Regeling aanwijzing opsporingsambtenaren luchtvaart IVW
Statutory Text (5 Articles)
Door de Minister van Verkeer en Waterstaat aan te wijzen ambtenaren van de Inspectie Verkeer en Waterstaat, zijn aangewezen als ambtenaren belast met de opsporing van de feiten, strafbaar gesteld bij of krachtens de Luchtvaartwet, de Wet luchtvaart en de Luchtvaartwet BES .
Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.
Ingetrokken worden
het besluit van de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat van 24 november 1981 (Stcrt. 239) houdende de aanwijzing ambtenaren als bedoeld in de Luchtvaartwet,
de Regeling van de minister van Verkeer en Waterstaat van 6 mei 1998 (Stcrt 95) houdende aanwijzing van ambtenaren van de RVI als personen belast met de opsporing van de bij of krachtens de Luchtvaartwet strafbaar gestelde feiten, en wijziging van het Besluit van de Minister van Verkeer en Waterstaat van 17 augustus 1995 (Stcrt. 169).
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanwijzing opsporingsambtenaren luchtvaart IVW.
Deze regeling berust tevens op artikel 61a, eerste lid, van de Luchtvaartwet BES.
Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, tweede lid, van de Rijkswet wijziging Statuut in verband met de opheffing van de Nederlandse Antillen in werking treedt.