Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2019:320 ECLI:NL:HR:2019:320 AI generated

ECLI:NL:HR:2019:320 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2019:320
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

8 maart 2019 Eerste Kamer 18/03788 TT/AS Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [eiseres] ,gevestigd te [vestigingsplaats] [vestigingsplaats] , EISERES tot cassatie, advocaat: mr. B.T.M. van der Wiel, t e g e n [verweerster] ,gevestigd te [vestigingsplaats] , VERWEERSTER in cassatie, advocaten: mr. A.C. van Schaick en mr. N.E. Groeneveld-Tijssens. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerster] .

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2019:320 · Hoge Raad: Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar: a. het vonnis in de zaak C/03/202420/HA ZA 15-92 van de rechtbank Limburg van 15 juni 2016; b. de arresten in de zaak 200.198.406/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 19 september 2017 en 5 juni 2018. Het arrest van het hof van 5 juni 2018 is aan dit arrest gehecht.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

8 maart 2019 Eerste Kamer 18/03788 TT/AS Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [eiseres] ,gevestigd te [vestigingsplaats] [vestigingsplaats] , EISERES tot cassatie, advocaat: mr. B.T.M. van der Wiel, t e g e n [verweerster] ,gevestigd te [vestigingsplaats] , VERWEERSTER in cassatie, advocaten: mr. A.C. van Schaick en mr. N.E. Groeneveld-Tijssens. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerster] .

1Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar: a. het vonnis in de zaak C/03/202420/HA ZA 15-92 van de rechtbank Limburg van 15 juni 2016; b. de arresten in de zaak 200.198.406/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 19 september 2017 en 5 juni 2018. Het arrest van het hof van 5 juni 2018 is aan dit arrest gehecht.

2Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof van 5 juni 2018 heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. [verweerster] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend. De zaak is voor [verweerster] toegelicht door haar advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot verwerping. De advocaat van [eiseres] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

3Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op € 865,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien [eiseres] deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan. Dit arrest is gewezen door de vicepresident C.A. Streefkerk als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, M.V. Polak, T.H. Tanja-van den Broek en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 8 maart 2019.