Uitvoeringsregeling Financiering decentrale overheden 200025128-12-200021-12-2000FM 2000/0403-M
Table of Provisions (9)
Statutory Text (9 Articles)
In deze ministeriële regeling wordt verstaan onder
Het bedrag aan leningen die een onderdeel vormen van de vaste schuld, gesaldeerd met verstrekte geldleningen met een oorspronkelijke rentetypische looptijd van één jaar of langer, waarvan op grond van de leningvoorwaarden de rente in het lopende kalenderjaar op basis van de leningvoorwaarden eenzijdig door de tegenpartij kan worden herzien.
Het bedrag aan nieuwe leningen in een jaar met een oorspronkelijke rentetypische looptijd van één jaar of langer, gesaldeerd met nieuw verstrekte leningen voor zover dezelfde rentetypische looptijd, voor zover dit het bedrag van de verplicht afgeloste leningen niet overstijgt.
De Wet financiering decentrale overheden.
Treedt in werking op de datum waarop de Wet financiering decentrale overheden in werking treedt. Bij Stcrt. 2003/40 is in artikel II een bepaling betreffende de toepassing gepubliceerd (m.i.v. 28 februari 2003)
1 Voor de openbare lichamen wordt het percentage, als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de wet als volgt vastgesteld: a. voor de provincies: 7,0%; b. voor de gemeenten: 8,5%; c. voor de waterschappen: 23%; d. voor de gemeenschappelijke regelingen: 8,2%.
2 Voor de openbare lichamen wordt het in artikel 5 van de wet genoemde percentage als volgt vastgesteld: a. voor de provincies: 20%; b. voor de gemeenten: 20%; c. voor de waterschappen: 30%; d. voor de gemeenschappelijke regelingen: 20%.
3 Voor de renterisiconorm geldt een minimumbedrag van 2.500.000 euro.
Het renterisico op de vaste schuld in een jaar wordt als volgt berekend: de som van het bedrag aan herfinanciering en het bedrag aan renteherziening op de vaste schuld.
Treedt in werking op de datum waarop de Wet financiering decentrale overheden in werking treedt. Bij Stcrt. 2003/40 is in artikel II een bepaling betreffende de toepassing gepubliceerd (m.i.v. 28 februari 2003)
1 De openbare lichamen zenden aan de toezichthouder a. Jaarlijks tezamen met het jaarverslag een opgave van: 1°. Het begrotingstotaal bij aanvang van het voorgaande jaar en het komende jaar; 2°. De kasgeldlimiet bij aanvang van het voorgaande jaar; 3°. De gemiddelde netto vlottende schuld in elk van de kalenderkwartalen van het voorgaande jaar; 4°. De renterisiconorm bij aanvang van het komende jaar; 5°. Het renterisico op de vaste schuld over de komende vier jaren.
2 De openbare lichamen als bedoeld in artikel 1, lid a, van de wet zenden aan het Centraal bureau voor de statistiek driemaandelijks een opgave van de stand van het EMU-saldo op een door het Centraal Bureau voor de Statistiek te bepalen wijze.
3 Een openbaar lichaam kan toezending van de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde gegevens aan de toezichthouder achterwege laten, indien de kasgeldlimiet van deze openbare lichamen gelijk is aan het wettelijke minimumbedrag.
Het Centraal Bureau voor de Statistiek zendt iedere drie maanden voor het einde van het eerstvolgende kwartaal verzamelopgaven van de in artikel 4, tweede lid, bedoelde gegevens aan Onze Minister van Financiën.
Treedt in werking op de datum waarop de Wet financiering decentrale overheden in werking treedt. Bij Stcrt. 2003/40 is in artikel II een bepaling betreffende de toepassing gepubliceerd (m.i.v. 28 februari 2003)
De opgaven bedoeld in artikel 4, eerste lid, worden verstrekt overeenkomstig de als bijlage bij deze regeling gevoegde modelstaten.
Treedt in werking op de datum waarop de Wet financiering decentrale overheden in werking treedt. Bij Stcrt. 2003/40 is in artikel II een bepaling betreffende de toepassing gepubliceerd (m.i.v. 28 februari 2003)
1 Gedurende het jaar van inwerkingtreding van de wet, mag een openbaar lichaam in overleg met de toezichthouder stapsgewijs het nieuwe percentage van de kasgeldlimiet, als bedoeld in artikel 3 van de wet, eerste lid, bereiken.
2 Gedurende het jaar van inwerkingtreding van de wet, is, in afwijking van artikel 2, tweede lid, een percentage van de renterisiconorm van 30% van toepassing.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de datum waarop de Wet financiering decentrale overheden in werking treedt.
Treedt in werking op de datum waarop de Wet financiering decentrale overheden in werking treedt. Bij Stcrt. 2003/40 is in artikel II een bepaling betreffende de toepassing gepubliceerd (m.i.v. 28 februari 2003)
Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden.
Treedt in werking op de datum waarop de Wet financiering decentrale overheden in werking treedt. Bij Stcrt. 2003/40 is in artikel II een bepaling betreffende de toepassing gepubliceerd (m.i.v. 28 februari 2003)