Legislator Case Law & Legislation
ECLI:NL:HR:2016:366 ECLI:NL:HR:2016:366 AI generated

ECLI:NL:HR:2016:366 · Hoge Raad

Case Number ECLI:NL:HR:2016:366
Court / Authority
Jurisdiction Netherlands (NL)
Decision Date

Legislator summary

AI generated

4 maart 2016 Eerste Kamer 15/00214 LZ/EE Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [de vrouw],wonende te [woonplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. S. Kousedghi, t e g e n [de man],wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.

Legislator headnote

AI generated

ECLI:NL:HR:2016:366 · Hoge Raad: De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt. Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.A. Streefkerk en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president E.J. Numann op 4 maart 2016.

Need to analyze how this precedent applies to your matter?

Cross-reference this judgment against statutes, commentaries, and subsequent citing case law inside Legislator AI.

Open in Legislator →

Full text

4 maart 2016 Eerste Kamer 15/00214 LZ/EE Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [de vrouw],wonende te [woonplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. S. Kousedghi, t e g e n [de man],wonende te [woonplaats], VERWEERDER in cassatie, niet verschenen. Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.

1Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken: a. de vonnissen in de zaak 208705/HA ZA 09-1670 van de rechtbank Breda van 25 november 2009, 9 juni 2010 en 8 september 2010; b. de arresten in de zaak HD 200.078.771/01 van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 8 februari 2011, 31 december 2013 en 9 september 2014. De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2Het geding in cassatie

Tegen de arresten van het hof van 31 december 2013 en 9 september 2014 heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Tegen de man is verstek verleend. De zaak is voor de vrouw toegelicht door haar advocaat. De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het beroep. De advocaat van de vrouw heeft bij brief van 18 december 2015 op die conclusie gereageerd.

3Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; compenseert de kosten van het geding in cassatie aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt. Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.A. Streefkerk en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president E.J. Numann op 4 maart 2016.