Legislator Case Law & Legislation
BWBR0005877 NL

Regeling nazorgfase gesloten stortplaatsen

33 Articles / Provisions · Netherlands
Open official source Machine-readable Markdown (.md)

Table of Provisions (33)

Statutory Text (33 Articles)

BWB 2024-01-01

In deze regeling wordt verstaan onder

Ontwerpprocedure grondwatermonitoring: Ontwerp-procedure grondwatermonitoring stortplaatsen (Vereniging van Afvalverwerkers, Utrecht, november 1995);

Richtlijn dichte eindafwerking: Richtlijn voor dichte eindafwerking op afval- en reststofbergingen (Publikatiereeks bodembescherming nr. 1991/2);

Richtlijn geohydrologische isolatie: Richtlijn geohydrologische isolatie van bestaande stortplaatsen (Vereniging van Afvalverwerkers, Utrecht, juli 1997).

BWB 2024-01-01

Deze regeling berust op de artikelen 8.49, vijfde lid, en 21.6, vierde lid, van de Wet milieubeheer.

BWB 2024-01-01

Vervallen

Artikel 4.1.8 van Stcrt. 2020/64380 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.

BWB 2024-01-01

Vervallen

Artikel 4.1.8 van Stcrt. 2020/64380 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.

BWB 2024-01-01

Vervallen

Artikel 4.1.8 van Stcrt. 2020/64380 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.

BWB 2024-01-01

Vervallen

Artikel 4.1.8 van Stcrt. 2020/64380 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.

BWB 2024-01-01

Vervallen

Artikel 4.1.8 van Stcrt. 2020/64380 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.

BWB 2024-01-01

1 In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: gesloten stortplaats: stortplaats die ingevolge artikel 8.47, derde lid, van de wet voor gesloten is verklaard; gedeputeerde staten: gedeputeerde staten van de provincie waarin de gesloten stortplaats geheel of gedeeltelijk is gelegen.

2 De Richtlijn dichte eindafwerking, de Richtlijn geohydrologische isolatie en de Ontwerpprocedure grondwatermonitoring zijn van overeenkomstige toepassing op gesloten stortplaatsen.

BWB 2024-01-01

Gedeputeerde staten zenden jaarlijks voor 1 maart aan Onze Minister de op grond van de artikelen 17 tot en met 21 verkregen gegevens ten aanzien van de gesloten stortplaats.

Treedt in werking op het tijdstip waarop hoofdstuk IIIA van het Stortbesluit bodembescherming (Stb. 2012/350) in werking treedt.

BWB 2024-01-01

1 De hoeveelheid en de samenstelling van het percolaat wordt in de nazorgfase halfjaarlijks gecontroleerd.

2 In afwijking van het eerste lid kunnen gedeputeerde staten de metingen van de hoeveelheid en samenstelling van het percolaat minder frequent uitvoeren indien de evaluatie van de gegevens aangeeft dat langere tussenpozen even effectief zijn.

3 De artikelen 9.18, eerste lid, onder a, en vierde lid, 9.20 en 9.25, tweede, derde en vierde lid, onder a, van de Omgevingsregeling, zijn van overeenkomstige toepassing.

BWB 2024-01-01

1 De hoeveelheid en samenstelling van het in de omgeving aanwezige oppervlaktewater wordt in de nazorgfase halfjaarlijks vastgesteld; bemonstering geschiedt op ten minste twee door het bevoegd gezag aan te geven punten, één stroomopwaarts en één stroomafwaarts van de stortplaats.

2 In afwijking van het eerste lid kunnen gedeputeerde staten de metingen van de hoeveelheid en de samenstelling van het oppervlaktewater minder frequent uitvoeren, indien: a. dit op grond van de kenmerken van de stortplaats niet vereist is, dan wel b. de evaluatie van de gegevens aangeeft dat langere tussenpozen even effectief zijn.

BWB 2024-01-01

1 De samenstelling en atmosferische druk van de gasuitstoot wordt halfjaarlijks gemeten.

2 De gascontrole is representatief voor elk gedeelte van de stortplaats.

3 De metingen hebben betrekking op gassen die vrijkomen bij de biologische afbraak van het organisch materiaal in de afvalstoffen, met name CH4, CO2 en O2.

4 De doelmatigheid van het gasopvangsysteem wordt regelmatig gecontroleerd.

5 In afwijking van het eerste lid, kunnen gedeputeerde staten bepalen dat metingen van de samenstelling en atmosferische druk minder frequent mogen worden uitgevoerd als de evaluatie van de gegevens aangeeft dat langere tussenpozen even effectief zijn.

BWB 2024-01-01

1 De gemiddeld hoogste en gemiddeld laagste grondwaterstand worden halfjaarlijks vastgesteld.

2 In afwijking van het eerste lid wordt in geval van veranderende grondwaterniveaus de frequentie verhoogd.

3 De artikelen 9.9, 9.10, 9.13, eerste en derde lid, 9.14, eerste en tweede lid, aanhef en onder a en c, en derde lid, 9.18, tweede tot en met vierde lid, 9.19 en 9.25, tweede, derde en vierde lid, onder a, van de Omgevingsregeling, zijn van overeenkomstige toepassing.

BWB 2024-01-01

De artikelen 9.22 en 9.23 van de Omgevingsregeling zijn van overeenkomstige toepassing op gesloten stortplaatsen.

Need to analyze how this provision applies to your matter?

Cross-reference this statute against case law, commentaries, and related legislative provisions inside Legislator AI.

Open in Legislator →