ECLI:NL:RBNHO:2026:1663 · Rechtbank Noord-Holland
Legislator summary
AI generatedRECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknr./rolnr.: 10919815 \ CV EXPL 24-423 Uitspraakdatum: 11 februari 2026 Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van: Coöperatief Bungalowpark Het grootslag U.A. te Andijk de eisende partij gemachtigde: Straetus Legal tegen 1 [gedaagde 1] 2. [gedaagde 2] te [plaats], Duitsland de gedaagde partijen niet verschenen 1De verdere procedure 1.1. Bij tussenvonnis van 16 april 2025 is de eisende partij in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over het in het tussenvonnis gegeven voorlopige oordeel over de oneerlijkheid van een incassokostenbeding in de algemene voorwaarden.
Legislator headnote
AI generatedECLI:NL:RBNHO:2026:1663 · Rechtbank Noord-Holland: De eisende partij heeft echter niet gereageerd. 2De verdere beoordeling 2.1. De kantonrechter ziet geen reden om anders over de oneerlijkheid van het incassokostenbeding in artikel 5 lid 4 van de algemene voorwaarden te denken dan in het tussenvonnis is geoordeeld en vernietigt daarom dit beding, voor wat betreft de buitengerechtelijke incassokosten. De buitengerechtelijke incassokosten zullen daarom worden afgewezen. 2.2. De gevorderde hoofdsom en rente worden toegewezen, omdat deze vorderingen de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomen. 2.3.
Keywords
AI generatedRelated Decisions
AI generatedFull text
RECHTBANK NOORD-HOLLAND Handel, Kanton en Bewind locatie Alkmaar Zaaknr./rolnr.: 10919815 \ CV EXPL 24-423 Uitspraakdatum: 11 februari 2026 Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van: Coöperatief Bungalowpark Het grootslag U.A. te Andijk de eisende partij gemachtigde: Straetus Legal tegen 1 [gedaagde 1] 2. [gedaagde 2] te [plaats], Duitsland de gedaagde partijen niet verschenen 1De verdere procedure 1.1. Bij tussenvonnis van 16 april 2025 is de eisende partij in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over het in het tussenvonnis gegeven voorlopige oordeel over de oneerlijkheid van een incassokostenbeding in de algemene voorwaarden.
De eisende partij heeft echter niet gereageerd. 2De verdere beoordeling 2.1. De kantonrechter ziet geen reden om anders over de oneerlijkheid van het incassokostenbeding in artikel 5 lid 4 van de algemene voorwaarden te denken dan in het tussenvonnis is geoordeeld en vernietigt daarom dit beding, voor wat betreft de buitengerechtelijke incassokosten. De buitengerechtelijke incassokosten zullen daarom worden afgewezen. 2.2. De gevorderde hoofdsom en rente worden toegewezen, omdat deze vorderingen de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomen. 2.3.
De gedaagde partijen worden (overwegend) in het ongelijk gesteld en zullen daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Daarbij worden de gedaagde partijen ook veroordeeld tot betaling van € 144,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de eisende partij worden gemaakt.
3De beslissing
De kantonrechter: 3.1. veroordeelt de gedaagde partijen tot betaling aan de eisende partij van € 8.436,69, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 8.227,29 vanaf 8 november 2023 tot aan de dag van de gehele betaling; 3.2. veroordeelt de gedaagde partijen tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op: dagvaarding € 141,69; griffierecht € 524,00; salaris gemachtigde € 360,00; 3.3. veroordeelt de gedaagde partijen tot betaling van € 144,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de eisende partij worden gemaakt; 3.4. verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 3.5. wijst de vordering voor het overige af. Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De griffier De kantonrechter