Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:RBAMS:2020:1069 ECLI:NL:RBAMS:2020:1069 AI generated

ECLI:NL:RBAMS:2020:1069 · Rechtbank Amsterdam

Case Number ECLI:NL:RBAMS:2020:1069
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 19/3766 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 februari 2020 in de zaak tussen [eiser] , te Amsterdam, eiser, en de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, verweerder. Procesverloop Op 5 juni 2019 heeft de heffingsambtenaar aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting (de naheffingsaanslag) opgelegd. In de uitspraak op bezwaar van 5 juli 2019 (de bestreden uitspraak) heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Eiser heeft tegen de bestreden uitspraak beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend. De zaak is behandeld op de zitting van 14 februari 2020. Eiser was samen met [de persoon] aanwezig. De heffingsambtenaar was aanwezig in de persoon van mr. B. Brekveld. Aan het eind van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:RBAMS:2020:1069 · Rechtbank Amsterdam: De rechtbank stelt voorop dat zij in parkeerbelastingzaken vrijwel geen ruimte heeft om af te wijken van de regels. Eiser heeft gevraagd om het maken van een uitzondering. De rechtbank is in dit soort zaken echter gebonden aan de regels en de regels worden streng toegepast. In eisers situatie is er geen mogelijkheid om op basis van coulance af te wijken van de regels.

Keywords

AI generated
dog tax derogation in time of emergency emergency ordinance overtaking maneuver veterinary legislation rule under emergency powers
AI generated

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

RECHTBANK AMSTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: AMS 19/3766 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 14 februari 2020 in de zaak tussen [eiser] , te Amsterdam, eiser, en de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, verweerder. Procesverloop Op 5 juni 2019 heeft de heffingsambtenaar aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting (de naheffingsaanslag) opgelegd. In de uitspraak op bezwaar van 5 juli 2019 (de bestreden uitspraak) heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Eiser heeft tegen de bestreden uitspraak beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend. De zaak is behandeld op de zitting van 14 februari 2020. Eiser was samen met [de persoon] aanwezig. De heffingsambtenaar was aanwezig in de persoon van mr. B. Brekveld. Aan het eind van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Overwegingen 1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.

2. De rechtbank stelt voorop dat zij in parkeerbelastingzaken vrijwel geen ruimte heeft om af te wijken van de regels. Eiser heeft gevraagd om het maken van een uitzondering. De rechtbank is in dit soort zaken echter gebonden aan de regels en de regels worden streng toegepast. In eisers situatie is er geen mogelijkheid om op basis van coulance af te wijken van de regels.

3. De naheffingsaanslag is aan eiser opgelegd, omdat de auto van eiser met [kenteken] op 1 juni 2019 om 16:05 uur op de locatie ter hoogte van [adres] in Amsterdam geparkeerd stond en bij controle is gebleken dat daarvoor geen parkeerbelasting was betaald.

4. Eiser voert aan dat sprake was van een noodsituatie. Hij heeft een hond aangereden en is uit de auto gestapt om de eigenaar van de hond te ondersteunen. De hond had medische hulp nodig en de eigenaar was overstuur. Eiser wilde de eigenaar kalmeren en heeft daarna zijn auto in een parkeervak gezet en daar heeft de auto ongeveer tien minuten gestaan. De dierenambulance is gekomen en omdat er professionals waren om de hond en de man te helpen is eiser daarna in de auto gestapt en weggereden. Hij heeft slechts tien minuten gebruikgemaakt van de parkeerplek om het verkeer niet te hinderen en om de eigenaar meteen te kunnen helpen in deze tragische situatie.

5. De rechtbank vat eisers verhaal op als een beroep op overmacht. Van overmacht is alleen sprake in een noodsituatie of spoedeisende situatie, waardoor iemand absoluut, feitelijk en fysiek, verhinderd is om parkeergeld te betalen. Iemand moet dus door die situatie niet in staat zijn om te betalen. Eisers situatie valt niet onder overmacht. Hoewel de rechtbank er begrip voor heeft dat eiser de eigenaar van de hond heeft willen ondersteunen en zich kan voorstellen dat het er niet van is gekomen om parkeergeld te betalen, staat vast dat eiser in elk geval vanaf het moment dat hij de auto heeft geparkeerd feitelijk en fysiek in staat was om parkeergeld te betalen.

Het beroep op overmacht slaagt daarom niet. De naheffingsaanslag is dus terecht opgelegd. Deze uitspraak is gedaan door mr. J.T. Kruis, rechter, in aanwezigheid van mr. L.C. Trommel, griffier, op 14 februari 2020. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.