Legislator Case Law & Legislation
BWBR0022543 NL

Landbouwkwaliteitsregeling 2007200718828-09-200714-09-2007TRCJZ/2007/2968200734527-09-200719-09-200728-09-2007Treedt in werking op het tijdstip waarop het Landbouwkwaliteitsbesluit 2007 in werking treedt.

38 Articles / Provisions · Netherlands
Open official source Machine-readable Markdown (.md)

Table of Provisions (38)

Statutory Text (38 Articles)

BWB 2026-07-01

In deze regeling wordt verstaan onder

exploitant: de persoon als bedoeld in artikel 3, onderdeel 13, van verordening (EU) 2018/848;

minister: Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit;

verordening (EG) 1580/2007: Verordening (EG) nr. 1580/2007 van de Commissie van 21 december 2007 tot vaststelling van bepalingen voor de uitvoering van de Verordeningen (EG) nr. 2200/96, (EG) nr. 2201/96 en (EG) nr. 1182/2007 van de Raad in de sector groenten en fruit (PbEU 2007, L 350);

verordening (EU) 2020/464: Uitvoeringsverordening 2020/464 van de Commissie van 26 maart 2020 tot vaststelling van een aantal uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de documenten die nodig zijn voor de erkenning met terugwerkende kracht van perioden in het kader van de omschakeling, de productie van biologische producten en de door de lidstaten te verstrekken informatie (PbEU 2020, L 98);

verordening (EU) 2021/279: Uitvoeringsverordening (EU) 2021/279 van de Commissie van 22 februari 2021 tot vaststelling van bepalingen ter uitvoering van Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft controles en andere maatregelen ter waarborging van de traceerbaarheid en naleving in de biologische productie en de etikettering van biologische producten (PbEU 2021, L 62);

verordening (EU) 2021/2305: Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2305 van de Commissie van 21 oktober 2021 tot aanvulling van Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad met regels inzake de gevallen waarin en de voorwaarden waaronder biologische producten en omschakelingsproducten zijn vrijgesteld van officiële controles aan grenscontroleposten en inzake de plaats van officiële controles voor dergelijke producten, en tot wijziging van de Gedelegeerde Verordeningen (EU) 2019/2123 en (EU) 2019/2124 van de Commissie (PbEU 2021, L 461);

verordening (EU) 2021/2306: Gedelegeerde Verordening (EU) 2021/2306 van de Commissie van 21 oktober 2021 tot aanvulling van Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad met regels betreffende de officiële controles van zendingen biologische producten en omschakelingsproducten die bestemd zijn voor invoer in de Unie en betreffende het inspectiecertificaat (PbEU 2021, L 461);

verordening (EU) 2021/2307: Uitvoeringsverordening (EU) 2021/2307 van de Commissie van 21 oktober 2021 tot vaststelling van regels betreffende documenten en kennisgevingen die vereist zijn voor biologische en omschakelingsproducten die bestemd zijn voor invoer in de Unie (PbEU 2021, L 461).

BWB 2026-07-01

1 Exploitanten en groepen exploitanten, als bedoeld in artikel 36 van verordening (EU) 2018/848, melden zich overeenkomstig artikel 15, aanhef en onderdeel b, van het Landbouwkwaliteitsbesluit 2007 bij de Stichting Skal overeenkomstig artikel 34, eerste lid, van verordening (EU) 2018/848.

2 Exploitanten die onverpakte biologische producten, met uitzondering van diervoeders, direct aan de eindconsument of eindgebruiker verkopen zijn vrijgesteld van de toepassing van artikel 34, eerste lid, van verordening (EU) 2018/848, mits ze voldoen aan artikel 35, achtste lid, van verordening (EU) 2018/848.

BWB 2026-07-01

Indien de Stichting Skal constateert dat de bij of krachtens verordening (EU) 2018/848 gestelde voorschriften niet worden nageleefd met betrekking tot een product waarvoor overeenkomstig die verordeningen aanduidingen worden gebezigd, kan zij de betreffende marktdeelnemers de verplichting opleggen om de aanduidingen van de desbetreffende producten te verwijderen of te doen verwijderen overeenkomstig artikel 42 van verordening (EU) 2018/848.

BWB 2026-07-01

De Stichting Skal wordt aangewezen als bevoegde autoriteit met betrekking tot biologische productie en etikettering van biologische producten, bedoeld in artikel 1, tweede lid, aanhef en onderdeel i, van verordening (EU) 2017/625, voor zover het betreft

het beoordelen van een verzoek tot erkenning met terugwerkende kracht van perioden in het kader van de omschakeling als bedoeld artikel 1, eerste en tweede lid van verordening 2020/464;

het verlengen van de omschakelingsperiode als bedoeld in bijlage II, deel I, punt 1.7.2 van verordening (EU) 2018/848;

het opleggen van een nieuwe omschakelingsperiode als bedoeld in bijlage II, deel I, punt 1.7.3.

BWB 2026-07-01

1 De Stichting Skal kan op aanvraag een vrijstelling verlenen voor het gebruik in Nederland van niet volgens de biologische productiemethode verkregen ingrediënten van agrarische oorsprong, als bedoeld in artikel 25, eerste en derde lid, van verordening (EU) 2018/848.

2 Overeenkomstig artikel 16, eerste lid, van het Landbouwkwaliteitsbesluit 2007 kan de minister een gebeurtenis formeel als rampzalige gebeurtenis overeenkomstig artikel 22 van verordening (EU) 2018/848 jo. artikel 1 van verordening (EU) 2020/2146 erkennen en dan door middel van een vrijstelling of ontheffing toestemming verlenen om gedurende een beperkte periode, tot de biologische productie kan worden hervat, af te wijken van de biologische productievoorschriften onder de bij of krachtens artikel 22 verordening (EU) 2018/848 gestelde voorwaarden.

3 De Stichting Skal kan op aanvraag ontheffing verlenen voor het gebruik van plantaardig niet overeenkomstig de biologische productiemethode verkregen teeltmateriaal overeenkomstig bijlage II, deel I, punten 1.8.5.1 en 1.8.6, van verordening (EU) 2018/848.

BWB 2026-07-01

1 Voor het reinigen en ontsmetten van gebouwen en installaties voor de plantaardige productie, inclusief opslag in een landbouwbedrijf, en van verwerkings- en opslagfaciliteiten mag overeenkomstig artikel 5, vierde lid, van verordening (EU) 2021/1165, slechts gebruik worden gemaakt van de in bijlage III genoemde producten onder de daarbij genoemde beperkingen.

2 Om gebouwen en andere installaties voor de plantaardige productie te ontdoen van insecten en andere parasieten, mag gebruik worden gemaakt van rodenticiden en de in bijlage I van verordening (EU) 2021/1165 opgenomen producten. Rodenticiden worden uitsluitend gebruikt in vallen.

BWB 2026-07-01

1 De Stichting Skal informeert de Commissie over: a. vrijstellingen verleend op grond van artikel 6, eerste lid, overeenkomstig artikel 25, tweede lid, van verordening (EU) 2018/848; b. gevallen van verontreiniging met niet-toegelaten producten of stoffen als bedoeld in artikel 29, negende lid, van verordening (EU) 2018/848; c. waar officiële controles worden uitgevoerd op grond van artikel 4, eerste lid, van verordening (EU) 2021/2305.

2 Stichting Skal informeert de Commissie en andere lidstaten middels het systeem, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van verordening (EU) 2021/279, over: a. een vermoeden van niet-naleving als bedoeld in artikel 43, eerste lid, van verordening (EU) 2018/848; b. een vermoede of vastgestelde niet-naleving als bedoeld in artikel 7 van verordening (EU) 2021/2307.

3 Stichting Skal informeert de Commissie en andere lidstaten over de afwijkingen, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van verordening (EU) 2020/2146.

BWB 2026-07-01

Marktdeelnemers als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van verordening (EU) 543/2011 verstrekken de in het vijfde en zesde lid van dat artikel bedoelde gegevens aan de Stichting KCB ten behoeve van de gegevensbank, bedoeld in het eerste lid van dat artikel, die wordt beheerd door deze Stichting.

BWB 2026-07-01

Marktdeelnemers die bananen in de handel brengen, die op grond van artikel 7, eerste lid, van verordening (EG) 2898/95 worden vrijgesteld van de controle, registreren zich bij de Stichting KCB overeenkomstig artikel 7, tweede lid, van deze verordening.

Treedt in werking op het tijdstip waarop het Landbouwkwaliteitsbesluit 2007 in werking treedt.

BWB 2026-07-01

De Stichting KCB is belast met

het verlenen van de in artikel 12, eerste lid, van verordening (EU) 543/2011 bedoelde toestemming;

de vaststelling van het minimum percentage, bedoeld in artikel 11, tweede lid, onderdeel b, van verordening (EU) 543/2011;

het verlenen van vrijstellingen en de afgifte van vrijstellingscertificaten, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van verordening (EG) 2898/95.

BWB 2026-07-01

1 De controle van groenten en fruit door de Stichting KCB geschiedt overeenkomstig de artikelen 11 en 17 en bijlage V van verordening (EU) 543/2011 en artikel 113 bis, vierde lid en de krachtens artikel 194 van verordening (EG) 1234/2007 vastgestelde voorschriften bij de normcontroles op de interne markt.

2 De keuring en controle van bananen door de Stichting KCB geschiedt overeenkomstig de artikelen 2 tot en met 7 van verordening (EG) 2898/95.

BWB 2026-07-01

1 Indien door de Stichting KCB bij een normcontrole wordt vastgesteld dat een partij groenten of fruit, die zich in het vrije verkeer binnen de Europese Unie bevindt, niet voldoet aan de in de verordening (EU) 543/2011 en de bij of krachtens verordening (EU) 1308/2013 gestelde eisen, wordt een verklaring van niet-conformiteit opgesteld als bedoeld in artikel 17, derde lid, van verordening (EU) 543/2011.

2 Een partij groenten of fruit, waarvoor de Stichting KCB een verklaring van niet-conformiteit heeft afgegeven, mag niet worden vervoerd, verplaatst, verhandeld of vernietigd zonder toestemming van de Stichting KCB overeenkomstig artikel 17, derde lid, van verordening (EU) 543/2011.

3 Voor de toestemming, bedoeld in het tweede lid kan als voorwaarde worden gesteld dat aan door de Stichting KCB gestelde eisen wordt voldaan.

BWB 2026-07-01

De voorschriften voor het in de handel brengen of uitvoeren van hop en hopproducten van de gedelegeerde verordening hop en hopproducten en de uitvoeringsverordening hop en hopproducten, bedoeld in artikel 5 van het Landbouwkwaliteitsbesluit, zijn de artikelen 4 tot en met 8 van de gedelegeerde verordening hop en hopproducten en de artikelen 2, eerste lid, tweede lid, derde volzin, derde lid, vierde lid en zevende lid, 3 tot en met 6, 8, eerste lid en derde lid, 9, eerste lid, tweede lid en derde lid, tweede volzin, van de uitvoeringsverordening hop en hopproducten.

BWB 2026-07-01

De Stichting KCB is belast met

het uitvoeren van controles in overeenstemming met artikel 77, tweede lid, van verordening (EU) 1308/2013 en de artikelen 7, 8 en 11 en bijlage IV van de uitvoeringsverordening hop en hopproducten;

het afgeven van certificaten als bedoeld in artikel 77, tweede en derde lid, van verordening (EU) nr. 1308/2013;

het erkennen van de bevoegde certificeringscentra, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van de uitvoeringsverordening hop en hopproducten, en de intrekking van die erkenning, bedoeld in artikel 12, eerste lid, van de uitvoeringsverordening hop en hopproducten;

het registreren van de informatie en de documenten, bedoeld in de artikelen 9, eerste lid, en 13 van de uitvoeringsverordening hop en hopproducten, en artikel 6, eerste en tweede lid, van de gedelegeerde verordening hop en hopproducten;

het doen van meldingen als bedoeld in artikel 14, van de uitvoeringsverordening hop en hopproducten;

in het geval van mogelijk frauduleuze of bedrieglijke praktijken, het ondernemen van gepaste acties overeenkomstig verordening (EU) 2017/625;

overige taken die noodzakelijk zijn voor een goede uitvoering van de gedelegeerde verordening hop en hopproducten en de uitvoeringsverordening hop en hopproducten.

BWB 2026-07-01

Onder adequate voorzieningen als bedoeld in artikel 11, eerste lid, van de uitvoeringsverordening hop en hopproducten waarover certificeringscentra moeten beschikken, voor zover zij de beoordeling op minimumeisen, bedoeld in bijlage I van de gedelegeerde verordening hop en hopproducten, zelf uitvoeren, wordt verstaan

de apparatuur genoemd in bijlage IV, deel B, onderdeel 1, of een voorziening genoemd in bijlage IV, deel B, onderdeel 2, van de uitvoeringsverordening hop en hopproducten;

de voorzieningen genoemd in bijlage IV, deel C, onderdelen 1 en 2, van de uitvoeringsverordening hop en hopproducten.

BWB 2026-07-01

1 Bij de Minister worden ingediend: a. een aanvraag tot registratie als bedoeld in artikel 49 van verordening (EU) 1151/2012; b. een verzoek tot wijziging van een productdossier als bedoeld in artikel 53 van verordening (EU) 1151/2012; c. een verzoek tot annulering van een registratie als bedoeld in artikel 54 van verordening (EU) 1151/2012.

2 De Minister geeft kennis van een aanvraag tot registratie en een verzoek tot niet-minimale wijziging van een productdossier als bedoeld in artikel 49 dan wel 53 van verordening (EU) 1151/2012 in de Staatscourant.

3 Binnen vier weken na de kennisgeving, bedoeld in het tweede lid, kan een belanghebbende als bedoeld in artikel 49, derde lid, van verordening (EU) 1151/2012 bedenkingen tegen de aanvraag of het verzoek kenbaar maken bij de Minister.

4 Indien de aanvraag tot registratie of het verzoek tot wijziging of annulering aan de voorschriften van verordening (EU) 1151/2012 voldoet, zendt de minister deze door naar de Europese Commissie.

5 Indien de Minister besluit tot doorzending van een aanvraag tot registratie of van een verzoek tot niet-minimale wijziging van een productdossier, wordt dit besluit tezamen met de versie van het productdossier waarop het besluit betrekking heeft, gepubliceerd in de Staatscourant.

6 De Minister voorziet in de openbaarmaking, bedoeld in artikel 49, vierde lid, laatste alinea, van verordening (EU) 1151/2012.

BWB 2026-07-01

1 De Minister geeft kennis van een door de Europese Commissie voorgenomen of ingeschreven registratie, wijziging van een productdossier of annulering van een registratie onmiddellijk na publicatie daarvan in het Publicatieblad van de Europese Unie in de Staatscourant.

2 Binnen 8 weken na de datum van publicatie in het Publicatieblad van de Europese Unie kan een belanghebbende als bedoeld in artikel 51, eerste lid, tweede alinea, van verordening (EU) 1151/2012 bedenkingen tegen een voorgenomen registratie als bedoeld in artikel 49 van verordening (EU) 1151/2012 of niet-minimale wijziging van een productdossier als bedoeld in artikel 53 van verordening (EU) 1151/2012 kenbaar maken door middel van toezending van een gemotiveerde verklaring aan de Minister.

3 De minister betrekt de verklaring, bedoeld in het tweede lid, bij de overweging omtrent het instellen van bezwaar tegen een registratie of niet-minimale wijziging van een productdossier bij de Europese Commissie als bedoeld in artikel 51 van verordening (EU) 1151/2012.

BWB 2026-07-01

Onder bloembollen wordt verstaan: bollen, knollen, wortelstokken en andere voor vermeerdering of bloemproductie bestemde plantendelen van de in de bijlage II bij deze regeling onder I genoemde gewassen, voor zover zij behoren tot de daarachter onder II vermelde botanische families, geslachten of soorten.

Treedt in werking op het tijdstip waarop het Landbouwkwaliteitsbesluit 2007 in werking treedt.

BWB 2026-07-01

Leveranciers van teeltmateriaal van bloembollen registreren zich overeenkomstig artikel 6 van richtlijn 98/56/EG voor de activiteiten die zij uit hoofde van deze richtlijn uitoefenen bij de Stichting BKD.

Treedt in werking op het tijdstip waarop het Landbouwkwaliteitsbesluit 2007 in werking treedt.

BWB 2026-07-01

De aanvraag tot registratie vindt plaats door inzending van een volledig ingevuld, door de Stichting BKD te verstrekken aanvraagformulier dat vergezeld gaat van de volgende bescheiden

een kopie van een geldig legitimatiebewijs van de aanvrager;

een bewijs van inschrijving in het handelsregister, dat door de bevoegde instantie niet langer dan twee maanden vóór de datum van aanvraag tot registratie is afgegeven.

Treedt in werking op het tijdstip waarop het Landbouwkwaliteitsbesluit 2007 in werking treedt.

BWB 2026-07-01

Als personen belast met het toezicht op de naleving als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Landbouwkwaliteitswet worden aangewezen

de daartoe gekwalificeerde medewerkers van de Stichting BKD;

de daartoe gekwalificeerde medewerkers van de Stichting KCB;

de inspecteurs van de Stichting Skal;

de ambtenaren van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit te ’s-Gravenhage;

BWB 2026-07-01

In dit hoofdstuk wordt verstaan onder marktdeelnemer: iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die bedrijfsmatig betrokken is bij het in de handel brengen van producten.

BWB 2026-07-01

1 Een controle-instelling kan de tarieven, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van de Landbouwkwaliteitswet, in rekening brengen bij aan haar toezicht of keuring onderworpen marktdeelnemers.

2 De controle-instelling kan de tarieven, bedoeld in het eerste lid, in rekening brengen ter dekking van de kosten die verband houden met de activiteiten ten behoeve van het toezicht of de keuring waarmee deze op grond van de artikelen 11 tot en met 16 en 18 van het Landbouwkwaliteitsbesluit 2007 of de artikelen 2.10 en 2.11 van het Besluit dierlijke producten is belast. De tarieven kunnen in rekening worden gebracht in de vorm van: a. een retributie op basis van de activiteiten die worden verricht door of in opdracht van de controle-instelling ten behoeve van het toezicht of de keuring bij de desbetreffende marktdeelnemer, of b. een heffing op basis van het verrichten van activiteiten door marktdeelnemers als gevolg waarvan zij onderworpen zijn aan het toezicht of de keuring door de controle-instelling.

3 Een retributie, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, kan worden gerelateerd aan: 1°. de tijd besteed aan de activiteiten; 2°. het aantal of het gewicht van de producten of partijen producten waarop de activiteiten betrekking hebben; 3°. de oppervlakte van het areaal waarop de activiteiten betrekking hebben, of 4°. documenten die zijn verstrekt.

4 Een heffing, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, kan worden gerelateerd aan: 1°. de omzet van de marktdeelnemer, behaald met de activiteiten die aan het toezicht of de keuring door de controle-instelling zijn onderworpen; 2°. het aantal locaties ten behoeve van de aan het toezicht of de keuring onderworpen activiteiten van de marktdeelnemer; 3°. het aantal producten waarop de aan het toezicht of de keuring onderworpen activiteiten van de marktdeelnemer betrekking hebben, of 4°. de omvang van het risico op niet-naleving van het bij of krachtens de wet bepaalde door de desbetreffende marktdeelnemer.

BWB 2026-07-01

De op het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel bij het Hoofdproductschap Akkerbouw aanhangige aanvragen en verzoeken, bedoeld in artikel 17, eerste lid, worden met ingang van 1 januari 2014 overeenkomstig deze regeling behandeld door de daartoe bevoegde autoriteit met inachtneming van de termijn die op dat tijdstip is verstreken sinds het tijdstip van indiening van de aanvraag of het verzoek.

BWB 2026-07-01

De volgende regelingen worden ingetrokken

Landbouwkwaliteitsregeling aanwijzing groenten en fruit;

Landbouwkwaliteitsregeling biologische productiemethode 1996;

Landbouwkwaliteitsregeling controle groenten en fruit 1993

Landbouwkwaliteitsregeling delegatie bevoegdheden eieren;

Landbouwkwaliteitsregeling etikettering rundvlees;

Landbouwkwaliteitsregeling geografische aanduidingen, oorsprongsbenamingen en specificiteitscertificeringen;

Landbouwkwaliteitsbeschikking vrijstellingen, ontheffingen en nadere voorschriften groenten en fruit;

Landbouwkwaliteitsregeling zuigelingenvoeding 1994;

Vrijstellingsregeling grootverpakkingen zuigelingenvoeding;

Besluit aanwijzing toezichthouders Landbouwkwaliteitswet;

De Regeling van de Minister van Landbouw en Visserij van 15 augustus 1977 inzake het rijkstoezicht op de controle-instellingen (Stcrt. 1977, 159).

Treedt in werking op het tijdstip waarop het Landbouwkwaliteitsbesluit 2007 in werking treedt.

BWB 2026-07-01

Deze regeling wordt aangehaald als: Landbouwkwaliteitsregeling 2007.

Treedt in werking op het tijdstip waarop het Landbouwkwaliteitsbesluit 2007 in werking treedt.

BWB 2026-07-01

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop het Landbouwkwaliteitsbesluit 2007 in werking treedt.

Treedt in werking op het tijdstip waarop het Landbouwkwaliteitsbesluit 2007 in werking treedt.

Need to analyze how this provision applies to your matter?

Cross-reference this statute against case law, commentaries, and related legislative provisions inside Legislator AI.

Open in Legislator →