Legislator Case Law & Legislation
BWBR0013729 NL

Wet lidmaatschap koninklijk huis

15 Articles / Provisions · Netherlands
Open official source Machine-readable Markdown (.md)

Table of Provisions (15)

Statutory Text (15 Articles)

BWB 2002-06-12

Met de Koning als hoofd van het koninklijk huis zijn daarvan lid

zij die krachtens de Grondwet de Koning kunnen opvolgen en deze niet verder bestaan dan in de tweede graad van bloedverwantschap;

de vermoedelijke opvolger van de Koning;

de Koning die afstand van het koningschap heeft gedaan.

BWB 2002-06-12

1 Lid van het koninklijk huis zijn eveneens de echtgenoten van hen die ingevolge artikel 1 het lidmaatschap van het koninklijk huis bezitten.

2 Voor hen die het lidmaatschap van het koninklijk huis bezaten als echtgenote of echtgenoot, blijft dit lidmaatschap gedurende hun staat van weduwe of weduwnaar behouden, zolang de overleden echtgenote of echtgenoot bij leven ingevolge artikel 1 lid van het koninklijk huis zou zijn geweest.

BWB 2002-06-12

1 Lid van het koninklijk huis blijven zij die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet meerderjarig lid zijn van het koninklijk huis en krachtens de Grondwet de Koning kunnen opvolgen. Zij behouden hun lidmaatschap zolang zij krachtens de Grondwet de Koning kunnen opvolgen.

2 Lid blijven voorts de echtgenoten van hen die ingevolge het eerste lid het lidmaatschap van het koninklijk huis bezitten.

3 Op hen die als echtgenoten het lidmaatschap van het koninklijk huis bezaten, is artikel 2, tweede lid, van toepassing.

BWB 2002-06-12

Het lidmaatschap van het koninklijk huis kan bij een koninklijk besluit waarover de Raad van State is gehoord worden verleend aan

personen die krachtens de Grondwet de Koning kunnen opvolgen;

hun echtgenoten.

BWB 2002-06-12

Het lidmaatschap van het koninklijk huis eindigt door ontslag verleend bij een koninklijk besluit waarover de Raad van State is gehoord.

BWB 2002-06-12

Het lidmaatschap van het koninklijk huis wordt niet verkregen bij gemis van het Nederlanderschap en eindigt bij verlies van het Nederlanderschap.

BWB 2002-06-12

De vermoedelijke opvolger van de Koning draagt de titel van Prins (Prinses) van Oranje.

BWB 2002-06-12

1 De vermoedelijke opvolger van de Koning en de Koning die afstand van het koningschap heeft gedaan dragen de titel «Prins (Prinses) der Nederlanden».

2 De titel «Prins (Prinses) der Nederlanden» kan bij koninklijk besluit uitsluitend worden verleend aan de volgende leden van het koninklijk huis: a. de echtgenoot of echtgenote van de Koning; b. kinderen geboren uit een huwelijk van de Koning; c. de echtgenoot of echtgenote van de vermoedelijke opvolger van de Koning; d. kinderen geboren uit een huwelijk van de vermoedelijke opvolger van de Koning; e. zij die krachtens artikel 4 lid zijn van het koninklijk huis.

3 De titel «Prins (Prinses) der Nederlanden» vervalt met het verlies van het lidmaatschap van het koninklijk huis.

BWB 2002-06-12

1 De Koning, diens vermoedelijke opvolger en de Koning die afstand van het koningschap heeft gedaan dragen de titel «Prins (Prinses) van Oranje-Nassau».

2 De titel «Prins (Prinses) van Oranje-Nassau» kan bij koninklijk besluit uitsluitend worden verleend aan leden van het koninklijk huis.

3 Binnen drie maanden na verlies van het lidmaatschap van het koninklijk huis wordt bij koninklijk besluit beslist over het behoud van de titel «Prins (Prinses) van Oranje-Nassau» als persoonlijke titel voor degenen die het lidmaatschap hebben verloren.

4 Bij het koninklijk besluit genoemd in het derde lid kan tevens de geslachtsnaam worden bepaald. Artikel 5, eerste tot en met elfde lid, en artikel 7 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek zijn niet van toepassing.

BWB 2002-06-12

Degenen die titels en namen dragen krachtens de koninklijke besluiten van 26 oktober 1937 (Stb. 1937, nr. 5) en 2 januari 1967 (Stb. 1967, nr. 1), behouden deze.

BWB 2002-06-12

De koninklijke besluiten bedoeld in deze wet, worden genomen op voordracht van Onze Minister-President, Minister van Algemene Zaken, Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Onze Minister van Justitie en in het Staatsblad geplaatst.

BWB 2002-06-12

De Wet lidmaatschap koninklijk huis wordt ingetrokken.

BWB 2002-06-12

Wijzigt de Wet op de adeldom.

BWB 2002-06-12

Deze wet wordt aangehaald als: Wet lidmaatschap koninklijk huis.

BWB 2002-06-12

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Need to analyze how this provision applies to your matter?

Cross-reference this statute against case law, commentaries, and related legislative provisions inside Legislator AI.

Open in Legislator →