Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2018:1908 ECLI:NL:HR:2018:1908 AI generated

ECLI:NL:HR:2018:1908 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2018:1908
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

12 oktober 2018 Eerste Kamer 17/04690 LZ Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [eiser] ,wonende te [woonplaats] , Duitsland, EISER tot cassatie, advocaat: mr. K. Aantjes, t e g e n [verweerder] ,wonende te [woonplaats] , Duitsland, VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. J. den Hoed. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder] .

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2018:1908 · Hoge Raad: De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 395,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 12 oktober 2018.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

12 oktober 2018 Eerste Kamer 17/04690 LZ Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [eiser] ,wonende te [woonplaats] , Duitsland, EISER tot cassatie, advocaat: mr. K. Aantjes, t e g e n [verweerder] ,wonende te [woonplaats] , Duitsland, VERWEERDER in cassatie, advocaat: mr. J. den Hoed. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder] .

1Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar: a. de vonnissen in de zaak C/04/119990/HA ZA 12-379 van de rechtbank Limburg van 8 mei 2013 en 5 augustus 2015; b. het arrest in de zaak 200.184.318/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 11 juli 2017. Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. [verweerder] heeft een verweerschrift tot verwerping ingediend. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

3Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 395,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, A.H.T. Heisterkamp en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op 12 oktober 2018.