Legislator Case Law & Legislation
BWBR0014919 NL

Besluit vergoedingen Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming

11 Articles / Provisions · Netherlands
Open official source Machine-readable Markdown (.md)

Table of Provisions (11)

Statutory Text (11 Articles)

BWB 2021-01-01

1 In dit besluit wordt verstaan onder: a. Raad: de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming; b. wet: de Instellingswet Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming 2015; c. ondervoorzitter: de ondervoorzitter, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de wet; d. leden: de leden,bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de wet; e. buitengewone leden: de buitengewone leden, bedoeld in artikel 4, tweede lid, van de wet; f. voorzitter van de Raad: de voorzitter van de Raad, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de wet; g. voorzitter van de Afdeling rechtspraak: de voorzitter van de Afdeling rechtspraak, bedoeld in artikel 27, eerste lid, van de wet; h. beroepscommissie: commissie aan wie de rechtsprekende taak van de Raad is opgedragen; i. vergadering: een bijeenkomst van leden of buitengewone leden van de Afdeling rechtspraak ten behoeve van werkzaamheden in het kader van de taakuitoefening door de Raad, op uitnodiging van of namens de voorzitter van de Afdeling rechtspraak; j. arbeidsduur: een arbeidsduur welke gemiddeld zesendertig werkuren per week omvat; k. arbeidsduurfactor: de breuk, waarvan de teller bestaat uit de voor het lid vastgestelde arbeidsduur en de noemer bestaat uit het getal 36.

2 Dit besluit berust op artikel 8 van de Instellingswet Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming 2015.

BWB 2021-01-01

1 De vergoeding per maand aan de voorzitter van de Raad is gelijk aan het salaris behorende bij de ambten die in artikel 7, tweede lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren in categorie 4 zijn ingedeeld. Indien de voorzitter is aangesteld voor een minder dan volledige arbeidsduur, ontvangt hij een vergoeding overeenkomstig de eerste volzin, vermenigvuldigd met de voor hem geldende arbeidsduurfactor.

2 De vergoeding per maand aan de voorzitter van de Afdeling rechtspraak is gelijk aan het salaris behorende bij de ambten die in artikel 7, tweede lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren in categorie 4 zijn ingedeeld. Indien de voorzitter van de Afdeling rechtspraak is aangesteld voor een minder dan volledige arbeidsduur, ontvangt hij een vergoeding overeenkomstig de eerste volzin, vermenigvuldigd met de voor hem geldende arbeidsduurfactor.

3 De vergoeding per maand aan de ondervoorzitter is gelijk aan het salaris behorende bij de ambten die in artikel 7, tweede lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren in categorie 4 is ingedeeld. Indien de ondervoorzitter is aangesteld voor een minder dan volledige arbeidsduur, ontvangt hij een vergoeding overeenkomstig de eerste volzin, vermenigvuldigd met de voor hem geldende arbeidsduurfactor.

BWB 2021-01-01

De vergoeding voor de leden die niet op basis van artikel 2 een vergoeding ontvangen is gelijk aan het salaris behorende bij de ambten die in artikel 7, tweede lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren in categorie 6 zijn ingedeeld. Indien het lid is aangesteld voor een minder dan volledige arbeidsduur, ontvangt hij een vergoeding overeenkomstig de eerste volzin, vermenigvuldigd met de voor hem geldende arbeidsduurfactor.

BWB 2021-01-01

1 De buitengewone leden ontvangen voor het deelnemen aan een vergadering 3% van het salaris behorende bij de ambten die in artikel 7, tweede lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren in categorie 6 zijn ingedeeld.

2 De buitengewone leden die deel uitmaken van een beroepscommissie ontvangen per zitting 4,5% van het salaris behorende bij de ambten die in artikel 7, tweede lid, van de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren in categorie 6 zijn ingedeeld.

3 Bij de afdoening van beroepszaken in een uitsluitend schriftelijke procedure wordt voor de afdoening van 15 beroepszaken een vergoeding toegekend van gelijke hoogte als de vergoeding voor één zitting als bedoeld in het tweede lid.

4 Bij de behandeling van verzoeken tot schorsing wordt voor de behandeling van 20 schorsingsverzoeken een vergoeding toegekend van gelijke hoogte als de vergoeding voor één zitting, bedoeld in het tweede lid.

5 Het buitengewoon lid dat als voorzitter van een beroepscommissie optreedt, ontvangt per zitting een vergoeding van 125% van het in het tweede lid bedoelde bedrag.

BWB 2021-01-01

De leden en de buitengewone leden hebben recht op vergoeding wegens reis- en verblijfkosten in het binnenland en buitenland overeenkomstig hetgeen is overeengekomen in de laatstelijk afgesloten collectieve arbeidsovereenkomst voor ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn.

BWB 2021-01-01

Artikel 3 is van overeenkomstige toepassing op de vergoeding van de werkzaamheden van personen als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de wet.

Abusievelijk is een wijziging geformuleerd die niet kan worden doorgevoerd.

BWB 2021-01-01

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2003.

Voorheen art. 9.

BWB 2021-01-01

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit vergoedingen Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming.

Voorheen art. 10.

Need to analyze how this provision applies to your matter?

Cross-reference this statute against case law, commentaries, and related legislative provisions inside Legislator AI.

Open in Legislator →