Legislator Case Law & Legislation
BWBR0012910 NL

Vaststellingsbesluit eenmalige uitkering en wijziging van enige besluiten (arbeidsvoorwaardenovereenkomst voor de sector Defensie over de periode van 1 augustus 2000 tot en met 30 september 2001)

13 Articles / Provisions · Netherlands
Open official source Machine-readable Markdown (.md)

Table of Provisions (13)

Statutory Text (13 Articles)

BWB 2002-01-01

Wijzigt het Besluit dienstreizen defensie.

Artikel I, onderdeel Y, werkt terug tot en met 1 januari 1999. Artikel III, onderdeel A, werkt terug tot en met 1 juni 1999. Artikel IV, onderdeel F, artikel V, onderdeel A, artikel VI, onderdeel K, onder 1, en onderdeel L werken terug tot en met 1 januari 2000. Artikel I, onderdeel AA, artikel III, onderdeel B, artikel IV, onderdeel G, onder 1 en onderdeel H, artikel V, onderdeel G, artikel VII, onderdeel E, en artikel IX, werken terug tot en met 1 januari 2001. Artikel I, onderdeel Z, en artikel VIII werken terug tot en met 1 maart 2001. Artikel I, onderdelen G tot en met L, onderdelen N tot en met T en onderdelen V tot en met X, artikel II, artikel IV, onderdelen A tot en met E, onderdeel G onder 2, en onderdeel I, artikel V, onderdelen F en H, artikel VI, onderdelen A tot en met H, onderdeel J, onderdeel K, onder 2, en onderdelen M tot en met Q, artikel VII, onderdelen A t/m C en F, en artikel X werken terug tot en met 1 juni 2001. Artikel I, onderdelen C t/m F, M en U, artikel V, onderdelen B t/m E en artikel VII, onderdeel D, werken terug tot en met 1 juli 2001.

BWB 2002-01-01

Wijzigt het Besluit personenchauffeurs defensie.

Artikel I, onderdeel Y, werkt terug tot en met 1 januari 1999. Artikel III, onderdeel A, werkt terug tot en met 1 juni 1999. Artikel IV, onderdeel F, artikel V, onderdeel A, artikel VI, onderdeel K, onder 1, en onderdeel L werken terug tot en met 1 januari 2000. Artikel I, onderdeel AA, artikel III, onderdeel B, artikel IV, onderdeel G, onder 1 en onderdeel H, artikel V, onderdeel G, artikel VII, onderdeel E, en artikel IX, werken terug tot en met 1 januari 2001. Artikel I, onderdeel Z, en artikel VIII werken terug tot en met 1 maart 2001. Artikel I, onderdelen G tot en met L, onderdelen N tot en met T en onderdelen V tot en met X, artikel II, artikel IV, onderdelen A tot en met E, onderdeel G onder 2, en onderdeel I, artikel V, onderdelen F en H, artikel VI, onderdelen A tot en met H, onderdeel J, onderdeel K, onder 2, en onderdelen M tot en met Q, artikel VII, onderdelen A t/m C en F, en artikel X werken terug tot en met 1 juni 2001. Artikel I, onderdelen C t/m F, M en U, artikel V, onderdelen B t/m E en artikel VII, onderdeel D, werken terug tot en met 1 juli 2001.

BWB 2002-01-01

Wijzigt het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie.

Artikel I, onderdeel Y, werkt terug tot en met 1 januari 1999. Artikel III, onderdeel A, werkt terug tot en met 1 juni 1999. Artikel IV, onderdeel F, artikel V, onderdeel A, artikel VI, onderdeel K, onder 1, en onderdeel L werken terug tot en met 1 januari 2000. Artikel I, onderdeel AA, artikel III, onderdeel B, artikel IV, onderdeel G, onder 1 en onderdeel H, artikel V, onderdeel G, artikel VII, onderdeel E, en artikel IX, werken terug tot en met 1 januari 2001. Artikel I, onderdeel Z, en artikel VIII werken terug tot en met 1 maart 2001. Artikel I, onderdelen G tot en met L, onderdelen N tot en met T en onderdelen V tot en met X, artikel II, artikel IV, onderdelen A tot en met E, onderdeel G onder 2, en onderdeel I, artikel V, onderdelen F en H, artikel VI, onderdelen A tot en met H, onderdeel J, onderdeel K, onder 2, en onderdelen M tot en met Q, artikel VII, onderdelen A t/m C en F, en artikel X werken terug tot en met 1 juni 2001. Artikel I, onderdelen C t/m F, M en U, artikel V, onderdelen B t/m E en artikel VII, onderdeel D, werken terug tot en met 1 juli 2001.

BWB 2002-01-01

Wijzigt de Toelageregeling afschaffing tariefbeloning defensie.

Artikel I, onderdeel Y, werkt terug tot en met 1 januari 1999. Artikel III, onderdeel A, werkt terug tot en met 1 juni 1999. Artikel IV, onderdeel F, artikel V, onderdeel A, artikel VI, onderdeel K, onder 1, en onderdeel L werken terug tot en met 1 januari 2000. Artikel I, onderdeel AA, artikel III, onderdeel B, artikel IV, onderdeel G, onder 1 en onderdeel H, artikel V, onderdeel G, artikel VII, onderdeel E, en artikel IX, werken terug tot en met 1 januari 2001. Artikel I, onderdeel Z, en artikel VIII werken terug tot en met 1 maart 2001. Artikel I, onderdelen G tot en met L, onderdelen N tot en met T en onderdelen V tot en met X, artikel II, artikel IV, onderdelen A tot en met E, onderdeel G onder 2, en onderdeel I, artikel V, onderdelen F en H, artikel VI, onderdelen A tot en met H, onderdeel J, onderdeel K, onder 2, en onderdelen M tot en met Q, artikel VII, onderdelen A t/m C en F, en artikel X werken terug tot en met 1 juni 2001. Artikel I, onderdelen C t/m F, M en U, artikel V, onderdelen B t/m E en artikel VII, onderdeel D, werken terug tot en met 1 juli 2001.

BWB 2002-01-01

Wijzigt het Burgerlijk ambtenarenreglement Defensie.

Artikel I, onderdeel Y, werkt terug tot en met 1 januari 1999. Artikel III, onderdeel A, werkt terug tot en met 1 juni 1999. Artikel IV, onderdeel F, artikel V, onderdeel A, artikel VI, onderdeel K, onder 1, en onderdeel L werken terug tot en met 1 januari 2000. Artikel I, onderdeel AA, artikel III, onderdeel B, artikel IV, onderdeel G, onder 1 en onderdeel H, artikel V, onderdeel G, artikel VII, onderdeel E, en artikel IX, werken terug tot en met 1 januari 2001. Artikel I, onderdeel Z, en artikel VIII werken terug tot en met 1 maart 2001. Artikel I, onderdelen G tot en met L, onderdelen N tot en met T en onderdelen V tot en met X, artikel II, artikel IV, onderdelen A tot en met E, onderdeel G onder 2, en onderdeel I, artikel V, onderdelen F en H, artikel VI, onderdelen A tot en met H, onderdeel J, onderdeel K, onder 2, en onderdelen M tot en met Q, artikel VII, onderdelen A t/m C en F, en artikel X werken terug tot en met 1 juni 2001. Artikel I, onderdelen C t/m F, M en U, artikel V, onderdelen B t/m E en artikel VII, onderdeel D, werken terug tot en met 1 juli 2001.

BWB 2002-01-01

Wijzigt de Premieregeling en aanvullende voorzieningen beroepsmilitairen van de krijgsmacht.

Artikel I, onderdeel Y, werkt terug tot en met 1 januari 1999. Artikel III, onderdeel A, werkt terug tot en met 1 juni 1999. Artikel IV, onderdeel F, artikel V, onderdeel A, artikel VI, onderdeel K, onder 1, en onderdeel L werken terug tot en met 1 januari 2000. Artikel I, onderdeel AA, artikel III, onderdeel B, artikel IV, onderdeel G, onder 1 en onderdeel H, artikel V, onderdeel G, artikel VII, onderdeel E, en artikel IX, werken terug tot en met 1 januari 2001. Artikel I, onderdeel Z, en artikel VIII werken terug tot en met 1 maart 2001. Artikel I, onderdelen G tot en met L, onderdelen N tot en met T en onderdelen V tot en met X, artikel II, artikel IV, onderdelen A tot en met E, onderdeel G onder 2, en onderdeel I, artikel V, onderdelen F en H, artikel VI, onderdelen A tot en met H, onderdeel J, onderdeel K, onder 2, en onderdelen M tot en met Q, artikel VII, onderdelen A t/m C en F, en artikel X werken terug tot en met 1 juni 2001. Artikel I, onderdelen C t/m F, M en U, artikel V, onderdelen B t/m E en artikel VII, onderdeel D, werken terug tot en met 1 juli 2001.

BWB 2002-01-01

Wijzigt de Regeling ziektekostenvoorziening defensiepersoneel.

Artikel I, onderdeel Y, werkt terug tot en met 1 januari 1999. Artikel III, onderdeel A, werkt terug tot en met 1 juni 1999. Artikel IV, onderdeel F, artikel V, onderdeel A, artikel VI, onderdeel K, onder 1, en onderdeel L werken terug tot en met 1 januari 2000. Artikel I, onderdeel AA, artikel III, onderdeel B, artikel IV, onderdeel G, onder 1 en onderdeel H, artikel V, onderdeel G, artikel VII, onderdeel E, en artikel IX, werken terug tot en met 1 januari 2001. Artikel I, onderdeel Z, en artikel VIII werken terug tot en met 1 maart 2001. Artikel I, onderdelen G tot en met L, onderdelen N tot en met T en onderdelen V tot en met X, artikel II, artikel IV, onderdelen A tot en met E, onderdeel G onder 2, en onderdeel I, artikel V, onderdelen F en H, artikel VI, onderdelen A tot en met H, onderdeel J, onderdeel K, onder 2, en onderdelen M tot en met Q, artikel VII, onderdelen A t/m C en F, en artikel X werken terug tot en met 1 juni 2001. Artikel I, onderdelen C t/m F, M en U, artikel V, onderdelen B t/m E en artikel VII, onderdeel D, werken terug tot en met 1 juli 2001.

BWB 2002-01-01

Wijzigt het Verplaatsingskostenbesluit militairen.

Artikel I, onderdeel Y, werkt terug tot en met 1 januari 1999. Artikel III, onderdeel A, werkt terug tot en met 1 juni 1999. Artikel IV, onderdeel F, artikel V, onderdeel A, artikel VI, onderdeel K, onder 1, en onderdeel L werken terug tot en met 1 januari 2000. Artikel I, onderdeel AA, artikel III, onderdeel B, artikel IV, onderdeel G, onder 1 en onderdeel H, artikel V, onderdeel G, artikel VII, onderdeel E, en artikel IX, werken terug tot en met 1 januari 2001. Artikel I, onderdeel Z, en artikel VIII werken terug tot en met 1 maart 2001. Artikel I, onderdelen G tot en met L, onderdelen N tot en met T en onderdelen V tot en met X, artikel II, artikel IV, onderdelen A tot en met E, onderdeel G onder 2, en onderdeel I, artikel V, onderdelen F en H, artikel VI, onderdelen A tot en met H, onderdeel J, onderdeel K, onder 2, en onderdelen M tot en met Q, artikel VII, onderdelen A t/m C en F, en artikel X werken terug tot en met 1 juni 2001. Artikel I, onderdelen C t/m F, M en U, artikel V, onderdelen B t/m E en artikel VII, onderdeel D, werken terug tot en met 1 juli 2001.

BWB 2002-01-01

Toekenning van een eenmalige uitkering over 2000 aan het defensiepersoneel

Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder

militair

de militaire ambtenaar in de zin van artikel 1 van de Militaire Ambtenarenwet 1931 die is aangesteld bij het beroepspersoneel, alsmede de geestelijk verzorger die in burgerlijke openbare dienst is aangesteld om bij de krijgsmacht doorlopend werkzaam te zijn.

betrokkene

de militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal die op 1 december 2000 in werkelijke dienst was;

de burgerlijke ambtenaar defensie die aanspraak heeft op een salaris volgens bijlage B dan wel artikel 7a van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie en die op 1 december 2000 in dienst van het Ministerie van Defensie was;

de burgerlijke ambtenaar defensie, bedoeld in artikel 1, derde lid, van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie die op 1 december 2000 in dienst van het Ministerie van Defensie was;

de gewezen militair met een lagere rang dan vice-admiraal of luitenant-generaal die op 1 december 2000 in het genot is van wachtgeld, als bedoeld in artikel 22 van het Werkloosheidsbesluit defensiepersoneel, dan wel een uitkering op grond van de Uitkeringswet gewezen militairen;

de gewezen burgerlijke ambtenaar defensie die aanspraak had op salaris volgens bijlage B dan wel artikel 7a van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie en die op 1 december 2000 in het genot is van wachtgeld, als bedoeld in artikel 22 van het Werkloosheidsbesluit defensiepersoneel, dan wel van een uitkering op grond van het Besluit uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag burgerlijke ambtenaren defensie.

berekeningsbasis

de over de maand december 2000 genoten bezoldiging volgens hetgeen daaronder wordt verstaan in het Inkomstenbesluit militairen;

het over de maand december 2000 genoten salaris volgens hetgeen daaronder wordt verstaan in het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie;

het wachtgeld of de uitkering welke over de maand december 2000 op grond van een van de onder b, 4 en 5 genoemde besluiten is genoten na toepassing van de bij of krachtens die besluiten geldende vermindering wegens inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf.

De betrokkene, bedoeld in onderdeel A, onder b, 1 tot en met 3, heeft aanspraak op een eenmalige uitkering ter grootte van 12,96% van de voor hem geldende berekeningsbasis.

De betrokkene, bedoeld in onderdeel A, onder b, 4 en 5, heeft aanspraak op een eenmalige uitkering ter grootte van 12% van de voor hem geldende berekeningsbasis.

De eenmalige uitkering als bedoeld onder B en C heeft geen algemeen karakter en wordt niet gerekend tot de bezoldiging of het salaris in de zin van de bezoldigingsvoorschriften. De eenmalige uitkering maakt evenmin deel uit van de bij het vaststellen van de pensioengrondslag bedoeld in artikel C1 van de Algemeen militaire pensioenwet in beschouwing te nemen inkomsten en emolumenten, waarop de gewezen militair aanspraak had of zou hebben gehad.

Artikel I, onderdeel Y, werkt terug tot en met 1 januari 1999. Artikel III, onderdeel A, werkt terug tot en met 1 juni 1999. Artikel IV, onderdeel F, artikel V, onderdeel A, artikel VI, onderdeel K, onder 1, en onderdeel L werken terug tot en met 1 januari 2000. Artikel I, onderdeel AA, artikel III, onderdeel B, artikel IV, onderdeel G, onder 1 en onderdeel H, artikel V, onderdeel G, artikel VII, onderdeel E, en artikel IX, werken terug tot en met 1 januari 2001. Artikel I, onderdeel Z, en artikel VIII werken terug tot en met 1 maart 2001. Artikel I, onderdelen G tot en met L, onderdelen N tot en met T en onderdelen V tot en met X, artikel II, artikel IV, onderdelen A tot en met E, onderdeel G onder 2, en onderdeel I, artikel V, onderdelen F en H, artikel VI, onderdelen A tot en met H, onderdeel J, onderdeel K, onder 2, en onderdelen M tot en met Q, artikel VII, onderdelen A t/m C en F, en artikel X werken terug tot en met 1 juni 2001. Artikel I, onderdelen C t/m F, M en U, artikel V, onderdelen B t/m E en artikel VII, onderdeel D, werken terug tot en met 1 juli 2001.

BWB 2002-01-01

A. In afwijking van de artikelen 54d, tweede lid, en artikel 54e, derde lid, van het Algemeen militair ambtenarenreglement en artikel 30da, tweede lid, en artikel 30db, tweede lid, van het Burgerlijk ambtenarenreglement defensie, dient een aanvraag voor een tijdelijke verlenging of verkorting van de arbeidsduur van het rooster voor het resterende deel van het kalenderjaar 2001 vóór 15 mei 2001 te zijn ingediend bij de commandant of het bevoegd gezag.

B. In afwijking van artikel I, onderdeel J, geldt ten aanzien van het eerste en tweede lid van artikel 71a van het Algemeen militair ambtenarenreglement voor de periode van 1 juni 2001 tot 1 juli 2001 het volgende

Indien de militair op de datum waarop hij de werkelijke dienst verlaat nog aanspraak heeft op vakantieverlof, wordt hem voor iedere acht uren vakantieverlof die hem niet zijn verleend een vergoeding toegekend ten bedrage van 1/30 deel van de bezoldiging per maand als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder k, van het Inkomstenbesluit militairen, waarop de militair direct voorafgaand aan zijn verlaten van de werkelijke dienst aanspraak had. Een gedeelte van acht uren wordt naar boven afgerond. De vergoeding wordt berekend over ten hoogste twee maal de aanspraak op vakantieverlof over een vol kalenderjaar, zoals die direct voorafgaand aan het verlaten van de werkelijke dienst van de militair voor hem gold.

Indien op de dag, waarop de militair de werkelijke dienst verlaat, blijkt dat de militair teveel vakantieverlof heeft genoten, is hij voor iedere acht uren teveel genoten vakantieverlof, tenzij dit niet aan zijn schuld of toedoen te wijten is, een bedrag verschuldigd ten bedrage van 1/30 deel van de bezoldiging per maand als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder k, van het Inkomstenbesluit militairen, waarop de militair direct voorafgaand aan zijn verlaten van de werkelijke dienst aanspraak had. Een gedeelte van acht uren wordt naar beneden afgerond.

C. In afwijking van artikel I, onderdeel R, geldt ten aanzien van het eerste en tweede lid van artikel 80b van het Algemeen militair ambtenarenreglement voor de periode van 1 juni 2001 tot 1 juli 2001 het volgende

Indien de militair op de datum waarop hij de werkelijke dienst verlaat nog aanspraak heeft op vakantieverlof, wordt hem voor iedere acht uren vakantieverlof die hem niet zijn verleend een vergoeding toegekend ten bedrage van 1/30 deel van de bezoldiging per maand als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder k, van het Inkomstenbesluit militairen, waarop de militair direct voorafgaand aan zijn verlaten van de werkelijke dienst aanspraak had. Een gedeelte van acht uren wordt naar boven afgerond. De vergoeding wordt berekend over ten hoogste twee maal de aanspraak op vakantieverlof over een vol kalenderjaar, zoals die direct voorafgaand aan het verlaten van de werkelijke dienst van de militair voor hem gold.

Indien op de dag, waarop de militair de werkelijke dienst verlaat, blijkt dat de militair teveel vakantieverlof heeft genoten, is hij voor iedere acht uren teveel genoten vakantieverlof, tenzij dit niet aan zijn schuld of toedoen te wijten is, een bedrag verschuldigd ten bedrage van 1/30 deel van de bezoldiging per maand als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder k, van het Inkomstenbesluit militairen, waarop de militair direct voorafgaand aan zijn verlaten van de werkelijke dienst aanspraak had. Een gedeelte van acht uren wordt naar beneden afgerond.

D. In afwijking van artikel III, onderdeel B, wordt het maandbedrag in artikel 5 van het Besluit personenchauffeurs defensie voor de periode 1 augustus 2000 tot 1 januari 2001 bepaald op: f 259,–.

E. In afwijking van artikel IV, onderdeel B, geldt ten aanzien van de salarisschaal, opgenomen in artikel 7a van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie voor de periode van 1 augustus 2000 tot 1 januari 2001 de volgende salarisschaal

Schaal 1

Schaal 2

0

f 2 671,–

f 2 729,–

J21

f 2 404,–

f 2 456,–

J20

f 2 137,–

f 2 183,–

J19

f 1 870,–

f 1 910,–

J18

f 1 603,–

f 1 637,–

F. In afwijking van artikel IV, onderdeel G wordt in artikel 22, tweede lid, van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie voor de periode van 1 augustus 2000 tot 1 januari 2001 het minimumbedrag van de vakantieuitkering bepaald op: f 274,18.

G. In afwijking van artikel IV, onderdeel I, gelden ten aanzien van de salarisschalen, opgenomen in bijlage B van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie voor de periode van 1 augustus 2000 tot 1 januari 2001 de salarisschalen opgenomen als bijlage 6 bij dit besluit.

H. In afwijking van artikel IV, onderdeel B, geldt ten aanzien van de salarisschaal, opgenomen in artikel 7a van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie voor de periode van 1 januari 2001 tot 1 juni 2001 de volgende salarisschaal

Schaal 1

Schaal 2

0

f 2 721,–

f 2 781,–

J21

f 2 449,–

f 2 503,–

J20

f 2 177,–

f 2 225,–

J19

f 1 905,–

f 1 947,–

J18

f 1 633,–

f 1 669,–

I. In afwijking van artikel V, onderdeel E, vervalt in artikel 66 het vierde lid, zoals dat luidde op 31 december 2000, voor de periode van 1 januari 2001 tot de datum van inwerkingtreding van artikel V, onderdeel E.

J. In afwijking van artikel VI, onderdeel D, geldt ten aanzien van de salarisschaal, opgenomen in artikel 5a van het Inkomstenbesluit militairen voor de periode van 1 augustus 2000 tot 1 januari 2001 de volgende salarisschaal

diensttijd

matr3/sld

matr2/sld1

J18

f 1 710,–

f 1 745,–

J19

f 1 995,–

f 2 036,–

J20

f 2 280,–

f 2 327,–

J21

f 2 565,–

f 2 618,–

02

f 2 850,–

f 2 909,–

03

f 2 884,–

f 2 951,–

K. In afwijking van artikel VI, onderdeel K, wordt in artikel 14, tweede lid, van het Inkomstenbesluit militairen voor de periode van 1 augustus 2000 tot 1 januari 2001 het minimumbedrag van de vakantieuitkering bepaald op: f 274,18.

L. In afwijking van artikel VI, onderdeel P, gelden ten aanzien van de salarisschalen, opgenomen in bijlagen A en B van het Inkomstenbesluit militairen voor de periode van 1 augustus 2000 tot 1 januari 2001 de salarisschalen opgenomen als bijlagen 7 en 8 bij dit besluit.

M. In afwijking van artikel VI, onderdelen Q en R, gelden ten aanzien van de tabellen 1 tot en met 3 opgenomen in bijlage C van het Inkomstenbesluit militairen voor de periode van 1 augustus 2000 tot 1 januari 2001 de tabellen opgenomen als bijlagen 9 tot en met 11 bij dit besluit.

N. In afwijking van artikel IV, onderdeel I, gelden ten aanzien van de salarisschalen, opgenomen in bijlage B van het Bezoldigingsbesluit burgerlijke ambtenaren defensie voor de periode van 1 januari 2001 tot 1 juni 2001 de salarisschalen opgenomen als bijlage 12 bij dit besluit.

O. In afwijking van artikel VI, onderdeel D, geldt ten aanzien van de salarisschaal, opgenomen in artikel 5a van het Inkomstenbesluit militairen voor de periode van 1 januari 2001 tot 1 juni 2001 de volgende salarisschaal

diensttijd

matr3/sld

matr2/sld1

J18

f 1 742,–

f 1 778,–

J19

f 2 033,–

f 2 075,–

J20

f 2 323,–

f 2 371,–

J21

f 2 614,–

f 2 668,–

02

f 2 904,–

f 2 964,–

03

f 2 939,–

f 3 008,–

P. In afwijking van artikel VI, onderdeel K, wordt in artikel 14, tweede lid, van het Inkomstenbesluit militairen voor de periode van 1 januari 2001 tot 1 juni 2001 het minimumbedrag van de vakantieuitkering bepaald op: f 279,39.

Q. In afwijking van artikel VI, onderdeel P, gelden ten aanzien van de salarisschalen, opgenomen in bijlagen A en B van het Inkomstenbesluit militairen voor de periode van 1 januari 2001 tot 1 juni 2001 de salarisschalen opgenomen als bijlagen 13 en 14 bij dit besluit.

R. In afwijking van artikel VI, onderdelen Q en R, gelden ten aanzien van de tabellen 1 tot en met 3 opgenomen in bijlage C van het Inkomstenbesluit militairen voor de periode van 1 januari 2001 tot 1 juni 2001 de tabellen opgenomen als bijlagen 15 tot en met 17 bij dit besluit.

S. In afwijking van artikel VII, onderdeel B, geldt ten aanzien van artikel 2, eerste lid, van de Premieregeling en aanvullende voorzieningen beroepsmilitairen van de krijgsmacht voor de periode van 1 januari 2001 tot 1 juni 2001 het volgende

Aan de militair, die voor onbepaalde tijd wordt aangesteld bij het beroepspersoneel, kan naar bij ministeriële regeling te stellen regels een premie worden toegekend, die gelijk is aan ten hoogste 20% van de bezoldiging van een kapitein van de Koninklijke landmacht met voor verhoging tellende diensttijd van 18 jaren, berekend naar het aantal maanden van de voor de militair geldende verplichting.

T. In afwijking van artikel VII, onderdeel C, geldt ten aanzien van artikel 3, tweede lid, van de Premieregeling en aanvullende voorzieningen beroepsmilitairen van de krijgsmacht voor de periode van 1 januari 2001 tot 1 juni 2001 het volgende

De premie is ten hoogste een bedrag dat gelijk is aan het onder a tot en met d genoemde percentage van de bezoldiging met voor verhoging tellende diensttijd van 18 jaren behorende bij de rang die één rang hoger is dan de rang die verbonden is aan de functie waarvoor hij bij aanstelling is bestemd, berekend naar het aantal maanden van de voor de militair geldende verplichting, te weten

bij een verplichting van vier jaar of langer: 25%;

bij een verplichting van drie tot vier jaar: 23%;

bij een verplichting van twee tot drie jaar: 21%;

bij een verplichting van minder dan twee jaar: 20%.

Artikel I, onderdeel Y, werkt terug tot en met 1 januari 1999. Artikel III, onderdeel A, werkt terug tot en met 1 juni 1999. Artikel IV, onderdeel F, artikel V, onderdeel A, artikel VI, onderdeel K, onder 1, en onderdeel L werken terug tot en met 1 januari 2000. Artikel I, onderdeel AA, artikel III, onderdeel B, artikel IV, onderdeel G, onder 1 en onderdeel H, artikel V, onderdeel G, artikel VII, onderdeel E, en artikel IX, werken terug tot en met 1 januari 2001. Artikel I, onderdeel Z, en artikel VIII werken terug tot en met 1 maart 2001. Artikel I, onderdelen G tot en met L, onderdelen N tot en met T en onderdelen V tot en met X, artikel II, artikel IV, onderdelen A tot en met E, onderdeel G onder 2, en onderdeel I, artikel V, onderdelen F en H, artikel VI, onderdelen A tot en met H, onderdeel J, onderdeel K, onder 2, en onderdelen M tot en met Q, artikel VII, onderdelen A t/m C en F, en artikel X werken terug tot en met 1 juni 2001. Artikel I, onderdelen C t/m F, M en U, artikel V, onderdelen B t/m E en artikel VII, onderdeel D, werken terug tot en met 1 juli 2001.

BWB 2002-01-01

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst, met dien verstande dat

artikel I, onderdeel Y, terugwerkt tot en met 1 januari 1999;

artikel III, onderdeel A, terugwerkt tot en met 1 juni 1999;

artikel IV, onderdeel F; artikel V, onderdeel A; artikel VI, onderdeel K, onder 1, en onderdeel L, terugwerken tot en met 1 januari 2000;

artikel I, onderdeel AA; artikel III onderdeel B; artikel IV onderdeel G, onder 1 en onderdeel H; artikel V, onderdeel G; artikel VII, onderdeel E; en artikel IX, terugwerken tot en met 1 januari 2001;

artikel I, onderdeel Z; en artikel VIII, terugwerken tot en met 1 maart 2001;

artikel I, onderdelen G tot en met L, onderdelen N tot en met T en onderdelen V tot en met X; artikel II; artikel V“V” moet zijn “IV”, onderdelen A tot en met E, onderdeel G onder 2, en onderdeel I; artikel V, onderdelen F en H; artikel VI, onderdelen A tot en met H, onderdeel J, onderdeel K, onder 2, en onderdelen M tot en met Q; artikel VII, onderdelen A t/m C en F; en artikel X, terugwerken tot en met 1 juni 2001;

artikel I, onderdelen C t/m F, M en U; artikel V, onderdelen B t/m E; en artikel VII, onderdeel D, terugwerken tot en met 1 juli 2001;

artikel I, onderdelen A en B; en artikel VI, onderdeel I, in werking treden met ingang van 1 januari 2002.

Artikel I, onderdeel Y, werkt terug tot en met 1 januari 1999. Artikel III, onderdeel A, werkt terug tot en met 1 juni 1999. Artikel IV, onderdeel F, artikel V, onderdeel A, artikel VI, onderdeel K, onder 1, en onderdeel L werken terug tot en met 1 januari 2000. Artikel I, onderdeel AA, artikel III, onderdeel B, artikel IV, onderdeel G, onder 1 en onderdeel H, artikel V, onderdeel G, artikel VII, onderdeel E, en artikel IX, werken terug tot en met 1 januari 2001. Artikel I, onderdeel Z, en artikel VIII werken terug tot en met 1 maart 2001. Artikel I, onderdelen G tot en met L, onderdelen N tot en met T en onderdelen V tot en met X, artikel II, artikel IV, onderdelen A tot en met E, onderdeel G onder 2, en onderdeel I, artikel V, onderdelen F en H, artikel VI, onderdelen A tot en met H, onderdeel J, onderdeel K, onder 2, en onderdelen M tot en met Q, artikel VII, onderdelen A t/m C en F, en artikel X werken terug tot en met 1 juni 2001. Artikel I, onderdelen C t/m F, M en U, artikel V, onderdelen B t/m E en artikel VII, onderdeel D, werken terug tot en met 1 juli 2001.

Need to analyze how this provision applies to your matter?

Cross-reference this statute against case law, commentaries, and related legislative provisions inside Legislator AI.

Open in Legislator →