Legislator Case Law & Legislation
BWBR0017153 NL

Regeling overdracht personele middelen convenant VERDI en ophoging GDU 2004200417208-09-200431-08-2004HDJZ/ABR/2004-719200417208-09-200431-08-2004HDJZ/ABR/2004-71910-09-2004

14 Articles / Provisions · Netherlands
Open official source Machine-readable Markdown (.md)

Table of Provisions (14)

Statutory Text (14 Articles)

BWB 2004-09-10

In deze regeling wordt verstaan onder

minister: Minister van Verkeer en Waterstaat;

samenwerkingsgebied: samenwerkingsgebied als bedoeld in artikel 2 van de Wet gemeenschappelijke regelingen, waarop artikel 2 van de Kaderwet bestuur in verandering van toepassing is verklaard;

fte: full-time equivalent;

convenant VERDI: het op 29 maart 1996 gesloten convenant tussen het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, het Ministerie van Binnenlandse Zaken, het Interprovinciaal Overleg en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten ter uitwerking van het hoofdlijnenakkoord inzake de decentralisatie en regionalisering van het verkeer en vervoer.

BWB 2004-09-10

De minister verleent voor het jaar 2004 aan de samenwerkingsgebieden een subsidie in het kader van de ontwikkeling van regionaal verkeer- en vervoerbeleid ten behoeve van de personeelskosten die verbonden zijn aan de overdracht van fte’s in het kader van het convenant VERDI en ten behoeve van de aanloopkosten van de ophoging van de drempel van de gebundelde doeluitkering voor infrastructuurprojecten.

BWB 2004-09-10

De subsidie, bedoeld in artikel 2, bedraagt voor het samenwerkingsgebied

Regio Twente: € 474.774;

Knooppunt Arnhem Nijmegen: € 573.306;

Bestuur Regio Utrecht: € 896.990;

Regionaal Orgaan Amsterdam: € 1.784.014;

Stadsgewest Haaglanden: € 1.239.485;

Stadsregio Rotterdam: € 1.596.117;

Samenwerkingsverband Regio Eindhoven: € 512.896.

BWB 2004-09-10

De minister verleent bij de beschikking tot subsidieverlening een voorschot ter grootte van het bedrag, bedoeld in artikel 3. De minister kan bij de subsidieverlening bepalen dat de subsidie tussentijds wordt aangepast aan de ontwikkelingen van het loon- en prijspeil.

BWB 2004-09-10

1 De subsidie-ontvangers, bedoeld in artikel 3, leggen vóór 15 september 2005 aan de minister rekening en verantwoording af omtrent de aan de activiteiten verbonden kosten en opbrengsten.

2 In het kader van de in het eerste lid bedoelde verantwoording dienen de subsidie-ontvangers in: a. een verslag waaruit blijkt welke activiteiten zijn uitgevoerd; b. een financieel eindverslag dat vergezeld gaat van een goedkeurende verklaring afgegeven door een accountant als bedoeld in artikel 393, vijfde lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

3 De accountant, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, hanteert bij de controle van de besteding van de subsidie het in de bijlage opgenomen controleprotocol. Het financiële eindverslag en de goedkeurende accountantsverklaring, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, worden opgesteld overeenkomstig de in de bijlage opgenomen modellen.

BWB 2004-09-10

De minister stelt de subsidie ambtshalve vast binnen zes weken nadat de subsidie-ontvanger de in artikel 5 bedoelde rekening en verantwoording heeft afgelegd.

BWB 2004-09-10

1 De subsidie-ontvanger vormt een egalisatiereserve als bedoeld in artikel 4:72 van de Algemene wet bestuursrecht.

2 Indien op 31 december 2004 sprake is van een positieve egalisatiereserve, leggen de sub-sidie-ontvangers vóór 15 september 2006 rekening en verantwoording af over de besteding ervan in 2005. Artikel 5, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

BWB 2004-09-10

De minister verleent aan de provincies een eenmalige specifieke uitkering ten behoeve van de aanloopkosten van de ophoging van de drempel van de gebundelde doeluitkering voor infrastructuurprojecten.

BWB 2004-09-10

De uitkering, bedoeld in artikel 8, bedraagt voor de provincie

Noord-Holland: € 150.944;

Zuid-Holland: € 185.666;

Gelderland: € 124.944;

Overijssel: € 122.833;

Flevoland: € 87.944;

Utrecht: € 109.722;

Drenthe: € 71.944;

Groningen: € 97.944;

Fryslân: € 81.944;

Limburg: € 141.888;

Noord-Brabant: € 166.766;

Zeeland: € 65.000.

BWB 2004-09-10

De minister verleent bij de beschikking tot verlening van de uitkering een voorschot ter grootte van het bedrag, bedoeld in artikel 9. De minister kan bij de verlening van de uitkering bepalen dat de uitkering tussentijds wordt aangepast aan de ontwikkelingen van het loon- en prijspeil.

BWB 2004-09-10

Ten aanzien van de uitkeringen aan de provincies zijn de artikelen 5 tot en met 7 van deze regeling van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de provincies de in artikel 5, eerste lid, en de in artikel 7, tweede lid, bedoelde rekening en verantwoording vóór 15 november 2005 onderscheidenlijk vóór 15 november 2006 afleggen.

BWB 2004-09-10

Ten aanzien van de uitkeringen aan de provincies zijn de volgende artikelen van de Algemene wet bestuursrecht van overeenkomstige toepassing

artikel 4:46, met uitzondering van het tweede lid, onderdeel c;

artikel 4:48, met uitzondering van het tweede lid, onderdeel c; en

de artikelen 4:49, 4:52, 4:55 en 4:57.

BWB 2004-09-10

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Need to analyze how this provision applies to your matter?

Cross-reference this statute against case law, commentaries, and related legislative provisions inside Legislator AI.

Open in Legislator →