Legislator Case Law & Legislation
BWBR0016909 NL

Wijzigingswet Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren (toepasselijkheid Wet arbeid en zorg) 200428730-06-200424-06-200429409200428730-06-200424-06-20042940901-09-2004

4 Articles / Provisions · Netherlands
Open official source Machine-readable Markdown (.md)

Statutory Text (4 Articles)

BWB 2004-09-01

1 De rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding die met ingang van hetzelfde tijdstip tot meer dan één kind als ouder in familierechtelijke betrekking is komen te staan en die tussen 1 februari 2001 en de datum waarop artikel I, onderdeel G, in werking treedt ten aanzien van elk van die kinderen ouderschapsverlof heeft opgenomen, heeft tijdens dat verlof recht op doorbetaling van 75% van de bezoldiging.

2 De rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding die tussen 1 februari 2001 en de datum van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel G, met ingang van hetzelfde tijdstip tot meer dan één kind als ouder in familierechtelijke betrekking is komen te staan en die daarvoor ouderschapsverlof heeft genoten, heeft na inwerkingtreding van artikel I, onderdeel G, mits aan de voorwaarden daarvoor is voldaan, aanspraak op ouderschapsverlof ten aanzien van het kind of de kinderen voor wie hij nog geen verlof heeft genoten.

3 Indien een kind, voor wie nog geen verlof is genoten als bedoeld in het tweede lid op een tijdstip gelegen tussen 1 februari 2001 en 12 maanden na de datum van inwerkingtreding van dit artikel, de leeftijd van acht jaar heeft bereikt dan wel zal bereiken, bestaat gedurende twaalf maanden na de datum van inwerkingtreding van dit artikel aanspraak op ouderschapsverlof ten aanzien van dat kind.

BWB 2004-09-01

1 De rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding die met het oog op adoptie met ingang van hetzelfde tijdstip de verzorging en opvoeding van meer dan één kind op zich heeft genomen en die tussen 1 december 2001 en de datum waarop artikel I, onderdeel H, in werking treedt ten aanzien van elk van die kinderen verlof heeft opgenomen, heeft tijdens dat verlof recht op doorbetaling van 75% van de bezoldiging.

2 De rechterlijk ambtenaar of rechterlijk ambtenaar in opleiding die tussen 1 december 2001 en de datum van inwerkingtreding van artikel I, onderdeel H, met het oog op adoptie met ingang van hetzelfde tijdstip de verzorging en opvoeding van meer dan één kind op zich heeft genomen en die daarvoor ouderschapsverlof heeft genoten, heeft na inwerkingtreding van artikel I, onderdeel H, mits aan de voorwaarden daarvoor is voldaan, aanspraak op ouderschapsverlof ten aanzien van het kind of de kinderen voor wie hij nog geen verlof heeft genoten.

3 Indien een kind voor wie nog geen verlof is genoten als bedoeld in het tweede lid op een tijdstip gelegen tussen 1 december 2001 en 12 maanden na de datum van inwerkingtreding van dit artikel de leeftijd van acht jaar heeft bereikt dan wel zal bereiken, bestaat gedurende twaalf maanden na de datum van inwerkingtreding van dit artikel aanspraak op ouderschapsverlof ten aanzien van dat kind.

BWB 2004-09-01

Deze wet treedt in werking met ingang van de eerste dag van de derde kalendermaand na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst en werkt als volgt terug

wat artikel I, onderdeel A, betreft: tot en met 1 april 2002;

wat artikel I, onderdelen B, D, E, F, H en J, betreft: tot en met 1 december 2001;

wat artikel I, onderdelen G en I, betreft: tot en met 1 februari 2001.

Need to analyze how this provision applies to your matter?

Cross-reference this statute against case law, commentaries, and related legislative provisions inside Legislator AI.

Open in Legislator →