstig de gestelde wettelijke eisen;

richtlijnen: de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving, zoals vastgesteld door de Raad voor de Jaarverslaggeving;

BAPO: de regeling ‘Bevordering Arbeidsparticipatie Ouderen’ zoals opgenomen in de geldende CAO’s voor het primair onderwijs, het voortgezet onderwijs en het beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie;

SOP: de ‘Seniorenregeling onderwijspersoneel’ zoals opgenomen in de geldende CAO voor het hoger beroepsonderwijs;

periodelasten: lasten die in aanmerking worden genomen in de periode waarover deze lasten zijn verschuldigd;

volledige doordecentralisatie: overdracht van gelden en het overlaten van alle taken ten aanzien van het verzorgen van onderwijshuisvesting door de gemeente aan een bevoegd gezag in het primair of voortgezet onderwijs;

mbo-student: student als bedoeld in de WEB;

ho-student: student als bedoeld in de WHW;

WEB: Wet educatie en beroepsonderwijs;

WHW: Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;

VOG: verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens.

BWB 2026-04-15

Deze regeling is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de jaarverslaggeving van samenwerkingsverbanden als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs of artikel 1.1 van de Wet voorgezet onderwijs 2020.

BWB 2026-04-15

Op de jaarverslaggeving is Titel 9 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de afdelingen 1, 10, 11 en 12, een en ander voor zover in deze regeling niet anders is bepaald.

De regeling geldt met ingang van het verslagjaar 2016.

BWB 2026-04-15

In afwijking van of in aanvulling op Titel 9 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek

wordt de jaarverslaggeving ingericht overeenkomstig de richtlijnen, in het bijzonder de hoofdstukken 400, 640 en 660 behoudens voor zover een afwijking of aanvulling voortvloeit uit het bepaalde in artikel 3a, juncto bijlage 5, of artikel 4, lid 1a ten aanzien van het bevoegd gezag van een school of scholengemeenschappen in het primair en het voortgezet onderwijs;

wordt de jaarverslaggeving vastgesteld in de Nederlandse taal en in de in Nederland wettige valuta, en wordt zij jaarlijks vóór 1 juli door de onderwijsinstelling openbaar gemaakt gedurende ten minste zeven jaar;

is het verslagjaar gelijk aan een kalenderjaar;

wordt de jaarverslaggeving opgesteld door het bevoegd gezag dat de onderwijsinstelling in stand houdt;

wordt de informatie, bedoeld in de artikelen 1.7, 4.1 en 4.2 van de Wet normering topinkomens, opgenomen in de jaarrekening;

kan aan de artikelen 383 en 383c van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek worden voldaan middels het verstrekken van de betreffende bezoldigingsinformatie op basis van het bezoldigingsbegrip van de Wet normering topinkomens;

geschiedt de elektronische aanlevering van de gegevens in het kader van de Wet normering topinkomens door gebruikmaking van het WNT-onderdeel uit de elektronische versie van de jaarrekening, zoals voor het betreffende verslagjaar voor het onderwijs is vastgesteld;

geschiedt de inrichting en vormgeving van de rapportage in de jaarrekening van de gegevens in het kader van de Wet normering topinkomens conform de wijze als bedoeld in onderdeel e3;

wordt aan het bestuursverslag een verslag toegevoegd van de raad van toezicht of een vergelijkbare interne toezichthouder, waarin deze verantwoording aflegt over zijn handelen en van de resultaten die dat handelen heeft opgeleverd;

wordt in het bestuursverslag over de jaren 2019 tot en met 2024 een hoofdstuk toegevoegd over de voortgang ten aanzien van inhoud en proces van de kwaliteitsafspraken, bedoeld in artikel 1 van het Uitvoeringsbesluit WHW 2008, waarbij afspraken met de medezeggenschap over de besteding van de studievoorschotmiddelen terugkomen;

neemt het bevoegd gezag, indien het publieke eigen vermogen in een boekjaar boven de signaleringswaarden bovenmatig publiek eigen vermogen van de Inspectie van het Onderwijs uitstijgt, dienaangaande een toelichting in het bestuursverslag op;

worden de balans en de staat van baten en lasten, het kasstroomoverzicht en de toelichting opgesteld overeenkomstig de modellen in de bijlagen bij hoofdstuk 660 van de richtlijnen. Het Besluit modellen jaarrekening, samengesteld door de Raad voor de Jaarverslaggeving en opgenomen in hoofdstuk 910 van de richtlijnen is van overeenkomstige toepassing;

wordt een geconsolideerde jaarrekening als bedoeld in artikel 406, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, alsmede het bestuursverslag, zo gespecificeerd dat in ieder geval inzicht ontstaat in de onderscheiden posten op het niveau van elk afzonderlijk bevoegd gezag, waarbij voor de bepaling van de operationele segmenten aansluiting wordt gezocht bij het bedrijfsproces, zoals de te onderscheiden onderwijssectoren en overige activiteiten op het niveau van elk afzonderlijk bevoegd gezag;

vervallen;

wordt de jaarverslaggeving per instelling opgesteld als een bevoegd gezag meer dan een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs of meer dan één instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.8 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek in stand houdt;

blijven ten aanzien van onderwijsinstellingen voor openbaar onderwijs zonder afgescheiden vermogen die niet door een privaatrechtelijke rechtspersoon in stand worden gehouden of voor onderwijsinstellingen waarvoor anderszins geen toerekening mogelijk is van een of meer balansposten aan het belang van de instelling, de onder g bedoelde modellen wat betreft de inrichting van de balans beperkt tot die posten waar die toerekening wel mogelijk is;

wordt separaat aan het bestuursverslag en de jaarrekening door het bevoegd gezag specifieke informatie toegevoegd in de vorm van een aanvullende set met nader te bepalen gegevens;

onverminderd onderdeel l, zorgt het bevoegd gezag van een instelling voor hoger onderwijs die kwaliteitsbekostiging ontvangt op grond van hoofdstuk 4, afdeling 5, van het Uitvoeringsbesluit WHW 2008, ervoor dat aan het bestuursverslag en de jaarrekening over de jaren 2021 tot en met 2024 een reflectie wordt toegevoegd van de medezeggenschap op de realisatie van het plan en de betrokkenheid van belanghebbenden en de facilitering van de medezeggenschap;

is het niet toegestaan de jaarrekening op te stellen volgens de door de International Accounting Standards Board vastgestelde en door de Europese Commissie goedgekeurde standaarden.

BWB 2026-04-15

1 Indien de totale baten van een bevoegd gezag ten hoogste € 15.000.000 bedragen kan het bevoegd gezag ervoor kiezen een compact bestuursverslag op te stellen.

2 Dit artikel kan niet worden toegepast door een bevoegd gezag dat uitsluitend of eveneens het bevoegd gezag is van een onderwijsinstelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs of artikel 1.8 van de Wet op hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek.

3 Indien een bevoegd gezag kiest voor het opstellen van een compact bestuursverslag is de toepassing van artikel 391 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en van de inrichtingseisen van de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving die expliciet betrekking hebben op het bestuursverslag niet verplicht, behoudens voor zover anders voortvloeit uit bijlage 5.

4 Indien een bevoegd gezag in enig jaar het maximum van totale baten zoals bedoeld in het eerste lid overschrijdt, kan het bevoegd gezag met ingang van het daaropvolgende verslagjaar nog voor ten hoogste drie achtereenvolgende verslagjaren een compact bestuursverslag opstellen.

5 Indien de totale baten van een bevoegd gezag dalen tot onder het maximum van totale baten zoals bedoeld in het eerste lid, kan het bevoegd gezag ervoor kiezen een compact bestuursverslag op te stellen met ingang van het daaropvolgende verslagjaar.

6 Met betrekking tot het uitvoeren van dit artikel neemt het bevoegd gezag bij wijzigingen ten aanzien van de inrichting van het bestuursverslag ten opzichte van het vorige verslagjaar daarover een toelichting op in het bestuursverslag.

BWB 2026-04-15

1a In aanvulling op hoofdstuk 271 Personeelsbeloningen van de richtlijnen worden de lasten op basis van de Bapo en de SOP, overeenkomstig paragraaf 2, alinea 204, van dat hoofdstuk, in de staat van baten en lasten verantwoord als periodelasten.

1b Overeenkomstig hoofdstuk 271 Personeelsbeloningen van de richtlijnen worden de gespaarde verlofuren als gevolg van de afspraken duurzame inzetbaarheid of de werktijdenvermindering voor senioren conform paragraaf 2, alinea 203, van dat hoofdstuk, op de balans opgenomen als een verplichting uit hoofde van een opbouw van rechten voor zover de gespaarde rechten op doorbetaalde afwezigheid kunnen worden opgenomen of verzilverd.

2 Onderwijsinstellingen nemen met gebruikmaking van de in bijlage 1 opgenomen tabel in het bestuursverslag op aan hoeveel ho-studenten zij uit het studentenondersteuningsfonds, bedoeld in artikel 7.51 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, financiële ondersteuning hebben verleend, uitgesplitst naar de volgende onderdelen: a. ho-studenten in overmachtssituaties, zoals ziekte, functiebeperking, familieomstandigheden mantelzorg of niet studeerbare opleidingen; b. ho-studenten die optreden als bestuurslid van door de instelling erkende studie- of studentenverenigingen of in de studentenmedezeggenschap, en c. overige, zoals het leveren van uitzonderlijke prestaties op het gebied van sport of cultuur, financiële steun aan ho-studenten uit niet-EER-landen en uitgaande beurzen. Tevens geven de onderwijsinstellingen per categorie aan hoeveel ho-studenten een vergoeding hebben aangevraagd, hebben ontvangen, hoeveel in totaal per categorie is uitgekeerd en wat de gemiddelde hoogte en duur was van de vergoeding.

2a Mbo-instellingen nemen met gebruikmaking van de in bijlage 2 opgenomen tabel in het bestuursverslag op aan hoeveel mbo-studenten zij uit het mbo-studentenfonds, bedoeld in artikel 8.1.5 WEB, ondersteuning hebben verleend. Daarbij geven de mbo-instellingen tevens aan hoeveel mbo-studenten ondersteuning hebben aangevraagd, hoeveel mbo-studenten ondersteuning toegekend hebben gekregen, hoeveel in totaal is toegekend en wat de gemiddelde hoogte was van de toekenningen. Deze informatie wordt uitgesplitst in vier categorieën: a. mbo-studenten die lid zijn van een studentenraad als bedoeld in artikel 8a.1.2 WEB, van een andere door het bevoegd gezag ingestelde medezeggenschapsstructuur of van het bestuur van een studentenorganisatie van enige omvang met volledige rechtsbevoegdheid; b. mbo-studenten die activiteiten verrichten op bestuurlijk of maatschappelijk gebied die naar het oordeel van het bevoegd gezag mede in het belang zijn van de instelling of van het onderwijs dat de student volgt; c. mbo-studenten, of diens wettelijk vertegenwoordigers, die aantoonbaar onvoldoende financiële middelen hebben voor de aanschaf van onderwijsbenodigdheden waarover de student geacht wordt te beschikken; en d. mbo-studenten die in verband met de aanwezigheid van een bijzondere omstandigheid studievertraging hebben opgelopen.

3 Instellingen voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.8 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek nemen in het bestuursverslag een overzicht op van de vergoedingen aan en de declaraties van de individuele bestuurders. Hogescholen verantwoorden de declaraties van bestuurders in overeenstemming met de Handreiking, opgenomen in de brief van de Vereniging Hogescholen van 3 november 2016 met kenmerk 16.4347.avw (te raadplegen via www.onderwijsinspectie.nl). Universiteiten verantwoorden de declaraties van bestuurders in overeenstemming met de Handreiking verantwoording declaraties bestuurders, opgenomen in de brief van de Vereniging van Universiteiten van 7 september 2016 met kenmerk VSNU 16/214 U (te raadplegen via www.onderwijsinspectie.nl).

4 In het bestuursverslag rapporteert het bevoegd gezag met gebruikmaking van de in bijlage 3 opgenomen set gegevens en de daarbij behorende toelichting over de resultaten van het financiële beleid over het verslagjaar. Daarnaast rapporteert het bevoegd gezag – in meerjarenperspectief over de drie verslagjaren volgend op het verslagjaar en ingeval sprake is van majeure investeringen, in meerjarenperspectief over de vijf verslagjaren volgend op het verslagjaar. Er is sprake van een majeure investering als het totaal van de investering gedeeld door de totale jaarlijkse baten in de staat van baten en lasten gelijk is of groter dan 15%. In de sectoren primair onderwijs en voortgezet onderwijs wordt ingeval sprake is van volledige doordecentralisatie van de huisvesting, steeds een meerjarenperspectief opgenomen voor de periode van vijf jaren volgend op het verslagjaar. De toelichting op deze investeringen bevat in ieder geval een beschrijving van de relatie met de strategische doelstellingen, de omvang, het tijdpad, de wijze van financiering, inclusief een duidelijke onderbouwing met analyse van de prognose van de ontwikkeling van leerlingen-, mbo-studenten-, vavo-studenten- of ho-studentenaantallen en het gebruik van sturingsinstrumenten. De rapportage betreft onder meer het risicomanagement en het interne toezicht.

5 Een bekostigde instelling voor hoger onderwijs dan wel een bekostigde instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, verantwoordt zich in het bestuursverslag over het gevoerde beleid zoals aangegeven in de volgende notities: a. Helderheid in de bekostiging van het hoger onderwijs (bijlage bij Kamerstukken II 2003/04, 28 817, nr. 5) b. Aanvulling op de notitie Helderheid in de bekostiging van het hoger onderwijs (bijlage bij II 2004/05, 28 248, nr. 72); en c. Helderheid in de bekostiging van het beroepsonderwijs en de volwasseneneducatie (Bijlage bij Kamerstukken 2004/05, 28 248, nr. 72; d. van bovengenoemde notities is thema 2, Investeren van publieke middelen in private activiteiten, niet meer van toepassing. Dit thema is vervangen door de Beleidsregel investeren met publieke middelen in private activiteiten.

5a In aanvulling op het vijfde lid verantwoordt een bekostigde instelling voor hoger onderwijs dan wel een bekostigde instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs zich vanaf het verslagjaar 2023 in het bestuursverslag eveneens over het gevoerde beleid zoals aangegeven in de Beleidsregel investeren met publieke middelen in private activiteiten.

6 De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap publiceert jaarlijks een overzicht van de voor het betreffende verslagjaar relevante politieke of maatschappelijke thema’s, waarover het bevoegd gezag in het bestuursverslag rapporteert met betrekking tot de wijze waarop middelen zijn ingezet en de resultaten die daarmee zijn behaald.

7 In het bestuursverslag rapporteert een bevoegd gezag als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020, of artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs over de tijdige aanwezigheid van de VOG met gebruikmaking van de in bijlage 6 opgenomen tabel.

BWB 2026-04-15

Een bevoegd gezag neemt, ter verantwoording van de aan haar door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap of de Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media verstrekte subsidies, in haar jaarverslag het verantwoordingsmodel G op als bedoeld in bijlage 4, indien zij daartoe verplicht is op grond van een besluit van één of beide ministers.

Is voor het eerst van toepassing voor de jaarverslaggeving over het verslagjaar 2020.

Wijziging is herplaatst.

Is voor het eerst van toepassing voor de jaarverslaggeving over het verslagjaar 2020.

BWB 2026-04-15

Het bevoegd gezag levert jaarlijks vóór 1 juli de volgende gegevens over het voorafgaande kalenderjaar aan bij de Dienst Uitvoering Onderwijs

in schriftelijke vorm de jaarrekening, het bestuursverslag en de overige gegevens, bedoeld in artikel 392 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek; en

met gebruikmaking van de methode SBR/XBRL overeenkomstig de op de website van de Dienst Uitvoering Onderwijs bekend gemaakte onderwijstaxonomie, de gegevens uit de jaarrekening, alsmede de gegevens, bedoeld in artikel 3, onder e3, en artikel 4, vierde lid.

BWB 2026-04-15

1 In afwijking van deze regeling is de Regeling openbare jaarverantwoording WMG van overeenkomstige toepassing op de jaarverslaglegging van een onderwijsinstelling, indien: a. de onderwijsinstelling tevens een zorgaanbieder is waarop artikel 40b van de Wet marktordening gezondheidszorg van toepassing is; en b. de netto-omzet van de onderwijsinstelling gedurende twee opeenvolgende balansdata, zonder onderbreking nadien gedurende twee opeenvolgende balansdata, voor een groter aandeel bestaat uit zorg of jeugdhulp dan uit onderwijs.

2 In afwijking van deze regeling is de Regeling openbare jaarverantwoording WMG is van overeenkomstige toepassing op het eerste en tweede boekjaar voor een onderwijsinstelling waarvan op de balansdatum van het eerste boekjaar een groter aandeel van de netto-omzet bestaat uit zorg of jeugdhulp dan uit onderwijs.

3 In afwijking van deze regeling is het eerste en tweede lid is de Regeling openbare jaarverantwoording WMG van overeenkomstige toepassing op een academisch ziekenhuis als bedoeld in artikel 1.13 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, met dien verstande dat in de toelichting op de financiële verantwoording financiële gegevens worden opgenomen aangaande de besteding van de rijksbijdrage voor de werkplaatsfunctie ten behoeve van het wetenschappelijk medisch onderwijs en onderzoek en kwantitatieve gegevens voor het verdeelmodel van die rijksbijdrage.

BWB 2026-04-15

1 In afwijking van deze regeling is zijn de artikelen 4.2 tot en met 4.4 van de Regeling Jeugdwet van overeenkomstige toepassing op de jaarverslaglegging van een onderwijsinstelling, indien: a. de onderwijsinstelling tevens een jeugdhulpaanbieder als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel 1°, van de Jeugdwet is, maar niet tevens een zorgaanbieder is waarop artikel 40b van de Wet marktordening gezondheidszorg van toepassing is; en b. de netto-omzet van de onderwijsinstelling gedurende twee opeenvolgende balansdata, zonder onderbreking nadien gedurende twee opeenvolgende balansdata, voor een groter aandeel bestaat uit jeugdhulp dan uit onderwijs.

2 In afwijking van deze regeling is zijn de artikelen 4.2 tot en met 4.4 van de Regeling Jeugdwet zijn van overeenkomstige toepassing op het eerste en tweede boekjaar voor een onderwijsinstelling waarvan op de balansdatum van het eerste boekjaar een groter aandeel van de netto-omzet bestaat uit jeugdhulp dan uit onderwijs.

BWB 2026-04-15

Deze regeling berust mede op artikel 6.19, zesde lid, van het Uitvoeringsbesluit WVO 2020.

Voorheen artikel 5a.

Need to analyze how this provision applies to your matter?

Cross-reference this statute against case law, commentaries, and related legislative provisions inside Legislator AI.

Open in Legislator →