Legislator Case Law & Legislation
BWBR0022841 NL

Regeling palliatieve terminale zorg en geestelijke verzorging thuis

45 Articles / Provisions · Netherlands
Open official source Machine-readable Markdown (.md)

Table of Provisions (45)

Statutory Text (45 Articles)

BWB 2026-07-01

In deze regeling wordt verstaan onder

beroepsmatige zorg: zorg of andere diensten waarop aanspraak bestaat ingevolge artikel 3.1.1 van de Wet langdurige zorg of ingevolge een zorgverzekering als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Zorgverzekeringswet;

betaalde coördinatie: het tegen betaling coördineren van de inzet van vrijwilligers die palliatieve terminale zorg in de thuissituatie verlenen;

bijna-thuis-huis: instelling die palliatieve terminale zorg door vrijwilligers verleent, inclusief verblijf, waarbij de instelling niet verantwoordelijk is voor de beroepsmatige zorg;

cliënt: persoon die palliatieve terminale zorg door vrijwilligers ontvangt;

dienst van algemeen economisch belang: een dienst als bedoeld in artikel 106, tweede lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;

geestelijke verzorging thuis: professionele begeleiding, hulpverlening en advisering bij zingeving en levensbeschouwing in de thuissituatie;

high care hospice: instelling die palliatieve terminale zorg door vrijwilligers verleent, inclusief verblijf, waarbij de instelling verantwoordelijk is voor de beroepsmatige zorg;

instelling: een privaatrechtelijke rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid, dan wel een rechtspersoon krachtens publiekrecht ingesteld;

instellingssubsidie: een op grond van deze regeling per boekjaar verstrekte subsidie in de kosten van structurele activiteiten van een instelling;

kind: persoon die

de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt,

de leeftijd van achttien jaar doch niet de leeftijd van drieëntwintig jaar heeft bereikt en ten aanzien van wie de inzet van geestelijk verzorgers en verlies- en rouwbegeleiders was aangevangen vóór het bereiken van de leeftijd van achttien jaar;

minister: de minister voor Langdurige Zorg en Sport;

netwerk integrale kindzorg: regionaal netwerk ter versterking van de onderlinge samenwerking tussen de bij de kinderpalliatieve zorg betrokken organisaties en professionals en de inzet van geestelijk verzorgers en verlies- en rouwbegeleiders voor ernstig zieke kinderen en hun naasten;

netwerk palliatieve zorg: netwerk ten behoeve van de versterking van de onderlinge samenwerking tussen de bij de palliatieve terminale zorg betrokken organisaties en personen;

netwerkregio: de in bijlage 1 bij de desbetreffende instelling genoemde gemeenten;

palliatieve terminale zorg door vrijwilligers: diensten die een vrijwilliger verleent aan een terminale hulpbehoevende in de vorm van vervangende mantelzorg;

referentieperiode: het aantal aaneengesloten jaren dat de instelling tot en met 31 december van het voorgaande kalenderjaar voorafgaand aan het boekjaar waarvoor de instellingssubsidie wordt verstrekt palliatieve terminale zorg door vrijwilligers heeft verleend, met dien verstande dat

de referentieperiode niet meer dan 3 jaren bedraagt;

indien de zorg minder dan 1 jaar is verleend, de referentieperiode 1 jaar bedraagt;

regio voor geestelijke verzorging thuis: de in bijlage 2 bij de desbetreffende instelling genoemde gemeenten;

rouw- en verliesbegeleiding thuis: professionele begeleiding, hulpverlening en advisering bij verliesverwerking binnen de kinderpalliatieve zorg in de thuissituatie en bij kinderen met een palliatieve naaste;

vrijwilliger: een persoon die palliatieve terminale zorg verleent voor een algemeen nut beogende instelling of een instelling die niet is onderworpen aan de vennootschapsbelasting of daarvan is vrijgesteld, zonder daarvoor een marktconforme beloning als tegenprestatie te ontvangen;

zelfstandig opererende instelling: een instelling die in de maatschappij als zelfstandige eenheid te herkennen is en een interne zelfstandige bedrijfsvoering heeft.

BWB 2026-07-01

Deze regeling heeft tot doel het door middel van subsidieverstrekking

stimuleren van de coördinatie, scholing en inzet van vrijwilligers bij het verlenen van palliatieve terminale zorg;

creëren en onderhouden van een compleet, samenhangend en dekkend aanbod van palliatieve terminale zorg van verantwoorde kwaliteit in de regio door netwerken palliatieve zorg en netwerken integrale kindzorg;

faciliteren van geestelijke verzorging thuis en rouw- en verliesbegeleiding thuis ten behoeve van palliatieve patiënten en hun naasten en geestelijke verzorging thuis voor mensen van 50 jaar en ouder.

BWB 2026-07-01

Deze regeling is van toepassing op het verstrekken van

instellingssubsidies voor het verlenen van palliatieve terminale zorg door vrijwilligers;

instellingssubsidies voor de coördinatie van een netwerk palliatieve zorg;

instellingssubsidies voor de coördinatie van een netwerk integrale kindzorg;

instellingssubsidies voor de geestelijke verzorging thuis en verlies- en rouwbegeleiding in een netwerkregio.

BWB 2026-07-01

1 Een instellingssubsidie voor palliatieve terminale zorg door vrijwilligers kan worden verstrekt indien de instelling die de palliatieve terminale zorg door vrijwilligers verleent: a. geen beroepsmatige zorg verleent; dan wel b. beroepsmatige zorg verleent, mits ten hoogste 20 verpleegkundigen, gerekend naar voltijds dienstverband voor de instelling werkzaam zijn.

2 In afwijking van het eerste lid krijgt een instelling geen subsidie indien deze instelling deel uitmaakt van een overkoepelende organisatie die beroepsmatige zorg verleent en voor de overkoepelende organisatie meer dan 20 verpleegkundigen, gerekend naar voltijds dienstverband werkzaam zijn, tenzij de instelling die palliatieve terminale zorg door vrijwilligers verleent zelfstandig opereert.

3 Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

4 Een instellingssubsidie wordt voor de periode van een boekjaar verstrekt. Het boekjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

BWB 2026-07-01

1 De minister kan bij het verstrekken van een instellingssubsidie verplichtingen opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de instellingssubsidie, bedoeld in artikel 1a.

2 Rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de verstrekking van de instellingssubsidie kunnen door de ontvanger van de instellingssubsidie uitsluitend na toestemming van de minister worden overgedragen.

BWB 2026-07-01

De Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS is niet van toepassing op de subsidies, bedoeld in paragraaf 2.

BWB 2026-07-01

De minister kan jaarlijks op aanvraag een instellingssubsidie verstrekken.

De instellingssubsidie bedraagt per cliënt ten hoogste

voor het verlenen van palliatieve terminale zorg door vrijwilligers in de thuissituatie, dan wel in een bijna-thuis-huis of high care hospice zonder betaalde coördinatie: € 722 en € 2.061 met betaalde coördinatie;

aan een bijna-thuis-huis ten behoeve van het verlenen van palliatieve terminale zorg door vrijwilligers in het bijna-thuis-huis: € 5.035;

aan een high care hospice ten behoeve van het verlenen van palliatieve terminale zorg door vrijwilligers in de high care hospice: € 3.526;

voor het verlenen van palliatieve terminale zorg door vrijwilligers aan personen die verblijven in een instelling die beroepsmatige zorg verleent: € 722.

BWB 2026-07-01

1 De instellingssubsidie wordt berekend door het totaal beschikbare subsidieplafond, zoals opgenomen in de hiernavolgende tabel, zodanig te verdelen onder de instellingen waaraan de instellingssubsidie wordt verstrekt dat elke instelling per cliënt hetzelfde percentage ontvangt van het desbetreffende maximumbedrag, genoemd in artikel 6. Kalenderjaar Totaal beschikbare subsidieplafond 2026 € 38.249.000 2027 € 39.749.000

2 Bij de berekening van de instellingssubsidie wordt het aantal cliënten van de instelling bepaald door het gemiddeld aantal cliënten per jaar in de referentieperiode. Indien meerdere malen dezelfde palliatieve terminale zorg, bedoeld in artikel 6, is verleend aan een cliënt, wordt deze voor de bepaling van het aantal cliënten voor één cliënt gerekend.

3 In afwijking van het tweede lid telt een cliënt aan wie meerdere vormen van palliatieve terminale zorg, als bedoeld in artikel 6, is verleend, voor de bepaling van het aantal cliënten mee als één cliënt per vorm van palliatieve terminale zorg door vrijwilligers.

BWB 2026-07-01

Vervallen

De tekst zoals deze luidde voor 29 juli 2010 blijft van toepassing op subsidies die voor 29 juli 2010 zijn verstrekt op grond van deze regeling.

BWB 2026-07-01

Vervallen

De tekst zoals deze luidde voor 29 juli 2010 blijft van toepassing op subsidies die voor 29 juli 2010 zijn verstrekt op grond van deze regeling.

BWB 2026-07-01

Vervallen

De tekst zoals deze luidde voor 29 juli 2010 blijft van toepassing op subsidies die voor 29 juli 2010 zijn verstrekt op grond van deze regeling.

BWB 2026-07-01

Vervallen

De tekst zoals deze luidde voor 29 juli 2010 blijft van toepassing op subsidies die voor 29 juli 2010 zijn verstrekt op grond van deze regeling.

BWB 2026-07-01

Vervallen

De tekst zoals deze luidde voor 29 juli 2010 blijft van toepassing op subsidies die voor 29 juli 2010 zijn verstrekt op grond van deze regeling.

BWB 2026-07-01

Vervallen

De tekst zoals deze luidde voor 29 juli 2010 blijft van toepassing op subsidies die voor 29 juli 2010 zijn verstrekt op grond van deze regeling.

BWB 2026-07-01

Vervallen

De tekst zoals deze luidde voor 29 juli 2010 blijft van toepassing op subsidies die voor 29 juli 2010 zijn verstrekt op grond van deze regeling.

BWB 2026-07-01

Vervallen

De tekst zoals deze luidde voor 29 juli 2010 blijft van toepassing op subsidies die voor 29 juli 2010 zijn verstrekt op grond van deze regeling.

BWB 2026-07-01

Vervallen

De tekst zoals deze luidde voor 29 juli 2010 blijft van toepassing op subsidies die voor 29 juli 2010 zijn verstrekt op grond van deze regeling.

BWB 2026-07-01

1 De aanvraag van een instellingssubsidie voor palliatieve terminale zorg door vrijwilligers wordt uiterlijk op 15 juli in het jaar voorafgaande aan het boekjaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, ontvangen.

2 Als een aanvraag na afloop van de termijn, bedoeld in het eerste lid, maar voor 15 augustus wordt ontvangen, kan het te verstrekken subsidiebedrag worden verlaagd met een kortingspercentage van: a. 5% met een minimum van € 50 en een maximum van € 25.000 indien de aanvraag wordt ontvangen op of na 16 juli en vóór 1 augustus; b. 10% met een minimum van € 100 en een maximum van € 50.000 indien de aanvraag wordt ontvangen op of na 1 augustus en vóór 15 augustus.

3 Een aanvraag die op of na 15 augustus wordt ontvangen, wordt afgewezen.

4 De aanvraag die op of na 15 augustus wordt ontvangen, wordt niet afgewezen indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener van de aanvraag in verzuim is geweest. De termijnoverschrijding bedraagt ten hoogste vier weken.

5 Indien de aanvrager onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de juiste of ontbrekende gegevens worden ontvangen na afloop van de daarvoor geboden hersteltermijn, kan het te verstrekken subsidiebedrag worden gekort met een percentage ter hoogte van 5% met een minimum van € 50 en een maximum van € 25.000.

BWB 2026-07-01

1 Voor de aanvraag tot vaststelling wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt.

2 De aanvraag gaat vergezeld van: a. een opgave van het totale aantal personen waaraan in de referentieperiode door de instelling palliatieve terminale zorg door vrijwilligers thuis, in een bijna-thuis-huis of in een high care hospice is verleend; b. een onderbouwde opgave van de gemiddelde verblijfsduur van een persoon in een bijna-thuis-huis of in een high care hospice; c. een beschrijving van de wijze waarop de instelling participeert in het netwerk palliatieve zorg in de betreffende netwerkregio, als bedoeld in artikel 18; d. een beschrijving van de wijze waarop de deskundigheid en inzet van vrijwilligers wordt bevorderd en gewaarborgd.

3 De aanvraag van een instellingssubsidie voor palliatieve terminale zorg door vrijwilligers in de thuissituatie met betaalde coördinatie gaat vergezeld van de overeenkomst met de coördinator.

BWB 2026-07-01

1 De minister kan in het kader van de behandeling van de aanvraag van een instellingssubsidie van € 125.000 of meer verzoeken om een assurancerapport van een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek inzake het aantal personen waaraan in de referentieperiode door de instelling vrijwillige palliatieve terminale zorg is verleend.

2 De aanvrager van een instellingssubsidie van minder dan € 125.000 werkt, onder meer door het verschaffen van de daartoe benodigde inlichtingen, gegevens en bescheiden, mee aan door of namens de minister ingestelde onderzoekingen die erop zijn gericht de minister inlichtingen te verschaffen die van belang zijn voor het nemen van een besluit met betrekking tot het verstrekken van de subsidie.

BWB 2026-07-01

1 De minister geeft op de aanvraag van een instellingssubsidie voor palliatieve terminale zorg door vrijwilligers binnen 13 weken na afloop van de aanvraagtermijn, genoemd in artikel 14, eerste lid een beschikking tot vaststelling van de instellingssubsidie.

2 Indien de aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag of indien de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag of de voorbereiding van de beschikking stelt de minister de aanvrager in de gelegenheid de aanvraag binnen vier weken aan te vullen. De minister besluit de aanvraag niet te behandelen indien de aanvraag binnen die termijn niet of niet voldoende is aangevuld.

BWB 2026-07-01

1 De ontvanger van de instellingssubsidie blijft gedurende het gehele jaar waarvoor de instellingssubsidie is verstrekt in substantiële mate palliatieve terminale zorg door vrijwilligers verlenen en draagt gedurende het gehele jaar waarvoor de instellingssubsidie is verstrekt zorg voor de continuïteit van de voorzieningen voor het verlenen van de palliatieve terminale zorg door vrijwilligers die gemiddeld per jaar in de referentieperiode werd verstrekt.

2 De subsidieontvanger meldt meteen aan de minister als: a. het aannemelijk is dat niet of niet geheel aan de subsidieverplichtingen zal worden voldaan of b. zich andere omstandigheden zullen voordoen die van belang kunnen zijn voor een beslissing tot wijziging, intrekking of vaststelling van de subsidie.

3 De melding wordt schriftelijk gedaan. De melding wordt voorzien van een toelichting. Bij de melding worden de relevante stukken overgelegd.

BWB 2026-07-01

De ontvanger van de instellingssubsidie voor palliatieve terminale zorg door vrijwilligers

bevordert en waarborgt de deskundigheid en inzet van vrijwilligers om ondersteuning te bieden in de laatste levensfase;

participeert in de netwerken palliatieve zorg van de netwerkregio's waarin door de instelling palliatieve terminale zorg door vrijwilligers wordt verleend.

BWB 2026-07-01

1 De minister betaalt een instellingssubsidie voor palliatieve terminale zorg door vrijwilligers van € 25.000 of meer als volgt: in januari 8%, februari 8%, maart 8%, april 7%, mei 16%, juni 7%, juli 8%, augustus 8%, september 7%, oktober 8%, november 8% en december 7% van het voor het desbetreffende boekjaar vastgestelde subsidiebedrag.

2 De minister kan van het gestelde in het eerste lid op verzoek van de ontvanger van een instellingssubsidie afwijken.

3 De minister betaalt een instellingssubsidie voor palliatieve terminale zorg door vrijwilligers van minder dan € 25.000 in één keer.

BWB 2026-07-01

De ontvanger van een instellingssubsidie voor palliatieve terminale zorg door vrijwilligers voert een zodanig ingerichte administratie, dat daaruit te allen tijde het aantal personen waaraan palliatieve terminale zorg door vrijwilligers is verleend, kan worden nagegaan.

BWB 2026-07-01

De minister kan jaarlijks aan een in bijlage 1 genoemde instelling op aanvraag een instellingssubsidie verstrekken voor de coördinatie van een netwerk palliatieve zorg of een netwerk integrale kindzorg.

BWB 2026-07-01

1 De instellingssubsidie voor de coördinatie van een netwerk palliatieve zorg of een netwerk integrale kindzorg bedraagt ten hoogste het in bijlage 1 bij de desbetreffende instelling en het desbetreffende jaar genoemde bedrag.

2 De minister kan het bedrag van de instellingssubsidie voor de coördinatie van een netwerk palliatieve zorg of een netwerk integrale kindzorg bijstellen in geval van een wijziging van de netwerkregio of het netwerk integrale kindzorg.

3 De minister kan het bedrag van de instellingssubsidie voor de coördinatie van een netwerk palliatieve zorg of een netwerk integrale kindzorg bijstellen, rekening houdend met de ontwikkeling in de kosten van de arbeidsvoorwaarden. Met het oog op deze bijstelling kan de minister bij de verlening van de instellingssubsidie bepalen welk deel van het subsidiebedrag daarvoor in aanmerking zal worden genomen.

4 Indien een instellingssubsidie met toepassing van het tweede of derde lid wordt bijgesteld, kan de bevoorschotting overeenkomstig worden gewijzigd.

BWB 2026-07-01

1 De aanvraag tot verlening van een instellingssubsidie voor de coördinatie van een netwerk palliatieve zorg of een netwerk integrale kindzorg wordt uiterlijk 1 oktober in het jaar voorafgaand aan het boekjaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, ontvangen.

2 Voor de aanvraag tot verlening wordt een door de Minister vastgesteld formulier gebruikt.

3 Artikel 17, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

4 Artikel 10.1, eerste lid, van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS is niet van toepassing op een instellingssubsidie voor de coördinatie van een netwerk palliatieve zorg of een netwerk integrale kindzorg.

5 Instellingssubsidies tot € 25.000 worden verstrekt als subsidies als bedoeld in artikel 1.5, onderdeel a, onder 2°, van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS.

6 Instellingssubsidies van € 25.000 tot € 125.000 wordt verstrekt als subsidies als bedoeld in artikel 1.5, onderdeel c, onder 2°, van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS.

7 Instellingssubsidies vanaf € 125.000 worden verstrekt als subsidies als bedoeld in artikel 1.5, onderdeel d, van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS.

8 In afwijking van artikel 8.7, eerste lid, van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS vormt de ontvanger van een instellingssubsidie van € 125.000 of meer geen egalisatiereserve.

BWB 2026-07-01

Vervallen

Artikel XI van Stcrt. 2011/7992 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.

BWB 2026-07-01

Vervallen

Artikel XI van Stcrt. 2011/7992 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.

BWB 2026-07-01

Vervallen

Artikel XI van Stcrt. 2011/7992 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.

BWB 2026-07-01

Vervallen

Artikel XI van Stcrt. 2011/7992 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.

BWB 2026-07-01

De ontvanger van de instellingssubsidie voor de coördinatie van een netwerk palliatieve zorg draagt er zorg voor dat

de coördinatie alle gemeenten omvat, vermeld in bijlage 1 in de netwerkregio van de desbetreffende instelling;

aan een netwerk palliatieve zorg de instellingen en personen deelnemen die beroepsmatig betrokken zijn bij het verlenen van palliatieve zorg in de netwerkregio;

de coördinatie is gericht op een compleet, samenhangend en dekkend aanbod van palliatieve terminale zorg van verantwoorde kwaliteit in de netwerkregio.

BWB 2026-07-01

De ontvanger van de instellingssubsidie voor de coördinatie van een netwerk integrale kindzorg draagt er zorg voor dat

de coördinatie de regio omvat, vermeld in bijlage 1;

aan een netwerk integrale kindzorg de instellingen en personen deelnemen die beroepsmatig betrokken zijn bij het verlenen van integrale kindzorg;

de coördinatie is gericht op een compleet, samenhangend en dekkend aanbod van integrale kindzorg van verantwoorde kwaliteit in de regio van het netwerk integrale kindzorg.

BWB 2026-07-01

1 De minister kan jaarlijks aan een in bijlage 2 genoemde instelling op aanvraag een instellingssubsidie verstrekken voor het in de regio voor geestelijke verzorging thuis zorgdragen voor de inzet van en de betaling aan geestelijk verzorgers en de daarmee samenhangende coördinerende activiteiten, ten behoeve van meerderjarige palliatieve patiënten en hun naasten en mensen van 50 jaar en ouder.

2 De minister kan jaarlijks aan een in bijlage 2 genoemde instelling op aanvraag een instellingssubsidie verstrekken voor het in de regio van een netwerk integrale kindzorg zorgdragen voor de inzet van en de betaling aan rouw- en verliesbegeleiders en geestelijk verzorgers en de daarmee samenhangende coördinerende activiteiten, ten behoeve van ernstig zieke kinderen en hun naasten en het zorgdragen voor de betaling aan rouw- en verliesbegeleiders ten behoeve van kinderen met een volwassen naaste die palliatieve patiënt is.

3 Het zorgdragen voor de inzet van en de betaling aan geestelijke verzorgers en verlies- en rouwbegeleiders als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt aangewezen als dienst van algemeen economisch belang als bedoeld in artikel 106, tweede lid, van het Verdrag betreffende werking van de Europese Unie.

BWB 2026-07-01

1 De instellingssubsidie voor de inzet van geestelijke verzorgers in de regio voor geestelijke verzorging thuis of de inzet van verlies- en rouwbegeleiders en geestelijk verzorgers thuis in de regio van een netwerk integrale kindzorg bedraagt ten hoogste het in bijlage 2 bij de desbetreffende instelling en het desbetreffende jaar genoemde bedrag.

2 De minister kan het bedrag van de instellingssubsidie bijstellen in geval van een wijziging van de netwerkregio of de regio van een netwerk integrale kindzorg.

3 De minister kan het bedrag van de instellingssubsidie bijstellen, rekening houdend met de ontwikkeling in de kosten van de arbeidsvoorwaarden. Met het oog op deze bijstelling kan de minister bij de verlening van de instellingssubsidie bepalen welk deel van het subsidiebedrag daarvoor in aanmerking zal worden genomen.

4 Indien een instellingssubsidie met toepassing van het tweede of derde lid wordt bijgesteld, kan de bevoorschotting overeenkomstig worden gewijzigd.

BWB 2026-07-01

Van het bedrag, bedoeld in artikel 30, eerste lid, mag 22,7 procent per aanvragende organisatie worden ingezet voor de kosten die door de aanvragende organisatie zelf wordt gemaakt voor het opzetten en operationaliseren van de benodigde infrastructuur, zoals de uitvoeringskosten van facturering, voor het zorgdragen voor de inzet van geestelijk verzorgers en verlies- en rouwbegeleiders en voor de coördinerende activiteiten.

BWB 2026-07-01

1 De aanvraag tot verlening van een instellingssubsidie voor de inzet van geestelijke verzorgers of verlies- en rouwbegeleiders wordt uiterlijk 1 oktober in het jaar voorafgaande aan het boekjaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd, ontvangen.

2 Voor de aanvraag tot verlening wordt een door de minister vastgesteld formulier gebruikt, welke vergezeld gaat van een met de Staat gesloten overeenkomst waarbij de Staat de instelling belast met en haar verplicht tot het verrichten van de dienst van algemeen economisch belang, bedoeld in artikel 29, derde lid.

3 De aanvraag gaat vergezeld van een verklaring als bedoeld in artikel 6 van de Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU 2013, L352), een zogenoemde de-minimisverklaring, voor het deel van de subsidie dat ingezet wordt voor de activiteiten, bedoeld in artikel 29, derde lid.

4 Artikel 17, tweede lid, en de artikelen 18 en 19 zijn van overeenkomstige toepassing.

5 Artikel 10.1, eerste lid, van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS is niet van toepassing op een instellingssubsidie voor de inzet van geestelijke verzorgers of verlies- en rouwbegeleiders in de netwerkregio’s.

6 Instellingssubsidies tot € 25.000 worden verstrekt als subsidies als bedoeld in artikel 1.5, onderdeel a, onder 2°, van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS.

7 Instellingssubsidies van € 25.000 tot € 125.000 wordt verstrekt als subsidies als bedoeld in artikel 1.5, onderdeel c, onder 2°, van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS.

8 Instellingssubsidies vanaf € 125.000 worden verstrekt als subsidies als bedoeld in artikel 1.5, onderdeel d, van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS.

9 In afwijking van artikel 8.7, eerste lid, van de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS vormt de ontvanger van een instellingssubsidie van € 125.000 of meer geen egalisatiereserve.

BWB 2026-07-01

1 De ontvanger van de instellingssubsidie voor de inzet van geestelijke verzorgers in de netwerkregio draagt er zorg voor dat uitsluitend geestelijke verzorgers die bekwaam en bevoegd zijn, worden ingeschakeld voor verlening van consulten in de thuissituatie meerderjarige palliatieve patiënten en hun naasten en mensen van 50 jaar en ouder met een zingevingsvraag, alsook voor de bijscholing van andere zorgverleners en vrijwilligers en, waar dat meerwaarde heeft, voor het meedraaien in overlegvormen in de eerste lijn. Bekwaam en bevoegd zijn geestelijk verzorgers die ingeschreven zijn in het register van Stichting Kwaliteitsregister Geestelijk Verzorgers (SKGV).

2 Voor de ontvanger van de instellingssubsidie voor de inzet van verlies- en rouwbegeleiders en geestelijk verzorgers in de regio van een netwerk integrale kindzorg gelden de kwaliteitseisen van Stichting Kenniscentrum Kinderpalliatieve Zorg.

BWB 2026-07-01

De minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

BWB 2026-07-01

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en vervalt met ingang van 1 januari 2028.

BWB 2026-07-01

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling palliatieve terminale zorg en geestelijke verzorging thuis.

Need to analyze how this provision applies to your matter?

Cross-reference this statute against case law, commentaries, and related legislative provisions inside Legislator AI.

Open in Legislator →