2025007996 16 OCTOBRE 2025. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 24 janvier 2024 relatif au transport des marchandises dangereuses par chemin de fer, à l'exception des matières explosibles et radioactives
Table des dispositions (14)
Texte législatif (14 Articles)
Toepassingsgebied
§ 1 Dit Reglement is van toepassing
op het internationale spoorwegvervoer van gevaarlijke goederen op het grondgebied van de RID-Verdragsstaten,
op het vervoer in aanvulling op het spoorwegvervoer waarop de Uniforme Regelen CIM van toepassing zijn, behoudens internationale voorschriften die het vervoer met een ander vervoermiddel regelen,
evenals op de in de Bijlage van dit Reglement vermelde werkzaamheden.
§ 2 De gevaarlijke goederen, waarvan het vervoer overeenkomstig de Bijlage uitgesloten is, mogen niet het onderwerp zijn van een internationaal vervoer.
Definities
Op het einde van dit Reglement en zijn Bijlage verwijst de term "RID-Verdragsstaten" naar elke Lidstaat van de Organisatie die, in overeenstemming met artikel 42, § 1, eerste zin, van het Verdrag, geen verklaring heeft afgelegd met betrekking tot dit Reglement.
Cet arrêté transpose partiellement la Directive déléguée (UE) 2025/149 de la Commission du 15 novembre 2024 modifiant les annexes de la Directive 2008/68/CE du Parlement européen et du Conseil en ce qui concerne l'adaptation au progrès scientifique et technique.
CHAPITRE 2. - Modification de l'arrêté royal du 24 janvier 2024 relatif au transport des marchandises dangereuses par chemin de fer, à l'exception des matières explosibles et radioactives
Vrijstellingen
Dit Reglement is geheel of gedeeltelijk niet van toepassing op het vervoer van gevaarlijke goederen, waarvan in de Bijlage de vrijstelling is voorzien. Vrijstellingen zijn slechts toegelaten, wanneer de hoeveelheid, de aard van het vrijgestelde vervoer of de verpakking de veiligheid van het vervoer waarborgen.
Beperkingen
Iedere RID-Verdragsstaat behoudt het recht om het internationale vervoer van gevaarlijke goederen op zijn grondgebied om andere redenen dan die van de veiligheid gedurende het vervoer te regelen of te verbieden.
Andere voorschriften
Het vervoer, waarop dit Reglement van toepassing is, blijft onderworpen aan de algemene nationale of internationale voorschriften, die in hun algemeenheid van toepassing zijn op het spoorwegvervoer van goederen.
Toegelaten treinsoorten. Vervoer als handbagage, geregistreerde bagage of in voertuigen
§ 1 De gevaarlijke goederen mogen alleen in goederentreinen vervoerd worden, met uitzondering van
a) de gevaarlijke goederen, die tot het vervoer zijn toegelaten overeenkomstig de Bijlage met inachtneming van de toepasselijke maximale hoeveelheden en de bijzondere voorwaarden voor het vervoer in andere treinen dan goederentreinen;
b) de gevaarlijke goederen, die onder de bijzondere voorwaarden van de Bijlage als handbagage, geregistreerde bagage of in of op voertuigen overeenkomstig artikel 12 van de Uniforme Regelen CIV vervoerd worden.
§ 2 Gevaarlijke goederen als handbagage meenemen of als geregistreerde bagage of in voertuigen verzenden of vervoeren mag enkel indien deze voldoen aan de bijzondere voorwaarden van de Bijlage.
Bijlage
De Bijlage vormt een integrerend deel van dit Reglement.
* * *
De Bijlage zal de inhoud krijgen die de Commissie van deskundigen voor het vervoer van gevaarlijke goederen zal hebben vastgesteld, op het tijdstip van inwerkingtreding van het Protocol van 3 juni 1999 houdende wijziging van het Verdrag betreffende het internationale spoorwegvervoer (COTIF) van 9 mei 1980, volgens artikel 19, § 4 van dit Verdrag.
Opmerkingen secretariaat COTIF
In de tekst die volgt betekent > de Bijlage aan het Aanhangsel C van het COTIF overeenkomstig het artikel 6.
Als uitzonderlijk naar het Aanhangsel C in de hierboven gedrukte tekst wordt verwezen,
wordt expliciet verwezen naar het Aanhangsel C bij het COTIF (bv. afdeling 1.1.2, onderafdeling 1.5.1.3).
INHOUD
Deel 1 Algemene bepalingen
1.1 Toepassingsgebied en toepasbaarheid 1.1.1 Structuur 1.1.2 Toepassingsgebied 1.1.3 Vrijstellingen 1.1.3.1 Vrijstellingen in samenhang met de aard van het vervoersproces 1.1.3.2 Vrijstellingen in samenhang met het vervoer van gassen 1.1.3.3 Vrijstellingen in samenhang met het vervoer van vloeibare brandstoffen 1.1.3.4 Vrijstellingen in samenhang met bijzondere bepalingen of met gevaarlijke goederen verpakt in beperkte hoeveelheden of in uitgezonderde hoeveelheden 1.1.3.5 Vrijstellingen in samenhang met ongereinigde lege verpakkingen 1.1.3.6 Totale hoogst toegelaten hoeveelheid per wagen of grote container 1.1.3.7 Vrijstellingen in samenhang met het vervoer van opslag- en productiesystemen voor elektrische energie 1.1.3.8 Toepassing van vrijstellingen tijdens het vervoer van gevaarlijke goederen als handbagage, geregistreerde bagage evenals bagage in of op voertuigen 1.1.3.9 Vrijstellingen in samenhang met gevaarlijke goederen die tijdens het vervoer als koelmiddel of conditioneringsmiddel gebruikt worden 1.1.3.10 Vrijstellingen in samenhang met het vervoer van lampen die gevaarlijke stoffen bevatten 1.1.4 Toepasbaarheid van andere voorschriften 1.1.4.1 Algemeen 1.1.4.2 Vervoer in een vervoersketen die vervoer over zee of door de lucht omvat 1.1.4.3 Gebruik van mobiele tanks van het IMO-type die goedgekeurd zijn voor het zeevervoer 1.1.4.4 Gecombineerd spoor/wegverkeer 1.1.4.5 Wagon die op een andere manier wordt verplaatst dan door middel van motortractie over het spoor 1.1.4.6 Transporten met als bestemming of die gebeuren via het grondgebied van een Verdragsstaat van het SMGS 1.4.7 Hervulbare drukrecipiënten toegelaten door het "United States of America Department of Transportation" (US-DOT) 1.1.5 Toepassing van normen 1.2 Definities, meeteenheden en afkortingen 1.2.1 Definities 1.2.2 Meeteenheden 1.2.3 Lijst met afkortingen 1.3 Opleiding van personen die betrokken zijn bij het vervoer van gevaarlijke goederen 1.3.1 Toepassingsgebied 1.3.2 Aard van de opleiding 1.3.2.1 Algemene sensibilisering 1.3.2.2 Functie-specifieke opleiding 1.3.2.3 Veiligheidsopleiding 1.3.3 Documentatie 1.4 Veiligheidsplichten van de betrokkenen 1.4.1 Algemene zorg voor veiligheid 1.4.2 Plichten van de belangrijkste betrokkenen 1.4.2.1 Afzender 1.4.2.2 Vervoerder 1.4.2.3 Geadresseerde 1.4.3 Plichten van de andere betrokkenen 1.4.3.1 Belader 1.4.3.2 Verpakker 1.4.3.3 Vuller 1.4.3.4 Exploitant van een tankcontainer of een mobiele tank 1.4.3.5 Exploitant van een tankwagon 1.4.3.6 Beheerder van de spoorweginfrastructuur 1.4.3.7 Ontlader 1.4.3.8 Een met onderhoud belaste entiteit (MOBE) 1.5 Afwijkingen 1.5.1 Tijdelijke afwijkingen 1.5.2 Militaire zendingen 1.6 Overgangsvoorschriften 1.6.1 Diversen 1.6.2 Drukrecipiënten en recipiënten voor de klasse 2 1.6.3 Tankwagons en batterijwagons 1.6.4 Tankcontainers, mobiele tanks en MEGC's 1.6.5 (Voorbehouden) 1.6.6 Klasse 7 1.6.6.1 Colli die geen goedkeuring van de bevoegde overheid voor het model van collo vereisen op grond van de uitgaven van 1985, 1985 (herwerkte versie 1990), 1996, 1996 (herziene versie), 1996 (herwerkte versie 2003), 2005, 2009 of 2012 van de IAEA Regulations for the Safe Transport of Radioactive Material.... 1.6.6.2 Modellen van collo goedgekeurd op grond van de uitgaven van 1985, 1985 (herwerkte versie 1990), 1996, 1996 (herziene versie), 1996 (herwerkte versie 2003), 2005, 2009 of 2012 van de IAEA Regulations for the Safe Transport of Radioactive Material.................................................................................... 1.6.6.3 Colli uitgezonderd van de vereisten voor splijtbaar materiaal uit de 2011 en 2013 edities van het RID (2009 Editie van de IAEA Regulations for the Safe Transport of Radioactive Material).............................. 1.6.6.4 Radioactieve stoffen in speciale vorm, goedgekeurd op grond van de edities 1985, 1985 (herwerkte versie 1990), 1996, 1996 (herziene versie), 1996 (herwerkte versie 2003), 2005, 2009 of 2012 van de IAEA Regulations for the Safe Transport of Radioactive Material.......................................................... 1.7 Algemene bepalingen voor radioactieve stoffen 1.7.1 Toepassingsgebied 1.7.2 Programma van stralingsbescherming 1.7.3 Kwaliteitsborging 1.7.4 Speciale regeling 1.7.5 Radioactieve stoffen met andere gevaarlijke eigenschappen 1.7.6 Non-conformiteit 1.8 Controlemaatregelen en andere maatregelen voor de ondersteuning van de naleving van de veiligheidsvoorschriften 1.8.1 Administratieve controles van gevaarlijke goederen 1.8.2 Wederzijdse administratieve hulp 1.8.3 Veiligheidsadviseur 1.8.4 Lijst van de bevoegde overheden en de door hen aangewezen instanties 1.8.5 Meldingen van gebeurtenissen met gevaarlijke goederen 1.8.6 Administratieve controles voor de activiteiten beschreven in 1.8.7 en 1.8.8 1.8.7 Procedures voor de conformiteitsbeoordeling, de afgifte van het goedkeuringscertificaat van het type en de keuringen 1.8.8 Procedures voor de conformiteitsbeoordeling van gaspatronen 1.9 Beperkingen in het vervoer door de bevoegde overheden 1.10 Bepalingen betreffende de beveiliging 1.10.1 Algemene bepalingen 1.10.2 Opleiding inzake beveiliging 1.10.3 Bepalingen met betrekking tot gevaarlijke goederen met hoog risico 1.11 Interne noodplannen voor rangeerstations
Deel 2 Classificatie
2.1 Algemene voorschriften 2.1.1 Inleiding 2.1.2 Principes van de classificatie 2.1.3 Classificatie van niet met naam genoemde stoffen met inbegrip van oplossingen en mengsels (zoals preparaten en afvalstoffen) 2.1.4 Classificatie van monsters 2.1.5 Classificatie van voorwerpen als voorwerpen die gevaarlijke goederen bevatten, n.e.g. 2.1.6 Classificatie van afgedankte verpakkingen, leeg, ongereinigd 2.2 Bijzondere voorschriften voor de afzonderlijke klassen 2.2.1 Klasse 1 Ontplofbare stoffen en voorwerpen 2.2.1.1 Criteria 2.2.1.2 Niet tot het vervoer toegelaten stoffen en voorwerpen 2.2.1.3 Lijst van collectieve rubrieken 2.2.1.4 Glossarium van de benamingen 2.2.2 Klasse 2 Gassen 2.2.2.1 Criteria 2.2.2.2 Niet tot het vervoer toegelaten gassen 2.2.2.3 Lijst van collectieve rubrieken 2.2.3 Klasse 3 Brandbare vloeistoffen 2.2.3.1 Criteria 2.2.3.2 Niet tot het vervoer toegelaten stoffen 2.2.3.3 Lijst van collectieve rubrieken 2.2.41 Klasse 4.1 Brandbare vaste stoffen, zelfontledende stoffen, polymeriserende stoffen en daarmee verwante stoffen en vaste ontplofbare stoffen in niet explosieve toestand 2.2.41.1 Criteria 2.2.41.2 Niet tot het vervoer toegelaten stoffen 2.2.41.3 Lijst van collectieve rubrieken 2.2.41.4 Lijst van reeds ingedeelde zelfontledende stoffen, vervoerd in verpakkingen 2.2.42 Klasse 4.2 Voor zelfontbranding vatbare stoffen 2.2.42.1 Criteria 2.2.42.2 Niet tot het vervoer toegelaten stoffen 2.2.42.3 Lijst van collectieve rubrieken 2.2.43 Klasse 4.3 Stoffen die in contact met water brandbare gassen ontwikkelen 2.2.43.1 Criteria 2.2.43.2 Niet tot het vervoer toegelaten stoffen 2.2.43.3 Lijst van collectieve rubrieken 2.2.51 Klasse 5.1
Oxiderende stoffen 2.2.51.1 Criteria 2.2.51.2 Niet tot het vervoer toegelaten stoffen 2.2.51.3 Lijst van collectieve rubrieken 2.2.52 Klasse 5.2 Organische peroxiden 2.2.52.1 Criteria 2.2.52.2 Niet tot het vervoer toegelaten stoffen 2.2.52.3 Lijst van collectieve rubrieken 2.2.52.4 Lijst van reeds ingedeelde organische peroxiden, vervoerd in verpakkingen 2.2.61 Klasse 6.1 Giftige stoffen 2.2.61.1 Criteria 2.2.61.2 Niet tot het vervoer toegelaten stoffen 2.2.61.3 Lijst van collectieve rubrieken 2.2.62 Klasse 6.2 Infectueuze stoffen (besmettelijke stoffen) 2.2.62.1 Criteria 2.2.62.2 N iet tot het vervoer toegelaten stoffen 2.2.62.3 Lijst van collectieve rubrieken 2.2.7 Klasse 7 Radioactieve stoffen 2.2.7.1 Definities 2.2.7.2 Classificatie 2.2.8 Klasse 8 Bijtende stoffen 2.2.8.1 Criteria 2.2.8.2 Niet tot het vervoer toegelaten stoffen 2.2.8.3 Lijst van collectieve rubrieken 2.2.9 Klasse 9 Diverse gevaarlijke stoffen en voorwerpen 2.2.9.1 Criteria 2.2.9.2 Niet tot het vervoer toegelaten stoffen en voorwerpen 2.2.9.3 Lijst van rubrieken 2.3 Beproevingsmethoden 2.3.0 Algemeen 2.3.1 Uitzweetproef voor springstof, type A 2.3.2 Beproevingen voor nitrocellulosemengsels van klasse 1 en klasse 4.1 2.3.3 Beproevingen voor brandbare vloeistoffen van de klassen 3, 6.1 en 8 2.3.3.1 Bepaling van het vlampunt 2.3.3.2 Bepaling van het begin van kooktraject 2.3.3.3 Beproeving voor de bepaling van het peroxidegehalte 2.3.4 Beproevingsmethode voor het bepalen van de vloeibaarheid 2.3.5 Indeling van de metaalorganische stoffen bij de klassen 4.2 en 4.3
Deel 3 Lijst van de gevaarlijke goederen, bijzondere bepalingen en vrijstellingen met betrekking tot beperkte hoeveelheden en uitgezonderde hoeveelheden
3.1 Algemeenheden 3.1.1 Inleiding 3.1.2 Officiële vervoersnaam 3.1.3 Oplossingen of mengsels 3.2 Lijsten van de gevaarlijke goederen 3.2.1 Tabel A: Lijst van gevaarlijke goederen per UN-nummer 3.2.2 Tabel B: Alfabetische lijst van gevaarlijke goederen 3.3 Bijzondere bepalingen van toepassing op een welbepaalde stof of voorwerp 3.4 Vervoer van gevaarlijke goederen verpakt in beperkte hoeveelheden 3.5 Vervoer van gevaarlijke goederen verpakt in uitgezonderde hoeveelheden 3.5.1 Uitgezonderde hoeveelheden 3.5.2 Verpakkingen 3.5.3 Beproevingen op de colli 3.5.4 Het markeren van de colli 3.5.5 Maximaal aantal colli in een wagon of container 3.5.6 Documentatie
Deel 4 Bepalingen met betrekking tot het gebruik van de verpakkingen en de tanks
4.1 Gebruik van de verpakkingen, met inbegrip van de grote recipiënten voor los gestort vervoer (IBC's) en de grote verpakkingen 4.1.1 Algemene bepalingen met betrekking tot het verpakken van gevaarlijke goederen in verpakkingen, met inbegrip van IBC's en grote verpakkingen 4.1.2 Bijkomende algemene bepalingen met betrekking tot het gebruik van de IBC's 4.1.3 Algemene bepalingen met betrekking tot de verpakkingsinstructies 4.1.4 Lijst van de verpakkingsinstructies 4.1.4.1 Verpakkingsinstructies met betrekking tot het gebruik van de verpakkingen (behalve de IBC's en de grote verpakkingen) 4.1.4.2 Verpakkingsinstructies met betrekking tot het gebruik van de IBC's 4.1.4.3 Verpakkingsinstructies met betrekking tot het gebruik van de grote verpakkingen 4.1.4.4 (Afgeschaft) 4.1.5 Bijzondere bepalingen met betrekking tot het verpakken van de goederen van klasse 1 4.1.6 Bijzondere bepalingen met betrekking tot het verpakken van de goederen van klasse 2 en van de goederen van de andere klassen waaraan verpakkingsinstructieP200 is toegewezen 4.1.7 Bijzondere bepalingen met betrekking tot het verpakken van de organische peroxiden (klasse 5.2) en de zelfontledende stoffen van klasse 4.1 4.1.7.1 Gebruik van de verpakkingen (met uitzondering van IBC's) 4.1.7.2 Gebruik van de IBC's 4.1.8 Bijzondere bepalingen met betrekking tot het verpakken van de infectueuze (besmettelijke) stoffen (klasse 6.2) 4.1.9 Bijzondere bepalingen met betrekking tot het verpakken van radioactieve stoffen 4.1.9.1 Algemeenheden 4.1.9.2 Voorschriften en controles met betrekking tot het vervoer van LSA-stoffen en SCO 4.1.10 Bijzondere bepalingen met betrekking tot de gezamenlijke verpakking 4.2 Gebruik van de mobiele tanks en de UN-gascontainers met verscheidene elementen (MEGC's) 4.2.1 Algemene bepalingen voor het gebruik van mobiele tanks voor het vervoer van de stoffen van de klasse 1 en van de klassen 3 tot en met 9 4.2.2 Algemene bepalingen voor het gebruik van mobiele tanks voor het vervoer van de niet gekoelde vloeibaar gemaakte gassen en chemische producten onder druk. 4.2.3 Algemene bepalingen voor het gebruik van mobiele tanks voor het vervoer van de sterk gekoelde vloeibare gassen 4.2.4 Algemene bepalingen voor het gebruik van UN-gascontainers met verscheidene elementen (MEGC's) 4.2.5 Instructies en bijzondere bepalingen voor het vervoer in mobiele tanks 4.2.5.1 Algemeen 4.2.5.2 Instructies voor het vervoer in mobiele tanks 4.2.5.3 Bijzondere bepalingen voor het vervoer in mobiele tanks 4.3 Gebruik van de tankwagons, de afneembare tanks, de tankcontainers en de wissellaadtanks, waarvan de houders vervaardigd zijn uit metaal, evenals de batterijwagons en de gascontainers met verscheidene elementen (MEGC's) 4.3.1 Toepassingsgebied 4.3.2 Bepalingen voor alle klassen 4.3.2.1 Gebruik 4.3.2.2 Vullingsgraad 4.3.2.3 Dienst 4.3.2.4 Ongereinigde lege tanks, batterijwagons en MEGC's 4.3.3 Bijzondere bepalingen voor de klasse 2 4.3.3.1 Codering en hiërarchie van de tanks 4.3.3.2 Voorwaarden voor het vullen en beproevingsdrukken 4.3.3.3 Dienst 4.3.3.4 Controlevoorschriften voor het vullen van tankwagons voor vloeibare gassen 4.3.4 Bijzondere bepalingen voor de klassen 3 tot en met 9 4.3.4.1 Codering, rationele benadering en hiërarchie van de tanks 4.3.4.2 Algemene bepalingen 4.3.5 Bijzondere bepalingen 4.4 (Afgeschaft) 4.5 Gebruik van de vacuümtanks voor afvalstoffen 4.5.1 Gebruik 4.5.2 Dienst
Deel 5 Verzendingsprocedures
5.1 Algemene bepalingen 5.1.1 Toepassing en algemene bepalingen 5.1.2 Gebruik van oververpakkingen 5.1.3 Lege ongereinigde verpakkingen (met inbegrip van de IBC's en de grote verpakkingen), tanks, wagons en containers voor los gestort vervoer 5.1.4 Gezamenlijke verpakking 5.1.5 Algemene bepalingen voor de klasse 7 5.1.5.1 Goedkeuring van de zendingen en melding 5.1.5.2 Certificaten afgeleverd door de bevoegde overheid 5.1.5.3 Bepaling van de transportindex (TI) en de criticaliteits-veiligheidsindex (CSI) 5.1.5.4 Bepalingen met betrekking tot de uitgezonderde colli met radioactieve stoffen van de klasse 7 5.1.5.5 Samenvatting van de voorafgaande goedkeurings- en meldingsvoorschriften 5.2 Het markeren en etiketteren 5.2.1 Het markeren van colli 5.2.2 Etiketteren van colli 5.2.2.1 Voorschriften voor het etiketteren 5.2.2.2 Voorschriften voor de etiketten 5.3 Etiketteren (grote etiketten) en signalisatie 5.3.1 Etiketteren (grote etiketten) 5.3.1.1 Algemene bepalingen 5.3.1.2 Etiketteren van grote containers, containers voor los gestort vervoer, MEGC's, tankcontainers en mobiele tanks
5.3.1.3 Etiketteren van de draagwagons van grote containers, containers voor los gestort vervoer, MEGC's, tankcontainers of mobiele tanks 5.3.1.4 Etiketteren van wagons wanneer deze voor los gestort vervoer worden gebruikt, tankwagens, batterijwagons en wagons met afneembare tanks 5.3.1.5 Etiketteren van wagens die enkel colli vervoeren 5.3.1.6 Etiketteren van de lege tankwagons, batterijwagons, tankcontainers, MEGC's en mobiele tanks en van de lege wagons en grote containers voor los gestort vervoer 5.3.1.7 Eigenschappen van de grote etiketten 5.3.2 Oranje signalisatie 5.3.2.1 Algemene bepalingen betreffende de oranje signalisatie 5.3.2.2 Specificaties betreffende de oranje schilden 5.3.2.3 Betekenis van de identificatienummers van het gevaar 5.3.3 Merkteken voor stoffen op hoge temperatuur 5.3.4 Rangeeretiketten nr. 13 en 15 5.3.4.1 Algemene bepalingen 5.3.4.2 Eigenschappen van de rangeeretiketten nr. 13 en 15 5.3.5 Oranje band 5.3.6 Merkteken "milieugevaarlijke stof" 5.4 Documentatie 5.4.0 Algemeenheden 5.4.1 Vervoerdocument voor gevaarlijke goederen en bijhorende informatie 5.4.1.1 Algemene inlichtingen die in het vervoerdocument moeten vermeld worden 5.4.1.2 Bijkomende of bijzondere inlichtingen vereist voor bepaalde klassen 5.4.1.3 (Voorbehouden) 5.4.1.4 Vorm en taalgebruik 5.4.1.5 Niet gevaarlijke goederen 5.4.2 Verpakkingscertificaat van de container of van het voertuig 5.4.3 Schriftelijke richtlijnen 5.4.4 Bewaren van de gegevens betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen 5.4.5 Voorbeeld van een formulier voor het multimodaal vervoer van gevaarlijke goederen 5.5 Bijzondere bepalingen 5.5.1 (Afgeschaft) 5.5.2 Bijzondere bepalingen met betrekking tot laadeenheden onder fumigatie (UN-nummer 3359) 5.5.2.1 Algemeenheden 5.5.2.2 Opleiding 5.5.2.3 Het markeren en etikettering met grote etiketten 5.5.2.4 Documentatie 5.5.3 Bijzondere bepalingen die van toepassing zijn op het vervoer van droogijs (UN 1845) en op colli, wagons en containers die gevaarlijke goederen bevatten die een verstikkingsgevaar vertonen als zij gebruikt worden als koel- of conditioneringsmiddel (zoals droogijs (UN 1845) of stikstof, sterk gekoeld, vloeibaar (UN 1977) of argon, sterk gekoeld, vloeibaar (UN 1951) of stikstof) 5.5.3.1 Toepassingsgebied 5.5.3.2 Algemeen 5.5.3.3 Colli die droogijs (UN 1845) of een koel- of conditioneringsmiddel bevatten 5.5.3.4 Het markeren van colli die droogijs (UN 1845) of een koelings- of conditioneringsmiddel bevatten 5.5.3.5 Wagons en containers die onverpakt droogijs bevatten 5.5.3.6 Het markeren van wagons en containers 5.5.3.7 Documentatie 5.5.4 Gevaarlijke goederen vervat in uitrustingen die gebruikt worden of bestemd zijn om gebruikt te worden gedurende het vervoer en die in colli, oververpakkingen, containers of laadcompartimenten vastgemaakt of geplaatst zijn.
Deel 6 Voorschriften met betrekking tot de constructie van de verpakkingen, van de grote recipiënten voor los gestort vervoer (IBC's - Intermediate Bulk Containers), van de grote verpakkingen, van de tanks en de containers voor los gestort vervoer en met betrekking tot de beproevingen die ze moeten ondergaan
6.1 Voorschriften met betrekking tot de constructie van de verpakkingen en de beproevingen die ze moeten ondergaan 6.1.1 Algemeenheden 6.1.2 Code voor de aanduiding van het verpakkingstype 6.1.3 Merkteken 6.1.4 Voorschriften met betrekking tot de verpakkingen 6.1.4.0 Algemene voorschriften 6.1.4.1 Vaten uit staal 6.1.4.2 Vaten uit aluminium 6.1.4.3 Vaten uit een ander metaal dan staal of aluminium 6.1.4.4 Jerrycans uit staal of uit aluminium 6.1.4.5 Vaten uit gelamineerd hout 6.1.4.6 (Afgeschaft) 6.1.4.7 Vaten uit karton 6.1.4.8 Vaten en jerrycans uit kunststof 6.1.4.9 Kisten uit massief hout 6.1.4.10 Kisten uit gelamineerd hout 6.1.4.11 Kisten uit spaanplaat 6.1.4.12 Kisten uit karton (golfkarton inbegrepen) 6.1.4.13 Kisten uit kunststof 6.1.4.14 Kisten uit staal, aluminium of een ander metaal 6.1.4.15 Zakken uit textiel 6.1.4.16 Zakken uit geweven kunststof 6.1.4.17 Zakken uit kunststoffolie 6.1.4.18 Zakken uit papier 6.1.4.19 Combinatieverpakkingen (kunststof) 6.1.4.20 Combinatieverpakkingen (glas, porselein of aardewerk) 6.1.4.21 Samengestelde verpakkingen 6.1.4.22 Lichte metalen verpakkingen 6.1.5 Voorschriften inzake beproevingen op de verpakkingen 6.1.5.1 Uitvoering en herhaling van de beproevingen 6.1.5.2 Voorbereiding van de verpakkingen op de beproevingen 6.1.5.3 Valproef 6.1.5.4 Dichtheidsproef 6.1.5.5 Hydraulische drukproef 6.1.5.6 Stapelproef 6.1.5.7 Aanvullende proef die de permeabiliteit nagaat van vaten en jerrycans uit kunststof die beantwoorden aan 6.1.4.8 en van combinatieverpakkingen (kunststof) - met uitzondering van type 6HA1 - die beantwoorden aan 6.1.4.19, wanneer deze bestemd zijn voor het vervoer van vloeistoffen met een vlampunt ? 60° C. 6.1.5.8 Beproevingsrapport 6.1.6 Standaardvloeistoffen voor het aantonen van de chemische bestendigheid van verpakkingen, met inbegrip van de IBC's uit polyethyleen, respectievelijk overeenkomstig 6.1.5.2.6 en 6.5.6.3.5. 6.2 Voorschriften met betrekking tot de constructie van drukrecipiënten, spuitbussen (aerosolen), recipiënten, klein, met gas (gaspatronen) en patronen voor brandstofcellen die een brandbaar vloeibaar gemaakt gas bevatten, en tot de beproevingen die ze moeten ondergaan 6.2.1 Algemene voorschriften 6.2.1.1 Ontwerp en constructie 6.2.1.2 Materialen 6.2.1.3 Bedrijfsuitrusting 6.2.1.4 Goedkeuring van de drukrecipiënten 6.2.1.5 Eerste onderzoek en beproeving 6.2.1.6 Periodieke onderzoeken en beproevingen 6.2.1.7 Eisen gesteld aan de fabrikanten 6.2.1.8 Eisen gesteld aan de controle-instellingen 6.2.2 Voorschriften voor de "UN" drukrecipiënten 6.2.2.1 Ontwerp, constructie en eerste onderzoeken en beproevingen 6.2.2.2 Materialen 6.2.2.3 Sluitingen en hun bescherming 6.2.2.4 Periodieke onderzoeken en beproevingen 6.2.2.5 Evaluatiesysteem voor de conformiteit en goedkeuring voor de fabricage van de drukrecipiënten 6.2.2.6 Goedkeuringssyteem voor de periodieke controle en beproeving van drukrecipiënten 6.2.2.7 Markeren van de hervulbare "UN"-drukrecipiënten 6.2.2.8 Markeren van de niet-hervulbare "UN"-flessen 6.2.2.9 Markeren van de "UN" opslagsystemen met metaalhydriden 6.2.2.10 Markeren van "UN"-flessenbatterijen 6.2.2.11 Markeren van sluitingen voor hervulbare "UN"-drukrecipiënten 6.2.2.12 Gelijkwaardige procedures voor de evaluatie van de conformiteit en de periodieke controles en beproevingen 6.2.3 Algemene voorschriften voor de "niet UN" drukrecipiënten 6.2.3.1 Ontwerp en constructie 6.2.3.2 (Voorbehouden) 6.2.3.3 Bedrijfsuitrusting 6.2.3.4 Eerste onderzoek en beproeving 6.2.3.5 Periodieke onderzoeken en beproevingen 6.2.3.6 Goedkeuring van de drukrecipiënten 6.2.3.7 Eisen gesteld aan de fabrikanten 6.2.3.8 Eisen gesteld aan de controle-instellingen 6.2.3.9 Markeren van de hervulbare drukrecipiënten 6.2.3.10 Markeren van de niet-hervulbare flessen 6.2.3.11 Bergingsdrukrecipiënten 6.2.4 Voorschriften van toepassing op "niet UN" drukrecipiënten die ontworpen, gebouwd en beproefd worden volgens normen waarnaar verwezen is 6.2.4.1 Ontwerp, bouw en eerste controle en beproeving 6.2.4.2 Periodieke onderzoeken en beproevingen 6.2.5 Voorschriften van toepassing op "niet UN" drukrecipiënten, die niet ontworpen, gebouwd en beproefd worden volgens normen waarnaar verwezen is 6.2.5.1 Materialen 6.2.5.2 Bedrijfsuitrusting 6.2.5.3 Metalen flessen, cilinders, drukvaten en flessenbatterijen 6.2.5.4 Aanvullende bepalingen die betrekking hebben op drukrecipiënten uit aluminium-legeringen voor samengeperste gassen, vloeibaar gemaakte gassen, opgeloste gassen en drukloze gassen die aan bijzondere voorschriften onderworpen zijn (gasmonsters), alsmede op andere voorwerpen die gas onder druk bevatten met uitzondering van spuitbussen en recipiënten, klein, met gas (gaspatronen) 6.2.5.5 Drukrecipiënten in composietmaterialen 6.2.5.6 Gesloten cryogene drukrecipiënten 6.2.6 Algemene voorschriften die van toepassing zijn op spuitbussen (aerosolen) en recipiënten, klein, met gas (gaspatronen) 6.2.6.1 Ontwerp en constructie 6.2.6.2 Hydraulische drukproef 6.2.6.3 Dichtheidsbeproeving 6.2.6.4 Verwijzing naar normen 6.3 Voorschriften met betrekking tot de constructie van de verpakkingen voor stoffen (categorie A) van de klasse 6.2 (UN-nummers 2814 en 2900) en tot de beproevingen die ze moeten ondergaan 6.3.1 Algemeenheden 6.3.2 Voorschriften inzake de verpakkingen 6.3.3 Code die het verpakkingstype aanduidt 6.3.4 Merkteken 6.3.5 Voorschriften inzake de beproevingen op de verpakkingen 6.4 Voorschriften met betrekking tot de constructie van de colli voor radioactieve stoffen, tot de beproevingen die ze moeten ondergaan, tot hun goedkeuring en tot de goedkeuring van deze stoffen 6.4.1 (Voorbehouden) 6.4.2 Algemene voorschriften 6.4.3 (Voorbehouden) 6.4.4 Voorschriften betreffende uitgezonderde colli 6.4.5 Voorschriften betreffende industriële colli 6.4.6 Voorschriften betreffende colli die uraniumhexafluoride bevatten 6.4.7 Voorschriften betreffende colli van type A 6.4.8 Voorschriften betreffende colli van type B(U) 6.4.9 Voorschriften betreffende colli van het B(M) 6.4.10 Voorschriften betreffende colli van type C 6.4.11 Voorschriften betreffende colli die splijtstoffen bevatten 6.4.12 Beproevingsmethodes en bewijs van overeenstemming 6.4.13 Nazicht van de integriteit van de borghouder en van de radiologische afscherming en beoordeling van de veiligheid ten aanzien van de criticaliteit 6.4.14 Trefplaat voor de valproeven 6.4.15 Beproevingen om aan te tonen dat aan normale vervoersomstandigheden kan worden weerstaan 6.4.16 Bijkomende beproevingen voor de colli van type A ontworpen voor vloeistoffen en gassen 6.4.17 Beproevingen om aan te tonen dat aan ongevalsomstandigheden tijdens het vervoer kan worden weerstaan 6.4.18 Doorgedreven wateronderdompelingsproef voor de colli van type B(U), van type B(M) die meer dan 105 A2 bevatten en van het type C 6.4.19 Dichtheidsbeproeving met water voor colli die splijtstoffen bevatten 6.4.20 Beproevingen voor colli van het type C 6.4.21 Beproeving voor de verpakkingen die ontworpen zijn om ten minste 0,1 kg uraniumhexafluoride te bevatten 6.4.22 Goedkeuring van de modellen van colli en van de stoffen 6.4.23 Aanvragen tot goedkeuring en goedkeuringen met betrekking tot het vervoer van radioactieve stoffen 6.5 Voorschriften met betrekking tot de constructie van de grote recipiënten voor los gestort vervoer (IBC's) en tot de beproevingen die ze moeten ondergaan 6.5.1 Algemene voorschriften 6.5.1.1 Toepassingsgebied 6.5.1.2 (Voorbehouden) 6.5.1.3 (Voorbehouden) 6.5.1.4 Code die de IBC-types aangeeft 6.5.2 Merkteken 6.5.2.1 Voornaamste merkteken 6.5.2.2 Aanvullend merkteken 6.5.2.3 Overeenstemming met het constructietype 6.5.2.4 Merktekens voor de gereconstrueerde composiet-IBC's (31HZ1) 6.5.3 Voorschriften met betrekking tot de constructie 6.5.3.1 Algemene voorschriften 6.5.4 Beproevingen, typehomologatie en inspecties 6.5.5 Bijzondere voorschriften die van toepassing zijn op IBC's 6.5.5.1 Bijzondere voorschriften die van toepassing zijn op metalen IBC's 6.5.5.2 Bijzondere voorschriften die van toepassing zijn op flexibele IBC's 6.5.5.3 Bijzondere voorschriften die van toepassing zijn op IBC's uit stijve kunststof 6.5.5.4 Bijzondere voorschriften die van toepassing zijn op composiet-IBC's met een binnenrecipiënt uit kunststof
6.5.5.5 B ijzondere voorschriften die van toepassing zijn op kartonnen IBC's 6.5.5.6 Bijzondere voorschriften die van toepassing zijn op houten IBC's 6.5.6 Voorschriften met betrekking tot de beproevingen 6.5.6.1 Toepasbaarheid en periodiciteit 6.5.6.2 Beproevingen op het constructietype 6.5.6.3 Voorbereiding op de beproevingen 6.5.6.4 Hefproef langs onder 6.5.6.5 Hefproef langs boven 6.5.6.6 Stapelproef 6.5.6.7 Dichtheidsproef 6.5.6.8 Beproeving met inwendige (hydraulische) druk 6.5.6.9 Valproef 6.5.6.10 Scheurproef 6.5.6.11 Kantelproef 6.5.6.12 Oprichtproef 6.5.6.13 Vibratieproef 6.5.6.14 Beproevingsrapport 6.6 Voorschriften met betrekking tot de constructie van de grote verpakkingen en tot de beproevingen die ze moeten ondergaan 6.6.1 Algemeenheden 6.6.2 Code die de types van grote verpakking omschrijft 6.6.3 Merkteken 6.6.3.1 Voornaamste merkteken 6.6.3.2 Voorbeelden van merktekens 6.6.4 Bijzondere voorschriften die van toepassing zijn op grote verpakkingen 6.6.4.1 Bijzondere voorschriften die van toepassing zijn op grote verpakkingen uit metaal 6.6.4.2 Bijzondere voorschriften die van toepassing zijn op grote verpakkingen uit flexibele materialen 6.6.4.3 Bijzondere voorschriften die van toepassing zijn op grote verpakkingen uit stijve kunststof 6.6.4.4 Bijzondere voorschriften die van toepassing zijn op grote verpakkingen uit karton 6.6.4.5 Bijzondere voorschriften die van toepassing zijn op grote verpakkingen uit hout 6.6.5 Voorschriften met betrekking tot de beproevingen 6.6.5.1 Toepasbaarheid en periodiciteit 6.6.5.2 Voorbereiding op de beproevingen 6.6.5.3 Beproevingsvoorwaarden 6.6.5.4 Goedkeuring en beproevingsrapport 6.7 Voorschriften met betrekking tot het ontwerp en de constructie van mobiele tanks en de UN-gascontainers met verscheidene elementen (MEGC's) en tot de controles en beproevingen die ze moeten 01ondergaan 6.7.1 Toepassingsgebied en algemene voorschriften 6.7.2 Voorschriften met betrekking tot het ontwerp en de constructie van mobiele tanks die bestemd zijn voor het vervoer van stoffen van de klasse 1 en van de klassen 3 t/m 9, en tot de controles en beproevingen die ze moeten ondergaan 6.7.2.1 Definities 6.7.2.2 Algemene voorschriften met betrekking tot het ontwerp en de constructie 6.7.2.3 Ontwerpcriteria 6.7.2.4 Minimale wanddikte van de houder 6.7.2.5 Bedrijfsuitrusting 6.7.2.6 Onderlossing 6.7.2.7 Veiligheidsinrichtingen 6.7.2.8 Drukontlastingsinrichtingen 6.7.2.9 Afstelling van de drukontlastingsinrichtingen 6.7.2.10 Smeltveiligheden 6.7.2.11 Breekplaten 6.7.2.12 Capaciteit van de drukontlastingsinrichtingen 6.7.2.13 Markeren van de drukontlastingsinrichtingen 6.7.2.14 Verbindingen naar de drukontlastingsinrichtingen 6.7.2.15 Plaatsing van de drukontlastingsinrichtingen 6.7.2.16 Peilinrichtingen 6.7.2.17 Steunen, raamwerken, hef- en stuwage-inrichtingen van de mobiele tanks 6.7.2.18 Goedkeuring van het prototype 6.7.2.19 Controles en beproevingen 6.7.2.20 Merkteken 6.7.3 Voorschriften met betrekking tot het ontwerp en de constructie van mobiele tanks die bestemd zijn voor het vervoer van niet gekoelde vloeibare gassen, en tot de controles en beproevingen die ze moeten ondergaan 6.7.3.1 Definities 6.7.3.2 Algemene voorschriften met betrekking tot het ontwerp en de constructie 6.7.3.3 Ontwerpcriteria 6.7.3.4 Minimale wanddikte van de houder 6.7.3.5 Bedrijfsuitrusting 6.7.3.6 Openingen in het onderste gedeelte 6.7.3.7 Drukontlastingsinrichtingen 6.7.3.8 Capaciteit van de drukontlastingsinrichtingen 6.7.3.9 Markeren van de drukontlastingsinrichtingen 6.7.3.10 Aansluiting naar de drukontlastingsinrichtingen 6.7.3.11 Plaatsing van de drukontlastingsinrichtingen 6.7.3.12 Peilinrichtingen 6.7.3.13 Steunen, raamwerken, hef- en stuwage-inrichtingen van de mobiele tanks 6.7.3.14 Goedkeuring van het prototype 6.7.3.15 Controles en beproevingen 6.7.3.16 Merkteken 6.7.4 Voorschriften met betrekking tot het ontwerp en de constructie van mobiele tanks die bestemd zijn voor het vervoer van sterk gekoelde, vloeibare gassen, en tot de controles en beproevingen die ze moeten ondergaan 6.7.4.1 Definities 6.7.4.2 Algemene voorschriften met betrekking tot het ontwerp en de constructie 6.7.4.3 Ontwerpcriteria 6.7.4.4 Minimale wanddikte van de houder 6.7.4.5 Bedrijfsuitrusting 6.7.4.6 Drukontlastingsinrichtingen 6.7.4.7 Capaciteit en afstelling van drukontlastingsinrichtingen 6.7.4.8 Markeren van de drukontlastingsinrichtingen 6.7.4.9 Verbindingen naar de drukontlastingsinrichtingen 6.7.4.10 Plaatsing van de drukontlastingsinrichtingen 6.7.4.11 Peilinrichtingen 6.7.4.12 Steunen, raamwerken, hef- en stuwage-inrichtingen van de mobiele tanks 6.7.4.13 Goedkeuring van het prototype 6.7.4.14 Controles en beproevingen 6.7.4.15 Merkteken 6.7.5 Voorschriften met betrekking tot het ontwerp en de constructie van UN-gascontainers met verscheidene elementen (MEGC's) die bestemd zijn voor het vervoer van niet gekoelde gassen, en tot de controles en beproevingen die ze moeten ondergaan 6.7.5.1 Definities 6.7.5.2 Algemene voorschriften met betrekking tot het ontwerp en de constructie 6.7.5.3 Bedrijfsuitrusting 6.7.5.4 Drukontlastingsinrichtingen 6.7.5.5 Capaciteit van de drukontlastingsinrichtingen 6.7.5.6 Markeren van de drukontlastingsinrichtingen 6.7.5.7 Verbinding naar de drukontlastingsinrichtingen 6.7.5.8 Plaatsing van de drukontlastingsinrichtingen 6.7.5.9 Peilinrichtingen 6.7.5.10 Steunen, raamwerken, hef- en stuwage-inrichtingen van de MEGC's 6.7.5.11 Goedkeuring van het prototype 6.7.5.12 Controles en beproevingen 6.7.5.13 Merkteken 6.8 Voorschriften met betrekking tot de constructie, de uitrusting, de goedkeuring van het prototype, de beproevingen en controles, en het markeren van tankwagons, afneembare tanks, tankcontainers en wissellaadtanks, waarvan de houders vervaardigd zijn uit metaal, evenals van batterijwagens en gascontainers met verscheidene elementen (MEGC's) 6.8.1 Toepassingsgebied en algemene bepalingen 6.8.2 Voorschriften die van toepassing zijn op alle klassen 6.8.2.1 Constructie 6.8.2.2 Uitrustingen 6.8.2.3 Typekeuring en goedkeuring van het type 6.8.2.4 Controles en beproevingen 6.8.2.5 Merkteken 6.8.2.6 Voorschriften van toepassing op tanks die ontworpen, gebouwd, gecontroleerd en beproefd worden volgens normen waarnaar verwezen is 6.8.2.7 Voorschriften van toepassing op tanks die niet ontworpen, gebouwd, gecontroleerd en beproefd worden volgens normen waarnaar verwezen is 6.8.3 Bijzondere voorschriften die van toepassing zijn op klasse 2 6.8.3.1 Constructie van de houders 6.8.3.2 Uitrustingen 6.8.3.3 Typekeuring en goedkeuring van het type 6.8.3.4 Controles en beproevingen 6.8.3.5 Merkteken 6.8.3.6 Voorschriften met betrekking tot de batterijwagons en MEGC's die ontworpen, gebouwd, gecontroleerd en beproefd worden volgens normen waarnaar verwezen is 6.8.3.7 Voorschriften met betrekking tot de batterijwagons en MEGC's die niet ontworpen, gebouwd, gecontroleerd en beproefd worden volgens normen waarnaar verwezen is 6.8.4 Bijzondere bepalingen 6.8.5 Voorschriften betreffende de materialen en de constructie van de houders van tankwagons en tankcontainers, indien er een beproevingsdruk van ten minste 1 MPa (10 bar) voorgeschreven is, en van de houders van tankwagons en tankcontainers, die bestemd zijn voor het vervoer van sterk gekoelde vloeibare gassen van de klasse 2 6.8.5.1 Materialen en houders 6.8.5.2 Voorschriften betreffende de beproevingen 6.8.5.3 Kerfslagproeven 6.8.5.4 Verwijzing naar normen 6.9 Voorschriften voor tot het ontwerp, de constructie, de controles en beproevingen van mobiele tanks met houders uit vezelversterkte kunststof (FRP) 6.9.1 Toepassingsgebied en algemene voorschriften 6.9.2 Voorschriften voor tot het ontwerp, de constructie, de beproevingen en controles van mobiele tanks met houders uit (FRP) 6.9.2.1 Definities 6.9.2.2 Algemene voorschriften met betrekking tot het ontwerp en de constructie 6.9.2.3 Ontwerpcriteria 6.9.2.4 Minimale wanddikte van houders 6.9.2.5 Uitrustingsonderdelen van mobiele tanks met een houder uit FRP 6.9.2.6 Goedkeuring van het type 6.9.2.7 Aanvullende bepalingen voor mobiele tanks uit FRP 6.9.2.8 Controles en beproevingen 6.9.2.9 Bewaring van monsters 6.9.2.10 Markering 6.10 Voorschriften met betrekking tot de constructie, de uitrusting, de goedkeuring van het prototype en het markeren van vacuümtanks voor afvalstoffen 6.10.1 Algemeenheden 6.10.2 Constructie 6.10.3 Uitrustingen 6.10.4 Controles 6.11 Voorschriften met betrekking tot het ontwerp en de constructie van containers voor los gestort vervoer en de beproevingen die ze moeten ondergaan 6.11.1 (Voorbehouden) 6.11.2 Toepassingsgebied en algemene bepalingen 6.11.3 Voorschriften met betrekking tot het ontwerp en de constructie van de CSC-conforme containers die als containers voor los gestort vervoer BK1 of BK2 gebruikt worden, en tot de controles en beproevingen die ze moeten ondergaan 6.11.4 Voorschriften met betrekking tot het ontwerp, de constructie en de goedkeuring van de andere BK1 en BK2 containers voor los gestort vervoer dan de CSC-conforme containers 6.11.5 Voorschriften met betrekking tot het ontwerp en de constructie van flexibele containers voor los gestort vervoer BK3 en tot de controles en beproevingen die ze moeten ondergaan
Deel 7 Voorschriften betreffende de voorwaarden voor het vervoer, het laden, het lossen en de behandeling
7.1 Algemene voorschriften 7.2 Voorschriften voor het colli-vervoer 7.3 Voorschriften voor het los gestort vervoer 7.3.1 Algemene bepalingen 7.3.2 Bepalingen met betrekking tot het los gestort vervoer, wanneer de voorschriften van 7.3.1.1 a) van toepassing zijn 7.3.3 Bijzondere bepalingen voor het los gestort vervoer wanneer de bepalingen van 7.3.1.1 b) van toepassing zijn 7.4 Voorschriften voor het vervoer in tanks 7.5 Voorschriften betreffende het laden, het lossen en de behandeling 7.5.1 Algemene voorschriften 7.5.2 Samenlading 7.5.3 Schutafstand 7.5.4 Voorzorgsmaatregelen betreffende voedingswaren, gebruiksgoederen en dierenvoeders 7.5.5 (Voorbehouden) 7.5.6 (Voorbehouden) 7.5.7 Behandeling en stuwage 7.5.8 Reiniging na het lossen 7.5.9 (Voorbehouden) 7.5.10 (Voorbehouden) 7.5.11 Bijkomende voorschriften voor bijzondere klassen of goederen 7.6 Voorschriften betreffende het verzenden als expresgoed 7.7 Gecombineerd spoor/wegverkeer in gemengde treinen (gecombineerd verkeer van personen en goederen)
Niet officieel deel van het RID
Voorschriften voor de beproeving van recipiënten uit kunststof
deel 1 Algemene bepalingen
(Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 04-11-2025, p. 84638)
DEEL 2
Classificatie
(Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 04-11-2025, p. 84722)
DEEL 3 - Lijst van de gevaarlijke goederen, bijzondere bepalingen en vrijstellingen met betrekking tot beperkte hoeveelheden en uitgezonderde hoeveelheden
(Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 04-11-2025, p. 84875)
TABEL A
(Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 04-11-2025, p. 84883)
3.2.2 Tabel B: Lijst van gevaarlijke goederen in alfabetische volgorde
De namen van de stoffen en voorwerpen zijn in alfabetische volgorde vermeld waarbij voorvoegsels zoals Arabische cijfers of prefixen zoals o-, m-, p-, n-, sec-, tert-, N-, alfa-, beta-, omega-, cis- en trans- niet meetellen. Voor de alfabetische volgorde daarentegen wordt wel rekening gehouden met de voorvoegsels Bis- en Iso-.
Kolom "NHM-code" (Nomenclature Harmonisée Marchandises)
In deze kolom is de NHM-code van het goed volgens de Nomenclature Harmonisée Marchandises (IRS (International Railway Solution) 20221 1 published by UIC) vermeld. De NHM-codes bestaan uit 8 cijfers. De codes die opgenomen zijn in de huidige tabel beperken zich tot de 6 cijfers die voorzien zijn voor de CIM-vrachtbrief. Aangezien gevaarlijke goederen onder NHM-codes worden ingedeeld volgens principes die afwijken van de procedures voor de indeling van het RID, is het niet altijd mogelijk voor één aanduiding van een stof uit het RID een specifieke NHM-code aan te wijzen. Dit geldt in het bijzonder voor algemene rubrieken en n.e.g.- rubrieken. In deze gevallen kan de juiste NHM-code alleen worden gevonden, indien de chemische of technische benaming van het goed bekend is.
Indien de NHM-code niet volledig kan worden aangegeven, zijn de ontbrekende cijfers aangegeven met plustekens ("+") In de gevallen waarin meerdere NHM-codes in aanmerking komen, zijn in kolom "NHM-code" twee toepasselijke NHM-codes aangegeven, waarbij de code die het meest waarschijnlijk van toepassing is, als eerste is weergegeven.
Het Secretariaat van het OTIF heeft met grote zorg de NHM-codes toegekend. Er kan geen garantie gegeven worden betreffende de juistheid van zowel de inhoud als van de technische juistheid.
De gegevens in deze kolom zijn niet bindend
1 De NHM-codes kunnen geconsulteerd worden op de site van de UIC: http://www.uic.org/nhm .
TABEL B
(Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 04-11-2025, p. 84889)
DEEL 4 - Bepalingen met betrekking tot het gebruik van de verpakkingen en de tanks
(Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 04-11-2025, p. 85006)
DEEL 5 - Verzendingsprocedures
(Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 04-11-2025, p. 85202)
DEEL 6 - Voorschriften met betrekking tot de constructie van de verpakkingen, van de grote recipienten voor los gestort vervoer (IBC's - Intermediate Bulk Containers), van de grote verpakkingen, van de tanks en de containers voor los gestort vervoer, en met betrekking tot de beproevingen die ze moeten ondergaan
(Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 04-11-2025, p. 85255)
DEEL 7 - Voorschriften betreffende de voorwaarden voor het vervoer, het laden, het lossen en de behandeling
(Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 04-11-2025, p. 85491)
NIET-OFFICIEEL DEEL VAN HET RID
Voorschriften voor kunststof recipiënten
(Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 04-11-2025, p. 85515)
Gezien om gevoegd te worden bij Ons besluit van 16 oktober 2025 tot wijziging van het koninklijk besluit van 24 januari 2024 betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen per spoor, met uitzondering van ontplofbare en radioactieve stoffen.
FILIP
Van Koningswege
De Minister van Economie,
D. CLARINVAL
De Minister van Mobiliteit,
J.-L. CRUCKE
Signatures
Donné à Bruxelles, le 16 octobre 2025.
PHILIPPE
Par le Roi
Le Ministre de l'Economie,
D. CLARINVAL
Le Ministre de la Mobilité,
J.-L. CRUCKE
Préambule
PHILIPPE, Roi des Belges,
A tous, présents et à venir, Salut.
Vu la loi du 18 février 1969 relative aux mesures d'exécution des traités et actes internationaux en matière de transport par mer, par route, par chemin de fer ou par voie navigable, l'article 1er modifié par les lois des 21 juin 1985, 28 juillet 1987, 15 mai 2006 et 8 mai 2019 ;
Vu l'arrêté royal du 24 janvier 2024 relatif au transport des marchandises dangereuses par chemin de fer, à l'exception des matières explosibles et radioactives ;
Vu l'analyse d'impact de la réglementation réalisée conformément aux articles 6 et 7 de la loi du 15 décembre 2013 portant des dispositions diverses en matière de simplification administrative ;
Vu l'association des gouvernements régionaux ;
Vu l'avis de l'Inspecteur des finances, donné le 25 mars 2025 ;
Vu l'accord du Ministre du Budget, donné le 24 avril 2025 ;
Vu l'avis n° 78.136/4 du Conseil d'Etat, donné le 17 septembre 2025, en application de l'article 84, § 1er, alinéa 1er, 2°, des lois sur le Conseil d'Etat, coordonnées le 12 janvier 1973 ;
Sur la proposition du Ministre de l'Economie et du Ministre de la Mobilité et de l'avis des Ministres qui en ont délibéré en Conseil,
Nous avons arrêté et arrêtons
A l'article 24, paragraphe 2 du même arrêté, dans la première phrase, les mots " Pour ce qui concerne les activités relatives aux récipients à pression du chapitre 6.2 et les citernes du chapitre 6.8 du RID, " sont remplacés par les mots " Pour ce qui concerne les activités relatives aux chapitres 6.2 et 6.8 du RID, ".
L'article 27, paragraphe 1er du même arrêté est remplacé par ce qui suit
" § 1er. Lorsque le Ministre souhaite faire appel aux services d'un organisme de contrôle déjà agréé par une autorité compétente d'un autre Etat Partie au RID pour effectuer une ou plusieurs activités en relation avec les évaluations de la conformité et les épreuves des chapitres 6.2 et 6.8 du RID, il peut reconnaître cet organisme de contrôle afin qu'il exerce sur le territoire belge, une ou plusieurs des activités susmentionnées. ".
Dans le même arrêté, les mots " récipient à gaz " et " récipients à gaz " sont respectivement remplacés par les mots " récipient à pression " et " récipients à pression ".
Les annexes 1re et 4 du même arrêté sont remplacées par les annexes 1re et 2 jointes au présent arrêté.
Dans le point 3 de l'annexe 3 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées
1° la phrase " La construction des citernes visées par les chapitres 6.7, 6.8, 6.9 (applicable jusqu'au 31 décembre 2022), 6.9 (applicable à partir du 1 janvier 2023) et 6.10 du RID, sur la base de certificats d'agrément de type belges, est soumise aux modalités prévues ci-dessous. " est remplacée par la phrase " 3.1. La construction des citernes visées par les chapitres 6.7, 6.9 (applicable jusqu'au 31 décembre 2022), 6.9 (applicable à partir du 1 janvier 2023) et 6.10 du RID, sur la base de certificats d'agrément de type belges, est soumise aux modalités prévues ci-dessous. " ;
2° la phrase " 3.1. Pour la construction selon un agrément de type donné par un organisme de contrôle agréé, le fabricant demande l'autorisation de cet organisme de contrôle avant d'entamer la construction de la citerne. " est remplacée par la phrase " Pour la construction selon un agrément de type donné par un organisme de contrôle agréé, le fabricant demande l'autorisation de cet organisme de contrôle avant d'entamer la construction de la citerne. " ;
3° le point 3.1.3. est abrogé ;
4° dans le point 3.2., dans la version néerlandaise, les mots " van tankwagons " sont ajoutés entre les mots " weerstand " et " aan de bij het spoorvervoer optredende belastingen ".
CHAPITRE 3. - Disposition d'exécution
Le Ministre de l'Economie et le Ministre de la Mobilité, chacun en ce qui le concerne, est chargé de l'exécution du présent arrêté.
ANNEXES.
Art. N1 . Annexe 1.
Annexe 1re à l'arrêté royal du 16 octobre 2025 modifiant l'arrêté royal du 24 janvier 2024 relatif au transport des marchandises dangereuses par chemin de fer, à l'exception des matières explosibles et radioactives
Annexe 1re à l'arrêté royal du 24 janvier 2024 relatif au transport des marchandises dangereuses par chemin de fer, à l'exception des matières explosibles et radioactives
Annexe 1re- Autorités compétentes
1. Définitions
Dans cette annexe on entend par
" DG Ferroviaire " : la Direction générale du Service Public Fédéral Mobilité et Transports chargée du transport ferroviaire ; " organismes de contrôle " : les organismes de contrôle agréés ou reconnus, selon le cas ; " SPF Santé Publique " : le Service Public Fédéral Santé Publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement ; " AFMPS " : l'Agence Fédérale des Médicaments et des Produits de Santé " services d'intervention " : les services qui interviennent dans le cadre des disciplines 1, 3 ou 4 visées à l'arrêté royal du 22 mai 2019 relatif à la planification d'urgence et la gestion de situations d'urgence à l'échelon communal et provincial et au rôle des bourgmestres et des gouverneurs de province en cas d'événements et de situations de crise nécessitant une coordination ou une gestion à l'échelon national ; " Autorité nationale pour la sûreté " : l'Autorité nationale pour la sûreté du transport ferroviaire visée dans l'arrêté royal du 26 janvier 2006 relatif à la création d'une Autorité nationale pour la sûreté du transport ferroviaire et portant diverses mesures pour la sûreté du transport intermodal ; " SPF Intérieur " : le Service Public Fédéral Intérieur
2. Autorités compétentes
Les autorités compétentes visées à la section 1.2.1 du RID sont reprises dans le tableau ci-dessous.
Autorités compétentes Section, sous-section ou paragraphe du RID Ministre 1.2.1 (définition " organisme de contrôle "), 1.8.6 (note 1, 1er tiret et note 2), 1.8.6.1, 1.8.6.2.1, 1.8.6.2.2.2, 1.8.6.2.3.1, 1.8.6.6 (2 ème partie de la phrase),
4.1.4.1 (P200 (10) ac),
6.2.1.6.1 (1 ère phrase), 6.2.1.7.2, 6.2.2.5.2.4, 6.2.2.6.2.1 (2 ème et 4 ème phrases), 6.2.2.6.2.2, 6.2.2.6.2.4, 6.2.2.6.4.1 (1 ère phrase), 6.2.2.6.4.5, 6.2.2.7.7, 6.2.2.9.2 d), 6.2.2.9.4, 6.2.2.12, 6.2.3.6.2, 6.2.3.9.7.3,
6.7.2.19.9, 6.7.3.15.9, 6.7.4.14.10, 6.7.5.12.7,
6.8.1.5, 6.8.1.5.1, 6.8.1.5.2, 6.8.1.5.3, 6.8.1.5.4, 6.8.1.5.5 (dernier alinéa), 6.8.1.5.6, 6.8.2.4.5, 6.8.2.4.6,
7.3.3.2.7 (AP11 (4)) DG Ferroviaire 1.8.6.2.4.2, 1.8.6.2.4.3 (2 ème partie, 2 éme phrase), 1.6.2.10, 1.6.2.12, 1.6.2.14, 1.8.6.2.3.2, 1.8.6.3.3.1, 1.8.6.3.3.5, 1.8.4, 1.8.6.3, 1.8.6.4.1, 1.8.6.4.5, 1.8.6.5, 1.8.6.6 (1 ère partie de la phrase), 1.8.6.7, 1.8.7.6.4, 1.8.7.7.2, 1.8.7.7.5,
2.1.2.8, 2.2.2.1.5, 2.2.41.1.13, 2.2.52.1.8, 2.2.9.1.7 e),
3.3 (dispositions spéciales 181, 237, 283, 376, 379, 674 (d) et h)) et 662),
4.1.1.15, 4.1.3.6.6, 4.1.3.6.9, 4.1.4.1 (P099, P006 ((5) d)), P910 3), P200 ((10) k, v a) et b), (12) 1.3 et 1.5 (note) et (13) 1.3 et 1.6 (note)), P201, P405, P902 et P911 2)), 4.1.4.2 (IBC099), 4.1.4.3 (LP099, LP902 et LP906 2)), 4.1.7.2.2,
4.2.1.13.1, 4.2.1.13.3, 4.2.3.6.4, 4.2.3.7.1, 4.2.5.1.1, 4.2.5.3 (TP10 et TP41),
4.3.2.3.7,
5.2.2.1.9, 5.4.1.2.3.3,
6.1.1.2 (3 ème phrase), 6.1.5.1.3, 6.1.5.2.5, 6.1.5.8.2,
6.2.1.1.9, 6.2.1.3.6.5.4, 6.2.1.7.2, 6.2.2.4, 6.2.2.5.2.3, 6.2.2.5.2.6, 6.2.2.6.2.1 (3 ème phrase), 6.2.2.6.2.2, 6.2.2.6.2.3, 6.2.2.6.3.2 (1 ère et 3 ème phrases), 6.2.2.6.4.1 (2 ème phrase), 6.2.2.6.4.3, 6.2.2.6.4.7, 6.2.2.7.2 d), 6.2.2.7.8, 6.2.2.12, 6.2.3.5.1, 6.2.5, 6.2.5.4.2, 6.2.6.3.2,
6.3.2.1 (3 ème phrase), 6.3.5.1.3, 6.3.5.5.2, 6.5.6.14.2, 6.5.6.3.4, 6.6.1.3 (3 ème phrase), 6.6.5.1.3, 6.6.5.4.3, 6.7.1.2, 6.7.2.1, 6.7.2.2.1, 6.7.2.2.10, 6.7.2.3.1, 6.7.2.19.4, 6.7.3.1, 6.7.3.2.1, 6.7.4.1, 6.7.4.2.1, 6.7.4.2.8.1, 6.7.4.2.8.2, 6.7.5.1, 6.7.5.2.9, 6.7.5.4.1, 6.7.5.4.3, 6.8.1.5.5 (colonnes de gauche et droite), 6.8.2.1.4, 6.8.2.1.19, 6.8.2.3.3, 6.8.2.7, 6.8.3.7, 6.8.4 (TA2 et TT7),
6.9.1.4, 6.9.2.2.1, 6.9.2.2.3.2, 6.9.2.2.3.15, 6.9.2.3.1, 6.9.2.3.4 (K3 et K5), 6.9.2.3.7 (dernière phrase), 6.9.2.7.1.3 c) et d),
6.11.2.4, 6.11.5.4.2,
7.3.3.1 (VC3) Autorité de sécurité 1.4.2.2.4, 1.5.1, 1.8.2.2, 1.8.2.3, 1.8.5.2, 1.9.4, 3.1.2.6, 3.2.1, 3.3 (disposition spéciale 239),
4.1.2.2, 4.1.3.8.1, 4.2.3.6.4, 4.2.5.1.1, 4.2.5.3 (TP4), 4.3.2.3.7,
6.7.1.3, 6.7.2.19.6.1, 6.7.3.15.6.1, 6.7.4.14.6.1, 6.8.2.1.29,
7.3.2.6.2, 7.4, 7.7 DG Ferroviaire, Autorité de sécurité 3.3 (dispositions spéciales 636 et 670), 4.3.2.1.7 Organismes de contrôle 1.2.1 (définition " GRV réparé "), 1.8.6.2.1, 1.8.6.2.2, 1.8.6.3.2.1, 1.8.6.3.2.2, 1.8.6.3.2.3, 1.8.7.1.2, 1.8.7.1.4, 1.8.7.1.5 b), 1.8.7.1.6, 1.8.7.2.2.1, 1.8.7.2.3, 1.8.7.2.5, 1.8.7.8.2, 1.8.8.1.1, 3.3 (dispositions spéciales 356, 371 (2), 666 et 674 (i) 1 ère phrase)),
4.1.3.6.2, 4.1.4.1 (P200 ((3) d) (note) et (9)), P601 3) g) et P905), 4.1.6.14, 4.2.1.7 (1 ère phrase), 4.2.1.9.1, 4.2.5.3 (TP16 et TP24),
4.3.2.1.5 (note de bas de page),
6.1.1.2 (2 ème phrase), 6.1.1.4, 6.1.3.1 g), 6.1.3.7, 6.1.3.8 b), 6.1.4.8.8, 6.1.4.13.7, 6.1.5.1.1, 6.1.5.1.5, 6.1.5.1.8, 6.1.5.1.10,
6.2.1.4.1, 6.2.1.4.2, 6.2.1.5.1 (note), 6.2.1.6.1 (note 1), 6.2.2.1.1 (note 2), 6.2.2.1.2 (note 2), 6.2.2.5.1, 6.2.2.5.2.1, 6.2.2.5.2.2, 6.2.2.5.3.2, 6.2.2.5.3.3, 6.2.2.5.4.2, 6.2.2.5.4.4, 6.2.2.5.4.5, 6.2.2.5.4.6, 6.2.2.5.4.9, 6.2.2.5.4.10, 6.2.2.5.4.11, 6.2.2.7.4, 6.2.2.9.2 h), 6.2.2.11, 6.2.3.4.2, 6.2.3.6.1, 6.2.3.11.2, 6.2.3.11.4, 6.2.6.3.2.1,
6.3.2.1 (2 ème phrase), 6.3.2.2, 6.3.4.2, 6.3.4.3, 6.3.5.1.1, 6.3.5.1.5, 6.3.5.1.7, 6.3.5.1.8,
6.5.1.1.2, 6.5.1.1.3, 6.5.2.1.1, 6.5.2.2.5, 6.5.4.1, 6.5.4.4.1, 6.5.4.4.4, 6.5.6.1.1, 6.5.6.2.1, 6.5.6.2.3,
6.6.1.2, 6.6.1.3 (2 ème phrase), 6.6.3.1, 6.6.5.1.1, 6.6.5.1.5, 6.6.5.1.7, 6.6.5.1.8,
6.7.2.2.14, 6.7.2.3.3.1, 6.7.2.4.3, 6.7.2.6.2, 6.7.2.6.3, 6.7.2.6.4, 6.7.2.7.1, 6.7.2.8.3, 6.7.2.10.1, 6.7.2.12.2.4, 6.7.2.18.1, 6.7.2.19.5, 6.7.2.19.10, 6.7.3.2.11, 6.7.3.3.3.1, 6.7.3.7.3, 6.7.3.8.1.2, 6.7.3.14.1, 6.7.3.15.3, 6.7.3.15.5, 6.7.3.15.10, 6.7.4.2.14, 6.7.4.3.3.1, 6.7.4.5.10, 6.7.4.6.4, 6.7.4.7.4, 6.7.4.13.1, 6.7.4.14.3, 6.7.4.14.11, 6.7.5.11.1, 6.7.5.12.3,
6.8.2.1.16, 6.8.2.1.23, 6.8.2.2.2, 6.8.2.3.3, 6.8.2.3.4, 6.8.2.4.1 (note de bas de page 13), 6.8.2.4.2 (note de bas de page 13), 6.8.3.2.16, 6.8.3.2.26, 6.8.3.4.6, 6.8.3.4.12, 6.8.3.4.13 (note de bas de page 13), 6.8.4 (TA4, TT9), 6.8.5.2.2,
6.9.2.2.2.4, 6.9.2.2.2.5, 6.9.2.2.3.14.5,
6.11.4.4, 6.11.5.3.1, 6.11.5.3.4, 6.11.5.5.1 SPF Santé Publique 2.2.62.1.12.1, 2.2.62.2 SPF Santé Publique ou AFMPS, selon le cas 6.2.6.3.3 Les autorités compétentes pour l'application de la réglementation qui a transposé les directives 2001/18/CE et 2009/41/CE et pour le règlement (CE) n° 1829/2003 2.2.9.1.11,
3.3 (disposition spéciale 637) Les autorités compétentes pour le règlement (CE) n° 1069/2009 tel que réglé dans la Convention entre l'Etat fédéral et les Régions concernant les sous-produits animaux non destinés à la consommation humaine du 16 janvier 2014 2.2.62.1.3, 2.2.62.1.9,
4.1.4.1 (P620 et P650), 4.1.8.7,
7.3.2.6.1 Services d'intervention 1.1.3.1 (d) Autorité nationale pour la sûreté, SPF Intérieur ou SPF Santé Publique, selon le cas 1.10.3 (Note) Police Fédérale, Corporate Security Services de la SNCB, le gestionnaire de l'infrastructure, Autorité nationale pour la sûreté 1.10.3.2.2 L'autorité compétente conformément à l'arrêté royal du 12 août 2008 concernant la mise sur le marché des machines 3.3 (disposition spéciale 363) Un organisme accrédité conformément à la procédure prévue par l'arrêté royal du 31 janvier 2006 portant création du système BELAC d'accréditation des organismes d'évaluation de la conformité 3.3 (disposition spéciale 674 (i) dernier tiret) Voir article 17 1.10.2.4, 1.3.3 Voir article 18 1.8.5.1, 1.8.5.3 (dernière phrase) Voir article 21 6.2.2.6.3.3, 6.2.2.6.4.6 Voir article 24 1.2.1 (définition " transport "), 1.8.1 Voir annexe 3, 1.3 6.1.5.1.3 Voir annexe 3, 4 4.1.4.1 (P200 ((12) 1.1, 1.2, 1.4, 1.5 (sauf note), 1.6, 2.2, 2.3 et 3.2 et (13) 1.1, 1.2, 1.5, 1.6 (sauf note), 1.7, 2.5, 2.6, 3.1 et 3.2)) Voir annexe 3, 3.2 6.8.2.1.2 Voir annexe 3, 5.3 1.9.3
Vu pour être annexé à Notre arrêté du 16 octobre 2025 modifiant l'arrêté royal du 24 janvier 2024 relatif au transport des marchandises dangereuses par chemin de fer, à l'exception des matières explosibles et radioactives.
PHILIPPE
Par le Roi
Le Ministre de l'Economie,
D. CLARINVAL
Le Ministre de la Mobilité,
J.-L. CRUCKE
Annexe 2 à l'arrêté royal du 16 octobre 2025 modifiant l'arrêté royal du 24 janvier 2024 relatif au transport des marchandises dangereuses par chemin de fer, à l'exception des matières explosibles et radioactives
Annexe 4 à l'arrêté royal du 24 janvier 2024 relatif au transport des marchandises dangereuses par chemin de fer, à l'exception des matières explosibles et radioactives
Annexe 4 - RID
(Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 04-11-2025, p. 83478)
Convention relative aux transports internationaux ferroviaires (COTIF)
Appendice C - Règlement concernant le transport international ferroviaire
des marchandises dangereuses (RID)
Applicable à partir du 1er janvier 2025
Ce texte annule et remplace les prescriptions du 1er janvier 2023.
Observations du secrétariat de l'OTIF
Etats parties au RID (Etat au 1er juillet 2024)
Afghanistan, Albanie, Algérie, Allemagne, Arménie, Autriche, Azerbaïdjan, Belgique, Bosnie et Herzégovine, Bulgarie, Croatie, Danemark, Espagne, Estonie, Finlande, France, Géorgie, Grèce, Hongrie, Iran, Irlande, Italie, Lettonie, Liechtenstein, Lituanie, Luxembourg, Macédoine du Nord, Maroc, Monaco, Monténégro, Norvège, Pays-Bas, Pologne, Portugal, Roumanie, Royaume-Uni, Serbie, Slovaquie, Slovénie, Suède, Suisse, République tchèque, Tunisie, Turquie et Ukraine.
Jusqu'à la reprise du trafic ferroviaire international, la qualité de membre de l'Irak, du Liban et de la Syrie est suspendue.
(...) [Le texte intégral de l'annexe 4 n'est pas repris pour des raisons techniques]
(Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 04-11-2025, p. 83479)
Convention relative aux transports internationaux ferroviaires (COTIF)
Appendice C - Règlement concernant le transport international ferroviaire
des marchandises dangereuses (RID)
Applicable à partir du 1er janvier 2025
Ce texte annule et remplace les prescriptions du 1er janvier 2023.
Observations du secrétariat de l'OTIF
Etats parties au RID (Etat au 1er juillet 2024)
Afghanistan, Albanie, Algérie, Allemagne, Arménie, Autriche, Azerbaïdjan, Belgique, Bosnie et Herzégovine, Bulgarie, Croatie, Danemark, Espagne, Estonie, Finlande, France, Géorgie, Grèce, Hongrie, Iran, Irlande, Italie, Lettonie, Liechtenstein, Lituanie, Luxembourg, Macédoine du Nord, Maroc, Monaco, Monténégro, Norvège, Pays-Bas, Pologne, Portugal, Roumanie, Royaume-Uni, Serbie, Slovaquie, Slovénie, Suède, Suisse, République tchèque, Tunisie, Türkiye et Ukraine.
Jusqu'à la reprise du trafic ferroviaire international, la qualité de membre de l'Irak, du Liban et de la Syrie est suspendue.
Convention relative aux transports internationaux ferroviaires (COTIF)
Appendice C
Règlement concernant le transport international ferroviaire des marchandises dangereuses (RID)
Article premier
Champ d'application
§ 1 Le présent Règlement s'applique
a) aux transports internationaux ferroviaires des marchandises dangereuses sur le territoire des Etats parties au RID,
b) aux transports en complément du transport ferroviaire auxquels les Règles uniformes CIM sont applicables, sous réserve des prescriptions internationales régissant les transports par un autre mode de transport,
ainsi qu'aux activités visées par l'Annexe du présent Règlement.
§ 2 Les marchandises dangereuses, dont l'Annexe exclut le transport, ne doivent pas faire l'objet d'un transport international.